vrijdag 7 mei 2021

Mijn visuele natuurverhalen

Mijn naam is Jozef van der Heijden. Ik woon in de Brabantse Hulsel.
Ik fotografeer al sinds de 70er jaren. Ik begon met een kleinbeeld fotocamera en een Super 8 filmcamera met geluidsregistratie. Op de boerderij filmde ik Groenlingen en Kneuen die de jongen op hun nest verzorgde. Mijn interesse gaat naar de natuur in het algemeen. Van vogels tot paddenstoelen, mossen, korstmossen en  landschappen. Maar vogels fascineren mij wel het meest. Daarnaast ben lid van diverse natuurbescherming organisaties (zie de logo's hieronder).

Hoewel vogels mijn voorkeur genieten, ontdekte ik op 4 januari 2019 de Opkrullende strookzwam in de bossen van Hapert, officieel de 19e geregistreerde vondst in Nederland sinds 1855 en de eerste sinds 1985. Daarna vond ik nog twee plaatsen waar deze zeer zwam voor kwam. Op 16 oktober 2019 vond ik op Landgoed Wellenseind de eveneens zeer-zeldzame Kroontjesknotszwam. Verspreidingsatlas.nl meldt sinds 1990 slechts 105 vindplaatsen in Nederland.

Volg mij op: Facebook Twitter YouTube en met www.jozefvanderheijden-foto.nl. Mijn onderwerpen: Alles wat de natuur gedurende de vier jaargetijden biedt.

Zwartkop wil vrouwtje imponeren met zijn balts

Als een vogel mannetje indruk wil maken bij een vouwtje doet hij dat met een soort dans. Dat dansen wordt balts genoemd. De balts moet er voor zorgen dat er een band onstaat tussen het mannetje en het vrouwtje. Zodra het vrouwtje het mannetje leuk vindt beginnen ze samen aan het bouwen van een nest. Er zijn ook mannetjes die al een nest of meerdere nesten klaar hebben. Als het vrouwtje het mannetje aardig vindt en een van zijn nesten heeft goedgekeurd, volgt de paring. De zang van de vogels maakt ook deel uit van de balts, of het lokken van een vrouwtje.


Het mannetje spreidt zijn vleugels en pluimen om zo mooi mogelijk voor de dag te komen en zo het vroutje voor zich te winnen.

De balts vergroot de bereidheid tot paring doordat tijdens de balts de seksuele motivatie toeneemt. Tegelijkertijd vermindert de balts de agressie tussen de partners. Baltsgedrag bestaat meestal uit een mengsel van handelingen uit voortplantingsgedrag en handelingen uit aanvals- en vluchtgedrag. Vaak bevat het ook handelingen van andere gedragssystemen. Sommige dieren (vooral vogels) komen altijd naar dezelfde plek om baltsgedrag te vertonen. Zo'n plek wordt een lek genoemd, naar het Zweedse woord voor speelplaats. Er zijn veel verschillende soorten dieren die in theorie met elkaar zouden kunnen paren en ook nog eens gezonde nakomelingen zouden kunnen krijgen. Toch komt dit zelden voor. Dieren reageren namelijk niet op het baltsgedrag van een andere soort.

Zwartkop mannetjes zingen vaak vanuit boom of top van struik. Een aanwijzingen voor een nest is de alarm roep; ritmisch herhaald 'wet-wet-wet'roepje (lijkt op dat van Tuinfluiter maar minder scherp). Het mannetje begint met de nestbouw. Hij bouwt verschillende platformpjes, waarna het vrouwtje haar keuze maakt. Daarna voltooien beide partners het gekozen nest. Beide partners zorgen voor het voedsel van de jonge vogeltjes in het nest en verwijderen de uitwerpselpakketje. De zangactiviteit broedvogels zakt snel in na eileg.


De Zwartkop man heeft een zwart petje. Hoe kom je op de naam?

De Zwartkop is ongeveer net zo groot als een koolmees en dankt zijn naam aan de zwarte pet op zijn kop, die alleen het mannetje draagt. Het vrouwtje heeft een roestbruine pet. Bij het mannetje is de rest van het verenkleed grijs, bij het vrouwtje grijsbruin. Een jong mannetje heeft in de winter een zwarte pet, met bruine vlekken. De zwartkop vliegt weinig en laat zich vooral horen.

De meeste Zwartkoppen vind je op de hoge gronden, met name in gevarieerde bossen met een hoog aandeel loofhout. Ze kunnen ook broeden in grote tuinen met veel beplanting, met name daar waar oude bomen en veel dichte struiken voorkomen. De landelijke broedpopulatie nam de afgelopen tientallen jaren continu toe. De Zwartkop is beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn en de Wet natuurbescherming. Voor deze soort zijn in Nederland geen Natura 2000-gebieden aangewezen. De Staat van Instandhouding van de Zwartkop als broedvogel in Nederland is gunstig.


Het Zwartkop vrouwtje heeft een zilvergrijze onderkant en grauwe lichtbruine rug en vleugels en een bruin petje.

De Zwartkop broedt in bossen en allerlei halfopen landschappen met bomen en struiken, inclusief dorpen en stedelijk gebied. De eileg begint eind april en gaat door tot tot eind juni, met een piek in mei en begin juni. Eén tot twee broedsels per jaar, meestal 4-5 eieren, broedduur 12-16 dagen, nestjongenperiode 11-12 dagen, jongen worden na uitvliegen nog 2-3 weken gevoerd.

Op kraamvisite bij familie Koolmees

Dinsdag 4 mei publiceerde ik een video over een Koolmees die de mei storm moest weerstaan. Vanmorgen was een andere koolmezen familie aan de beurt. Met de titel 'Op kraamvisite bij familie Koolmees' lijdt het geen twijfel in welk stadium deze koolmees verkeert als het gaat om het broeden. Vandaag telde ik vijf jonge kuikentjes die uit het ei gekomen zijn. Mogelijk volgen en de komende dagen nog een paar. Het nest telde 8 eitjes.


De Koolmees is toch wat onrustig op het nest tijdens de storm.

Na een broedduur van 13-15 dagen moeten de ouders aan de slag om insecten te vangen die aan de nog kwetsbaren jonge kuikentjes gevoerd worden. Als de eieren uitgekomen zijn, dan begint het voeren van de jongen door beide ouders. Je ziet de mezen dan af en aan vliegen met rupsen, spinnen, vlinders en andere insecten. De eerste dagen nadat de kuikentjes uit het ei zijn gekomen worden ze voornamelijk gevoed met kleine vliegjes, spinnetjes en hele kleine rupsjes. De grotere rupsen komen pas later. Die zijn nog iets te groot gedurende de eerste dagen. Tijdens de nestduur zullen de mezen circa 5 duizend insecten vangen voor de jongen. Jongen zitten 18-21 dagen op het nest. Nadat ze zijn uitgevlogen, worden de jongen nog 2-3 weken gevoerd.

woensdag 5 mei 2021

Zwartkop zoekt naar voedsel en nestmateriaal

Hoewel veel insecteneters door het aanhoudende koud langer wegblijven of maar mondjesmaat terug zijn uit het warme zuiden, is de Zwartkop al begonnen met het verzamelen van nestmateriaal. Ik heb zowel de man als het vrouwtje nestmateriaal zien verzamelen, maar daar kon ik nog geen foto van gemaakt krijgen. Wellicht komt dat nog.


De Zwartkop zat geen moment stil tijdens zijn speurtocht naar voedsel.

De meeste Zwartkoppen vind je op de hoge gronden, met name in gevarieerde bossen met een hoog aandeel loofhout. Ze kunnen ook broeden in grote tuinen met veel beplanting, met name daar waar oude bomen en veel dichte struiken voorkomen. De landelijke broedpopulatie nam de afgelopen tientallen jaren continu toe. De Zwartkop is beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn en de Wet natuurbescherming. Voor deze soort zijn in Nederland geen Natura 2000-gebieden aangewezen. De Staat van Instandhouding van de Zwartkop als broedvogel in Nederland is gunstig.

Ze zingen vaak vanuit boom of top van struik. Een aanwijzingen voor een nest is de alarm roep; ritmisch herhaald 'wet-wet-wet'roepje (lijkt op dat van Tuinfluiter maar minder scherp). Het mannetje begint met de nestbouw. Hij bouwt verschillende platformpjes, waarna het vrouwtje haar keuze maakt. Daarna voltooien beide partners het gekozen nest. Beide partners zorgen voor het voedsel van de jonge vogeltjes in het nest en verwijderen de uitwerpselpakketje. De zangactiviteit broedvogels zakt snel in na eileg.


De Zwartkop broedt in bossen en allerlei halfopen landschappen met bomen en struiken, inclusief dorpen en stedelijk gebied. De eileg begint eind april en gaat door tot tot eind juni, met een piek in mei en begin juni. Eén tot twee broedsels per jaar, meestal 4-5 eieren, broedduur 12-16 dagen, nestjongenperiode 11-12 dagen, jongen worden na uitvliegen nog 2-3 weken gevoerd.

De Boomkruiper speelt verstoppertje

De Boomkruiper speelt verstoppertje, heeft hier een dubbele betekenis. Dit kleine vogeltje heeft al een kleurstelling die goed camouflerend werkt. Vandaag zag ik een boomkruiper die ook nog een langdurig achter bladeren van een ander boom verscholen zat. Als ik een ander standpunt had ingenomen, zou dat daarmee niet verbeterd zijn. Bovendien weet je niet of het vogeltje niet weg zou vliegen.


De Boomkruiper kruipt van onder naar boven, waarbij hij met zijn gebogen snavel voedsel zoekt onder de schors.

De boomkruiper stelt geen hoge eisen aan een broedplaats. Ze maken nesten achter loszittende boombast, oude nestkastjes, tussen klimopbegroeiing op bomen, muren of schuttingen en op tal van andere plekken.

Ze eten insecten, insectenlarven en andere kleine, ongewervelde dieren (spinnen). Die worden tussen de schors vandaan gepeuterd terwijl de boomkruiper veelal spiraalgewijs omhoogklimt. Op enige hoogte aangekomen vliegt hij naar een naburige boom, om daar weer aan de voet met klauteren te beginnen. Ondertussen gebruikt de boomkruiper de stugge staartveren als steuntje waardoor deze vaak sterk gesleten punten blijken te hebben.

dinsdag 4 mei 2021

Koolmees op het nest tijdens de storm

Tijdens de mei storm die vandaag over ons land trok, was de Koolmees toch een beetje onrustig op het nest. Ze zit nog niet echt te broeden, maar vertoefde toch een tijd op het nest. Op dit moment heeft ze drie eitjes gelegd. Dat kunnen er 8 tot 10 worden. Ze leggen elke dag een ei. Na het achtste eitje begint ze met het echte broeden.


De Koolmees is toch wat onrustig op het nest tijdens de storm.

Soms waaide het zo hard dat de nestkast iets op en neer schudden. Je kunt goed zien dat de wind tussen de spleet van de voorkant waait en haar veertjes opwaaien. Buiten plenst het en de wind gaat flink te keer. Vogels voelen een storm al een tijdje aankomen voordat het echt begint te stormen. Hoe het kan dat vogels een storm kunnen voorspellen, is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk voelen sommige vogels infrageluid op. Dat zijn trillingen met zo'n lage frequentie dat ze voor de mens niet te horen zijn. Aan dat infrageluid kunnen vogels een storm horen aankomen die pas een paar dagen later over hun gebied raast.

De koolmees broedt tussen april en juli. Als de mezen bezig zijn met het maken van een nest is dit duidelijk te zien, omdat het vrouwtje af en aan vliegt met takjes en stukjes mos. Vervolgens is het ruim een week rustig nabij het mezennest in de tuin, vanwege het leggen van de eieren. Als het in het voorjaar plotseling weer erg koud wordt wachten mezen met het leggen van eieren. Bij erg koud weer lopen de bomen en struiken niet zo snel uit of stoppen die zelfs met het uitlopen van de knoppen. Zo komen de bomen en struiken ook later in het blad. Later in het blad, is ook later rupsen, en dat is net het voedsel die mezen aan hun jongen voeren. De mezen weten erg goed wat plannen is. Zodra het warm genoeg is begint het blad weer te groeien waarop de mezen beginnen met de eileg. Dan leggen ze elke dag 1 ei. Dit loopt op tot zo’n 8 à 12 eieren en dus evenveel dagen. Het vrouwtje begint met broeden als 8-10 eieren zijn gelegd.

Tijdens het uitbroeden van de eieren verlaat het vrouwtje overdag ongeveer elk uur nest voor een tijdje. Als ze wel op het nest zit, wordt ze regelmatig gevoerd door het mannetje. De broedduur 13-15 dagen. Kuikens worden gevoerd door beide ouders. Als de eieren uitgekomen zijn, dan begint het voeren van de jongen door beide ouders. Je ziet de mezen dan af en aan vliegen met rupsen, spinnen, vlinders en andere insecten. Tijdens de nestduur zullen de mezen circa 5 duizend insecten vangen voor de jongen. Jongen zitten 18-21 dagen op het nest. Nadat ze zijn uitgevlogen, worden de jongen nog 2-3 weken gevoerd.

maandag 3 mei 2021

De natuur loopt dit jaar een maand achter

Het wil maar geen voorjaar worden, laat staan weer waar we weer van kunnen genieten. En daar hebben wij niet alleen last van, ook de natuur loop een maand achter ten opzichten van vorig jaar en de jaren daarvoor. Wellicht doet dat meer denken aan voorjaarstemperaturen die je uit de jaren 80 zou verwachten. Boomknoppen ontwikkelen zich langzamer en hebben zelfs een tijdje op pauze gestaan, de vogels moet je gaan zoeken. Je hoort de vogels minder en ze zijn nog maar nauwelijks aan het broeden. Hoe komt dat nu?


Vanmorgen maakte ik deze foto. Eikenbomen zonder blad. En zo staan meerdere boomsoorten er nog bladloos bij.

Ook in 2013 liep de natuur achter op schema. Toen maar drie weken. De ontwikkeling van planten is door de kou in de afgelopen maand verder vertraagd. De natuur ligt nu gemiddeld ongeveer vier weken achter op het gemiddelde van de afgelopen jaren. Na de meteorologische lente is nu ook de astronomische lente begonnen. Die begon met een ijskoude nacht. Het leek de afsluiting van een wat koudere periode die vanaf eind februari begon. De zeer warme periode van 20 tot 25 februari lijkt al weer ver achter ons te liggen. De ontwikkeling van het lentegroen verloopt door de recente koude periode traag. In vergelijking met de gemiddelde bloeiwaarnemingen uit de periode 1940 tot en met 1968, ligt de ontwikkeling dit jaar zo’n vier weken voor. De gemiddelde temperatuur in januari en februari lag vroeger op 1,5° Celsius. Dit jaar waren de eerste twee maanden van het jaar met 3,8 graden beduidend warmer. In vergelijking met vorig jaar is dit jaar echter ‘koud’ begonnen. De gemiddelde temperatuur in januari en februari kwam vorig jaar uit op 6,7° Celsius. Dat is ook de reden dat de natuur vorig jaar zo’n twee weken eerder dan dit jaar tot ontwikkeling kwam.

De aantallen Tuinfluiters, Grasmussen en Braamsluipers blijven vooralsnog behoorlijk achter ten opzichte van de voorgaande jaren. Dat blijkt uit vogeltellingen in het hele land. Ook elders in West-Europa leveren tellingen nog maar weinig van deze zangvogels op. Waarschijnlijk zorgt de aanhoudende noordelijke wind en koude voor vertraging tijdens hun reis vanuit Afrika naar de broedgebieden. Enkele zangvogels die normaal gesproken eind april massaal in ons land arriveren, lijken nu nog maar mondjesmaat aanwezig. Het gaat om soorten als de genoemde Tuinfluiter, Grasmus en Braamsluiper.


Links 21 april 2020: de bomen tooien al weelderig groen, rechts 20 April 2021: de Appelvink in een boompje met nagenoeg geen boomblad.

Bij de vogels is het begin april letten op de eerste tjiftjaf, roodborsttapuit, zwarte roodstaart, Bonte vliegenvanger, blauwborst, fitis, zwartkop, boompieper en boerenzwaluw. Dinsdag 6 april j.l. werden we nog getrakteerd op een laagje sneeuw. Het eerste wat de koude vertraagt is de vorming van boomblad. Ook de struiken ontwikkelen erg traag blad. Het gevolg daarvan is dat de rupsen zitten te wachten om uit de eitjes te komen. De natuur voelt dat perfect aan. Als de rups uit zijn eitje kruipt wil hij maar 1 ding: eten. De rups groeit en groeit, en moet daar veel boom en struiken blaadjes voor eten. De meeste vogels voeden hun jonge kuikens insecten, spinnetjes en heel veel rupsen. De rupsen bevatten veel proteïne, wat de bouwstenen zijn voor de groei van de jonge vogeltjes op of in het nest. Zolang er geen of onvoldoende blad aan de bomen staat kunnen de vogels ook geen rupsen vinden. Geen rupsen betekend dat de pasgeboren jongen het niet zullen overleven.

De eiken, de sleedoorn, de meidoorn, hazelaars, krentebomen, het zijn voorbeelden van bomen en struiken die in voorgaande jaren half april al ruimschoots uitgelopen waren of bloeiden. Toch zijn er vogels die nu hun voordeel doen met deze koudere periode. Met name voor de weidevogels is het prettig, omdat het gras langzamer groeit, waardoor de boeren nog even wachten met maaien. Zo hebben de weidevogels meer tijd om te broeden en hun jongen groot te brengen.

Als we de weersverwachtingen van de komende week er op na slaan gloort er licht aan de horizon. De komende dagen krijgen we opklaringen en is de kans op regen wel hoog. Het is 11 tot 14°C overdag en de temperatuur 's nachts daalt tot 4°C. Vanaf zaterdag wordt het met 18°C genieten. Zondag wordt het zelfs zomer als het kwik naar de 23°C stijgt. Maandag een paar graden minder, gevolgd door dagen met gemiddeld 17 tot 19°C. Is dat he werkelijke begin van beter weer?

zondag 2 mei 2021

Merel vrouw, 'schiet eens op met die wormen'

Als je de gedachten van een vogel zou kunnen lezen, zou je versteld staan. Vanmorgen was een Merel man wormen een het zoeken toen het vrouwtje aan kwam vliegen en in een boompje landen. Ze zat naar beneden te staren om te zien wat de man zoal uit de grond wist te halen. Toen ze een paar keer riep, keek de man omhoog. Daarna trok hij een regenworm uit de grond en vlogen ze gezamenlijk de zelfde richting op. Bleef de man te lang weg, en kwam zij haar man halen? Als ik hun gedachte kon lezen zou ik daar een antwoord op kunnen geven. Nu moeten we met wat fantasie het antwoord verzinnen.


"Schiet je nog op met die wormen?", lijkt vrouw merel te denken. Man trekt een regenworm uit de grond en vliegen samen de zelfde kant op.

Merels zijn goed in het zoeken naar regenwormen. Maar hoe weet een Merel waar hij of zij moeten zoeken? Regenwormen leven in de grond, maar komen ook regelmatig naar boven. Dat doen ze om afgevallen bladeren te eten of om uitwerpselen achter te laten. Onder grasland en dus ook onder de gazon grasmat leven veel wormen, en dat weet de merel ook. Daarom zit de vogel met zijn goudgele snavel vaak op een gazon heen en weer huppen. Hierbij let de merel op elke beweging en grijpt bliksemsnel toe als een worm zich laat zien. Het gehup merken de wormen in de grond op. De wormen denken dat regendruppels op de grond vallen en komen naar boven. Ze willen namelijk niet verdrinken in de gangen.

Merels hebben een aantal vaste gewoonten. Zingen doen ze het liefst van op een hoge uitkijkpost zoals de top van een boom of de nok van een dak. Voedsel zoeken ze op de grond. En graag op je gazon. Merels huppen meestal met beide poten tegelijk over je grasveld om dan plotsklaps te stoppen. Geconcentreerd en bewegingsloos luisteren en kijken ze naar iets lekkers op de grond. Daarbij heerst er een waar spanningsveld in je tuin. Merels zijn weinig sociaal en zien andere vogels als grote concurrenten. Ze foerageren opmerkelijk trager als er andere merels in hun buurt zijn. Elkaar verjagen wordt dan de grootste prioriteit. Zelfs als andere vogels intussen het meeste eten verorberen.


Soms zit moeder Merel met een dilemma, moet de kuikens warm houden, of moet ze op zoek gaan naar voedsel. Als ze te lang van van haar nest weg blijft zouden de kuikens teveel af kunnen koelen. Als ze te lang op het nest blijft zitten blijven de jongen wel warm, maar krijgen de jongen te weinig voedsel. Daarom moet de Merel man het meeste voedsel bij elkaar zoeken, zodat het vrouwtje de jonge vogeltjes op het nest warm kan blijven houden. Merels vangen veel motten voor haar jongen, misschien vinden ze dit het meest voedzame voedsel. Een kleine vlinder opvouwen en in een kuikensnavel stoppen is nog wel een hele toer. De Merel probeert het voedsel zo ver mogelijk achterin de keeltjes van de jongen te stoppen. Dit doet ze omdat de jongen het voedsel nog niet goed kunnen doorslikken als het voor in hun snavel ligt. De keeltjes van jonge vogels zijn hier op gemaakt en zullen niet snel beschadigen. Het voedsel dat ze geeft bestaat uit zachte delen dus ook dit kan geen beschadigingen veroorzaken. Vogels hebben geen tanden en daarom vindt de hele afbraak van het voedsel plaats in het spijsverteringskanaal. In de speciale spiermaag wordt voedsel fijn gemalen.


Merels zitten vaak te baden in de zon, maar een plas water kunnen ze ook el appreciëren.

Even later kwam de man weer terug en nam een bad. Merels zitten graag net in het pak. Ze onderhouden hun veren zorgvuldig. In een zonnig hoekje spreiden ze vleugels en staart. Met de snavel open genieten ze -bijna extatisch- van een warm stofbad. In werkelijkheid brengt het sterke zonlicht aanwezige parasieten in beweging waardoor merels ze kunnen wegpikken. Behalve zonnebaden zien we merels ook vaak baden in een plas water. Tijdens de rui vervangen ze een groot deel van het verenpak. Op dat moment is de huid nog beter bereikbaar voor steekmuggen. Die kunnen het usutu-virus overbrengen. Merels zijn daar helaas hypergevoelig voor. Verzwakt en vermagerd zitten ze bol en maken een lusteloze indruk. Een verschil met een gezonde, ruiende of zonnende, merel die er ietwat rommelig maar alert uitziet. Het laatste jaar lijken de merels minder besmelt te worden door het usutu-virus. Er worden minder sterfgevallen gemeld en de merels nemen weer in aantal toe.

De Eekhoorn was weer terug bij de fotohut

Vanmorgen zag ik de Rode eekhoorn (Sciurus vulgaris) weer bij de fotohut. Ik weet niet precies hoe vaak hij bij de fotohut komt. Om dat te weten moet ik er op dat moment ook net zijn. Vorig jaar zag ik op de beelden van de wildcamera dat de eekhoorn daar regelmatig kwam. Die camera had ik daar ter observatie staan, maar nu hangt de wildcamera voor een Bonte vliegenvanger nestkast. De wildcamera reageert automatisch op bewegingen en maakt telkens observatievideo's van 1 minuut. De laatste keer dat ik de eekhoorn bij mijn fotohut zag was op woensdag 21 april 2021.


Deze Rode eekhoorn is wel handmatig gefotografeerd.

De gewone eekhoorn is de bekende roodachtige eekhoorn met de grote pluimstaart en pluimpjes aan de oren die regelmatig in een Nederlands bos te zien is. Een gewone eekhoorn bouwt meestal verscheidene nesten hoog in de bomen. Deze nesten worden gebouwd van takken, boombast, bladeren en mos. In de winter brengen eekhoorns het grootste deel van de dag en nacht in hun winternest door en komen ze slechts af en toe naar buiten om wat eten te halen. In de herfst hebben ze daarvoor op een groot aantal plekken voedselvoorraden verstopt. In de zomer gebruiken ze hun nesten ook intensief. Bijvoorbeeld om jongen te krijgen en te schuilen voor regen of warmte.

De eekhoorn, ook Rode eekhoorn of Gewone eekhoorn (Sciurus vulgaris) genaamd is de in Europa meest voorkomende eekhoorn. De eekhoorn is 20 tot 28 centimeter lang en 250 tot 350 gram zwaar. De borstelige pluimstaart is van 15 tot 20 centimeter lang. Het is een omnivoor, die tot de knaagdieren behoort.


De eekhoorn voedt zich met name met plantaardig materiaal als noten en zaden van sparren en pijnbomen. Verder eten ze knoppen, paddenstoelen, stukken boomschors, en soms dierlijk materiaal, als insecten, eieren en zelfs jonge vogels. Ook eten ze aarde om mineralen binnen te krijgen. De eekhoorn eet dagelijks vijf procent van zijn lichaamsgewicht aan voedsel. Net als veel andere knaagdieren leggen eekhoorns wintervoorraden aan. De eekhoorn is een dagdier, dat zich meestal vlak na zonsopgang al laat zien. Ze zijn voornamelijk na zonsopgang en vlak voor zonsondergang actief.

zaterdag 1 mei 2021

Het was weer genieten van de tuinvogels

Het was vanmorgen afwisselend zonnig en bewolkt. Toch was het weer genieten van de vogels in de tuin. Hieronder enkele plaatjes die ik vanmorgen schoot. Behalve de Roodborst, Heggenmus en de Holenduif kwamen nog een aantal vogels naar de voederplaats. De Vink, Groenling, Koolmees, Pimpelmees, Houtduif en de Gaai kwamen op momenten dat het zo zwaar bewolkt was, wat voor foto's een te somber beeld zou geven.


De Roodborst

Roodborsten zijn vaak erg nieuwsgierig en goed van vertrouwen. Tegen soortgenoten zijn zowel het mannetje als het vrouwtje daarentegen heel agressief en ze verdedigen 's zomers en 's winters fel hun territorium. Ze tonen daarbij de rode borstveren. Meestal maken roodborsten hun nesten goed verborgen op de grond. De jongen hebben overigens nog geen rode borst. In de winter trekt een deel van de roodborsten naar warmere streken in Europa waar meer eten te vinden is. Ook vogels uit noordelijke/noordoostelijke streken trekken naar het zuiden en komen zo in Nederland terecht. U kunt roodborsten in de winter helpen met gedroogde meelwormen, ongekookte havermout of een zadenmix.

Het kleine bruine vogel met kenmerkende oranjerode borst en gezicht en een lichte onderbuik. Leeft buiten de broedperiode solitair. Jonge vogels zijn lichtbruin gevlekt. Man en vrouw zien er hetzelfde uit. Roodborsten komen overal in Nederland voor met uitzondering van landschappen zonder bomen. Vooral aanwezig in niet al te jonge bossen, tuinen, parken en kleinschalige landschappen. In de winter ook in stadstuinen. Als er veel struiken en kruiden zijn, dan geeft dat de hoogste dichtheden roodborsten.


De Roodborst eet insecten, spinnetjes en andere kleine diertjes, aangevuld met bessen en zaden. In de winter ook een vaak geziene gast op voedertafels. Roodborsten zoeken vaak op een bijzondere manier naar voedsel, anders dan veel tuinvogels. Ze zitten dan stil, laag boven de grond en duiken dan naar hun prooi. Andere roodborsten zijn daarbij niet gewenst. Roodborsten hechten aan een eigen territorium, ook in de winter. Zelfs man en vrouw roodborst zitten elkaar in de weg en zijn alleen in het broedseizoen bij elkaar. Hun oranje borst gebruiken ze om elkaar te imponeren. De jongen moeten geen agressie oproepen, vandaar dat die pas later in het jaar van gespikkeld bruin naar het echte oranje-rood van de roodborst kleuren.


De Heggenmus is een vogel die op de grond naar voedsel zoekt.

De Heggenmus is een van de meest voorkomende broedvogels van ons land, maar toch bij velen onbekend. Dit komt door zijn verborgen bestaan in en onder struiken en heggen. Heggenmussen vliegen niet vaak en scharrelen vooral over de grond om voedsel te zoeken. De Heggenmus heeft een onopvallend bruingrijs verenkleed. De tekening van de rug lijkt veel op die van een huismus, waarbij de heggenmus vooral te herkennen is aan de blauwgrijze kop en borst en de spitse snavel. Is vaak op de grond te vinden, waar heggenmussen als een muis op zoek zijn naar voedsel. In het voorjaar zingt het mannetje al vroeg vanaf de top van een struik of boom.

Heggenmussen zijn gebonden aan plekken met struiken en heggen. Dit kan op allerlei terreinen zijn, zoals bossen, houtwallen, tuinen, parken en kleinschalige landbouwgebieden. Ze komen dan ook in het hele land voor als broedvogels, hoewel zij in de grote open landbouwgebieden in Groningen en Friesland ontbreken. Het talrijkst zijn heggenmussen in steden en dorpen, waar zij veelvuldig voorkomen in tuinen. Op het menu staan insecten, spinnen en andere kleine bodemdiertjes, die ze scharrelend op de grond bij elkaar zoeken. In de winter vullen zij dit aan met kleine zaden.


De Holenduif is kleiner als de Houtduif en mist de witte halsband.

De Holenduif komt voor in gebieden waar boerderijen, akkers, weilanden en bosschages elkaar afwisselen. Gebroed wordt in bomen langs bosranden en open plekken in oud loofbos, ook in parken. Geregeld ook in schuren en uilennestkasten. Het nest wordt gemaakt in een holte, maar daartoe kunnen allerlei plekken dienst doen. Zo kan een nest ook op een dakspant van een (deels) open schuur gebouwd zijn. Hoewel de grootste dichtheden worden gehaald op zandgronden met kleinschalige landbouw, die onder druk staat, doet de holenduif het opvallend goed.

De Holenduif is kleiner als een Houtduif, ongeveer even groot als stadsduif. Holenduiven hebben een blauwgrijs verenkleed met groenglanzende halsvlek. De ondervleugels zijn grijs en de bovenvleugels licht blauwgrijs met twee zwarte strepen, donkere achterrand en vleugelpunt (de Houtduif heeft witte banen op de bovenvleugels en een witte halsband). Heeft een brede zwarte eindband aan de staart. Vliegt meer compact en direct dan Houtduif.