zondag 30 december 2018

Twee jaar terug; Wilde zwaan op het Beleven

Het is al weer twee jaar geleden. Zaterdag 2 januari 2016 zaten een aantal Wilde zwanen in Reusel op het Beleven. Daarna zijn ze niet daar meer gezien. Het werd sindsdien niet koud genoeg meer in Noord Europa om de zwanen naar het zuiden af te laten zakken om daar voedsel te kunnen vinden. In het zuiden van Scandinavië werd het niet veel kouder als bij ons en sneeuw viel er ook maar weinig. Waarom zouden ze ook verder vliegen als er daar voldoende voedsel te vinden is? Om ze hier terug te zien zal het harder moeten gaan winteren in Noord Europa. Dat zou zo maar kunnen als er een aanhoudend hogedrukgebied boven IJsland en Groenland ontstaat en blijft hangen.

Een Wilde zwaan die zijn vleugels even uitslaat.

Zoals alleen warmte en zonnig weer de zomer tot een zomer maken, horen koud weer met sneeuw en ijs bij de winter. Het is dan ook niet vreemd dat je als meteoroloog in de zomer op de weerkaarten naar zomerweer zoekt, terwijl je interesse in de winter vooral naar winterse weerkaarten uitgaat. Daarbij is de kans op succes tegenwoordig in de zomer overigens een stuk groter dan in de winter. Winterkaarten zijn zeldzaam. Nu de decembermaand op zijn einde loopt en we weten dat de maand erg zacht en nat is geweest, begint het langzaamaan interessanter te worden. De maand januari werpt zijn schaduwen vooruit, de eerste van de twee wintermaanden die we nog voor de boeg hebben.

Twee ijzers in het vuur
Zo langzamerhand begint het erop aan te komen. Twee ijzers hebben we, als het om winterweer gaat, nog in het vuur: het zonnevlekkenminimum dat in de loop van de winter op het ontstaan van hogedrukgebieden boven Noord-Europa zou kunnen uitdraaien en de Modoki-El Niño, die aan een koude februari maand zou kunnen voorafgaan. Met dit dubbele gereedschap in het achterhoofd, wordt iedere modelrun breed gewogen. Wat we zien, is nog niet heel erg spannend.

December voldeed niet helemaal
Eerst even een klein beetje geschiedenis. Was het de decembermaand die we verwachtten? Ja en nee. Ja, omdat het zacht en nat was. Nee, omdat de westcirculatie zoals we die zagen niet helemaal voldeed aan het beeld dat we van tevoren hadden. De Oceaan had dan wel de macht, maar hogedrukgebieden stonden zeker niet buiten spel. Er rolde zelfs een kortdurende periode met winters weer uit de bus, uitlopend op een geslaagde dooiaanval met wat sneeuw.

Hogedrukgebied is er alweer
Verder waren de temperaturen wel hoog, maar zeker niet recordhoog. En de verwachte stormen bleven uit. Sterker nog, de laatste dagen is de westcirculatie alweer geblokkeerd. We zitten in onze omgeving tegen een sterk hogedrukgebied aan te kijken. Voor winterliefhebbers ligt het wel helemaal verkeerd, namelijk ten zuiden van Nederland. Bij ons kan relatief zachte en vochtige lucht met een zuidwestelijke wind daardoor nog makkelijk het land binnenkomen. Met wolkenvelden en een vaak wegblijvende zon als gevolg. Alleen het zuiden zit wat dit betreft iets beter.

Parelmoerwolken
Ondertussen is er op de achtergrond wel van alles aan de hand. Een paar dagen geleden werden we in het noorden van Nederland met de zeer zeldzame parelmoerwolken wakker. Het zijn wolken die in de stratosfeer op een hoogte van ongeveer 25 kilometer ontstaan als het daar extreem koud is. De afgelopen dagen werden er temperaturen van rond -85 graden gemeten. Zulke kou op grote hoogte hoort eigenlijk niet boven Nederland thuis, maar boven de Noordpool. Dat die koude lucht wel naar onze omgeving is gestroomd, komt doordat de stratosfeer boven de Noordpool op dit moment aan een snelle opwarming onderhevig is. De windpatronen, die er normaal heel duidelijk en westelijk zijn, worden daardoor helemaal op hun kop gegooid. En zo kan de kou naar ons toe wegstromen.

Latere gevolgen voor ons weer?
Omdat die koude lucht heel hoog in de atmosfeer ligt, heeft dit voor het weer bij ons verder geen gevolgen. De verstoring van het windpatroon in de stratosfeer boven de Noordpool kan uiteindelijk wel gevolgen voor het weer bij ons krijgen, al gaan daar nog wel een paar weken overheen. Zo’n verstoorde stratosferische drukverdeling komt in het algemeen langzaam naar beneden en zal uiteindelijk ook de drukverdeling die wel voor ons weer van belang is gaan beïnvloeden.

ECMWF hint op verandering
Wat we ervan kunnen verwachten, is hier niet helemaal duidelijk. Terwijl het boven de Noordpool in de stratosfeer straks heel anders dan normaal is, blijft in het stukje dat voor het weer bij ons van belang is wel steeds een straffe westenwind waaien, zoals normaal ook het geval is. Mogelijk merken we er dus zelfs helemaal niets van. Aan de andere kant bestaat ook nog steeds de kans dat dit gebied met westelijke winden in twee stukken wordt opgebroken. Dan wordt het ook voor het weer bij ons interessanter, want kunnen in de buurt van IJsland en Groenland hogedrukgebieden ontstaan die koude lucht wel tot in de buurt van Nederland kunnen brengen. Met dan een toenemende kans op vuil winterweer, met vorst vooral in de nachten en een vrij grote kans op sneeuw. De laatste twee runs van het Europees Centrum voor Weersverwachtingen op Middellange Termijn laten zoiets begin januari voor de eerste keer voorzichtig gebeuren.

Hogedrukgebieden Scandinavië?
Hogedrukgebieden boven Scandinavië lijken voorlopig juist minder kans te maken. Op basis van de huidige verdeling in de bovenlucht, moet de atmosfeer daar op hoogte vooral koud blijven. Een voedingsbodem die vooral geschikt is voor lagedrukgebieden en niet voor hogedrukgebieden.

Voorlopig vaak bewolkt
Dus: voorlopig hoeven we het over de westcirculatie even niet te hebben en zijn het opnieuw hogedrukgebieden aan zet. Voorlopig in de buurt van Nederland en wel op zo’n manier dat het in onze omgeving vaak bewolkt is. Alleen in gebieden waar het in de nachten even opklaart, kan het een paar graden vriezen, anders is het boven nul. Overdag temperaturen steeds tussen 5 en 10 graden en als een verzwakt frontrestant passeert kan ook een beetje regen of motregen vallen.

Na de jaarwisseling anders?
Pas na de jaarwisseling wordt het voorzichtig interessanter. Omdat die sterke opwarming van de stratosfeer boven de Noordpool dan echt vorm krijgt en we de details goed in de gaten moeten gaan houden. Want daar zal het vervolg van de winter in hoge mate van gaan afhangen. Het wordt dus spannend de komende weken. En dat vooral eerst in de stratosfeer, hoog boven ons.

Bron: MeteoGroup.


De wilde zwaan (Cygnus cygnus) is een ongeveer 1,5 meter grote, witte zwaan die voorkomt in Noord-Europa en Azië. De lengte varieert van 140 tot 165 centimeter; de spanwijdte bedraagt 205 tot 275 cm. Het onderscheid met de even grote en ook in Noordwest-Europa voorkomende knobbelzwaan is dat de wilde zwaan een zwarte snavel heeft met een grote gele vlek aan de basis. De gele vlek loopt naar voren uit in een punt, een verschil met de afgeronde en minder ver naar voren doorlopende gele vlek bij de kleinere maar in uiterlijk verder sterk gelijkende kleine zwaan (Cygnus bewickii). De bovenkant van de snavel verloopt recht, zonder de knobbel die de knobbelzwaan heeft. Wilde zwanen zijn schuwer dan de knobbelzwaan, en geven de voorkeur aan een rustige nestelgelegenheid. Ze zijn luidruchtig, zowel tijdens het vliegen als bij de verdediging van hun territorium.

Sinds 2005 broeden er Wilde Zwanen in Nederland. Het gaat tot nu toe om een enkel paar in Zuidwest-Drenthe, in soms wisselende samenstelling, dat verschillende jongen grootbracht. Mogelijke broedpogingen elders in Noordoost-Nederland bleven zonder succes. De vestiging in Nederland past in de toename van de Noord-Europese broedpopulatie (tot meer dan 10.000 paren) en de uitbreiding van het verspreidingsgebied in zuidelijke richting, onder andere in Duitsland.

Als echte wintergast wordt de Wilde Zwaan bijna uitsluitend tussen november en maart gezien. Ons land ligt aan de zuidwestrand van het overwinteringsgebied en is in Europees opzicht van betrekkelijk geringe betekenis voor deze soort. Het aantal Wilde Zwanen dat Nederland bezoekt is gewoonlijk klein (minder dan 2500 ex.) , maar neemt snel toe bij strenge vorst en zware sneeuwval ten noordoosten van ons land.. Tijdens een influx verblijven er tot 7000 Wilde Zwanen in ons land. Groepen zoeken zowel open agrarische gebieden op (Veenkoloniën, Noordoostpolder, Wieringermeer) als grote open wateren (Veluwemeer). Ze blijven gewoonlijk vooral in het noorden en oosten van het land hangen. Bij verplaatsingen vanwege het winterweer, of na overstromingen langs de Grote Rivieren, zijn Wilde Zwanen ook in de zuidhelft van het land wat algemener.

vrijdag 28 december 2018

Winter wandeling Pals-Cartierheide Hapert

Vanmorgen was het landschap bekleedt met rijp. De planten en al het andere dat zich in de open lucht bevond was bedekt met een dun laagje ijs. Omdat er geen pufje wind stond was het niet koud. Toen de zon over de bomen heen scheen werd het helder, en een genot om in de open natuur te vertoeven.

Een bevroren landschap op de Pals en de Cartierheide in Hapert

Na een nachtvorst van een graad of drie, was het het landschap vanmorgen op de meeste plaatsen enigszins wit, beschutte plaatsen daargelaten. Veel hoop op een echte winter is er de laatste jaren niet meer, en een witte Kerst helemaal niet. Het opwarmen van de aarde is de laatste jaren vooral in de winter dan ook zichtbaar geworden. Maar goed, we doen wat we kunnen, we isoleren onze huizen, gaan de komende jaren langzaam van het gas af en rijden in de toekomst elektrisch. Als je elke voormiddag de natuur in trekt, kan thuis de verwarming ook wat lager ingesteld worden.

De Pals ligt gedeeltelijk, en de Cartierheide vrijwel geheel, op grondgebied van Hapert. O.k., het is gemeente Bladel, waar het overige deel van de Pals ligt. De Pals omvat 265.000 ha natuur. De Cartierheide is een natuurgebied dat onderdeel uitmaakt van het Natuurgebied De Kempen en dat zich bevindt in de Nederlandse gemeente Bladel. Het gebied is 172 ha groot en ligt op 3 km afstand van de Belgische grens, ingeklemd tussen de weg van Eersel naar Postel en de snelweg A67/E34 ter hoogte van Hapert.

Deze Rode Heidelucifer (Cladonia floerkeana) Stond half beschut.

De Rode heidelucifer (Cladonia floerkeana) is een korstmos dat voorkomt op venige en zandige grond en op rottend hout in heiden, stuifzanden en duinen, soms op rieten daken. Rode heidelucifer is geen mos en ook geen paddenstoel, maar een korstmos. Korstmos is een nauwe samenwerking tussen een schimmel met algen. Die samenwerking wordt wel symbiose genoemd. Het schimmelgedeelte is de basis, maar kan geen voedsel maken. Daar zorgen de algen op hun buurt weer voor. De kleur is grijsgroen en ze hebben altijd een rode top. De Rode heidelucifer kan verward worden met Dove heidelucifer (zie hierboven).

Deze ‘lucifer’ is staafvormig, rechtopstaand, onvertakt of bovenaan fijn vertakt. Onderaan de takjes bevinden zich veel blaadjes. Deze korstmossoort is gemakkelijk te verwarren met de rode heidelucifer. Het is één van de circa 350 korstmossoorten op aarde, waarvan er circa 50 in Nederland voorkomen.

Het Bruin Bekermos (Cladonia grayi) is omzoomd door rijp.

Bruin bekermos komt voor op dode bomen, boom stonken en boomtakken, op de grond, op hout en op steen. Bruin bekermos is te herkennen aan de verweerde bruin/roze rand en de afstaande schubben; naar boven toe kleurt de beker vaak bruin.

Er bestaan verschillende vormen van bekermos met steeds een andere schimmelsoort: kopjesbekermos, fijn, bruin, rood en smal bekermos, frietzak-bekermos, stapelbekertje en rode en dove heidelucifer. De laatste twee heten zo omdat op de rand van de schimmelgroene bekertjes vaak vuurrode vruchtlichamen zitten, die op een lucifer-kop lijken.

Meestal is het thallus, dat de holle bekertjes vormt, te zien als een plakkaat op de grond of op hout. De meeste soorten hebben gesteelde grijsgroene bekertjes. Alleen bij het bruine bekermos zijn ze bruin of gemarmerd bruingroen. Prachtige bekertjes met rode vruchtlichaampjes heeft het rode bekermos.

Bevroren Dove Heidelucifer (Cladonia macilenta)

De Dove heidelucifers is een bescheiden korstmos. Niet alleen duidelijk minder algemeen maar ook nog eens minder scheutig met de verfkwast dan veel andere soorten, zoals de Rode heidelucifer, en het rood- en bruin bekermos. Geen bekers met opgezwollen randen maar een bijna kaal steeltje met een klein rood kopje. Dove heidelucifer is een struikvormige soort, dat wil zeggen een mos met een uiterlijk als een struik met staafvormige, spiesvormige of bekervormige ‘takken’.

Je vindt de Dove heidelucifer op droge heide, in schraallanden en stuifzanden, direct op de grond maar ook vaak op rottende boomstronken, mits deze niet teveel in de schaduw liggen. Op dik, liggend, ontschorst, vermolmd stamhout van dennen en ook wel eiken en op rieten daken van boerderijen en schuren. Als je goed zoekt, zal je hem altijd wel vinden, want hij is niet zeldzaam. Met de rode vruchtlichamen is hij onmiskenbaar. Ontbreken die, dan is hij te herkennen aan de lichtgroene kleur en het grijzige poederige (melige) oppervlak van de takjes. Dit verklaart ook zijn tweede naam “Melige heidelucifer”.

donderdag 27 december 2018

Fijne feestdagen en een gelukkig 2019



Fijne feestdagen en een Gelukkig Nieuwjaar. Dat 2019 een goed jaar mag zijn. Veel gezondheid en voorspoed.




Met vriendelijke groet,
Jozef van der Heijden.

Mijn blogs:
https://jozefvanderheijden-foto.nl
https://www.youtube.com/channel/UCd-db6t8yiwDymhodccqmyg
https://www.facebook.com/natuurfoto.nl
https://twitter.com/HeijdenJozef

http://vogelkijkhutten.blogspot.nl
https://vogel-spotter.blogspot.nl
https://www.facebook.com/vogels.spotten

"Visuele verhalenverteller" en "Rijzende ster"

Sinds 28 oktober 2018 ben ik lid van de Mossen & Korstmossen Facebook groep (een besloten groep). Twee keer werd een van mijn foto's uitgekozen als foto van de maand, en dus de omlagfoto van de Mossen & Korstmossen Facebook groep. De eerste keer op 30 oktober, en vandaag de tweede keer. Op 30 oktober, twee dagen nadat ik mij als lid aanmelden, werd een foto van Sinaasappelkorst verkozen toto De groepsfoto van de maand November. Vanmiddag de tweede keer, met de Dove Heidelucifer (Cladonia macilenta).

Als je nieuw lid bent geworden staat bij je naam een pictogram van een handje, een "Visuele verhalenverteller" word je als je doorlopend afbeeldingen of video's met de groep deelt en door mensen worden gewaardeerd. Een "Rijzende ster" word je als je als lid berichten met veel betrokkenheid gemaakt hebt binnen de eerste maand(en).

Mijn tweede omslagfoto (foto van de maand - januari 2019) bij de Mossen & Korstmossen Facebook groep. De vermelding van de gekozen "foto van de maand omslagfoto" door beheerder Ton Van de Blaak, Beheerder Ton Van de Blaak heeft de omslagfoto van de maand.


De Mossen & Korstmossen Facebook groep is een besloten groep, vandaar dat de foto's screenshots zijn van de groep. Als je geen lid bent krijg je geen toegang tot de groep, en kan ik met een link niets laten zien op de Facebook-groep.

Bevorderd tot: "Visuele verhalenverteller" en "Rijzende ster" bij Mossen & Korstmossen Facebook groep


Ben je toch geïnteresseerd in de groep, meld je dan aan op https://www.facebook.com/groups/182988628552328/. Paddenstoelen zijn mooi, maar mossen en korstmossen zijn echt fascinerend mooi.


dinsdag 25 december 2018

Kerstwandeling Cartierheide Hapert

Wat doe je op Kerstdag ochtend? Gewoon wat je anders doet, de bossen in of de heide op. Vanmorgen deed ik het allebei, en wel op de Cartierheide in Hapert. Ik was benieuwd of er in het Pannegoor ven weer water zou staan. Het antwoord lees je hier onder. Verder zag ik een aantal Kramsvogels op het Pannegoor ven. Ze zaten te ver weg om er een goede foto van te kunnen maken. De foto's die ik daar van maakte zijn nog net goed genoeg om ze te kunnen gebruiken voor een aanmelding bij waarneming.nl. Wat ik wel goed genoeg vond zie je hier onder.

Het Cartierheide ven, het 'Pannegoor ven' bied plaats aan veel watervogels, maar dan moet er wel voldoende water in staan.

De Cartierheide ligt binnen het gebied van Boswachterij de Kempen. Het gebied wordt beheerd door Staatsbosbeheer, en valt onder het district Staatsbosbeheer Leende. De naam De Cartierheide is ontleend aan jhr. Emile de Cartier de Marchiennes. Deze kocht in 1863 het nabij deze heide gelegen Duizels Hof en gebruikte de heide als jachtterrein. Tijdens de tocht loopt men op de Cartierheide over een bijzonder mooi berkenlaantje de 'Pannegoor Passage', een beschut dijkje tussen het water van een ven en de heide. Dit berkenlaantje herinnert aan de baron, hij liet het ven genaamd 'het Pannegoor' uitgraven, waarbij men vanuit uit het berkenlaantje ongezien op de eenden en andere watervogels in de vennen kon jagen. 98% van deze wandeltocht is onverhard.


Geweizwam - Xylaria hypoxylon

De geweizwam (Xylaria hypoxylon) is een voorbeeld van de zakjeszwammen, dat grillige vormen aan kan nemen. De geweizwam is een kleine, knotsvormige of plat cilindrische zwam tot 6 cm hoog. Aan de bovenkant komen vaak vertakkingen voor, waardoor de gelijkenis met een gewei ontstaat. In hun jeugd zijn ze bedekt met een wit poeder. Dit zijn de sporen die in de ongeslachtelijke fase worden voortgebracht (conidiën). Later in het najaar gaan ze over tot de geslachtelijke fase. De kleur verandert dan naar zwart en de sporen zitten niet meer aan de buitenkant. In het tweede jaar zijn de vruchtlichamen geheel zwart en onvertakt en ontstaan er sporen die in zakjes langs geslachtelijke weg worden gevormd. De Geweizwam komt zeer algemeen voor gedurende het hele jaar. De zwam is te vinden op dode takken en stronken, vrijwel uitsluitend van loofbomen.


Dove Heidelucifer - Cladonia macilenta

De Dove heidelucifers is een bescheiden korstmos. Niet alleen duidelijk minder algemeen maar ook nog eens minder scheutig met de verfkwast dan veel andere soorten, zoals de Rode heidelucifer, en het rood- en bruin bekermos. Geen bekers met opgezwollen randen maar een bijna kaal steeltje met een klein rood kopje. Dove heidelucifer is een struikvormige soort, dat wil zeggen een mos met een uiterlijk als een struik met staafvormige, spiesvormige of bekervormige ‘takken’.

Je vindt de Dove heidelucifer op droge heide, in schraallanden en stuifzanden, direct op de grond maar ook vaak op rottende boomstronken, mits deze niet teveel in de schaduw liggen. Op dik, liggend, ontschorst, vermolmd stamhout van dennen en ook wel eiken en op rieten daken van boerderijen en schuren. Als je goed zoekt, zal je hem altijd wel vinden, want hij is niet zeldzaam. Met de rode vruchtlichamen is hij onmiskenbaar. Ontbreken die, dan is hij te herkennen aan de lichtgroene kleur en het grijzige poederige (melige) oppervlak van de takjes. Dit verklaart ook zijn tweede naam “Melige heidelucifer”.


Rode Heidelucifer - Cladonia floerkeana

De Rode heidelucifer (Cladonia floerkeana) is een korstmos dat voorkomt op venige en zandige grond en op rottend hout in heiden, stuifzanden en duinen, soms op rieten daken. Rode heidelucifer is geen mos en ook geen paddenstoel, maar een korstmos. Korstmos is een nauwe samenwerking tussen een schimmel met algen. Die samenwerking wordt wel symbiose genoemd. Het schimmelgedeelte is de basis, maar kan geen voedsel maken. Daar zorgen de algen op hun buurt weer voor. De kleur is grijsgroen en ze hebben altijd een rode top. De Rode heidelucifer kan verward worden met Dove heidelucifer (zie hierboven).

Deze ‘lucifer’ is staafvormig, rechtopstaand, onvertakt of bovenaan fijn vertakt. Onderaan de takjes bevinden zich veel blaadjes. Deze korstmossoort is gemakkelijk te verwarren met de rode heidelucifer. Het is één van de circa 350 korstmossoorten op aarde, waarvan er circa 50 in Nederland voorkomen.

Het is één van de circa 350 korstmossoorten op aarde, waarvan er circa 50 in Nederland voorkomen. 20 van deze soorten staat op de Rode Lijst. Het Rode bekermos is het algemeenst van deze rode korstmossen maar de iets schaarserre Rode heidelucifer (Cladonia floerkeana) kun je ook regelmatig tegen komen. Deze Cladonia-soort wordt 1 à 2,5 cm hoog, is meestal onvertakt (behalve aan de top) en heeft een grijsgroene korrelige structuur met een felrood kopje bovenop.


Een korstmos is een schimmel en bestaat uit schimmeldraden die een alg omkapselen. Korstmossen zijn dus samenlevingsvormen van algen en schimmels. Algen of wieren zijn eenvoudige organismen die via het licht koolstofdioxide omzetten in koolhydraten zoals glucose (fotosynthese). De korstmossen profiteren hiervan want een korstmos heeft geen fotosynthese en kunnen zelfstandig geen glucose en zetmeel aanmaken. Korstmossen wordt ook nooit aangetroffen zonder een alg terwijl algen wél in hun eigen levensbehoefte kunnen voorzien. Korstmossen hebben geen stengels, bladeren, bloemen of wortels, maar schimmeldraden.

maandag 24 december 2018

Brandgans op het Beleven Reusel

Op het Beleven en de Belevensche Heide zaten vanmorgen een Brandganzen. Brandganzen zijn (gewoonlijk) trekvogels die vanuit de broedgebieden in het hoge noorden trekken naar Schotland en Ierland, Nederland en de omliggende landen. Vogels die bij ons overwinteren zijn vooral afkomstig van Nova Zembla en Zweden. Overwinteraars komen hier aan in december en verlaten onze streken gewoonlijk in maart.

Brandgans (Branta leucopsis)

De Brandgans (Branta leucopsis) is een gans uit de familie Anatidae (Zwanen, ganzen en eenden). De vogel is 58 tot 70 cm lang en heeft een spanwijdte van 120 tot 142 cm, gemiddeld 15 cm korter dan de grauwe gans. De kop is geelachtig wit; achterzijde van de kop, nek en bovenborst zijn zwart. De buik en de onderkant zijn grijswit met een grijze bandering. De vleugels zijn grijsblauw met zwart-witte strepen. De poten en snavel zijn zwart.Het is een sterke vogelsoort die weinig of geen last ondervindt van vriesweer.


Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit gras, maar ook nuttigen ze diverse mossoorten en ander groen. Ook eten ze naast gras en zeegras ook veel zaden en dit is zeer ongewoon bij ganzen. Het zoeken naar voedsel vindt doorgaans plaats bij daglicht en ze begeven zich bij de dageraad en tegen het vallen van de avond naar veilige gelegen rustplaatsen, bij vollemaanlicht kunnen ze het voedselzoeken de hele nacht voortzetten. Tijdens de poolzomer, wanneer het helemaal niet meer donker wordt, eten ze ook de hele dag door, om een vetvoorraad te vormen voor de trek naar het zuiden in de winter. De brandgans eet voornamelijk eiwitrijke jonge scheuten gras, die tamelijk kort worden afgegraasd. Het eiwit wordt verteerd, en het groene gras zelf wordt via de ontlasting weer uitgescheiden.

zondag 23 december 2018

Paarse schijnridderzwam (Lepista nuda)

Vanmorgen zag ik tijdens een wandeling enkele Paarse schijnridderzwammen, die er nog redelijk goed uit zagen. Ze groeien in het gras, onder enkele eikenbomen.

Paarse schijnridderzwam (Lepista nuda)

De paarse schijnridderzwam (Lepista nuda; synoniemen: Clitocybe nuda, Tricholoma nudum en Agaricus nudus) is een zeer algemeen voorkomende paddenstoel uit de familie Tricholomataceae. De soort lijkt op de paarssteelschijnridderzwam (Lepista saeva), maar deze heeft een lichtgrijs-beige hoed. Een andere verwante soort is de vaalpaarse schijnridderzwam (Lepista sordida).

De paarse schijnridderzwam heeft een blauwachtig lila tot bruine hoed, die naar de rand toe roze tinten vertoont en bij het opdrogen lichter van kleur wordt. De hoed heeft in jonge staat een vlakke tot gewelfde vorm, later vertoont de rand een golvend patroon. De hoedrand kan daarbij inscheuren. De hoed kan een diameter van 6 tot 12 centimeter bereiken. De steel is lila, wordt tot 5 tot 9 centimeter hoog en is bedekt met fijne vlokken of vezels. De voet is soms knotsvormig en sterk verbreed. De lamellen zijn paars en liggen dicht naast elkaar. Het vlees heeft een typische, zoet-aromatische geur en smaak. Bij jonge exemplaren is het vlees paars, later wordt het bleker. De sporen zijn zalmroze.


De paarse schijnridderzwam is eetbaar, maar kan bij individuen allergische reacties veroorzaken. Deze treden voornamelijk op wanneer de paddenstoel rauw wordt geconsumeerd. Een bijkomend gevolg van het rauw eten is indigestie. De soort bevat onder andere trehalose, een natuurlijk voorkomende suiker.

De paarse schijnridderzwam groeit in de zomer en het najaar (september tot november) alleenstaand of in groepen (kan een heksenkring vormen) op een humusrijke of voedselrijke grond. De soort komt voor in loof- en naaldbossen en licht-beboste terreinen in Europa, Noord-Amerika en Australië. Het is een typische saprofyt.

woensdag 19 december 2018

Groot dooiermos tussen Gewoon Schildmos

Groot dooiermos en Gewoon Schildmos zie je veel op bomen die in gebieden staan met intensive veehouderij, maar ook op bomen  langs wegen waar veel verkeer langs komt. Het zijn korstmossen die leven van stikstof dat ze uit de lucht halen. Korstmossen zijn geen planten, maar verbindingen tussen algen en bacteriën.

Het Groot dooiermos tussen Gewoon Schildmos levert een kleurrijk plaatje op.

Groot Dooiermos gedijt in omstandigheden waar veel stikstof en ammoniak in de lucht zit. Rond het Beleven groeit het op zowat elke boom. Of dat een meerwaarde is voor de natuur? Nee, eigenlijk niet. Hoe meer Dooiermos, hoe meer ammoniak en stikstof vervuiling vanuit de intensive veehouderij. En dat is slecht voor de natuur. Het gaat ten kosten van het leefmilieu van de bloemen en insecten, en dus ook van de vogels. Het is een milieubelasting die niet makkelijk ongedaan is te maken.

Groot dooiermos (Xanthoria parietina), ook wel steenkorstmos, is een veel voorkomende en opvallende soort korstmos. De kleur is meestal heldergeel tot oranje, maar ook andere kleurschakeringen komen voor. Meestal zijn er apotheciën (schotelvormige vruchtlichamen) aanwezig, die van binnen donkeroranje zijn gekleurd. De gele kleurstof parietinezuur werd vroeger wel gebruikt als verfstof. De gele kleurstof wordt bloedrood wanneer deze in aanraking komt met een sterke base, zoals kaliloog of natronloog. Dit soort kleurreacties worden veel gebruikt om korstmossen op naam te brengen.


Het groot dooiermos komt vooral voor op basische substraten, en is bijvoorbeeld zeer algemeen in gebieden met intensieve veehouderij: de aanwezigheid van ammoniak bevordert de groei. Het groeit op schors van bomen, op steenachtige ondergrond als beton, baksteen en stoeptegels en zelfs op asbest en op het asfalt van rustige wegen.

De laatste jaren komt de soort in Nederland (en ander delen van Europa) steeds meer voor, omdat ze kan profiteren van vervuiling met stikstofverbindingen. Witstippelschildmos groeit als epifyt op goedbelichte bomen met een niet al te zure schors, soms ook op steen.

Gewoon schildmos
Gewoon schildmos (Parmelia sulcata) is een bladvormige korstmos die behoort tot de orde Lecanorales van de ascomyceten. Gewoon schildmos komt voor op de schors van bomen en dood hout en is in Nederland algemeen voorkomend. Gewoon schildmos lijkt veel op blauwgrijs steenschildmos, maar die heeft isidiën. Gewoon schildmos vormt voor de verspreiding spleetsoralen.

Korstmossen (of lichenen) zijn symbiosevormen van twee of meer verschillende "symbionten" of levensvormen. Eén partner is altijd een schimmel, de zogenaamde "mycobiont". Die leeft samen met een "fycobiont", een blauwwier (Cyanobacterie) of een groenwier, of een combinatie van beide. De mycobiont is de belangrijkste symbiosepartner en kan gewoonlijk voortplantingsorganen vormen. De mycobiont bepaalt dan ook de botanische naam en de systematische indeling van het korstmos.

Het bladvormige thallus is tot 20 centimeter groot en vormt een rozet. De hoekige lobben worden 2 - 6 mm breed en 20 - 50 mm lang. De blauwgrijze tot grijsgroene bovenzijde van het thallus is bedekt met netvormige, verhoogde aderen (pseudocyphellen). Pseudocyphellen zijn kleine, punt- tot streepvormige openingen in het oppervlak van het thallus en zorgen voor de gasuitwisseling. De bladtoppen zijn soms bruin. De onderzijde van het thallus is donker gekleurd en de zwarte, enkelvoudige tot gaffelvormige rhizinen, waarmee de korstmos vastzit op de ondergrond, zitten tot aan de rand.

Paarse korstzwam (Chondrostereum purpureum)

In Netersel bij mijn fotohut staat een deels afgezaagden boompje die voor een groot deel begroeid is door de Paarse korstzwam. Het boompje is na het afzagen wel opnieuw uitgelopen, maar kreeg het deze zomer en najaar erg zwaar te verduren door de extreme droogte. Mogelijk is het boompje daardoor zo verzwakt waardoor het onvoldoende afweer meer had tegen de enzymen uit de zwam.

Paarse korstzwam (Chondrostereum purpureum)

De paarse korstzwam (Chondrostereum purpureum), purperkorstzwam of loodglansschimmel is een paddenstoel uit de familie Cyphellaceae. De soort lijkt op een elfenbankje, maar is paars en aan de rand wit gekleurd. De randen zijn golvend en wit donzig behaard. De onderzijde is glad, donkerbruin of bruin-violet tot bruin. De zwam wordt carpophores genoemd en wordt in de herfst gevormd bij een hoge relatieve luchtvochtigheid met veel regen, mist of dauw en een temperatuur van 10 °C. Hieruit ontstaan de basidiosporen, die bij infectie via wonden loodglans veroorzaken. Zo genoemd omdat de bladeren een loodachtige kleur krijgen als de schimmel de boom heeft aangetast.

De purperkorstzwam wordt gevonden als saprofyt op dood hout van allerlei loofbomen en als parasiet op levende bomen en struiken uit de rozenfamilie. Het veroorzaakt op vruchtbomen loodglansziekte, onder andere bij de pruim en kers. De purperkorstzwam komt het gehele jaar voor en is een algemene verschijning. Het vruchtlichaam heeft een doorsnede van 2-4 cm, is dun en leerachtig. De korsten hebben een opstaande rand. De bovenkant is voorzien van groeven, is viltig en licht grijsachtig geelbruin. De onderkant is lila tot purperkleurig. Later wordt de onderkant meer bruinachtig. Bij een korst zit het hymenium aan de bovenzijde en is aan de violette kleur te herkennen.


De paarse korstzwam wordt gebruikt voor de bestrijding van de Amerikaanse vogelkers. Op de afgezaagde stobben worden de sporen van de schimmel gesmeerd en zodra de schimmel de wortels bereikt heeft gaat de boom dood.