woensdag 31 maart 2021

Lente vogels met een zomergevoel

"Lentevogels met een zomergevoel" is wellicht de beste beschrijving wat vandaag de dag beschrijft. Temperaturen tot 24 graden, en dat op de laatste dag in maart. De wind is zeer zwak, slechts 1 tot 2 beaufort. Morgen krijgen we nog een dag met maxima van 19 tot 20 graden en veel zon, vooral later op de dag. Daarna keert de lente weer terug, met temperaturen rond 11 graden en afwisselende zon en wolken.


De groenlingen zaten bijna altijd half in de schaduw, of achter een takje,

De Groenling liet zich afgelopen zondag goed zien. Ze zaten op takjes waar ze beter te zien waren als vanmorgen. De knoppen van de bomen lopen snel uit. Met de dag komt de bloesem verder uit de knoppen en zal de bomen snel een prachtige aanblik geven. De Groenling is oorspronkelijk een bewoner van bosranden en halfopen zoomvegetatie. Nu dat natuurlijke habitat zeldzaam is, bewoont de groenling vooral cultuurlandschappen: als er maar genoeg dichte struiken zijn. Groenlingen eten zaden. In hun stevige snavel trillen ze daarvan al ronddraaiend de vrucht uit de schil en wordt deze opgegeten.


De Gaai zat wel in de open zon.

Gisteren publiceerde ik een video van de (Vlaamse) gaai. Vanmorgen kreeg ik deze mooie bonte vogel diverse keren te zien. Het leek makkelijker om de gaai op de foto / video te krijgen als de Groenling. De ene dag laat de groenling zich erg veel zien, de andere dag is dat minder. Mogelijk waren de groenlingen vandaar druk met nestbouw.


De houtduif heeft ook een streepje schaduw gevonden.

Het takje waar deze Houtduif op zit is een van de plekken waar veel vogels op neerstrijken. De schors is op plaatsen van het dode takje afgebrokkeld. Voor de foto is dat handig om te weten. Zo kun je de camera al klaar zetten om een aanvliegende vogel te kunnen filmen.

dinsdag 30 maart 2021

De Gaai (Garrulus glandarius)

De gaai (Garrulus glandarius), die vroeger als Vlaamse gaai door het leven ging, wordt ook 'schreeuwekster' genoemd. Het is een opvallend gekleurde kraaiachtige die een onmiskenbaar krassend geluid produceert. Maar het is ook een goede imitator. Een van de bekendste imitaties is de roep van een Buizerd, die de Gaai gebruikt om predatoren uit de buurt van hun nest te houden. Gaaien hebben in het bos de functie van indringer-alarm; veel dieren reageren op hun alarmroep en verbergen zich.


De Gaai (Garrulus glandarius)

De gaai is 32 tot 35 cm lang. De nominaatvorm van de vogel, die onder andere in de Benelux voorkomt, is overwegend grijsbruin met een roze tint. De keel, onderbuik, anaalstreek, de stuit en een gedeelte van de handpennen zijn wit. Kenmerkend zijn een brede zwarte snorstreep en een blauw vleugelveld dat bestaat uit lichtblauwe veertjes met daarin een fijne, zwarte bandering. De vogel kan bij opwinding de kruinveren opzetten, deze zijn afwisselend licht van kleur met zwart.

Gaaien broeden in bossen, kleinschalig boerenland en in parken en tuinen in de stad of dorp. Daar zoeken ze ook hun voedsel. Waar loofbomen als eik en beuk aanwezig zijn, kunnen gaaien worden gevonden. De gaai was vroeger een uitgesproken bosvogel, maar ondanks schuw gedrag steeds vaker in de stad te zien. Ontbreekt alleen in gebieden zonder bomen.

Voedsel vindt de gaai in bomen en struiken, in de lucht en op de grond; het betreft een breed spectrum van dierlijk en plantaardig dieet: insecten en ongewervelden (waaronder veel plaagdieren), eikels, beukennootjes, hazelnoten en andere zaden en noten, vruchten als bramen, kersen, frambozen en lijsterbessen. Ook kleine of jonge zangvogels en eieren behoren tot het dieet, evenals kleine knaagdieren. Met de sterke snavel hakt de gaai gaten in harde omhulsels als slakkenhuizen, notendoppen en eierschalen en doorwoelt hij bodem, dierenpoep en menselijk afval.

De eik is afhankelijk van de gaai voor het verspreiden van eikels: de gaai vervoert ze in zijn keel en tussen zijn snavel naar plaatsen met een zachte ondergrond, waarna hij ze in de aarde duwt. Zo legt hij een wintervoorraad aan. Hij vergeet alleen een aantal plekjes. Wat niet teruggevonden wordt, kan uitgroeien tot een nieuwe eik. Om deze reden wordt de gaai ook wel 'de grootste bosbouwer' genoemd. De Duitse naam voor de gaai (Eichelhäher) typeert het gedrag. De wetenschappelijke naam Garrulus glandarius valt vrij te vertalen als voortdurend krassende eikelzoeker.

zondag 28 maart 2021

Zo hakt een Koolmees een zaadje stuk

Omdat vogels geen tanden en kiezen hebben hakken ze grote zaden in kleine stukjes voordat ze die opeten. Een Koolmees klemt een zaadje tussen beide pootjes en hakt er stevig op los.


Zo hakt een Koolmees een zaadje stuk

Mezen zijn dol op zonnebloempitten. Behalve dat ze de pitten lekker vinden zijn ze ook voedzaam. Zonnebloempitten zijn rijk aan oliën en eiwitten en zijn een mooi natuurlijk strooivoer voor tuinvogels. Bijna alle vogels eten graag zonnebloempitten omdat ze rijk van smaak zijn. Tevens zijn zonnebloempitten rijk aan energie en hebben een hoog caloriegehalte.


Groenlingen zingen om het territorium gevecht

Net als de Vlaamse gaai kwamen de Groenlingen ook naar de fotohut nadat ik daar vanmorgen voor strooiden. Ze weten dat. Sterker nog, ze kennen mij. Zowat alle dagen strooi ik daar voed, of ik nu foto's wil maken of niet. Door dat dagelijks te doen weten ze dat er wat voor ze te halen is. Je bouwt ook vertrouwen op met de vogels. Er zijn er bij die vlak boven mijn hoofd in de lagere takken van de bomen zitten te wachten tot het voer er ligt. Als ik mij omdraai om het vijvertje schoon te maken komen mezen, de Roodborst en de Heggenmus al op het voer af. Een enkele keer zit er dan ook een Vink of Groenling bij.


Als de Groenlingen bij de fotohut op het strooivoer af komen gaan ze vaak even in het boompje zitten wachten tot het onder hen rustig is.

De Groenling (Chloris chloris) is een zangvogel van de familie der vinkachtigen (Fringillidae). Een groenling is ongeveer 15 centimeter lang. Groenlingen doen hun naam eer aan: ze laten zich herkennen aan allerlei tinten groen in hun verenkleed. Het mannetje is olijfgroen van kleur, vooral op de stuit. De rug heeft een bruine tint en de onderzijde is meer geelachtig. De randen van de vleugel en de meeste staartpennen zijn aan de basis helder geel. De dikke snavel is bijna wit en de poten zijn vleeskleurig. Het wijfje is minder intensief van kleur, zij is meer grijsgroen en haar geel in de veren is veel valer. De juveniel is grijzer dan vrouwtje en de buikzone is meer gestreept.

Het lied van de groenling zit vol rollers en rinkelende belletjes. Hij sluit het lied vaak met een sneer af; 'tsjwèèè'. De groenling heeft twee typische zangvormen waarvan de sneer een agressiezang is naar rivaliserende mannetjes toe. Het andere type is een serie afwisselende hoge en lage tonen die warm klinken. Deze zang heeft een sociale functie en is vaak in groepen te horen. Deze twee types kunnen door elkaar gehoord worden maar ook los van elkaar. Een zingende groenling zit niet altijd stil op een takje zoals de meeste zangvogels. Deze vogel heeft echt een baltsvlucht en zingt terwijl die slalommend door de lucht vliegt. Hij imponeert met de zang én de vlucht om zo kenbaar te maken dat hij de baas is.


Van de Goenlingen die verschenen telde ik twee mannen die volledig op kleur zijn. Een eerstejaars man en een paar vrouwtjes.

De Groenling is oorspronkelijk een bewoner van bosranden en halfopen zoomvegetatie. Nu dat natuurlijke habitat zeldzaam is, bewoont de groenling vooral cultuurlandschappen: als er maar genoeg dichte struiken zijn. Groenlingen eten zaden. In hun stevige snavel trillen ze daarvan al ronddraaiend de vrucht uit de schil en wordt deze opgegeten.

De groenling is oorspronkelijk een bewoner van bosranden en halfopen zoomvegetatie. Nu dat natuurlijke habitat zeldzaam is, bewoont de groenling vooral cultuurlandschappen; als er maar genoeg dichte struiken zijn. Groenlingen eten zaden. In hun stevige snavel trillen ze daarvan al ronddraaiend de vrucht uit de schil en wordt deze opgegeten.

De Vlaamse gaai komt op mijn strooivoer af

Na de opknapbeurt van de tuin waar onze schuur en mijn vogelfotohut staan, was het vanmorgen tijd om daar weer foto's te gaan maken. De Koolmezen zijn al druk met nestbouw en de Vlaamse gaai weet wanneer ik er ben geweest om voer te strooien (waaronder premium pinda's) op de voerplaats voor het vijvertje aan de fotohut. Je hoeft niet lang te wachten voordat ze op komen dagen. Je moet dan wel een positie innemen waarbij ze je niet zien. Mijn schuiltentje deed vanmorgen dienst om aan de buitenkant van de afgebakende zone voor de fotohut post te vatten.


De Vlaamse gaai (oude naam) is een schuwe bosvogel. In de dorpen zijn ze minder schuw als in de bossen.

De wetenschappelijke naam van de Vlaamse gaai, Garrulus glandarius, is te vertalen als 'voortdurend krassende eikelzoeker'. Dat typeert de gaai alleen in de winter, want tijdens het broedseizoen is hij juist opvallend stil. Van oorsprong vrij schuwe bosvogel, maar inmiddels ook volop in het stedelijk gebied te vinden. Gaaien hebben in het bos de functie van indringer-alarm; veel dieren reageren op hun alarmroep en verbergen zich. Gaaien zijn bekend om de opvallende blauw-zwart gestreepte tekening op de vleugel. Ze zijn echter ook volop te vinden in kleinschalig agrarisch cultuurland en in groen dooraderde bebouwing, en ontbreken alleen in de meest boomloze landschappen. De aanplant van singels en (recreatie)bos speelde de Gaai hier in de kaart, net als de verstedelijking met bijbehorende groenvoorziening.

De beigebruine vogels, met een licht gestreepte kruin, hebben een lichte keel en onderkant, een lichtblauw vleugelveld met een fijne zwarte bandering. Verder heeft de gaai een brede zwarte baardstreep, een zwarte staart en witte stuit. In het voorjaar en zomer nadrukkelijk aanwezig met luidruchtige roep. Witte stuit en zwarte staart vallen op tijdens de vlucht. Gaaien hebben een stevige donkere snavel. De meest bekende roep is een luide, hese schreeuw die in de buurt van bomen en bos geregeld te horen is.


Gaaien broeden van half april tot in juni. Heeft meestal 1 legsel met 5-7 eieren. Broedduur 16-21 dagen. Het nest van de gaai is gemaakt van takjes en is komvormig. Het bevindt zich vaak tussen de stam en een dikke tak. Gaaien bekleden de binnenkant met bijvoorbeeld mos. Jongen zitten 19-21 dagen op het nest en zijn na 6-8 weken zelfstandig. Daarna kunnen de ouders agressief worden tegen hun jongen.

Boeden in bossen, kleinschalig boerenland en in parken en tuinen in de stad. Daar zoeken ze ook hun voedsel. Waar loofbomen als eik en beuk aanwezig zijn, kunnen gaaien worden gevonden. De gaai was vroeger een uitgesproken bosvogel, maar ondanks schuw gedrag steeds vaker in de stad te zien. Ontbreekt alleen in gebieden zonder bomen.

Gaaien eten vooral insecten, aangevuld met eieren en jongen van zangvogels. 's Winters eten gaaien vooral eikels, maar ook beukennootjes, granen (mais), fruit en ander eetbaars. In het najaar hamsteren gaaien de eikels en verstoppen die in de grond. Bij voedselgebrek worden ze opgegraven. De eikels die ze niet opgraven, kunnen uitgroeien tot bomen. Weet een gaai dat hij in de gaten wordt gehouden tijdens het verstoppen, dan komt hij later terug om de eikel elders te verstoppen.

maandag 22 maart 2021

De Zanglijster kwam en was weer weg

De Zanglijster staat bekend om zijn mooie zang. Maar weet je ook dat de Zanglijster slakkenhuisjes op stenen en tegels stuk slaat zodat ze bij het vlees kunnen komen. Deze zag ik bij de fotohut, voor onze schuur. Even maar..., maar lang genoeg er een foto van te maken.

Deze Zanglijster zag ik bij de fotohut, voor onze schuur. Even maar..., maar lang genoeg er een foto van te maken.

De zanglijster (Turdus philomelos) is een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae). Al vanaf het vroege voorjaar hoorde ik de zanglijster luid zingen in de toppen van de bomen. De zang van de zanglijster is vaak een piepende en schrille waterval van noten met weinig korte pauzes met strofen die 2 tot 4 keer herhaald worden. De zanglijster begint 's ochtends tijdens de schemering met zingen. 's Avonds zingt hij tot het donker wordt. De zanglijster zingt vanaf een hoog punt, bijvoorbeeld in een boomtop of op een dak. Al in januari zijn de zanglijsters te horen.

dinsdag 2 maart 2021

De Goudvinken eten van de boomknoppen

Vanmorgen was ik te gast bij een bevriende tuinman van Bungalowpark De Parel in Oisterwijk. Bij zijn woning op het terrein zitten Goudvinken. Ik mocht in zijn tuin foto's maken, wat nog niet zo eenvoudig was. Waar ik mijn schuiltentje ook neerzetten, er zate altijd wel takjes tussen de camera en de mooie vogel. Dat geeft verstrooiing, dus niet scherp zoals dat zou moeten. Maar toch, mooie vogel om weer eens te fotograferen.


De Goudvink man met zijn rode lijf en grijze rug. De kop, vleugelpennen en staart zijn zwart.

De Goudvink leeft anders dan andere vinken niet in grote groepen maar in paren of kleine groepjes. Het mannetje is opvallend roodroze-zwart getekend, maar je vind hem vooral door zijn zachte fluitende roepje. Goudvinken zijn vogels van bossen, parken en tuinen die zich graag ophouden in de dekking. Ze blijven vaak minuten lang stil zitten. De Goudvink is een wat plompe vink met brede nek. Zowel het mannetje als het vrouwtje hebben een zwarte kap. Het mannetje heeft een opvallende helder roodroze buik en wangen. Het vrouwtje is onopvallender beigegrijs gekleurd. Beide hebben donkere staart, een witte stuit en vleugels met opvallende witte vleugelstreep. Heeft een korte, zware, dikke, zwarte snavel. Juveniel als vrouwtje maar met grijsbruine kop, zonder de zwarte kopkap

De Goudvink is een wat plompe vink met brede nek. Zowel het mannetje als het vrouwtje hebben een zwarte kap. Het mannetje heeft een opvallende helder roodroze buik en wangen. Het vrouwtje is onopvallender beigegrijs gekleurd. Beide hebben donkere staart, een witte stuit en vleugels met opvallende witte vleugelstreep. Heeft een korte, zware, dikke, zwarte snavel. Juveniel als vrouwtje maar met grijsbruine kop, zonder de zwarte kopkap.


Het verschil tussen de man en de vrouw is erg groot. Het vrouwtje valt veel minder op als de man.

Goudvinken kun je tegen komen in oude en jonge naaldbossen, gemengde bossen, loofbossen, parken en in grote tuinen met veel variatie en ondergroei. In de ondergroei maken ze hun nest. In boomgaarden wordt een goudvink door fruittelers niet graag gezien. Ze eten namelijk in groot tempo de knoppen op. De goudvink eet bessen zoals die van meidoorn, liguster, kamperfoelie, braam en bitterzoet, vooral om de zaden. Ze eten ook zaden van kruidensoorten zoals brandnetel, wilgenroosje, boterbloem, paardenbloem, kruiskruid en melkdistel. Eten ook essenzaden. Als er 's winters weinig essenzaad is, eten ze ook de knoppen van de bomen. Ook die van fruitbomen en dat maakt goudvinken niet populair bij telers.

De broedt is van eind april tot juli. Heeft meestal twee (soms 3) broedsels van 4 tot 6 eieren. Broedduur 13 tot 14 dagen. Het vrouwtje maakt het nest van gras, mos, bladeren en wat takjes. De jongen zitten 16-18 dagen op het nest en zijn 2 tot 3 weken na het uitvliegen zelfstandig.


De goudvink is in Nederland een vrij algemene broedvogel van de zandgronden waarop naaldbos staat. In de periode 1979-1985 bedroeg het aantal broedparen circa 17500 paar. De goudvink breidde zijn areaal binnen Nederland gedeeltelijk uit, bijvoorbeeld naar de bossen in Flevoland. Op sommige plaatsen was er ook een sterke achteruitgang. Volgens SOVON bleef in de periode 1990-2007 het aantal broedparen vrij constant. Rond 2007 broedden er nog ongeveer 8000 paar in Nederland.