vrijdag 26 juni 2026

Vogelkijkwand Goorvijver - Dessel

Aan de Zanddijk, even buiten het Belgische Dessel-Heide, bevinden zich twee van de zes voormalige visvijvers, "Het Goor". Ten oosten van de Zanddijk loopt de Goorstraat, een gravelpad die twee van de Goorvijvers doorsnijdt. Wandel het gravelpad op. Na 135 meter van het gravelpad vindt u aan de linker kant de "Goorvijver Kijkwand", die aan de noordelijke vijver staat.


Vogelkijkwand Goorvijver - Dessel🎤

Gemeente Dessel ligt zo'n 15 km ten zuidoosten van Turnhout. Ten zuiden van Dessel loopt het Kanaal Bocholt-Herentals. Gemeente Dessel omvat het dorp Dessel en de gehuchten Witgoor, Brasel, en Heide. Het Goor, vroeger een 100 hectaren groot moerasgebied, werd tijdens de Eerste Wereldoorlog in bouw- en weilanden omgezet. Tussen 1934 en 1938 werden er door de gemeente visvijvers aangelegd. Eén vijver werd aan het Campina Strand verhuurd en deed al snel dienst als zwem- en roeivijver.

Met een portie geduld en geluk kunt u aan de Goorvijver de IJsvogel waarnemen. Als u nu goed kijkt ziet u die ook van rechts naar links voorbij vliegen en in het water plonsen. De kingfisher, zoals hij in het Engels heet, leeft in de omgeving van water. Deze vogel heeft zich gespecialiseerd in het vangen van visjes die hij vanaf een zitpost vlak boven het water, vaak een overhangende tak, op zicht lokaliseert.

Het natuurgebied kent een harmonische afwisseling van open plassen met rietgordel en broekbossen, populierbossen en akkers. Behalve de IJsvogel leven er ook blauwborsten, bosrietzangers, geelgorzen, boomkruipers en braamsluipers. Op het water zie je de tafeleend, wilde eend en dodaars. Bij lage waterstand van de grote vijver kunnen er kokmeeuwen broeden. Onderweg passeer je een vistrap, prachtige dreven en wandel je een stukje langs het kanaal.

De 5,6 km lange Vijverpad wandelroute door de mooie natuur en stilte begint bij Visvijver ‘t Goor, nabij Campina Strand. De route is echter moeilijk toegankelijk voor rolstoelgebruikers. Hou honden aan de leiband, ook reeën hebben behoefte aan rust.

dinsdag 23 juni 2026

De pyjamafuutjes zitten veilig bij de ouders op de rug

Hoewel de jonge fuutjes al meteen uitstekend kunnen zwemmen, zitten jonge futen - ook wel pyjamafuutjes genoemd - vaak op de rug van hun ouders om warm te blijven en om veilig te schuilen voor roofdieren. Vanuit de lucht dreigt gevaar van reigers en meeuwen. Op het water zijn ze ook beschermd tegen vissen, zoals karpers. Ze zijn herkenbaar aan hun opvallende zwart-wit gestreepte kop en rode snaveltjes. De jonge kuikentjes klimmen eerst op de rug van de ouder, om onder de vleugel door omhoog te klimmen. Dit gedrag is een iconisch fenomeen in de Nederlandse natuur.


De pyjamafuutjes zitten veilig bij de ouders op de rug🎤

Omdat de fuut maar drie of vier eieren legt, zijn ze dus extra zuinig op hun kuikens. Een groot verschil met de wilde eend. Die begint vaak met zo’n twaalf jongen, een aantal dat zo hoog is omdat er veel van verloren gaan. Vaak worden er ook maar één of twee van die eendjes volwassen.

Ouders voeren de kleintjes direct vanaf de rug, waardoor ze veilig eten krijgen. Ouders voeren zelfs hun eigen veren aan de jongen, zodat er een soort beschermend kussentje in de maag ontstaat tegen scherpe visgraten. Zelfs als de oudervogel onder water duikt om vis te vangen, blijven de kleintjes stevig op de rug zitten.

De meeste futen broeden van mei tot in juni, met gemiddeld 3 tot 4 eieren. Meestal doen ze maar één broedsel. Ze bouwen een drijvend nest, die aan de oeverbegroeiing of een tak gefixeerd zijn. De jongen worden na het verlaten van het nest nog zo'n 10 tot 11 weken door de ouders gevoerd.

vrijdag 19 juni 2026

De Ree knabbelt langs de bosrand

Een ree is een middelgroot hoefdier met een rood- grijsbruine vacht. Ze hebben opvallend grote oren, grote ogen, een zwarte neus en een witte kin. Mannelijke reeën dragen een eenvoudig gewei.


De Ree knabbelt langs de bosrand🎤

De ree is een herkauwer en een typische 'snoeper' die langs bosranden, in weilanden en op akkers naar voedsel zoekt. Hoewel ze vaak in weilanden worden gezien, bestaat hun dieet slechts voor zo'n 2% uit gras. Ze eten voornamelijk jonge blaadjes, knoppen, kruiden en twijgen.

De ree is geen grazer zoals een hert, maar een knabbelaar. Een ree eet voornamelijk plantaardig voedsel. Ze eten vooral bladeren, twijgen en scheuten van struiken en bomen. Ook vruchten, zoals bramen, bessen, kruiden, grassen en landbouwgewassen, waaronder bieten, granen en krop gewassen.

Reeën vullen hun voedsel seizoensgebonden aan: in de lente jonge blaadjes; in de herfst eikels, paddenstoelen en noten en in de winter twijgen en knoppen. Reeën eten enkel de meest voedzame delen van de plant. De ree is een herkauwer; dit wil zeggen dat hij nogmaals op het eten kauwt nadat het in de maag is geweest.

vrijdag 12 juni 2026

Hoe krijg ik de Rode Eekhoorn in mijn tuin

Hoe krijg ik de Rode Eekhoorn in mijn tuin? Die vraag krijg ik regelmatig. Om rode eekhoorns naar je tuin te lokken, maak je de omgeving aantrekkelijk met voedsel, beschutting en water. Plaats een eekhoorn voederhuisje met ongezouten noten, zoals hazelnoten, walnoten en zonnebloempitten. Voer nooit voedsel dat voor mensen is bedoeld. Alles moet naturel zijn, dus zonder zout.


Hoe krijg ik de Rode Eekhoorn in mijn tuin🎤

Maar het belangrijkste in jou tuin, er moeten hoge bomen staan. Als je aan de rand van een dorp of stad woont met bossen in de buurt is de kans op succes redelijk groot. Een park met grote en veel bomen valt ook in de smaak van deze behendige klimmers. Hang een nestkast op en hoogte van 3 tot 5 meter en creëer een eekhoornbrug van dik touw tussen bomen. Eekhoorns komen niet graag naar beneden om zicht te verplaatsen en klimmen van tak naar tak van de ene boom naar de andere.

vrijdag 5 juni 2026

Hoe komt de Winterkoning aan z'n naam?

Vogelnamen zeggen meestal iets van de vogel. Het zijn dus geen willekeurige benamingen, ze zeggen iets over het gedrag of bijzondere kenmerken. Veel namen zeggen iets over het geluid wat de vogels maken, zoals grutto, kievit, kluut en koekoek. Andere namen verraden iets over de favoriete verblijfplaats van de vogel, zoals torenvalk, bosuil, kerkuil, boerenzwaluw, oeverzwaluw, oeverloper en rietzanger. Maar hoe komt de Winterkoning eigenlijk aan z'n naam? Wat nu volgt moet je natuurlijk niet te letterlijk nemen, maar het verhaal hierachter is wel erg leuk.


Hoe komt de Winterkoning aan z'n naam?🎤

Vogelnamen zeggen meestal iets van de vogel. Het zijn dus geen willekeurige benamingen, ze zeggen iets over het gedrag of bijzondere kenmerken. Veel namen zeggen iets over het geluid wat de vogels maken, zoals grutto, kievit, kluut en koekoek. Andere namen verraden iets over de favoriete verblijfplaats van de vogel, zoals torenvalk, bosuil, kerkuil, boerenzwaluw, oeverzwaluw, oeverloper en rietzanger. Maar hoe komt de Winterkoning eigenlijk aan z'n naam? Wat nu volgt moet je natuurlijk niet te letterlijk nemen, maar het verhaal hierachter is wel erg leuk.

In het boek 'Natuurverhalen' van Els Baars is te lezen hoe dit kleine vogeltje aan zijn naam komt.

"Lang, lang geleden kwamen alle vogels bij elkaar om een koning te kiezen. Net zoals de landdieren ooit de leeuw als koning hadden gekozen, wilden ook de vogels een koning waar ze trots op konden zijn. Vele vogels betwistten elkaar de eretitel, vooral de grote vogels zoals de blauwe reiger, de jan van gent, de uil en de zeearend. Daarom werd besloten om een wedstrijd te houden: de vogel die het hoogst kon vliegen mocht zich koning of koningin van de vogels noemen.

Op een windstille zonnige dag verzamelden alle vogels die een gooi naar het koningschap wilden doen, zich op een weidse vlakte. De kwartel, de korhoen en de meerkoet waren toeschouwers omdat deelname zinloos was door hun geringe vliegprestaties. De graspieper en de veldleeuwerik kwamen heel ver, maar gaven na een paar honderd meter op en fladderden vrolijk zingend naar beneden. De arend, de buizerd en de ooievaar cirkelden met een rustige vleugelslag gestaag naar grote hoogten. De knobbelzwaan met zijn dikke lijf en zwiepende vlucht kwam tot ieders verbazing heel hoog, in gezelschap van de bosuil met zijn geruisloze vleugelslag. De zwaluwen schoten als een raket omhoog. Alle vogels op de grond keken vol spanning naar de ontknoping. Uiteindelijk vlogen alleen de gierzwaluw en de zeearend naar ijle hoogten, tot ze naar adem moesten happe. De ranke zwaluw erkende tenslotte zijn meerdere in de grote zeearend met vleugels als kamerdeuren. De arend krijste zijn rauwe overwinningskreet de lucht in en stortte zich glorieus naar beneden. Maar tot zijn ontzetting vloog vanuit zijn rugveren een klein bruin vogeltje, dat al schetterend nog een metertje hoger vloog.

Verbijsterd keken alle andere vogels in een doodse stilte toe hoe na de grote zeearend een heel klein vogeltje landde en kwetterend riep, 'ik ben de koning, ik ben de koning'. Dat vogeltje was zo’n klein en onbetekenend bruin gekleurd bolletje veren, dat deze niet eens een naam had. Met zijn spitse snaveltje en eigenwijze staartje dat omhoog wees, stond het trots met zijn borst vooruit in de kring. Maar alle vogels waren boos over het valse spel van het kleintje en wilden hem straffen. Het kleintje vloog snel weg uit angst voor de boze vogels met prikkende snavels. Die angst is gebleven en daarom leeft hij tot op de dag van vandaag schichtig in de beschutting van het kreupelhout en laat zich zelden goed zien.

Toen de zeearend na zijn nederlaag een nachtje had geslapen, vloog hij naar de rand van het bos en riep de kleine vogel. 'Ik heb er diep over nagedacht en wil een voorstel doen. Kunnen wij het koningschap delen? Jij koning in de winter en ik in de zomer?' Dat vond het kleine verenbolletje een goed idee. Daarom kreeg hij een naam: winterkoning. En hij is zo blij met het gedeelde koningschap dat hij ook in de winter zingt. Je kunt hem het hele jaar door horen, maar vooral heel goed in de winter, als bijna alle andere vogels stil zijn. En als je dan heel goed luistert, kun je het winterkoninkje horen zingen, schel en hard: 'ik ben de koning, ik ben de koning, ik ben de koning'
", zo is te lezen in 'Natuurverhalen' van Els Baars.

Als je niet sterk bent, moet je slim zijn.

dinsdag 2 juni 2026

Knobbelzwanen koppelen voor het leven

Knobbelzwanen blijven elkaar trouw tot de dood hen scheidt. Ze tonen het hele jaar door hun genegenheid voor elkaar en versterken zo hun band. Knobbelzwanen zijn grote, langlevende vogels, maar ze gaan vroeg of laat toch dood. De achtergebleven partner is dan echt van slag en vaak duurt het wel tot het volgende broedseizoen voor hij of zij een nieuwe partner zoekt.


Knobbelzwanen koppelen voor het leven🎤

De eerste koppelvorming vindt meestal plaats in het eerste of tweede levensjaar. Hoewel de twee jarige zwanen een koppel kunnen vormen, beginnen ze vaak pas op een leeftijd van drie of vier jaar met het leggen van eieren. Dat verklaart waarom veel mensen een koppel zien zonder jonge kuikens, terwijl ze al voor het tweede jaar samen gezien worden. Knobbelzwanen keren graag terug naar hetzelfde territorium.

Zwanen eten zowel land- als waterplanten. Regelmatig zie je zwanen met de kop onder water. Als ze met hun lange hals net niet bij de bodem kunnen om wortelstokken en knolletjes te eten, kantelen ze hun lijf en hangen ze als een dobber ondersteboven in het water, waarbij de achterkant omhoog steekt. Dit wordt grondelen genoemd. Ze kunnen ongeveer 40 tot 60 seconden onder water blijven.

Tijdens de paring klimt het mannetje op de rug van het vrouwtje en pakt haar met zijn snavel in de nek om haar boven water te houden. Maar als het niet lukt om te broeden kunnen ze een andere partner zoeken. Dit zorgt voor een efficiënte samenwerking bij het grootbrengen van jongen waarbij ze hun territorium fel verdedigen.

Knobbelzwanen worden gemiddeld 7 jaar oud, maar in uitzonderlijke gevallen halen ze 30 of zelfs 40 jaar. De belangrijkste doodsoorzaken zijn ziekte, verzwakking, ongelukken en de jacht.