vrijdag 27 maart 2026

De Zwartbekgrondel duikt op in het Postelvaartje

Zwartbekgrondels zijn invasieve vissoorten. De soort is afkomstig uit de Zwarte en Kaspische Zee en is via de grote rivieren en ballastwater van schepen in onze wateren terechtgekomen. De soort is in 2004 voor het eerst in Nederland en België aangetroffen. Sindsdien heeft de zwartbekgrondel zich snel verspreid via de rivieren en kanalen.


De Zwartbekgrondel duikt op in het Postelvaartje🎤

Zo zijn Zwartbekgrondels al opgedoken in het Postelvaartje nabij het Belgische Postel. De paaitijd loopt van april tot september, waarbij vrouwtjes meerdere keren per jaar eieren afzetten op stenen, schelpen of andere harde substraten. In het Postelvaartje zit een mannetje onder wat stenen te schuilen waar mogelijk eitjes zijn gelegd. De eitjes worden bewaakt door het mannetje totdat ze uitkomen. Na uitkomst verspreiden de larven zich in stroomafwaartse richting waar ze al snel nieuwe leefgebieden koloniseren.

De zwartbekgrondel behoort tot de familie van de grondels en is een bodemvis. Het lichaam is gedrongen en heeft afhankelijk van de ondergrond een lichtere of donkerdere grijsbruine of olijfgroene kleur met bruine vlekken op de flanken. Mannetjes worden tijdens de paai soms geheel zwart. De Zwartbekgrondel kan tot 20 centimeter lang worden. De zwartbekgrondel is een gedeeltelijk stromingsminnende soort. Hij heeft een voorkeur voor stortstenen oevers maar is ook aangetroffen op zandbodems en tussen vegetatie.

In het Postelvaartje zit redelijk veel vis, maar dat zijn voornamelijk Zwartbekgrondels. Zwartbekgrondels hebben een vraatzuchtige eetlust en concurreren met inheemse vissoorten zoals de rivierdonderpad om voedsel en schuilplaatsen. Ze prederen ook op eieren en larven van inheemse vissoorten. Hoewel ze ook worden gegeten door snoekbaars, paling en meerval, blijft de impact op het ecosysteem groot.

vrijdag 20 maart 2026

Toename aantallen Middelste bonte spechten

De laatste jaren herpakt de Middelste bonte specht zich. Na een tijdelijke afname komen de laatste tien tot twintig jaar in heel Nederland steeds meer Middelste bonte spechten voor, tot zo'n 2000 tot 2500 paren in 2025. Twente telt nog altijd de meeste Middelste bonte spechten, maar in zuid- en zuidoost Brabant, en Zuid Limburg worden ze ook steeds meer gezien. In de stilte van het bos hoor je het luidruchtige roep van de Middelste Bonte Specht. Het klinkt net wat scheller en ketsender dan vergelijkbare agitatie-roepjes van de Grote Bonte Specht.


Toename aantallen Middelste bonte spechten🎤

De Middelste bonte specht is iets kleiner dan de Grote Bonte Specht. De snavel is korter en heeft opvallende ronde kop met geheel rode kruin. Deze is te verwarren met jonge Grote Bonte spechten, die ook een geheel rode krui hebben. De anaal streek is roze van kleur. Het territorium wordt afgezet met roffelen. De kop van de specht is speciaal aangepast om op het hout van een boom in te hakken. Vooral de man hakt veel op en in bomen. De man is degene die de nestholte uit hakt, tot acht meter boven de grond in voornamelijk afgestorven boomstammen of takken. Dit hakken kan enkele weken duren. De nestopening is rond.

Maar hoe kan het dat de specht geen hoofdpijn krijgt van het hakken? De specht is daar speciaal op gebouwd. Met zeer hoge snelheid hakt een specht zijn snavel in op het hout, waarbij zijn kop abrupt tot stilstand komt. Tijdens het kloppen ondervindt zijn hoofd zo een vertraging tot wel 1200 G,twaalf honderd keer het gewicht van zijn lichaamsdeel. Wij zouden dat niet overleven maar de specht wel. De vertraging van de spechtenkop is vele malen sterker dan die van een frontale autobotsing.

Het vrouwtje legt drie tot acht eieren, die op houtspaanders worden gelegd. De eieren zijn zuiver wit, want holenbroeders hebben geen schutkleur nodig voor de eieren. Na 16 dagen broeden komen de eieren uit. Als de jongen wat ouder worden komt er behoorlijk wat gekwetter uit het spechtengat. Dit bedelgedrag zet de ouders aan tot voeren. Na drie weken vliegen de jongen uit.

In het grootste deel van de twintigste eeuw was de Middelste Bonte Specht een zeldzaamheid. Vanaf 1996 nestelt de soort jaarlijks in het land, in sterk toenemende aantallen. Na de eeuwwisseling steeg het aantal vlot van enkele tientallen naar vele honderden broedparen. De verspreiding bleef aanvankelijk beperkt tot Zuid-Limburg, gevolgd door Twente, de Achterhoek, het Rijk van Nijmegen en Noord-Brabant. De soort rukt nog steeds verder naar het noordwesten op. Dat werd bevorderd door het ouder worden van bos en extensiever bosbeheer, met een grotere tolerantie van dood of stervend hout. Landelijk worden door vrijwilligers bij Waarneming.nl en aan Sovon meldingen doorgegeven en in kaart gebracht.

De Middelste bonte specht heeft zich een tiental jaren geleden in de natuurgebieden van Landgoed Wellenseind en het aansluitende Landgoed De Utrecht gevestigd. De oude bossen zijn een mooie habitat voor de Middelste bonte specht. Daar komen veel oudere loofbomen voor, waar de Middelste bonte specht zich graag ophoudt.

vrijdag 13 maart 2026

De Vlaamse gaai kan meer dan schreeuwen

Hoewel de Vlaamse gaai bekend staat om zijn rauwe, krassende alarmkreet, is het een zeer veelzijdige vogel met een uitgebreid repertoire. In de lente laten ze een verrassend zachte en melodieuze 'zang' horen. Dit liedje bestaat uit een mix van gekras, geklik en imitaties.


De Vlaamse gaai kan meer dan schreeuwen🎤

Maar Vlaamse gaaien zijn ook meester imitators. Ze bootsen geluiden uit hun omgeving na, vaak om roofvogels te misleiden. De bekendste imitatie is de 'miauwende' roep van de buizerd. Ze kunnen ook katten, honden en kraakdeuren imiteren. De zachte zang is vooral bedoeld om een partner te lokken in de broedperiode. De rauwe schreeuw wordt gebruikt als alarm bij gevaar.

De Vlaamse gaai was vroeger een uitgesproken bosvogel, maar komt nu ook in dorpen en steden voor. Gaaien eten insecten, aangevuld met eieren en jongen van zangvogels. In de wintermaanden eten gaaien vooral eikels, maar ook beukennootjes, fruit en ander eetbaars. In het najaar hamsteren gaaien eikels en verstoppen die in de grond. Bij voedselgebrek worden ze opgegraven. Als een gaai weet dat hij in de gaten wordt gehouden tijdens het verstoppen, dan komt hij later terug om de eikel elders te verstoppen.

De eikels die ze niet opgraven, kunnen uitgroeien tot bomen. Zo draagt de Vlaamse gaai bij aan de instandhouding van de eik.

zaterdag 7 maart 2026

Meerkoet trekt gekleurd kuikens voor bij het voeden

De felgekleurde, oranje rode kop van jonge meerkoetkuikens speelt een cruciale rol in hun overleving, maar de werkelijkheid is genuanceerder dan dat ze nooit verhongeren. Meerkoeten hebben veelal een zwart-wit verendek, maar veel van hun jongen zijn veel bonter gekleurd.


Meerkoet trekt gekleurd kuikens voor bij het voeden🎤

Die kleuren hebben een doel, de meerkoet ouders geven er de voorkeur aan om hun felgekleurde kuikens meer voedsel te geven dan de minder gekleurde oudere kuikens uit het zelfde nest. Hierdoor hebben de gekleurde kuikens een aanzienlijk hogere overlevingskans dan hun minder gekleurde broertjes en zusjes.

Meerkoet vrouwtjes leggen ongeveer tien eieren per keer, elke dag één. De kuikens die uit de later gelegde eieren kwamen, waren feller gekleurd dan hun oudere broers en zussen. Normaal gesproken krijgen de eerder uitgekomen kuikens meer te eten, maar de felle kleuren zorgen ervoor dat dat niet het geval is. Meerkoet vrouwtjes leggen aanzienlijk meer eieren dan de beschikbare voedselvoorraad hen toestaat om te verzorgen. De eieren zijn relatief klein en vragen daarom weinig middelen van de moeder. Sterfte onder kuikens is daarom erg hoog, waardoor de helft van de leg sterft van de honger.

De meerkoet vrouwtjes leggen daarom meer eieren om zo de hoeveelheid overlevenden overeen te laten komen met het beschikbare voedsel. Op die manier voeden meerkoetmoeders altijd zoveel kuikens op als dat op dat moment mogelijk is. In de eerste tien dagen zijn er nog geen verkleuringen zichtbaar, maar na die dagen krijgen de ouders een voorkeur voor specifieke kuikens. De later geboren en gekleurde kuikens krijgen meer eten en de ouders voorkomen dat de oudere broers en zussen te veel eten.

De gekleurde kuikens zijn aanvankelijk veel kleiner omdat ze later geboren zijn, maar door het extra voedsel kunnen ze snel de eerder geboren meerkoeten inhalen.

woensdag 4 maart 2026

Helmparelhoenders zijn Afrikaanse loopvogels

Helmparelhoenders zijn exotische loopvogels die in Nederland zeldzaam worden waargenomen in de vrije natuur. Hij leeft vooral op de warmen en droge Afrikaanse savannen ten zuiden van de Sahara. De meeste Helmparelhoenders in ons land zitten in gevangenschap, of zijn uit gevangenschap ontsnapt.


Helmparelhoenders zijn Afrikaanse loopvogels🎤

Of de soort zich in ons land bestendig kan handhaven valt te betwijfelen. Voor deze soort is geen Staat van Instandhouding van toepassing. Het Helmparelhoen is een exoot en valt daarmee buiten artikel 1 van de Vogelrichtlijn, dat betrekking heeft op alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de EU-lidstaten. Het Helmparelhoen is daarmee ook niet beschermd op grond van de Wet natuurbescherming.

Het helmparelhoen is een grote vogel met een rond lichaam en een kleine kop. De grootte varieert van 53 tot 58 centimeter en zijn gewicht is gemiddeld 1,3 kilogram. Zijn naam heeft het helmparelhoen ten eerste te danken aan de witte stippen op het verenkleed, die doen denken aan parels. Daarnaast heeft hij op zijn kop een benige en blauwgekleurde knobbel die aan een helm doet denken. Het helmparelhoen is een alleseter. Net als kippen zoeken helmparelhoenders hun eten door met hun sterke klauwen de grond om te wroeten. Ze eten vooral zaden, fruit, slakken, spinnen, wormen, maar ook kikkers, hagedissen, kleine slangen, kleine zoogdieren en teken.