vrijdag 29 april 2022

De Kneu, Grasmus en de Buizerd

Vanmorgen filmde ik een Kneu, een Grasmus en een Buizerd op de Neterselse Heide. De Kneu en de Grasmus zijn kleine zangvogels die eigenlijk minder te vrezen hebben van de Buizerd. De Buizerd jaagt voornamelijk op veldmuizen, mollen of konijnen en eet ook resten van dode dieren. Het vangen van kleine vogels is door het formaat en de geringe wendbaarheid van een vliegende buizerd iets moeilijker. De Sperwer daarentegen jaagt wel veel op kleine vogels.


De Kneu, Grasmus en de Buizerd

De Kneu broedt in lage struiken en struwelen nabij kruidenrijke vegetaties, in allerlei tamelijk open landschappen. De Kneu is een kleine vinkensoort, kleiner dan huismus. Man heeft een warmbruine rug en in prachtkleed een karmijnrode borst en 'baret'. Na het broedseizoen is dat meer roodbruin. Mannetjes een grijs achterhoofd, bij vrouwtjes en onvolwassen vogels is dit bruingrijs. Vrouwtjes en onvolwassen vogels hebben een zwak gestreepte borst en kruin en hebben geen rood in het verenkleed. Grijze kegelvormige snavel. Vliegt vaak in groepjes met golvende vlucht, druk kwetterend.

De Grasmus is geen opvallende vogel, maar de zang en de zangvlucht wel. Grasmussen zijn pioniervogels van de allereerste bosstadia, met opslag van struweel, in allerlei landschappen. Soms ook in pure ruigte met alleen hoge kruiden te vinden. Ondanks zijn naam is de grasmus niet nauw verwant aan de huismus. Net als de braamsluiper heeft de grasmus een opvallende witte keel, maar wel een iets lichter grijze kopkap. Het grootste verschil met de braamsluiper is de roestoranje kleur van de vleugel. De rug is ook bruin, met iets meer oranje tint. De poten zijn oranje (grijs bij de braamsluiper), en het mannetje heeft een opvallende roze borst en een grijze kopkap. Ze leven in laag struweel met een dichte kruidenvegetatie en enkele bomen die als zang- en uitkijkpost dienst kunnen doen. In allerlei landschappen: duinen, heide, jonge bosaanplant, parken, boerenland. Ook in hoge ruigte zonder houtig gewas.

De Buizerd is verreweg de algemeenste en meest opvallende roofvogel van Nederland, die je vaak in open land ziet, zittend op een paal of schroevend op de thermiek. Buizerds zijn erg gevarieerd qua kleur en tekening. Van donkerbruin tot bijna wit. De Buizerd is voor herkenning de sleutelsoort in Nederland. Is erg gevarieerd in kleur en tekening. Lichte buizerds worden vaak aangezien voor de veel zeldzamere ruigpootbuizerd. De Buizerd heeft een brede, niet ver uitstekende kop, brede vleugels en een vrij korte, afgeronde staart met smalle bandjes. Vliegt met relatief snelle, ondiepe en ietwat stijve vleugelslagen. Vaak cirkelend te zien en dan worden de vleugels in een ondiepe V gehouden.

donderdag 28 april 2022

Roodborsttapuiten paar in het broedbiotoop

Vanmorgen filmde ik een Roodborsttapuiten paar in hun broedbiotoop van de Neterselse Heide. Er werd regelmatig een balts opgevoerd. Op een moment zaten ze zelf bij elkaar, en dat moment kon ik vast leggen.


Roodborsttapuiten paar in het broedbiotoop

Zowel de mannetjes als de vrouwtjes hebben een oranje borst, maar de mannetjes vallen het meest op. De vrouwtjes hebben naast die oranje borst bruin gestreepte bovendelen en twee witte vlekken op de bovenvleugel. Mannetjes hebben dat ook, maar daarnaast hebben die een witte stuitvlek, witte halszijden en een zwarte kop. Hij zit vaak op de top van heidestruiken. De jonge vogels lijken op het gespikkelde vrouwtje, maar zijn lichter bruin en goed gecamoufleerd.

Roodborsttapuiten vind je op heides, in de duinen, in ruige, open moerasgebieden en in halfopen boerenland. Het zijn vogels van open tot halfopen, vaak droge terreinen met enige struweelopslag of hoog opschietende kruiden. Het goed verborgen nest wordt op of net boven de grond gebouwd. Vanaf een uitkijkpost in het territorium wordt het grootste deel van het uit insecten en ander klein gedierte bestaande voedsel opgespoord. De mannetjes zijn goed herkenbaar met zwarte kop, witte halszijden en feloranje borst.

Aantallen en verspreiding namen vanaf ongeveer 1975 sterk af, vooral in het boerenland. De soort verdween zelfs in bepaalde regio's als de oostelijke Achterhoek en Zuid-Limburg. Sinds ongeveer 1990 volgde een verrassend en krachtig herstel, dat nog steeds aanhoudt. In het boerenland profiteert de soort van kleinschalige ingrepen als extensiever bermbeheer en renaturering van beekdalen. In natuurgebieden was het terugdringen van bosopslag in het voordeel van de Roodborsttapuit.

woensdag 27 april 2022

De Roodborsttapuit op de Neterselse Heide

Roodborsttapuiten vind je op heides, in de duinen, in ruige, open moerasgebieden en in halfopen boerenland. Het zijn vogels van open tot halfopen, vaak droge terreinen met enige struweelopslag of hoog opschietende kruiden.


De Roodborsttapuit op de Neterselse Heide

Het goed verborgen nest wordt op of net boven de grond gebouwd. Vanaf een uitkijkpost in het territorium wordt het grootste deel van het uit insecten en ander klein gedierte bestaande voedsel opgespoord. De mannetjes zijn goed herkenbaar met zwarte kop, witte halszijden en feloranje borst. Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben een oranje borst, maar de mannetjes vallen het meest op. De vrouwtjes hebben naast die oranje borst bruin gestreepte bovendelen en twee witte vlekken op de bovenvleugel. Mannetjes hebben dat ook, maar daarnaast hebben die een witte stuitvlek, witte halszijden en een zwarte kop. De jonge vogels lijken op het gespikkelde vrouwtje, maar zijn lichter bruin en goed gecamoufleerd.

Mannetjes zitten vaak op de top van heidestruiken. Daar zingt hij twee typen zang. Een snelle, riedel met metaalachtige klanken; en een baltszang, met meer pauzes, heldere fluittonen en imitaties (in zangvlucht). Roep kenmerkend "wiet..tkk, tkk"; dat laatste als twee kiezeltjes die tegen elkaar aan worden getikt. De toppen van lage bomen en struiken gebruiken ze als uitkijk- en zangpost.

Het voedsel bestaat voornamelijk insecten zoals langpootmuggen, maar ook wormen, rupsen, vlinders, spinnen, slakken, zaden en bessen. Roodborsttapuiten zoeken hun voedsel en nestgelegenheid in structuurrijke open gebieden; vaak de overgangszones van open gebied (heide) naar bos.

donderdag 21 april 2022

De Grote bonte specht op zoek naar larven

Vanmorgen merkte ik een Grote bonte specht op, aan de overkant van de drukbereden provinciale weg. Ik had mijn statief en een kleine videocamera op de fiets meegenomen. Dus pakte ik snel mijn spullen uit om wat opnames te maken.


De Grote bonte specht op zoek naar larven

Ik was onderweg vanaf de bossen van de Hulselse Staat, om naar Landgoed de utrecht te fietsen. Omdat je nooit weet wat je onderweg tegen kunt komen heb ik voor de zekerheid een statief achter op de bagagedrager van mijn fiets, en een Panasonic 4K Ultra HD videocamera in de fietstas bij me. Dat was een goede beslissing. Het geluid heb ik vervangen door andere audio opnames, omdat het lawaai van het langs razende verkeer niet passen bij de video.

Zoals alle spechten heeft de grote bonte specht een sterke snavel, waarmee hij nestholtes uithakt en insecten (larven) uit de boomschors haalt. Om in de boomschors insecten te zoeken klimt hij van beneden naar boven.

Drie reeën grazen in het grasland

Reeën eten voornamelijk plantaardig voedsel. Hij eet vooral bladeren, twijgen en scheuten van struiken en bomen. Ook vruchten (bramen, bessen), kruiden, grassen en landbouwgewassen (bieten, granen en krop gewassen) eet hij graag.


Drie reeën grazen in het grasland

Reeën vullen hun voedsel seizoensgebonden aan: in de lente jonge blaadjes; in de herfst eikels, paddenstoelen en noten en in de winter twijgen en knoppen. Reeën eten enkel de meest voedzame delen van de plant. Het ree is een herkauwer; dit wil zeggen dat hij nogmaals op het eten kauwt nadat het in de maag is geweest.

Reeën leven in bosachtige gebieden met open plekken en aangrenzende velden. In de schemering en ochtenduren wagen zij zich op open terrein om voedsel te zoeken en te grazen. Om te rusten en te herkauwen trekken ze zich terug in de beschutting. In Vlaanderen komen reeën ook meer voor in open landbouwgebieden door hun groeiend aantal. Deze reeën gebruiken dan houtwallen, rietkragen en greppels als beschutting.

dinsdag 19 april 2022

Een kijkje in de nestkast van de koolmees

De Koolmezen in onze tuin zit al enkele dagen te broeden. Ik heb de nestkasten zo gemaakt dat ik het dak op kan klappen om toegang te krijgen tot een tussenruimte die boven in de nestkast ruimte biedt om daar een GoPro camera in te leggen. De camera past in een rechthoek zodat de camera altijd goed uitgelijnd naar beneden kijkt. De lens steekt een paar millimeter door de opening van het plafonnetje. Zo heeft de vogel die zit te broeden geen last van het plaatsen en weghalen van de camera.


Een kijkje in de nestkast van de koolmees

Het nest van de Koolmees wordt door het vrouwtje gemaakt en bestaat uit plantaardige materialen, grassen, mos, dierenhaar, wol en veertjes. In de vrije natuur broeden ze in de holte van een boom, soms ook in rotsen en muren. In onze tuinen broeden ze ook in nestkasten. Koolmezen leggen 8 à 10 eieren en dus evenveel dagen. De eieren zijn wit met rode vlekken. Daarna begint het broeden. Het uitbroeden van de eieren duurt 13 tot 15 dagen. De kuikentjes worden door beide ouders gevoerd. De jongen zitten 18 tot 21 dagen op het nest. Nadat ze zijn uitgevlogen, worden de jongen nog 2 tot 3 weken gevoerd.

Als voedsel worden rupsen en andere kleine insecten (tot circa 1 cm lengte) aan de jonge kuikentjes gevoerd. Daarom is het belangrijk dat de oudervogels het broeden zo plannen dat de jonge uit het ei komen als de rupsen hun piek hebben bereikt. Volwassen vogels eten beukennootjes en andere zaden. Koolmezen zijn ook vaak te vinden op voedertafels, zeker wanneer pinda's en zonnebloempitten worden gevoerd.

maandag 18 april 2022

De Koolmees is bijna aan het broeden

De koolmees broedt tussen april en juli. Het bouwen van het mezennest duurt ongeveer een week. Daarna leggen ze ongeveer 1 ei per dag. Dit loopt op tot zo’n 8 à 10 eieren en dus evenveel dagen. Vervolgens duurt het uitbroeden van de eieren een week of twee en blijven de jongen daarna nog ongeveer drie weken in het nest voordat ze uitvliegen. De totale broedduur vanaf het betrekken van de nestkast tot het uitvliegen van de jongen is dus ongeveer 50 dagen.


De Koolmees is bijna aan het broeden

Koolmezen broeden in Nederland in bosrijke gebieden in de hoogste dichtheden, maar is ook aanwezig in kleine bosjes, parken en tuinen zo lang er nestgelegenheid en voedsel voorhanden is. Maakt veel gebruik van boomholtes, maar broedt ook in schuurtjes en vaak in nestkasten. Komt overal in Nederland voor, behalve in grote open gebieden zonder bomen en struikgewas.
Ze hebben witte wangen, een zwarte hoed, gele borst en groenblauwe rug. De zwarte 'stropdas' maakt de koolmees compleet. Mannetjeskoolmezen gebruiken hun zwarte band om concurrenten te imponeren bij gevechten. Vrouwtjes hebben een smallere stropdas en zijn minder fel gekleurd. De koolmees is een van de meest voorkomende vogels in Nederlandse tuinen.

zondag 17 april 2022

De Rode eekhoorn in de houtwal

De eekhoorn die van oorsprong in ons land tuis hoort is de bekende Rode eekhoorn (Sciurus vulgaris) met de grote pluimstaart en pluimpjes aan de oren die regelmatig in een Nederlands bos te zien is.


De Rode eekhoorn in de houtwal

Een gewone eekhoorn bouwt meestal verscheidene nesten hoog in de bomen. Deze nesten worden gebouwd van takken, boombast, bladeren en mos. In de winter brengen eekhoorns het grootste deel van de dag en nacht in hun winternest door en komen ze slechts af en toe naar buiten om wat eten te halen. In de herfst hebben ze daarvoor op een groot aantal plekken voedselvoorraden verstopt. In de zomer gebruiken ze hun nesten ook intensief. Bijvoorbeeld om jongen te krijgen en te schuilen voor regen of warmte.

De Rode eekhoorn is de in Europa meest voorkomende eekhoorn. De eekhoorn is 20 tot 28 centimeter lang en 250 tot 350 gram zwaar. De borstelige pluimstaart is van 15 tot 20 centimeter lang. Het is een omnivoor, die tot de knaagdieren behoort.

Anders dan de naam doet vermoeden, kan de kleur variëren van zwart tot gelig, met allerlei tinten rood en bruin daartussen, wat op de foto's ook goed te zien is. Afhankelijk van de kijkrichting is er een grote variatie qua kleur. Melanisme komt voor, maar de mate waarin individuen melanistisch zijn verschilt per regio. Gewoonlijk zijn de dieren roodbruin met een witte buikzijde, 's winters meer grijzig donkerbruin. De kleur wordt ook grijsachtiger naarmate de eekhoorn ouder wordt. De oorpluimen vallen vooral in de winter op. Een eekhoorn kan de haren op de pluimstaart opzetten.

Met zijn lange, gekromde klauwen kan hij makkelijk in bomen klimmen en van tak naar tak springen. Tijdens een sprong spreidt hij zijn ledematen, waarbij de losse huid op de flanken het dier helpt in de lucht te blijven. De pluimstaart dient als roer, waarmee hij zijn sprong kan sturen. Ook kan hij goed zwemmen. De lange staart, de elegante wijze van voortbewegen en de pluimpjes op de oren geven hem een hoge aaibaarheidsfactor.

zaterdag 16 april 2022

Heggenmus man zingt al vroeg vanaf een top

De Heggenmus is een talrijke maar onopvallende zangvogel. Hij verlaat niet graag de directe omgeving van het struikgewas. Mannetjes zingen vooral in de ochtendschemering vanuit de top van een struik, boom of conifeer. De rest van de dag schuiven ze meestal muisachtig door de dichte vegetatie.


Heggenmus mannetje zingt in het voorjaar al vroeg vanaf de top van een struik of boom

De heggenmus is een erg onopvallende vogel. Mannetjes zingen vooral in de ochtendschemering vanuit de top van een struik, boom of conifeer. De rest van de dag schuiven ze meestal muisachtig door de dichte vegetatie. De heggenmus is de kampioen van de winterzangers. Meer nog dan de roodborst en de winterkoning kan je de heggenmus al volop horen zingen in februari. Uit onderzoek blijkt dat de soort de laatste jaren echter sterk achteruit is gegaan.

Een paartje heggenmus tolereert vaak een tweede mannetje (het bètamannetje) in hun territorium. Het eerste mannetje (het alfamannetje) probeert te verhinderen dat andere mannetjes met ‘zijn’ vrouwtje gaat paren maar het vrouwtje slaagt er regelmatig toch in om zich door het tweede mannetje te laten bevruchten. Voor het vrouwtje heeft dit twee voordelen. Een ongepaard bètamannetje zou anders het legsel van het paartje kunnen vernietigen. Door ook met het bètamannetje te paren, kan ze deze dreiging afwenden. Bovendien neemt het tweede mannetje een deel van de broedzorg van de jongen op zich. Zowel mannetjes als vrouwtjes kunnen er meerdere partners op nahouden.


Heggenmussen lijken wel geobsedeerd door seks. Ze paren erg vaak: één tot twee keer per uur, gedurende een tiental dagen. Doorgaans zijn die paringen erg kort en lijkt het er op alsof het mannetje gewoon over het vrouwtje springt. Het mannetje pikt in de cloaca van het vrouwtje waarop het een zaaddruppeltje produceert. Dit zorgt er voor dat het zaad van een voorganger uit de cloaca wordt verwijderd, zodat het zaad van het nieuwe mannetje meer kans heeft.

De heggenmus houdt van rommelhoekjes: kreupelhout, dichte vegetatie, een braamstruweel of brandnetelruigte, een takkenhoop. Ook een dichte heg om de tuin is goed voor de soort. Maar zelfs in een kraaknette, strakke tuin vindt een heggenmus vaak nog geschikte broed- of foerageermogelijkheden.


In de naamlijst van de Nederlandse vogels uit 1897 had men het over de bastaardnachtegaal - een naam die voor het eerst opduikt in 176 - omdat de aanhef van de zang van de heggenmus doet denken aan die van de nachtegaal.

Koolmees wacht op zijn vrouwtje bij het nest

Wanneer een koppeltje koolmezen elkaar heeft gevonden blijven zij gedurende een tot twee nestjes bij elkaar en nemen ze beide de verantwoordelijkheid voor het voeren van de jongen. Het is echter niet vreemd als het koppeltje hetzelfde nest jaren achter elkaar samen gebruikt. Wanneer een stel koolmezen geselecteerd heeft waar zij kunnen broeden, markeren zij dit met verse snavelmarkeringen rondom de opening. Het koppel zal hierna beginnen met de bouw van het nest. Dit nest bevat meestal de voor de hand liggende onderdelen als mos, haren, veren, bladeren, takjes en ander zacht materiaal.


De Koolmees man wacht op zijn vrouwtje bij het nest

Koolmezen leven vooral in bosrijke gebieden, maar ze zijn ook heel vaak te zien in tuinen met veel groene voorzieningen. Koolmezen bevinden zich het meest in het struikgewas, tussen houtwallen en houtsingels en eigenlijk overal waar bomen te vinden zijn. Koolmezen zijn niet schuw en eten soms pinda's uit de hand. Het geschatte aantal koppels koolmezen in Nederland staat op ongeveer 500 000 à 600 000 en stijgt nog steeds. De gemiddelde maximumleeftijd van een koolmees in goede levensomstandigheden bedraagt ongeveer 10 jaar. De oudste geringde en geregistreerde koolmees werd 15 jaar oud maar de schatting is dat ook een leeftijd van 22 jaar gehaald kan worden.

Koolmezen zijn uitzonderlijk baldadig, maar ook nuttige dieren voor liefhebbers van fruitbomen en grote fruitgewassen. Vele koolmezen zullen namelijk vruchten en bladeren aan gewassen doorzeven om rupsen op te pikken. Ze kunnen grote aantallen plaaginsecten wegvangen op een biologische manier maar dit kan ten koste gaan van de vruchten en bladeren die op hun beurt ook weer erg belangrijk zijn voor de oogst en de plant. Koolmezen maken gaten in nesten van eikenprocessierupsen en eten zowel jonge als oude exemplaren, maar hebben bij grote plagen maar een beperkte invloed, constateerden gemeenten die nestkasten hadden laten ophangen.


In de broedtijd eten koolmezen voornamelijk insecten en insectenlarven. Zij nestelen zich in boomholten en ook vaak in nestkastjes. De voorkeur gaat uit naar een vlieggat dat een paar millimeter groter in doorsnede is dan dat van de pimpelmees. Het gat moet het liefst 32 mm zijn. Bij voorkeur hebben ze een nestkast met een minimale binnenmaat van 12×12×25 centimeter.

dinsdag 12 april 2022

Vlaamse Gaai zit vanaf een paal te zingen

Gaaien staan bekend om hun schreeuwende roep. Behalve hun vermogen om andere vogels te imiteren beschikken ze ook over een eigen zang. Die zang hoor je vooral in de broedperiode. Voornamelijk om vrouwtjes te lokken. Voor hun territorium verdediging gebruiken ze hun meer agressieve schreeuw.


Vlaamse Gaai zit vanaf een paal te zingen

De harde zang op de voorgrond is van een Zwartkop. Als je de gaai op de video goed aankijkt, kun je zijn zang wel onderscheiden. De gaai zat ruim 50 meter van de camera verwijderd, en de microfoon stond dicht bij de plaats waar o.a. de Zwartkop zat.


De Gaai heeft een onopvallende zachte zang. Niet te verwarren met zijn vele rauwe kreten en krassen. Daarnaast is het een meester imitator. De meest bekende imitatie is die van de Buizerd. De minder bekende imitaties zijn die van mezen, de lijsterzang, het gekef van eekhoorntjes, kattengemauw en keffen van een hondje zijn minder bekend.


De Winterkoning zingt vanuit een hoog punt

De Winterkoning is een bijzonder klein vogeltje, met de bekende opgerichte staart en luide zang. Is ondanks zijn naam niet bestand tegen koude winters. De karakteristiek is de opstaande staart. Verder klein, bruin en met lichte wenkbrauwstreep. De winterkoning vliegt met snelle vleugelslagen laag boven de grond van struik naar struik. Komt nerveus over met een steeds opwippende staart. Heeft een kleine spitse snavel en fijne pootjes.


De Winterkoning zingt vanuit een hoog punt

De winterkoning komt in het hele land als broedvogel voor. Vereist is voldoende dekking om een nest te kunnen bouwen. Vooral in de bosrijke streken van de hogere zandgronden komt de soort veel voor, maar ook in boomrijke woonwijken en in moerassen en duinen met veel struweel. Als er voldoende groen aanwezig is, komt de winterkoning voor tot in de centra van grote steden. Winterkoningen zoeken hun voedsel in en nabij struikgewas, meestal op of laag boven de grond.

Broedt van half april tot in juli. Heeft twee legsels per jaar, die bestaan uit 5-7 eieren. Broedduur: 13-15 dagen. Nest bolvormig met veel mos, met aan de zijkant een opening. Het mannetje maakt meerdere nesten, waarna het vrouwtje uiteindelijk één nest uitkiest om in te broeden. Als het vrouwtje op de eieren zit, probeert het mannetje een ander vrouwtje te lokken in één van de andere nesten. De jongen zitten 15-19 dagen op het nest en worden tot 18 dagen na uitvliegen nog gevoerd door beide ouders.


Met hun fijne snavel zijn ze gespecialiseerd in het eten van kleine insecten, rupsen, spinnetjes, larven en zaadjes. Ook uit kleine spleten in bijvoorbeeld schors kunnen zij allerlei eiwitrijk gedierte peuteren.

maandag 11 april 2022

Vlaamse gaai man begrijpt wat zijn vrouw wil

Het broedseizoen van de Vlaamse gaai loopt van de maanden april tot en met juli. April is voor de gaaien mannetjes dus de maand om zich uit te sloven om indruk te maken op de vrouwtjes. Als ze dat goed doen ontstaat er een band die tot koppelvorming leidt. Vanmorgen zag en hoorde ik de gaaien, die niet aan het schreeuwen, maar aan het zingen waren, zoals ik eerder al op een video kon vastleggen. De gaai stond al bekend als een slimme vogel, maar nu doet de Vlaamse gaai ook biologen versteld staan.


Deze twee gaaien vormen waarscheinlijk een koppel

De Gaai (Garrulus glandarius) begrijpt wat zijn partner wil, iets wat tot nu toe alleen bij de mens aangetoond, volgens onderzoekers Ljerka Ostojić, Rachael C. Shaw, Lucy G. Cheke en Nicola S. Clayton van De Universiteit van Cambridge vast stelden. Het Britse wetenschappelijk vakblad PNAS publiceerde daar in 2013 al over. Onderzoekers van de universiteit van Cambridge haalden diverse stelletjes Vlaamse gaaien uit elkaar. De vrouwtjes werden in een apart hok gezet. De mannetjes konden niet bij de vrouwtjes komen, maar de vrouwtjes wel zien. Vervolgens voerden de onderzoekers de vrouwtjes één bepaalde soort larf, een wasmot of een meelworm. De vrouwtjes waren er gek op. Na enige tijd mochten de mannetjes weer bij hun vrouwtjes komen. Ze kregen toen de keuze: hun vrouwtje een wasmot of een meelworm cadeau doen. De vrouwtjes die in de periode ervoor alleen maar wasmotten hadden gehad, kregen van hun mannetjes een meelworm. Voor de vrouwtjes die alleen meelwormen hadden gehad, kozen de mannetjes een wasmot uit. De vrouwtjes waren maar wat blij met die verandering in hun daarvoor zo eentonige dieet.

De onderzoekers experimenteerden ook met andere soorten voedsel en situaties waarin mannetjes hun vrouwtjes niet konden zien. Uit die experimenten bleek dat mannetjes moeten zien hoe hun vrouwtjes voortdurend hetzelfde maaltje krijgen om te weten dat ze haar iets anders voor moeten schotelen. Dat wijst erop dat de Vlaamse gaaien niet uit het gedrag van hun vrouw afleiden wat ze wil, maar echt reageren op de innerlijke toestand van de dames. De resultaten wijzen erop dat Vlaamse gaaien kunnen bedenken dat een andere Vlaamse gaai een bepaald verlangen heeft. "Het toeschrijven van een bepaalde innerlijke toestand aan iemand anders, vereist het basale begrip dat anderen van je verschillen en dat de innerlijke toestand van anderen onafhankelijk is en anders is dan die van jezelf," vertelt onderzoeker Ljerka Ostojic.

Het idee dat Vlaamse gaaien zich daarvan bewust zijn, wordt ook onderschreven door iets anders wat de onderzoeker tijdens hun experimenten zagen gebeuren. Wanneer mannetjes de gelegenheid kregen om hun vrouwtjes te voeden, kozen ze voor voedsel dat het vrouwtje al een tijdje niet gehad had en waar ze dus extra naar zou verlangen. Maar wanneer de Vlaamse gaaien het vrouwtje niet konden voeden en konden kiezen uit een wasworm of meelworm, kozen ze voor de worm waar ze zelf trek in hadden. Dat schrijven de onderzoekers in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences.


Maar waarom is het voor Vlaamse gaaien belangrijk om te weten wat hun vrouwtjes willen? De onderzoekers vermoeden dat het alles te maken heeft met het feit dat Vlaamse gaaien monogaam zijn en dus voor lange tijd een relatie aangaan. In zo’n situatie is het belangrijk om op elkaars innerlijke staat te kunnen reageren. Wanneer mannetjes weten wat hun vrouwtje nodig heeft, kunnen ze haar dat geven en laten zien dat ze een goede partner zijn. "Je kunt het vergelijken met een man die zijn vrouw chocolaatjes geeft. Het geven en ontvangen van chocolaatjes is een belangrijk bindmiddel, maar een man die zijn vrouw chocolaatjes geeft die ze op dat moment echt wil hebben, verbetert de band met haar op veel effectievere wijze: hij komt in een goed boekje te staan en bewijst dat hij een betere levenspartner is."

De Merel is nog druk met nestbouw

Vandaag zag ik de merels druk in de weer. Of ze zijn weer bezig met het bouwen van een nieuw nest, na een eerste - mogelijk mislukt nest - of ze zijn gewoon laat voor de gewoontes van een Merel. De vrouw had mos tussen haar snavel om het nest nog wat mee te bekleden. Laat hopen dat dit jaar goed gaat met de merel. De Merel is de vogel waar dit jaar een groot onderzoek naar wordt opgezet. Daarom is 2022 uitgeroepen tot "Jaar van de Merel".


De merel man was in de nabijheid van het vrouwtje, en liet met zijn zang weten wie daar de baas is.

Stichting Sovon Vogelonderzoek Nederland en Vogelbescherming Nederland kiezen ieder jaar een vogelsoort waar we ons in het bijzonder op richten. Dat doen ze door middel van (publieks)onderzoek en door meer aandacht voor deze vogel te vragen. Dit jaar gaat het anders. Ze hebben zich in 2021 al voorbereid op 2022: het Jaar van de Merel. Wie kent hem niet, met zijn zwarte pak en parmantige gele snavel: het merelmannetje dat vanaf de hoek van het dak zijn dromerige lied zingt. De merel is de meest algemene vogelsoort van ons land en een bekende tuinvogel. Maar vanaf 2016 is er iets opmerkelijks aan de hand: de aantallen duikelen omlaag. In een paar jaar tijd is bijna 30 procent van de broedende merels verdwenen, zo blijkt uit landelijke tellingen. Veel vogelliefhebbers zagen ‘hun eigen’ merel ineens niet meer.

Sovon en Vogelbescherming willen graag weten waar deze forse afname door komt. We vermoeden dat het usutu-virus veel slachtoffers heeft gemaakt. Is dat inderdaad zo en maakt het virus nog steeds slachtoffers? Of brengen merels ook minder jongen groot? En zijn er verschillen tussen de aantallen merels binnen en buiten het stedelijke gebied? Hoe algemeen deze soort ook is, ze blijken heel veel dingen nog niet te weten. Daarom duiken ze in het Jaar van de Merel dieper in de aantalsontwikkeling en het broedsucces van de soort.


In 2022 staat een groot publieksonderzoek op het programma. Merels zijn niet zo dol op stenen en tegels. Maar ook 2021 stond in het teken van deze soort. Dat jaar gebruikte ze al om vooronderzoek te doen. De focus lag vooral op nestonderzoek. Hiermee wilde ze onderzoeksvragen opstellen die ze dit jaar (2022) samen met een brede groep belangstellenden kunnen beantwoorden. Kijk op www.jaarvandemerel.nl hoe u dit jaar mee kunt doen.

Hopelijk draagt het onderzoek in het Jaar van de Merel bij aan een beter begrip van de kwaliteit van onze wijken, tuinen, parken en plantsoenen voor de vogels met wie we onze steden en dorpen delen!

vrijdag 8 april 2022

Zonder riet ook geen Rietgors

Als je een Rietgors (Emberiza schoeniclus) wilt zie en horen moet je naar gebieden veel riet groeit. Dat kan aan de waterkant van beken, rivieren en kanalen zijn, maar ook aan de waterkant van vennen en moerassen. Een van de plaatsen waar veel Rietgorzen voorkomen is het Diessens Broek. Het Diessens broek is een vogelrijk gebied aan de weeszijde van het Wilhelminakanaal tussen het Brabantse Diessen en Moergestel.



Rietgors man (Emberiza schoeniclus)

Het is een middelgrote Gors, 13,5-15,5 cm lang met een kleine en donkere snavel. Het verenkleed is grotendeels bruin en beigewit met donkere strepen en witte staartzijden. Mannen zijn in de zomer goed te herkennen aan de zwarte kop en keel met de zuiver witte halsband en een smalle witte snorstreep. In de zomer eten ze voornamelijk insecten en spinnen. Vanaf de late zomer worden zaden belangrijk. Rietgorzen zoeken laag in de struiken of op de grond naar eten. Ze zoeken ook naar voedsel in open weilanden, liefst in de nabijheid van water en riet. Al in maart beklimmen de mannetjes rietgors een hoge rietstengel om een eenvoudig liedje te zingen. Ze bezetten daarmee hun territorium en proberen een vrouwtje te lokken. De Rietgors heeft een variabele zang, het bestaat meestal maar uit een paar metaalachtige noten. Roep een dalend "tsieeuw…", in vlucht daarnaast een schor roepje. Ze zingen vooral in de vroege ochtend, soms opleving zang in avond.

Rietgorzen bewonen een waaier van landschappen, van moerassen tot kwelders en boerenland met door riet omzoomde sloten en kanalen. De broedperiode is van half maart t/m half juli. Het nest van de Rietgors wordt door het vrouwtje in een pol op de grond gebouwd. Het wordt van droog gras gemaakt en bekleed met haar. Eén tot twee broedsels per jaar, doorgaans 3-6 eieren, broedduur 12-15 dagen, nestjongeperiode 8-12 dagen, familie blijft tot drie weken na uitvliegen bijeen. Rietgorzen zijn aan het einde van het 1e levensjaar geslachtsrijp. Ze gaan een, meestal monogame, verbinding aan voor 1 seizoen. Hoewel Reitgorsen zaadeters zijn, bestaat het voedsel tijdens het broedseizoen vooral uit ongewervelden als langpootmuggen, springstaarten, eendagsvliegen, haften, steenvliegen, libellen, juffers, diverse ongevleugelde insecten en spinnen. De jongen worden hiermee in aanvang gevoerd. Nadien krijgen ze steeds meer zaden vanuit de slecht ontwikkelde krop.


Rietgors vrouw

In het winterhalfjaar verblijven vrij kleine en wisselende aantallen Rietgorzen in ons land. Het is een mix van eigen broedvogels (deels standvogel, deels trekker) en Noord-Europese overwinteraars. Op voedselrijke plekken, zoals verruigde moerassen, kruidenrijke akkers of vergraste heide, kunnen zich groepjes van enkele tientallen of meer ophouden. Doortrek in het najaar wordt geconstateerd tussen half september en half november, met de piek in de tweede helft van oktober. De voorjaarstrek speelt zich grotendeels af in maart en de eerste helft van april.

De Rietgors is beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn en de Wet natuurbescherming. Voor deze soort zijn in Nederland geen Natura 2000-gebieden aangewezen. De Staat van Instandhouding van de Rietgors als broedvogel in Nederland is gunstig.

woensdag 6 april 2022

Knobbelzwanen druk bezig met nestbouw

Vanmorgen was ik na 3 jaar afwezigheid afgereisd naar de Kattesteertvijver aan de zuidkant van het Prinsenpark in het Belgische Retie. Dat komt door de Covid-19 pandemie. Niet alleen omdat het risico op besmetting lange tijd erg risicovol was, maar België is ook een tijd in lockdown geweest. Als u ook en bezoekje wilt brengen, moet je rekening houden met wegwerkzaamheden, waarbij vanuit Retie richting Geel de weg is omgeleid. Terug naar Retie is wel mogelijk zonder omleiding.


De Knobbelzwanen lijken een nestplaats klaar te maken

Eenmaal aangekomen ging ik eerst even met de verrekijker kijken of ik de moeite moest getroosten om de fotocamera uit de auto te nemen. Het was bewolkt, en het waaide flink. De vogels zitten hier wel dichterbij als in Reusel op het Beleven. Bovendien is er op de bezoekersplaats een half open kijkhut, met doorlopende kijkwanden. De vogels op het water lijken zich niet druk te maken om de bezoekers die zich in de kijkhut en achter de kijkwand ophouden. Ik was nog maar even aan het rondkijken toen ik een koppel Knobbelzwanen bezig zag met het in gereedheid brengen van een nestplaats. Het vrouwtje was rietstengels aan het verzamelen en maakte daar een beging mee wat waarschijnlijk een nest moet worden.

De half open vogelkijkhut - kijkwand ligt op het eilandje van de Kattesteertvijver langs de Koninghoefsedijk, een Kasseienweg van de Geelseweg naar Geel Ten Aard. Het is meer een weg voor de landbouw. De kasseien liggen er zo slecht dat er meer door de berm gereden wordt. De berm is daarom halfverhard met gebroken puin. De auto dient bij de Kattesteertvijver in de wegberm geparkeerd te worden. Om bij de spottersplaats te komen is er een loopbrug aangelegd met aan de zijkanten gesloten wanden. Dit om te verhindert dat de vogels worden opgejaagd tijdens het oversteken van de brug. Hier is tijdens het broedseizoen de IJsvogel te zien. Verder de diverse zwanen, Krooneend, Wilde eend, Fuut, Dodaars, Blauwe reiger, Zilverreiger, Meerkoet, Grauwe gans en zo meer...


Knobbelzwanen (Cygnus olor) zijn sierlijke witte watervogel. Geheel wit verenkleed. Poten zwart of vleeskleurig, gekweekte vorm). Jonge knobbelzwanen komen in twee varianten voor: met een bruin verenkleed en een wit verenkleed. Brede, platte, oranje snavel. Het mannetje is groter; hij heeft ook een zwaardere nek. Het mannetje heeft een knobbel bovenop de snavel; bij vrouwtjes ontbreekt die. In de lente zwelt die knobbel aan en wordt de snavel roder. Ze hebben een opvallend geluid van vleugelslag, uniek voor deze soort. Verder nogal zwijgzaam, heeft knorrende roep.

Knobbelzwanen broeden van april t/m eind augustus. Een nest per jaar met 5-7 eieren. De vrouw broedt die uit in 36 dagen. Langs de oever of soms in het riet zit de knobbelzwaan op een groot nest van takken, riet en plantaardig materiaal dat door de man fel wordt verdedigd met de kop naar achter, opgezette vleugels en een sissend geluid. Ze broeden vanaf het derde of vierde jaar. Beide partners van een broedpaar zijn elkaar meestal een leven lang trouw. Sterft een van beide vogels, dan zoekt de ander soms pas na enkele jaren een nieuwe partner.


De knobbelzwaan kan een spanwijdte van 2,40 meter bereiken. Hij is 140 tot 160 cm lang. Met zijn lange nek kan hij ver onder water reiken. Met 10 tot 12 kg behoort de knobbelzwaan tot de zwaarste vliegende dieren. Hij is ongeveer even groot als de wilde zwaan, maar veel groter dan de kleine zwaan. De knobbelzwaan is wit en heeft een oranjerode snavel. De kop en hals hebben een lichtgele schijn. De onbevederde huid aan de snavelwortel en om het oog, onder de voorhoofdsknobbel, is zwart. Ook de poten zijn zwart. De ruglijn is sterk gebogen. De hals wordt bijna altijd in een S-vorm gehouden. Die hals heeft het grootste aantal halswervels van alle vogels. De kop wordt altijd iets omlaag gebogen. De snavel is relatief breed. Er is weinig maar duidelijke seksuele dimorfie. Het mannetje is groter; hij heeft ook een zwaardere nek. Het mannetje heeft een knobbel bovenop de snavel; bij vrouwtjes ontbreekt die. In de lente zwelt die knobbel aan en wordt de snavel roder.

vrijdag 1 april 2022

Sneeuwlandschap op 1 april 2022

Maart roert zijn staart, april doet wat hij wil. April leek niet te kunnen wachten. Het was nog maar net middernacht of het begon bij ons te sneeuwen. Vanmorgen lag er nog een dun laagje. Na enkele uren was al dat moois weer weggesmolten. De lente keerde weer terug. De regionale verschillen zijn heel groot, Maar bij ons in de Brabantse Kempen heeft het weer gesneeuwd. In het noorden van het land lag er plaatselijk 5 tot 10 cm.


De vink mag blij zijn dat hun broedseizoen nog niet is begonnen.

Ook in Brabant had het op 1 april gesneeuwd. Het gevecht tussen de zachte en koude lucht vond boven de provincie plaats. Zit je net aan de warme kant, dan was de sneeuwval net niet intens genoeg om te blijven liggen of valt de neerslag in de vorm van natte sneeuw of regen. Dan blijft natuurlijk niks liggen. Op sommige plaatsen wint de koude lucht het echter wel. Daar sneeuwt het flink door en heb je wel een witte wereld. Dus als je 's morgens de gordijnen thuis opendoet, is het een beetje een verrassing of er wat sneeuw ligt of niet. Maar op de plaatsen waar wat ligt, ligt ook best een mooi laagje.


De verbindingswegen zijn schoon, maar daarnaast is de sneeuw nog even blijven liggen. Op deze foto's zie de Neterselse Heide, en de weg van Netersel naar Westelbeers. Het oosten en zuidoosten van ons land kunnen vandaag nog lang te maken houden met van tijd tot tijd sneeuw. Elders wordt het geleidelijk droog en zal de sneeuw smelten. Vanmiddag wordt het 2 graden, en op de plaatsen waar de zon doorbreekt zelfs 6 graden. Vannacht koelt het af tot -1 °C en is de wind matig, windkracht 3. Morgenochtend begint de dag zonnig en is de temperatuur ongeveer 2 °C.


De witte bloesem in de tuinen waren niet meer te herkennen. Alles was wit geworden. Gelukkig was het niet zo koud. Als het ook nog hard was gaan vriezen zouden de boomknoppen kapot kunnen vriezen. Vooral voor fruittelers zou dat een enorme schade kunnen veroorzaken.

UPDATE 3 april: In de nacht van 2 op 3 april werd het record koud. Met name in Eindhoven. Daar daalde de temperatuur naar -5,9 graden. Een dik dagrecord voor 2 april en een evenaring van de koudste aprilnacht sinds het begin van de metingen. Op 2 april 1996 werd het daar ook -5,9 graden. Gelukkig werd het bij het opkomen van een bewolkingsloze zon weer snel warmer. De temperatuur loopt bij deze afwisseling van zon en wolkenvelden op tot 7 of 8 graden 's middags.