dinsdag 7 december 2021

Mijn visuele natuurverhalen

Mijn naam is Jozef van der Heijden. Ik woon in de Brabantse Hulsel.
Ik fotografeer al sinds de 70er jaren. Ik begon met een kleinbeeld fotocamera en een Super 8 filmcamera met geluidsregistratie. Op de boerderij filmde ik Groenlingen en Kneuen die de jongen op hun nest verzorgde. Mijn interesse gaat naar de natuur in het algemeen. Van vogels tot paddenstoelen, mossen, korstmossen en  landschappen. Maar vogels fascineren mij wel het meest. Daarnaast ben lid van diverse natuurbescherming organisaties (zie de logo's hieronder).

Hoewel vogels mijn voorkeur genieten, ontdekte ik op 4 januari 2019 de Opkrullende strookzwam in de bossen van Hapert, officieel de 19e geregistreerde vondst in Nederland sinds 1855 en de eerste sinds 1985. Daarna vond ik nog twee plaatsen waar deze zeer zwam voor kwam. Op 16 oktober 2019 vond ik op Landgoed Wellenseind de eveneens zeer-zeldzame Kroontjesknotszwam. Verspreidingsatlas.nl meldt sinds 1990 slechts 105 vindplaatsen in Nederland.

Volg mij op: Facebook Twitter YouTube en met www.jozefvanderheijden-foto.nl. Mijn onderwerpen: Alles wat de natuur gedurende de vier jaargetijden biedt.

Krulhaarkelkzwammen in het besneeuwde mos

Vanmorgen zag ik weer enkele mooie Krulhaarkelkzwammetjes in natuurgebied Grijze Steen, niet ver van de Groote Beerze. Er lag nog een beetje sneeuw op het mos waar ze uit omhoog groeide. Deze groeien aan de rand van de rabatten, een plaats waar het erg nat is.


Krulhaarkelkzwammetjes in de Grijze Steen, beekdal Groote Beerze

Kelkzwammen behoren zonder twijfel tot de mooiste zakjeszwammen of ascomyceten. In het winterse bos waar donkere kleuren domineren zijn kelkzwammen een lust voor het oog met hun rode kelken en lichtere buitenkanten. In Nederland komen met zekerheid twee soorten kelkzwammen voor; de Krulhaarkelkzwam en de Rode kelkzwam. Beide soorten zijn rood en kleurvariaties komen (zeldzaam) voor. De twee Nederlandse kelkzwamsoorten leven op loofhoutsoorten die in een reeds gevorderde staat van vertering verkeren. De toename van kelkzwammen wordt wel geweten aan de veranderde inzichten van het bosbeheer waarin plaats is voor meer dood hout in de bossen.

De Krulhaarkelkzwam heeft rode, bekervormige saprofiet op verterend loofhout tijdens de winter. Groeit op wilg en els in loofbossen op vochtige, voedselrijke grond. De naam Krulhaarkelkzwam roept de gedachten op dat de kelkrand behaard moet zijn. Dat is ook zo, maar de haren aan de buitenzijde van de kelk van de Krulhaarkelkzwam zie je alleen onder een microscoop. De Krulhaarkelkzwam staat vanwege het zeldzame voorkomen op de Rode lijst van bedreigde paddenstoelen in Nederland. De Krulhaarkelkzwam (Sacroscypha austriaca) en de sterk gelijkende Rode Kelkzwam s.s. (Sarcoscypha coccinea s.s.) kunnen alleen door middel van de microscoop van elkaar worden onderscheiden. Zonder microscopisch onderzoek wordt een soort verzamelnaam gebruikt, door beide als Rode Kelkzwam s.l. (Sarcoscypha coccinea s.l.) te vermelden. De Krulhaarkelkzwam komt in ons land meer voor dan de Rode kelkzwam.


De twee soorten kelkzwammen zijn in het veld niet met zekerheid uit elkaar te houden. Bij gericht onderzoek naar bijvoorbeeld de verspreiding van de twee soorten moet de microscoop er aan te pas komen. Het verschil in microscopische details tussen de Rode en Krulhaarkelkzwam werden in het natuurbericht van 5 maart 2014 uit de doeken gedaan. Er is ook nog een onvruchtbare of anamorfe vorm bekend van de Rode kelkzwam die door de mycoloog Marin Molliard in 1904 voor het eerst werd beschreven als Molliardiomyces eucoccinea. Het schijnt een waar huzarenstukje te zijn om deze onopvallende anamorfe Rode kelkzwam te vinden. Van het voorkomen van de anamorfe vorm van de Krulhaarkelkzwam is niets bekend. De Krulhaarkelkzwam komt in Nederland meer voor dan de Rode kelkzwam. De Krulhaarkelkzwam is vrij algemeen, de Rode kelkzwam is matig algemeen. Op wereldniveau geven de verhoudingen in het voorkomen echter een heel ander beeld.

Het water heeft het vlonderpad bereikt

Het nieuwe vlonderpad dat in het beekdal van de Groote Beerze (Grijze Steen) langs de voormalige BZ40 sloot is aangelegd staat inmiddels met de poten in het water. De grond van het voormalige onderhoudspad is afgegraven om bij hoog water de lager gelegen delen met elkaar te verbinden. Om het wandelpad begaanbaar te houden is het vlonderpad aangelegd.


Het vlonderpad staat met de poten in het water, maar wandelaars houden hun voeten droog.

Naast de geplande aanleg van drie bruggen en één voorde, is er langs de huidige BZ40, tussen de Westelbeersedijk en de Groote Beerze, een vlonderpad aangebracht. De bruggen en de voorde volgen nog. Dit om het huidige wandelpad toegankelijk te houden bij het onderwater zetten van het waterbergingsgebied. Tevens maakt de aanleg van een vlonderpad het herstel van een stroomgeul mogelijk. Door het vlonderpad te ontwerpen tot een hoogte van 21.75m +NAP blijft het pad toegankelijk tot aan de Groote Beerze. Het vlonderpad is 1 meter breed en heeft een lengte van ongeveer 75 meter.

zaterdag 27 november 2021

Honingbijen overwinteren in een takkenwal

Vanmorgen zag ik Bijen honingraten hangen in een takkenwal bij onze schuur in Netersel. Waarschijnlijk zijn die de afgelopen zomer uitgezwermd uit de bijenkasten die de buurman achter in ons weiland heeft staan. De bijen zitten open en bloot, en moeten de weersomstandigheden trotseren die ze ook vannacht hebben doorstaan. Dat ik ze niet eerder heb gezien, komt waarschijnlijk doordat er brandnetels voor groeiden. Die zijn vannacht door de vorst slap geworden en door de sneeuw weggezakt. Bijen maken een soort antivries stofje aan uit de suikers die ze uit de honing halen. Ze bouwen zo een bescherming op tegen bevriezing.


'Honingbijen overwinteren in een takkenwal' was een van de items bij Stuifmail van Frans Kaptijns bij Omroep Brabant Radio.

De meest voorkomende bijensoort is de honingbij. Anders dan de andere soorten zijn honingbijen het hele jaar aanwezig, dus ook in de winter. Ze leven in grote volken van ongeveer 10.000 bijen in de winter tot 40.000 in de zomer. In het volk leeft de koningin, een grotere bij die eitjes legt. Haar aanwezigheid zorgt ervoor dat alles in het volk goed funktioneert. Honingbijen verzamelen nectar net als alle andere soorten bijen. Maar ze halen veel meer dan ze dagelijks nodig hebben. Het overschot slaan ze op als honing in zelfgemaakte raten. Met de aangelegde voorraad kan het volk de wintermaanden overleven als het koud is en er geen bloemen zijn. Honingbijen kwamen vroeger in ons land in het wild voor. Door gebrek aan holle bomen en andere plekken om te kunnen wonen, plus het gebruik van bestrijdingsmiddelen, ziekten en te weinig voedsel, zijn er nagenoeg geen wilde honingbijenvolken meer.

Honingbijen overwinteren als volwassen bijen in een kolonie. Maar de mannetjes, de darren, overwinteren niet mee. Zij zijn verjaagd en vaak gedood door de werksters, omdat hun taak er al op zit en ze in de winter geen bijdrage meer kunnen leveren aan de kolonie. Werksters zitten in de winter met tienduizenden opeen gepakt in een gedeelte van de korf waarin zich de voorraden honing en stuifmeel van de kolonie bevinden. In het midden zit de koningin, verwarmd door de omringende bijen, die honing eten en warmte opwekken door hun vleugelspieren te bewegen. Hoe kouder het is, hoe dichter ze tegen elkaar aankruipen. De interne thermostaat in de bijenkast houden ze zo op 15 à 25°C, ongeacht de buitentemperatuur. Af en toe wisselen ze van plaats zodat ook de buitenste laag bijen weer kan opwarmen. Pas als de dagen beginnen te lengen beginnen de bijen die dichtbij de koningin zitten, haar te voederen met koninginnenbrij. Dat levert haar de eiwitten die ze nodig heeft om eieren te beginnen leggen en dan is de lente begonnen.


Imkers houden bijen in kasten en korven. Eenvoudig voor de lol omdat ze gefascineerd zijn door het leven van het bijenvolk, of om ze in te zetten voor de bestuiving van allerlei voedselgewassen. Bijenvolken groeien in het voorjaar enorm in aantal bijen. Wordt het volk te groot, dan splitst het zich door te zwermen. De helft van het volk vertrekt om elders een woonplek te vinden.

dinsdag 23 november 2021

Gewone wimperzwam op een treurwilg

Afgelopen vrijdag maakte ik nabij de Groote Beerze een foto van een klein rood knopje van een millimeter of 3 tot 4 mm, dat een Gewone wimperzwam bleek te zijn. Dat blijkt nu geen eenmalige toevalstreffer te zijn. Op het half vermolmde hout van een treurwilg die in Netersel bij onze schuur ligt zag ik er een stuk of 45.


De Gewone wimperzwam op half vermolmd hout van een treurwilg. Deze varieren van 3 mm tot 1 cm.

Alle soorten wimperzwammen zijn te herkennen aan de oranjerode tot bruinrode schijfjes met donkere haren aan de rand. De Gewone wimperzwam is gemeld uit landen van het gehele noordelijk halfrond. De verschillende soorten wimperzwammen zijn moeilijk en alleen microscopisch goed van elkaar te onderscheiden. De vraag is dus of het altijd gaat om de soort die wij de Gewone wimperzwam noemen. De Gewone wimperzwam is helder oranje en in verhouding groter, tot zo’n 10 tot 15 millimeter, dan veel van de andere soorten. De donkerbruine tot zwarte randharen zijn vrij lang, tot ongeveer 1,5 millimeter en blijken onder de microscoop complex wortelend te zijn. De andere, vaak veel kleinere soorten, komen ook wel voor op hout maar bijvoorbeeld ook in oude karrensporen.

Gewone wimperzwam (Scutellinia scutellata) leeft saprotroof op hout. Hij komt alleen voor of in groepjes op rottend hout, halfverteerde boombast of een bodem waarin houtresten aanwezig zijn. Hij is ook aangetroffen op rottend blad of half vergane vruchtlichamen van de tonderzwam Fomes fomentarius. De schotelvormige paddenstoel heeft een diameter van 2 - 12 mm. De kleur aan de binnenzijde is oranje en de buitenrand heeft haartjes. De haartjes zijn meestal bruin en kunnen 1,3 mm lang worden.


Saprotroof op vochtig, rottend, plantaardig materiaal (hout, bladeren, papier, kruiden enz.) en omringende bodem, het meest in natte elzenbossen (Carici-Alnetum) en wilgenstruwelen (Salicion cinereae), ook in andere vochtige bossen, graslanden, afgravingen etc.

Variabele soort, o.a. gekenmerkt door complex wortelende lange randharen (500-2000x20-50 μm) en elliptische sporen (17.5-22.5x11-14.5) met lage, vaak vervloeiende wratjes. Nauwelijks verward met de andere in Nederland voorkomende soorten. S. crinita is zeer nauw verwant en in Nederland nog niet aangetroffen (zie Schumacher, loc. cit.: 58-60. 1990).

zondag 21 november 2021

Krulhaarkelkzwammetjes bij de Groote Beerze

Eergisteren fotografeerde ik een aantal Krulhaarkelkzwammetjes op aangeven van Boswachter Frans Kolsters van Brabants Landschap. Vanmorgen zag ik nog een takje met deze mooie kelkzwammetjes. Deze vond ik op een andere plaats. Welleswaar ook binnen natuurgebied Grijze Steen, dat behoord tot het beekdal van de Groote Beerze.


Krulhaarkelkzwammetjes in beekdal Groote Beerze

Kelkzwammen behoren zonder twijfel tot de mooiste zakjeszwammen of ascomyceten. In het winterse bos waar donkere kleuren domineren zijn kelkzwammen een lust voor het oog met hun rode kelken en lichtere buitenkanten. In Nederland komen met zekerheid twee soorten kelkzwammen voor; de Krulhaarkelkzwam en de Rode kelkzwam. Beide soorten zijn rood en kleurvariaties komen (zeldzaam) voor. De twee Nederlandse kelkzwamsoorten leven op loofhoutsoorten die in een reeds gevorderde staat van vertering verkeren. De toename van kelkzwammen wordt wel geweten aan de veranderde inzichten van het bosbeheer waarin plaats is voor meer dood hout in de bossen.

De Krulhaarkelkzwam heeft rode, bekervormige saprofiet op verterend loofhout tijdens de winter. Groeit op wilg en els in loofbossen op vochtige, voedselrijke grond. De naam Krulhaarkelkzwam roept de gedachten op dat de kelkrand behaard moet zijn. Dat is ook zo, maar de haren aan de buitenzijde van de kelk van de Krulhaarkelkzwam zie je alleen onder een microscoop. De Krulhaarkelkzwam staat vanwege het zeldzame voorkomen op de Rode lijst van bedreigde paddenstoelen in Nederland. De Krulhaarkelkzwam (Sacroscypha austriaca) en de sterk gelijkende Rode Kelkzwam s.s. (Sarcoscypha coccinea s.s.) kunnen alleen door middel van de microscoop van elkaar worden onderscheiden. Zonder microscopisch onderzoek wordt een soort verzamelnaam gebruikt, door beide als Rode Kelkzwam s.l. (Sarcoscypha coccinea s.l.) te vermelden. De Krulhaarkelkzwam komt in ons land meer voor dan de Rode kelkzwam.


De twee soorten kelkzwammen zijn in het veld niet met zekerheid uit elkaar te houden. Bij gericht onderzoek naar bijvoorbeeld de verspreiding van de twee soorten moet de microscoop er aan te pas komen. Het verschil in microscopische details tussen de Rode en Krulhaarkelkzwam werden in het natuurbericht van 5 maart 2014 uit de doeken gedaan. Er is ook nog een onvruchtbare of anamorfe vorm bekend van de Rode kelkzwam die door de mycoloog Marin Molliard in 1904 voor het eerst werd beschreven als Molliardiomyces eucoccinea. Het schijnt een waar huzarenstukje te zijn om deze onopvallende anamorfe Rode kelkzwam te vinden. Van het voorkomen van de anamorfe vorm van de Krulhaarkelkzwam is niets bekend. De Krulhaarkelkzwam komt in Nederland meer voor dan de Rode kelkzwam. De Krulhaarkelkzwam is vrij algemeen, de Rode kelkzwam is matig algemeen. Op wereldniveau geven de verhoudingen in het voorkomen echter een heel ander beeld.

vrijdag 19 november 2021

Krulhaarkelkzwam of Rode kelkzwam

Gisteren werd ik door Boswachter Frans Kolsters van Brabants Landschap getipt over een vondst van enkele Krulhaarkelkzwammen of Rode kelkzwammen. Niet zeker is welke van deze twee het betreft, daar alleen met microscopisch onderzoek definitief de juiste van deze twee gelijkende kelkzwammetjes kan worden bepaald. Het maakt mij ook niet zoveel uit welke van de twee namen hier aangeplakt moeten worden. Ze zij beide even mooi, en de zeldzaamheid verschilt ook niet zo veel van elkaar.


Ik ga er even vanuit dat het de Krulhaarkelkzwam betreft. De Rode kelkzwam is de zeldzamere van de twee.

De Krulhaarkelkzwam heeft rode, bekervormige saprofiet op verterend loofhout tijdens de winter. Groeit op wilg en els in loofbossen op vochtige, voedselrijke grond. De naam Krulhaarkelkzwam roept de gedachten op dat de kelkrand behaard moet zijn. Dat is ook zo, maar de haren aan de buitenzijde van de kelk van de Krulhaarkelkzwam zie je alleen onder een microscoop (zie hier). De Krulhaarkelkzwam staat vanwege het zeldzame voorkomen op de Rode lijst van bedreigde paddenstoelen in Nederland. De Krulhaarkelkzwam (Sacroscypha austriaca) en de sterk gelijkende Rode Kelkzwam s.s. (Sarcoscypha coccinea s.s.) kunnen alleen door middel van de microscoop van elkaar worden onderscheiden. Zonder microscopisch onderzoek wordt een soort verzamelnaam gebruikt, door beide als Rode Kelkzwam s.l. (Sarcoscypha coccinea s.l.) te vermelden. De Krulhaarkelkzwam komt in ons land meer voor dan de Rode kelkzwam.

Kelkzwammen behoren zonder twijfel tot de mooiste zakjeszwammen of ascomyceten. In het winterse bos waar donkere kleuren domineren zijn kelkzwammen een lust voor het oog met hun rode kelken en lichtere buitenkanten. In Nederland komen met zekerheid twee soorten kelkzwammen voor; de Krulhaarkelkzwam en de Rode kelkzwam. Beide soorten zijn rood en kleurvariaties komen (zeldzaam) voor. De twee Nederlandse kelkzwamsoorten leven op loofhoutsoorten die in een reeds gevorderde staat van vertering verkeren. De toename van kelkzwammen wordt wel geweten aan de veranderde inzichten van het bosbeheer waarin plaats is voor meer dood hout in de bossen.


De twee soorten kelkzwammen zijn in het veld niet met zekerheid uit elkaar te houden. Bij gericht onderzoek naar bijvoorbeeld de verspreiding van de twee soorten moet de microscoop er aan te pas komen. Het verschil in microscopische details tussen de Rode en Krulhaarkelkzwam werden in het natuurbericht van 5 maart 2014 uit de doeken gedaan. Er is ook nog een onvruchtbare of anamorfe vorm bekend van de Rode kelkzwam die door de mycoloog Marin Molliard in 1904 voor het eerst werd beschreven als Molliardiomyces eucoccinea. Het schijnt een waar huzarenstukje te zijn om deze onopvallende anamorfe Rode kelkzwam te vinden. Van het voorkomen van de anamorfe vorm van de Krulhaarkelkzwam is niets bekend. De Krulhaarkelkzwam komt in Nederland meer voor dan de Rode kelkzwam. De Krulhaarkelkzwam is vrij algemeen, de Rode kelkzwam is matig algemeen. Op wereldniveau geven de verhoudingen in het voorkomen echter een heel ander beeld.

De Krulhaarkelkzwam is bekend van Europa en Noord-Amerika en ze wordt hier overwegend in de meer noordelijke gebieden gevonden. Vooral in het boreale district en bijvoorbeeld algemeen in Noorwegen waar ze bekend is tot aan het noordelijk gelegen Bodö, vlak bij de poolcirkel. Ook in het Centraal Europese gebergte (submontane gebied) wordt ze gevonden. In Canada werd ze ten westen van de Hudsonbaai gevonden bij Saint-Bruno-de-Montarville. In de Verenigde Staten komt ze vooral voor aan de noordoostkust in de staten Maine, New Hampshire en New York. De Krulhaarkelkzwam is een soort van gematigde tot polaire standplaatsen.


De Rode kelkzwam kent een veel grotere verspreiding en komt behalve in heel Europa ook in Noord-Amerika (Canada, VS, Alaska), Zuid-Amerika (Mexico, Chili), Afrika, Azië (Japan, India), Australië en Nieuw-Zeeland voor en wordt daarom als kosmopolitisch beschouwd. Hoewel kelkzwammen tot de echte winterpaddenstoelen behoren waarbij vorst goed wordt verdragen komen er ook kelkzwamsoorten voor in andere klimaatzones zoals onze eigen Rode kelkzwam.

Hoewel de Krulhaarkelkzwam in Nederland algemener is dan de Rode kelkzwam is dat op wereldschaal zeker niet het geval. Dus niet mopperen als er tijdens een excursie alleen maar Krulhaarkelkzwammen worden gevonden.