maandag 19 juni 2017

De Zwartkop (Sylvia atricapilla)

Ik kan niet bij mijn vogelhut komen of de Zwartkop (Sylvia atricapilla) zit er uit volle borst te zingen. De zwartkop heeft een voorkeur voor struiken en oudere bomen, en die zijn er in overvloed in Netersel nabij de vogel-fotohut. Laat zich niet altijd makkelijk zien, maar zijn melodieuze zang is in het voorjaar des te beter te horen.

Het vrouwtje heeft een bruine kop, de man, die een zwarte kop heeft kan hard zingen (audio player).

De zwartkop is ongeveer net zo groot als een koolmees en dankt zijn naam aan de zwarte pet op zijn kop, die alleen het mannetje draagt. Het vrouwtje heeft een roestbruine pet. Bij het mannetje is de rest van het verenkleed grijs, bij het vrouwtje grijsbruin. Een jong mannetje heeft in de winter een zwarte pet, met bruine vlekken. De zwartkop vliegt weinig en laat zich vooral horen.

De Zwartkop broedt in bossen en halfopen landschappen met bomen en struiken. Leeft bij voorkeur in loof- en gemengde bossen met een rijke ondergroei van vooral bramen. Komt ook voor in parken, tuinen en andere halfopen landschappen met bomen en struiken. De zang van de Zwartkop is hard, melodieus en gevarieerd. Kenmerkend zijn de luide, heldere en hoge tonen aan het einde van de zang. Bij onraad een herhaald tek-tek. Ze eten tijdens de broedperiode insecten. De rest van het jaar vooral allerlei soorten bessen en vruchten.


De Zwartkop zingt vanaf half maart tot in juli. Broedperiode vanaf half april tot eind juni, met piek in mei en begin juni. Eén tot twee broedsels per jaar, meestal 4 tot 6 eieren. Broedduur 12-16 dagen. Maakt zijn komvormig nest vaak laag in dicht struikgewas, zoals braam. De jongen zitten 11-12 dagen op het nest. Na het uitvliegen worden ze nog 2 tot 3 weken gevoerd.