maandag 23 juni 2014

Rups van de kuifvlinder

Rups van de kuifvlinder (Cucullia scrophulariae)

De rups van de kuifvlinder heeft twee vrijliggende, zwarte stippen in de gele dwarsband op het tweede en derde borstsegment. De zwarte stippen zijn bij de helmkruidvlinder (Cucullia scrophulariae) groter en niet helemaal door geel omringd.

De rups vreet alles kaal

LevenscyclusRups: mei-juli. De rups foerageert zowel ´s nachts als overdag, vooral op de bladeren van de waardplant. De soort overwintert als pop in een stevige cocon in de grond (soms meerdere jaren).
Habitat
Duinen en andere open zonnige plaatsen; soms parken en tuinen.

Waardplanten
Toorts, helmkruid en vlinderstruik.

donderdag 19 juni 2014

Levendbarende hagedis

Levendbarende hagedis op het Beleven, Reusel

Daar zat i dan, de Levendbarende hagedis. De levendbarende hagedis (Zootoca vivipara - synoniem: Lacerta vivipara) leeft bij voorkeur op enigszins vochtige heide of heide met vennen en in structuurrijke weg- en spoorbermen en ruigten.

Levendbarende hegedis
 
Levendbarende hagedissen zijn zoals de naam al zegt levendbarend: ze broeden de eieren als het ware uit in het moederlichaam. De mannetjes van deze hagedis hebben een oranje buik en een licht zwarte buikpigmentering. Vrouwtjes zijn op hun buik ongepigmenteerd en gelig.
 
Levendbarende hagedis mannetje
 
Bescherming De levendbarende hagedis staat op de Rode Lijst aangemerkt als "gevoelig" (Staatscourant 2009, gebaseerd op van Delft et al., 2007). De soort wordt beschermd door de Flora- en faunawet. Ook heeft deze soort een beschermingstatus in de Conventie van Bern. De levendbarende hagedis is niet opgenomen in de Europese Habitatrichtlijn.
 
Levendbarende hagedis vrouwtje

zaterdag 14 juni 2014

Natuurgebied Beleven, Reusel

Het Beleven (spreek uit: Bele-ven) is een natuurgebied ten westen van Reusel dat eigendom is van de Stichting Brabants Landschap. Het gebied is 174 ha groot.

Informatiebord

Het gebied vormt de bovenloop van de Belevense Loop en bestond uit een reeks van met elkaar verbonden vennen die gebruikt werden als viskweekvijver. Dit werden weijers genoemd. In dit gebied kwam vanouds veel kwel voor en er waren gradiƫnten van voedselarm naar matig voedselrijk.

Tijdens het interbellum werd dit gebied ontgonnen en na de Tweede Wereldoorlog werden ontwateringssloten gegraven. Het oorspronkelijke Beleven werd tot een komvormige laagte. Wel bevonden zich in dit gebied nog onverharde zandpaden met brede bermen en ook waren er houtsingels waar Geelgors en Roodborsttapuit zich thuisvoelden. Er waren ook veel weidevogels zoals Grutto en Wulp te vinden. De oevers van de ontwateringssloten toonden nog relicten van de vroegere plantenrijkdom zoals Klokjesgentiaan. Voorts was de Levendbarende hagedis er nog te vinden.

Wilde eend met jongen

Dit gebied werd in fasen aangekocht door de Stichting Brabants Landschap met de bedoeling de natuur weer zo veel mogelijk te herstellen. In 2007 werd de teeltlaag verwijderd om aldus het ven weer te herstellen. Ook de natte en droge heide zal worden hersteld en de ontwateringsmaatregelen zullen teniet worden gedaan.

De Grutto op zoek naar voedsel in de modderige bodem