donderdag 13 juni 2024

Mijn visuele natuurverhalen

Mijn naam is Jozef van der Heijden. Ik woon in de Brabantse Hulsel. Ik fotografeer al sinds de 70er jaren. Ik begon met een kleinbeeld fotocamera en een Super 8 filmcamera met geluidsregistratie. Op de boerderij filmde ik Groenlingen en Kneuen die de jongen op hun nest verzorgde. Mijn interesse gaat naar de natuur in het algemeen. Van vogels tot paddenstoelen, mossen, korstmossen en  landschappen. Maar vogels fascineren mij wel het meest. Daarnaast ben lid van diverse natuurbescherming organisaties.
(zie de logo's hieronder)

Hoewel vogels mijn voorkeur genieten, ontdekte ik op 4 januari 2019 de Opkrullende strookzwam in de bossen van Hapert, officieel de 19e geregistreerde vondst in Nederland sinds 1855 en de eerste sinds 1985. Daarna vond ik nog twee plaatsen waar deze zeer zwam voor kwam. Op 16 oktober 2019 vond ik op Landgoed Wellenseind de eveneens zeer-zeldzame Kroontjesknotszwam. Verspreidingsatlas.nl meldt sinds 1990 slechts 105 vindplaatsen in Nederland.

Volg mij op: Facebook Twitter YouTube en met jozefvanderheijden-foto.nl. Onderwerpen: Alles wat de natuur gedurende de jaargetijden bieden.

Slapende vogels liggen op het water te dagdromen

Vanmorgen fietste ik weer naar de Kattesteertvijver ten zuiden van Retie (Bel). De fuut met de jonge kuikentjes was maar even te zien. Ik kon nog net twee foto's maken voordat ze achter de rietkraag verwenen. De meest kuifeenden lagen te slapen en de Wilde eenden hingen in het water te dobberen met hun hooft onder water en hun achterwerk bover het water uitstekend. Afgelopen zaterdag kon de Fuut nog filmen. Vanmorgen filmde ik de Knobbelzwaan. Daar komt later de video van uit op YouTube.


De jonge kuikentjes op de rug van de ouder Fuut was de attractie van de dag.

Drie kleine fuut kuikentjes zitten ook te rusten op de rug van de ouder fuut. De kopjes steken mooi boven de veren van de ouder uit. Het zijn opvallende verschijningen, met hun streepjespyjama outfit. Heelveel dagen is het nog niet geleden dat ze uit de eieren zijn gekomen. Man en vrouw zien er bijna identiek uit. Het enige verschil is de kuif, die bij de man iets groter is.


De slapende Kuifeend ligt met de snavel tussen de veren te dagdromen.

De meeste vogels slapen met hun kop naar achter gedraaid en onder de veren gestoken. Ze slapen vaak waar ze overdag ook zijn. Dat is op een tak verscholen tussen de bladeren, of zoals spechten, hangend aan een boomstam. Watervogels slapen meestal op het water, waar ze veilig zijn voor landroofdieren. Weidevogels slapen op drassige stukken grasland. En gierzwaluwen, die het merendeel van hun leven niet aan land komen, slapen zelfs zeilend door de lucht.

Vogels vallen niet uit de boom als ze op een tak slapen en wegdoezelen. Dat komt omdat ze een klemmechanisme in hun poten hebben waardoor vasthouden als vanzelf gaat en loslaten juist moeite kost. Precies andersom als bij ons dus. Als een vogel op een boomtak gaat zitten, buigen zijn enkels bij het neerkomen. Pezen die langs de achterkant van de poot naar de tenen lopen, worden dan strak gespannen en de tenen krommen zich. De vogel zit zo vastgeklemd op de tak en moet actie ondernemen om los te komen. Als een vogel sterft in zijn slaap, is het hierdoor schier onmogelijk om hem los te krijgen.

Vogels slapen veel minder diep dan mensen. Dat komt omdat ze alerter moeten blijven dan wij, om bij gevaar (roofdieren) snel te kunnen reageren. Ze kennen wel een diepe droomslaap, maar slechts in een kort deel van de slaaptijd. Daarnaast slapen veel vogels maar half: de ene helft van de hersenen slaapt en de andere helft is wakker. Eén oog is dan open zodat ze toch waakzaam blijven. Sommige vogels presteren dit zelfs als ze vliegen, bijvoorbeeld tijdens de trek. Dan is dat open oog handig om nergens tegenaan te botsen.

dinsdag 11 juni 2024

Levendbarende hagedissen zitten op te warmen

Levendbarende hagedissen (Zootoca vivipara) zijn koudbloedige dieren, die zich 's morgens eerst moeten opwarmen in de zon. Tijdens het opwarmen zijn deze toch wel schuwe diertjes het vaakst te zien. Ze zitten daarbij vaak op een steen, een kale tak of boomstam die op de grond ligt of een afrasteringspaal, zoals weipalen.


Levendbarende hagedissen zitten op te warmen

Levendbarende hagedissen zijn bewoners van open tot halfopen leefgebieden met een rijke vegetatiestructuur. Ze komen voor in plekken zoals grote heideterreinen, waar ze hun lichaamstemperatuur reguleren door op te warmen in de zon. Deze schuwe en snelle beestjes liggen graag op stenen, houtblokken of boomstammen om zich te verwarmen aan de eerste zonnestralen. Dus als je goed luistert, kun je ze misschien wel horen door het geritsel in de heide.

Het voedsel van de levendbarende hagedis bestaat voor 95-99% uit geleedpotigen. Soms worden ook slakken en wormen gegeten. De meest gegeten prooien zijn spinnen, cicaden en bladluizen, vliegen, kevers (met name kortschildkevers) en rupsen. Een hagedis in nood kan zijn staart afwerpen. De staart is echter een kostbaar bezit en het afwerpen ervan wordt daarom alleen als laatste redmiddel ingezet. De Levendbarende hagedis is relatief klein met een maximale totale lengte van 18 cm. Deze lengte wordt maar zelden bereikt. De tekening is zeer variabel. De grondkleur is bruin, met soms een groenige of rossig-bronsachtige glans.

Levendbarende hagedissen zijn zoals de naam al zegt eierlevendbarend. De eieren komen in het moederlichaam tot ontwikkeling en komen tijdens of zeer kort nadat ze zijn afgezet, uit. De legselgrootte is sterk afhankelijk van de grootte van het vrouwtje en varieert tussen de drie en acht jongen met een gemiddelde van 5,6. De hoogste in de vrije natuur vastgestelde leeftijd bedraagt acht jaar. Gemiddeld worden echter leeftijden van drie tot vier jaar bereikt.

zaterdag 8 juni 2024

Pyjamafuutjes zitten bij ouder Fuut op de rug

Vanmorgen bezocht ik de Kattesteertvijver ten zuiden van het Belgische Retie. Onderweg met de fiets bedacht ik mij en besloot naar het Provinciaal Domein Prinsenpark te rijden. Het was tenslotte maar 30 km enkele reis. Bij aankomst zag ik dat de fuut jonge kuikentjes op de rug had. Natuurlijk had ik een (lichtgewicht) statief en een kleine 4 K videocamera in mijn fietstas (standaard aanwezig). Na een poos kwamen ze ook wat dichter bij. Deze camera heeft een redelijk zoombereik, maar bij lange niet wat ik met mijn Nikon D500 en de telelens die ik daar op gebruik. Maar om nu te stellen dat het behelpen is, zou te ver gaan.


Pyjamafuutjes zitten bij ouder Fuut op de rug

De fuut man (grotere kuif) had drie kleine fuut kuikentjes op z'n rug. Later kwam er nog een vierde bij die vanaf de achterkant van vader fuut ook mee wou liften. De kopjes staken boven de veren van de ouder uit. Het zijn opvallende verschijningen, met hun streepjespyjama outfit. Heelveel dagen is het nog niet geleden dat ze uit de eieren zijn gekomen. Man en vrouw zien er bijna identiek uit. Het enige verschil is de kuif, die bij de man iets groter is.

De vogels bouwen samen op een goed verborgen plaats een drijvend nest van planten. Na die vier weken broeden komen de eieren uit. De fuut legt drie of vier eieren. Hoewel de jonge kuikentjes al meteen kunnen zwemmen, liften de kuikens vaak mee op de rug van één van de ouders, waarbij de jongen ook tijdens het duiken van de ouders gewoon blijven zitten. Jonge kuikens van watervogels lopen het gevaar dat ze opgegeten worden door een reiger of een roofvis zoals een snoek. Op de rug van hun ouder zitten de jonge futen veiliger dan in het water. Een groot verschil met de wilde eend. Die begint vaak met zo’n twaalf jongen, een aantal dat zo hoog is omdat er veel van verloren gaan.

De Kattesteertvijver in het Belgische Retie maakt deel uit van het Provinciaal domein Prinsenpark. Het ligt aan de zuidrand van het natuurrecreatiepark. Er liggen in totaal vijf vijvers op op het park, waarvan drie aan de zuidelijke grensgebied van het park. De Kattesteertvijver is de bekendste, maar de vierkante vijver en de Kleine Hooibeekvijver zijn ook de moeite om het eens te bezoeken. Het karakter van de drie vijvers is totaal verschillend.

vrijdag 7 juni 2024

Snorzweefvlieg in de kelk van Vingerhoedskruid

Deze Snorzweefvlieg - Ook wel pyjamazweefvlieg genoemd - zag ik in de kelk van Vingerhoedskruid. Ik maakte de foto met mijn telefoon. De soort wordt gekarakteriseerd door het rossige achterlijf met op elk segment 2 zwarte bandjes: een rechte band en een snorvormig bandje. De larven jagen op bladluizen en leven op bladeren van kruiden en struiken.


Snorzweefvlieg in de kelk van Vingerhoedskruid

De wat opmerkelijke Nederlandse namen dankt deze vlieg aan de tekening; een gele basiskleur met een wat complexe, maar regelmatige zwarte strepentekening dwars op het achterlijf. Deze bestaat uit drie zwarte banden met daaronder een vaak onderbroken, dunnere en ietwat V-vormige streep. De bovenste band is meestal versmolten met de driehoekige streep erboven. Het borststuk is zwartbruin en glanzend, en heeft een lichtere, meestal gele 'uitstulping' aan de achterzijde. De ogen zijn rood van kleur en de lengte is 7 tot 12 millimeter.

De pyjamazweefvlieg leeft van nectar en stuifmeel van bloemen en er worden meerdere plantensoorten bezocht. In Nederland en België is de pyjamazweefvlieg algemeen, en komt overal voor waar veel bloemen en bladluizen zijn. Deze soort is erg populair in de tuinbouw, omdat de larven vraatzuchtige belagers van bladluizen zijn. De larven eten ongeveer 400 bladluizen voor ze verpoppen. Het vrouwtje legt de witte, langwerpige eitjes in een bladluizenkolonie, waar de larven al na enkele dagen uitkomen. De larve is een platte, kruipende larve die iets weg heeft van een worm, de larve is half-doorzichtig en glimmend.

Het voedsel bestaat uitsluitend uit bladluizen, die worden leeggezogen. De larve is vooral te vinden aan de onderzijde van bladeren, omdat zich hier ook de bladluizen bevinden. Na enige tijd verpopt de larve, deze pop ziet eruit als een bruine druppel. Dit stadium duurt ongeveer twee weken. De snelheid van de ontwikkeling hangt sterk af van de temperatuur; in het noordelijkste deel van het verspreidingsgebied komt slechts een enkele generatie tot ontwikkeling, in het zuiden wel vier of vijf.

zaterdag 25 mei 2024

Landschotse Heide is nu Groot Waterland

Na een natte winter, maken we ook een nat voorjaar door. De zomermaanden in aantocht, vragen we ons af of de natte periode niet catastrofaal worden voor de natuur, maar vooral voor de landbouw. Het water in de vennen en plassen staan erg hoog. De vennen op de Landschotse Heide zijn niet meer van elkaar te onderscheiden. Ze zijn door het hoge water tot een groot ven samengekomen. Voor de watervogels een meerwaarde, en landschappelijk erg mooi.


Landschotse Heide is nu Groot Waterland

De Landschotse Heide is een natuurgebied van 239 ha in de Nederlandse provincie Noord-Brabant, ten zuiden van Middelbeers en ten oosten van Westelbeers. Het is eigendom van het Brabants Landschap. Het wordt ook wel 'Het Wit-Holland genoemd naar het bekendste meer van de vier vennen die daar liggen. Het Wit-Holland is ook het meer waar men 's winters schaatst als dat kan.

De Landschotse Heide maakte deel uit van een veel groter heidegebied. In 1937 was met de gemeente Oost-, West- en Middelbeers afgesproken dat het zuidelijk deel hiervan, 500 ha vochtige heidevelden, zou worden ontgonnen, maar het noordelijk deel, waarin een aantal vennen lagen, gespaard zou blijven. Na de oorlog was er een nieuwe burgemeester die de afspraak ontkende en ook het overige gebied wilde ontginnen. Hierop volgde een diplomatiek offensief door het bestuur van het Brabants Landschap, waardoor de gemeente niet kon ontginnen. Begin jaren 60 werd het zuidelijk deel van de heide ontgonnen. Pas in 1999 kon het Brabants Landschap de resterende heide voor een symbolisch bedrag verwerven.

Het gebied bestaat uit vochtige heide met daarin een aantal grote vennen: Keienhurk, Berkven, Wit Holland Ven, Scherpven, en Kromven. Deze vennen zijn rijk aan watervogels en steltlopers, zoals Groenpootruiter en Zwarte ruiter, en er komen 24 soorten libellen voor, waaronder de zeldzame Kempense heidelibel en de Gevlekte witsnuitlibel. De flora kenmerkt zich door Klokjesgentiaan, Oeverkruid en Moerashertshooi.

Aangrenzend in het noorden en oosten ligt de Kuikeindse Heide, wat een naaldhoutgebied is. In het westen en zuiden ligt het dal van de Grote Beerze, waarlangs zich een aantal natuurgebieden bevinden die als Dal van de Groote Beerze door het Brabants Landschap worden beheerd. Ook ligt hier de plaats Westelbeers.

dinsdag 21 mei 2024

Juffers en Libellen op de waterbergingsplas

Eerder deze week filmde ik enkele Juffers en echte Libellen op de waterbergingsplas aan het schotelven in Netersel. Er hangen veel larvevelletjes tegen de plantenstengels. Geen riet maar Grote egelskop planten, die op tijdens de bloeitijd door de kogelronde bloeiwijzen boven in de vertakte hoofdstengel hebben. De jonge libelle die nu uitsluipen hebben er al een paar jaar onder water of zelfs in de modder op zitten. Het onderwater leven van libellen duurt dus beduidend langer als het boven water leven, dat - variërend van de soort - maar enkel maanden duurt.


Juffers en Libellen op de waterbergingsplas

De taak van de juffers en libellen is er enkel op de voortplanting gericht, waardoor de soort blijft bestaan. De waterbergingsplas maakt onderdeel uit van natuurherstel "Natte Natuurparel De Utrecht", die in 2021 en 2022 is uitgevoerd. Nu twee en een half jaar later zien we een toenamen van de biodiversiteit in het gebied. Vorig jaar maakte ik al een video: Nieuw vogel habitat op waterberging Schotelven. Die video belichte de ontwikkeling op de vogels die er een plaats hebben gevonden. Maar er is veel meer. De ontwikkeling heeft ook oude planten teruggebracht, waarvan de zaden in de diepere bodem zijn behouden en na het verwijderen van de vruchtbare toplaag tot ontplooi zijn gekomen.

In de beschikbare ondertiteling worden de namen van de juffers en libellen getoond. Zet daarom de ondertiteling aan. Vergeet ook niet de video te liken en abonneer u op mijn kanaal, zodat je altijd de nieuwste video's krijgt voorgeschoteld.

maandag 20 mei 2024

Canadese gans met kuikens op het Schotelven

Het aantal ganzen op de waterberging aan het Schotelven in Netersel is dit jaar kleiner als vorig jaar. Vooral de Grauwe ganzen populatie is kleiner. Het aantal Grote Canadese ganzen is vrij gelijk, sterker nog die is weer aan het toenemen, en dat met de zeven ganzenkuikens. Vanmorgen kreeg ik ze voor de lens toen ze uit het water stapten.


Grote Canadese gans met kuikens op het Schotelven

Veel vennen staan onder druk door de grote aantal ganzen. Hun uitwerpselen vertroebelen het water en laten een laagje mest achter op de bodem. Geen mest waar waterplanten harder van gaan groeien, maar een zuren afdekkende laag, waar waterplantjes slechter door groeien. En dat is weer nadelig voor insectenlarve, zoals die van libellen. Duikeenden jager onder water op zicht. Ze zien de visjes en larven moeilijker waardoor leefgebied verslechterd. Met name de Dodaars is daar gevoelig voor. Die beef dit voorjaar weg op de waterbergingsplas, tot dit weekend. Vanmorgen zag en hoorde ik ze weer.

De landelijke aantallen van de Grote Canadese gans zijn vooral vanaf 1995 sterk toegenomen. De groepen zijn het grootst in nazomer en herfst, wanneer de ganzen veelal oogstresten op akkers bezoeken. In de loop van de winter vallen de meeste groepen uiteen. Tussen juni en augustus ontstaan ruiconcentraties tot enkele duizenden vogels op grote open wateren.

Vóór het ontstaan van een eigen broedpopulatie waren Grote Canadese ganzen alleen in strenge winters, zoals 1978/79, in noemenswaardige aantallen aanwezig. Het ging dan om Zweedse vogels. De eerste broedgevallen, vanaf 1974, mislukten veelal door afschot en verstoring. Dit hield de stormachtige kolonisatie van Nederland echter niet tegen. Deze vond in eerste instantie plaats vanuit verspreidingskernen zoals in Noord- en Zuid-Holland en Noord-Brabant. Nog steeds zijn deze provincies goed voor minstens de helft van de broedpopulatie. Deze omvatte rond 2000 al 1200 paren en groeide daarna sterk door. Door het optreden van ondersoorten, hybriden en nakomelingen van mengparen (bijvoorbeeld met Brandgans of Grauwe Gans) vertoont een deel van de Grote Canadese Ganzen 'onzuivere' kenmerken.

vrijdag 17 mei 2024

Knobbelzwanen op waterberging Schotelven

Op de waterberging aan het Schotelven in Netersel verblijven en enkele maanden twee Knobbelzwanen. Vermoedelijk een- of tweejarige. Pas bij het 3e of 4e levensjaar zijn ze tot voortplanting in staat. Het mannetje is groter; hij heeft ook een zwaardere nek. Het mannetje heeft een knobbel bovenop de snavel; bij vrouwtjes ontbreekt die. In de lente zwelt die knobbel aan en wordt de snavel roder.


Knobbelzwanen op waterberging Schotelven

Zwanen zijn vruchtbaar vanaf hun 3e of 4e levensjaar. Begin april breekt de broedtijd aan en wordt er een nest gemaakt van riet en waterplanten waarin het vrouwtje gemiddeld 5 tot 8 eieren legt. Deze broedt ze uit in ongeveer 37 dagen.

De jongen blijven een heel jaar bij hun ouders. Voor vogels is dat erg lang. De jongen verlaten wel spoedig het nest en kunnen na 4 tot 5 maanden vliegen. De ouders dragen hun jongen, zoals bij futen, af en toe op de rug.

De Waterbergingsplas in Netersel aan het Schotelven is een broedplaats voor veel watervogels. De plas maakt onderdeel uit van het natuurherstel "Natte Natuurparel De Utrecht". Nu is het Natura 2000 gebied, net als Neterselse Heide, waar het direct aan grenst. Omdat het daar een rust- en broedgebied betreft is niet toegankelijk voor publiek. Overigens mogen wandelaars en fietsers nergens buiten de opengestelde paden.

donderdag 16 mei 2024

Levendbarende hagedissen warmen op in de zon

Vanmiddag klaarde het weer op, dus even met de fiets naar het Beleven - Reusel. Daar zaten 3 Levendbarende hagedissen op een weipaal te zonnen. Een collega amateurfotograaf maakte foto's van de Levendbarende hagedis. Toen hij klaar was waagde ik het er op om met mijn telefoon enkele foto's te maken. Heel langzaam benaderde ik het kleine diertje warbij ik telkens enkele foto's maakte. Toen ik op zo'n 30 cm was genaderd vond ik dat ik moest stoppen. Op twee ander palen zaten er nog twee, kleinere. De andere waren nog jonge exemplaren, juveniele.


Levendbarende hagedissen zijn koudbloedig en warmen op in de zon

De levendbarende hagedis (Zootoca vivipara; synoniem Lacerta vivipara) is een relatief kleine soort met een maximale totale lengte van 18 cm. Deze lengte wordt maar zelden bereikt. De tekening is zeer variabel. De grondkleur is bruin, met soms een groenige of rossig-bronsachtige glans. De mannetjes van de levendbarende hagedis hebben een oranje buik met veel zwarte stipjes daarop. Vrouwtjes hebben een gelige buik zonder stipjes. De juvenielen zijn ongeveer 4 centimeter lang als ze ter wereld komen en hebben een uniform bruine tot zwarte kleur, meestal is het lichaam donkerbruin en neigt de staart naar zwart. Vaak zijn kleine oogachtige lichtere donkeromrande vlekjes aanwezig op de flanken en de rug.

Levendbarende hagedissen zijn zoals de naam al zegt eierlevendbarend. De eieren komen in het moederlichaam tot ontwikkeling en komen tijdens of zeer kort nadat ze zijn afgezet, uit. De legselgrootte is sterk afhankelijk van de grootte van het vrouwtje en varieert tussen de drie en acht jongen met een gemiddelde van 5,6. De hoogste in de vrije natuur vastgestelde leeftijd bedraagt acht jaar. Gemiddeld worden echter leeftijden van drie tot vier jaar bereikt.


De linker is een juveniele, de rechter een aduld.

De levendbarende hagedis heeft in de Rode Lijst de status Gevoelig. De soort is beschermd volgens de Wet Natuurbescherming (Nationaal beschermd, sinds januari 2017). In het RAVON tijdschrift is een artikel over deze wet verschenen. Dit artikel is hier te vinden. Ook heeft deze soort een beschermingsstatus in de Conventie van Bern (bijlage 3). De levendbarende hagedis is niet opgenomen in de Europese Habitatrichtlijn.

dinsdag 14 mei 2024

De Merel is Nederlands populairste zangvogel

De zang van de Merel is misschien wel het bekendste en meest geliefde van alle Nederlandse vogelsoorten. Dat Nederland van de merel houdt bleek uit een verkiezing in 2010 van het radioprogramma Vroege Vogels waarin men kon stemmen op de mooiste vogelzang.


De Merel is Nederlands populairste zangvogel

Zo'n 77.000 luisteraars lieten hun voorkeur weten via de website van Vroege Vogels. De merel scoorde het hoogst met bijna 4.200 stemmen. Als tweede eindigde de nachtegaal, gevolgd door de zanglijster. Dat de merel deze wedstrijd won is natuurlijk met goede reden: zijn zang is niet alleen prachtig en uniek, maar ook vrijwel overal in Nederland te horen. Veel mensen kennen de merelzang en associëren zijn weemoedige klanken met het naderende voorjaar.

De merel mag met recht een vroege vogel genoemd worden. Het maakt niet uit hoe kort de nachten worden in de zomer, al ruim vóór zonsopgang laat elke merelman in de buurt zijn lied horen. Zeker op plaatsen met kunstlicht kunnen zijn klanken zelfs in het holst van de nacht rondgalmen. Hoewel wij allemaal meegenieten, is het zingen voor de merel een serieuze zaak. Hiermee kan hij vrouwtjes lokken maar vooral ook rivalen op afstand houden. Met zijn zang zegt hij eigenlijk ‘deze plek is van mij’. Als een rivaal hier niet naar luistert, zal de territoriumhouder niet schromen om de rivaal te verjagen op minder prettige manieren.

Gevechten tussen merelmannen kunnen er fel aan toegaan. Mannetjes gaan volledig op in de strijd en verliezen de aandacht voor alles om zich heen. Met alle gevolgen van dien. Zelf heb ik eens mijn hart vastgehouden toen ik een gevecht tussen merelmannen zag uitbreken op de weg, met auto’s die er rakelings langsraasden. Het oog voor het verkeer was volledig verloren. Beide merels ontsnapten op het nippertje, meer door geluk dan door oplettendheid. Het was makkelijk te zien hoe mis zo een gevecht kan gaan.

zaterdag 11 mei 2024

Oeverlibel raakt vleugellam door harde wind

Als je 's morgens vroeg op staat om een uitredende libel te filmen, kun je je niet inbeelden dat een uitreding fout af kan lopen. Ja, soms wordt een libel die tegen een boom of plantenstengel hangt door een predator gegrepen. De uitreding kan makkelijk 3 uur in beslag nemen. Gedurende die periode zijn de libellen erg kwetsbaar. Maar vanmorgen was de harde wind de oorzaak van de foute afloop.


Gewone oeverlibel raakt vleugellam door harde wind

Libellen maken onderwater diverse larvenstadia door waarbij ze telkens vervellen. De laatste vervelling vindt plaats als de libel uit het water komt en aan het laatste levensstadium begint. De libel larve zoekt een geschikte plek om uit het larvenvelletje te kruipen en zich met vloeistof op te pompen, waarbij het lichaam en de vleugels enorm uitgroeien. Als de vleugels opgepompt zijn moeten ze nog uitharden om tijdens het vliegen niet dubbel te vouwen. Bij de Gewone oever libel in deze video verliep de uitharding niet zo als het hoort. Door de harde wind waaide de bovenzijde van de voorvleugels over elkaar waardoor de vleugels aan elkaar vast haakten.

Verwoede pogingen van het onfortuinlijke beestje om de vleugels uit te kunnen slaan leiden tot niets. De voorvleugels bleven in elkaar gehaakt, waardoor vliegen onmogelijk werd. Uiteindelijk is de libel - mogelijk door uitputting - van de boom gewaaid en in het water terecht gekomen. Zo eindigde het landleven van deze mooie libel veel vroeger als normaal. Normaal leven libellen 2 tot 3 maanden nadat ze uit het water zijn gekomen. Hun taak boven water is volwassen worden, en zich voortplanten. Sommige libelle soorten leven langer. Zij overwinteren, vaak in zuid Europa. Dit zijn de treklibellen.

vrijdag 10 mei 2024

Uitsluipende Platbuik op waterberging Schotelven

Vanmorgen zag ik een Platbuik libel die aan het uitsluipen was. Uitsluipen is de laatste vervelling van een libel, waarbij het leven boven water is aangebroken. De eieren komen na twee tot vijf weken uit, waarna de nimf (larve) verschijnt. Jonge nimfen bevinden zich vaak op de bodem, de oudere graven zich in. De ontwikkeling van nimf tot imago duurt meestal twee jaar, onder gunstige omstandigheden kan een nimf zich al na een jaar tot volwassen libel ontwikkelen.


Uitsluipende Platbuik op waterberging Schotelven

De larvenhuidjes kunnen tot meer dan tien meter van het water gevonden worden zeker wanneer er geen of nauwelijks voldoende vegetatie of andere uitsluipsubstraten aanwezig zijn. Als een echte pionier wordt de Platbuik veelal aangetroffen bij door mensen gecreëerde wateren, zoals weidepoelen, leemkuilen, pas gegraven sloten en plasjes, steengroeven en ondiep water met weinig begroeiing op de oevers.

Voortplanting gebeurt over het algemeen bij wateren met een spaarzame oeverbegroeiing en weinig waterplanten. Bij een dichte begroeiing met waterplanten verdwijnt de soort meestal. De larve heeft een lengte van 21 -26 mm. Het is een vrij grote korenbout met zwak ontwikkelde rugdoornen en de rugdoorn op segment 9 is afwezig. De labiale palp heeft diep ingesneden golfvormige tanden. De ogen zijn relatief klein en knopvormig en steken iets naar buiten uit. De huidjes zijn weinig variabel van kleur.

donderdag 9 mei 2024

Roodborst nest met vier jonge kuikentjes

De Roodborst heeft vier jonge kuikentjes van ongeveer een week oud. Vader en moeder roodborst zijn de gehele dag druk in de weer om ze te voeden met vliegjes en wormpjes.


Roodborst nest met vier jonge kuikentjes

Kleine bruine vogel met kenmerkende oranjerode borst en gezicht en een lichte onderbuik. Leeft buiten de broedperiode solitair. Jonge vogels zijn lichtbruin gevlekt. Man en vrouw zien er hetzelfde uit. De roodborst eet vooral insecten, larven, spinnen, slakken en wormen. In de winter vult ze het insectendieet aan met zaden, vruchten en voedselrestjes.

Een roodborstnest telt gemiddeld vier tot zes eieren. Enkel het vrouwtje staat in voor het broeden. Na twee weken komen de eieren uit. Opmerkelijk: dit gebeurt bijna altijd ’s nachts of in de vroege ochtend. Zowel het mannetje als het vrouwtje staan in voor de broedzorg. De roodborst heeft twee legsels per jaar. Wanneer het vrouwtje aan het tweede legsel begint, staat het mannetje alleen in voor de jongen van het eerste legsel.

De nestopnames zijn gemaakt met een Panasonic VX870 4K camera. De opnames buiten het nest zijn gemaakt met een Nikon D500, uitgerust met een 200-500 mm telelens.

zondag 5 mei 2024

De territorium zang van de Zwartkop

De Zwartkop is de laatste decennia sterk in aantal toegenomen door natuurlijker bosbeheer en ouder wordende bossen. Als je door de bossen fietst of wandelt hoor je er om de honderd meter een zingen. Heeft een voorkeur voor struiken en oudere bomen. Deze trof ik aan de waterberging aan het Schotelven in Netersel.


De territorium zang van de Zwartkop

Ze laten zich niet altijd makkelijk zien, maar zijn melodieuze zang is in het voorjaar des te beter te horen. De zang is melodieus en gevarieerd. Kenmerkend zijn de luide, heldere en hoge tonen aan het einde van de zang. Bij onraad een herhaald "tek-tek".

De Zwartkop is ongeveer net zo groot als een koolmees en dankt zijn naam aan de zwarte pet op zijn kop, die alleen het mannetje draagt. Het vrouwtje heeft een roestbruine pet. Bij het mannetje is de rest van het verenkleed grijs, bij het vrouwtje grijsbruin. Een jong mannetje heeft in de winter een zwarte pet, met bruine vlekken. De zwartkop vliegt weinig en laat zich vooral horen.

De Zwartkop broedt in bossen en halfopen landschappen met bomen en struiken. Leeft bij voorkeur in loof- en gemengde bossen met een rijke ondergroei van vooral bramen. Komt ook voor in parken, tuinen en andere halfopen landschappen met bomen en struiken.

Eet tijdens de broedperiode insecten. De rest van het jaar vooral allerlei soorten bessen en vruchten.

donderdag 2 mei 2024

Oeverlopers wippen voortdurend met de staart

De naam Oeverloper had niet beter gekozen kunnen worden. Overal waar min of meer kale oevers zijn aan zoet water kan hij worden waargenomen, maar nooit in grote groepen. Zo zag ik vanmorgen deze Oeverloper in Netersel op de waterbergingsplas aan het Schotelven. Als broedvogel is hij zeldzaam en staat op de Rode Lijst. Het heen en weer wippen van het achterlijf en de kop is opvallend gedrag van de oeverloper.


Oeverlopers wippen voortdurend met de staart

Het is een kleine steltloper met korte, groenige poten en korte snavel. Grijsbruin van boven, wit van onderen. Borst grijsbruin, met opvallend witte krul omhoog op zijborst. Langgerekt achterlijf, wipt daar vaak mee, net als met de kop. Vliegt bij verstoring laag over het water weg met stijve, trekkende vleugelslagen. Dan zijn ook witte vleugelstrepen te zien. Verwante soorten zijn groter en hebben langere poten.

Ze leven aan schaars begroeide oevers van zoet, ook wel brak water. Aan meren en plassen, langs rivieren, beken, kanalen en sloten. Broedt vooral op zandige oevers met kale plekken en wat beschutting, langs rivieren en kanalen. Vooral insecten en hun larven (kevers, vliegen, muggen), spinnen, slakjes, kleine kreeftachtigen, wormen en soms kikkertjes, padjes, kikkervisjes en kleine visjes, ook wel plantaardig materiaal. Wordt op zicht gezocht, waarbij de oeverloper soms sluipt. Wast ook soms voedsel. Foerageert bijna altijd alleen, verdedigt voedselterritorium.

zaterdag 27 april 2024

De Boompieper op de Neterselse Heide

De boompieper leeft graag aan de rand van bossen en open plekken. Moerassen zijn zeer geliefd, maar ook kaalgekapte bospercelen en heideterreinen worden volop bewoond door boompiepers. In tegenstelling tot graspiepers gaan boompiepers vaak in een boom zitten.


De Boompieper op de Neterselse Heide

Vooral de zangvlucht van een boompieper, net als die van de graspieper, is erg karakteristiek. Vanuit een boom begint de vogel omhoog te vliegen om vervolgens als een parachute of een badmintonshuttle met stijve vleugels en hangende poten weer in een boom te landen. Midden op de dag op een zinderende hete heide, als alle andere vogelsoorten hun snavels op elkaar houden, kan de melodieuze zang van boompiepers nog gehoord worden.

De Boompieper lijkt sterk op graspieper maar heeft een markanter koppatroon en een iets dikkere snavel. Langs de flanken lopen fijne dunne penseelstreekjes die duidelijk dunner zijn dan de borststreping (bij de graspieper zijn deze ongeveer gelijk); als het te zien is, is de korte achternagel ook een goed kenmerk. Best te onderscheiden aan de hand van geluid en gedrag. Geen verschil tussen mannetje en vrouwtje.

Op de zandgronden is de boompieper een karakteristieke broedvogel van heidevelden en duinen met enige opslag. Voorts nestelt hij (ten dele ook buiten de zandgronden) op kaalslagen, in jonge aanplant en soms ook bosjes en wegbeplanting in boerenland. Ook populierenbossen en verdrogende en verbossende laagveenmoerassen worden bezet.

donderdag 25 april 2024

Vernatting Neterselse Heide dankzij waterberging

Het water uit de waterberging aan het Schotelven in Netersel stroomt nog altijd over de zandweg het bos in. Het bos is nu een moerasbos geworden. De waterberging ligt net buiten de Neterselse Heide, maar het water dat de zandweg over stroomt vindt wel z'n weg naar het natuurgebied.


De waterberging aan het Schotelven in Netersel is een interessant natuurgebied waar veel watervogels hun toevlucht zoeken. Deze plas maakt deel uit van het natuurherstelproject genaamd "Natte Natuurparel De Utrecht". Mijn opa en vader hadden vroeger een weiland in dit gebied, dus het is voor mij bekend terrein. In deze waterberging broeden verschillende vogelsoorten. Zo hebben de Grauwe ganzen er jonge kuikens, en zelfs twee koppels. Ook Wilde eenden zwemmen al rond met een stuk of twaalf jonge kuikens.


Het oorspronkelijke Schotelven, waar de huidige weg naar is vernoemd, bestaat niet meer sinds de landbouwontginning rond 1950. Bij de herinrichting van het Dal van de Groote Beerze en Natte Natuurparel De Utrecht is het Natura 2000-gebied uitgebreid. Een brede strook landbouwgrond is aangekocht en omgevormd tot natuurgebied. Oude plantenzaden die in de diepere bodem zijn achtergebleven, kiemen nu en krijgen meer kans op overleven omdat de grond die nu is blootgelegd arm aan voedsel is. Als de vernatting van het gebied standhoudt, krijgt ook deze plas de kans om zich verder te ontwikkelen. Het Natura 2000-gebied grenst direct aan de Neterselse Heide en is een rust- en broedgebied dat niet toegankelijk is voor publiek

zaterdag 20 april 2024

De onbekende roep van de Vlaamse gaai

De Vlaamse gaai (Garrulus glandarius) staat bekend als een vogel met een krassend roep. De wetenschappelijke naam van de Gaai is "garrulus". De letterlijke vertaling naar het Nederlands is "krasser". Maar er zijn veel roep-variaties van de Vlaamse gaai. Twee jaar geleden maakte ik al eens opnames van een onbekende imitatie variant van de roep van de Gaai. Vanmorgen produceerde de Gaai dat geluid weer, net als ik die afgelopen dagen hoorde. Het blijft een raadsel wat deze vogel imiteerde. Vanmorgen wist ik de Gaai weer op video vast te leggen, inclusief zijn imitatie.


De onbekende roep van de Vlaamse gaai

Ik heb op internet gezocht naar een beschrijving van deze roep variant, maar zonder resultaat. Op de website https://xeno-canto.org zijn wel vergelijkbare geluid recordings te vinden. De omschrijving van de opname is "imitatie roep". De Gaai staat alom bekend als een goede imitator. De bekendste imitatie is die van een Buizerd. Dat doet hij om indringers uit zijn broedgebied te verjagen. Ook bootst hij kattengemauw na. Maar welk geluid de gaai maakt die in deze video te horen is, blijft een raadsel.

Nu rest de vraag, is het een van zijn roep- of zang varianten, of is het toch een imitatie van geluiden die de gaai ergens heeft opgevangen? In de regel laat een Gaai minstens drie verschillende geluiden horen in zijn onopvallende, zachte zang. Niet te verwarren met zijn vele rauwe kreten.

De meest bekende imitatie, die van de Buizerd, is maar in twee gevallen gehoord. De imitatie van mezen, de lijsterzang, het gekef van eekhoorntjes, kattengemauw en keffen van een hondje zijn minder bekend.

dinsdag 16 april 2024

Knobbelzwaan voedt zich met onderwaterplanten

Het voedsel van de Knobbelzwaan bestaat uit waterplanten en waterdiertjes. Zwanen zijn met hun lange hals gespecialiseerd in het grondelen naar waterplanten op diepten waar grondelende eenden niet meer bij kunnen. Verder eten ze gras.


De Knobbelzwaan voedt zich met onderwaterplanten

Knobbelzwanen zijn sierlijke witte watervogels. Geheel wit verenkleed. Poten zwart of vleeskleurig ('Poolse zwaan', gekweekte vorm). Jonge knobbelzwanen komen in twee varianten voor: met een bruin verenkleed en een wit verenkleed. Brede, platte, oranje snavel. Het mannetje heeft een grote zwarte knobbel boven de snavelbasis.

Knobbelzwanen komen overal voor waar zoet water is. Ze broeden in laaggelegen delen van het land, vooral in open graslanden met veel sloten in het veenweidegebied. Ook wel in parken. Ze ruien buiten de broedtijd op open water, zoals de Veluwerandmeren, het IJsselmeer en in de Delta. Niet-broeders zijn ook veel op weilanden te zien.

De broedt duurt van maart tot en met mei. Een nest per jaar met vijf tot zeven eieren. De vrouw broedt die uit in 36 dagen. Langs de oever of soms in het riet zit de knobbelzwaan op een groot nest van takken, riet en plantaardig materiaal dat door de man fel wordt verdedigd met de kop naar achter, opgezette vleugels en een sissend geluid. Ze broeden vanaf het derde of vierde jaar.

zondag 14 april 2024

Weer oppompverbod uit Groote Beerze en Reusel

Het halfjaarverbod t.a.v. het oppompen van water uit Groote Beerze en Reusel tot 1 oktober geen uit is weer van kracht. De afgelopen maanden waren kletsnat. Maar toch is op 1 april officieel al het droogteseizoen weer begonnen. Van 1 april tot minimaal 1 oktober mag geen water worden opgepompt uit beken, sloten en vijvers/vennen in de stroomgebieden van de Groote Beerze, Reusel en Nete ten zuiden van het Wilhelminakanaal en uit wateren in Park Meerland in Eindhoven.


Deze jaarlijks terugkerende maatregel is nodig omdat de gebieden extra gevoelig zijn voor droogte. Het halfjaarverbod moet daar watertekorten in de sloten en beken voorkomen. Op 1 april gaat automatisch het halfjaarverbod in tijdens het droogteseizoen. Dat verbod duurt tot minimaal 1 oktober. Er mag geen water opgepompt worden uit beken, sloten vijvers en vennen om bijvoorbeeld te beregenen. Het verod geldt voor vaste sproei-installaties, maar ook voor mobiele installaties zoals zuigwagens en giertonnen. De enige uitzondering hierop is het laten drinken van vee of een brand blussen met slootwater. Dit onttrekkingsverbod geldt voor de stroomgebieden van de Groote Beerze, Reusel en Nete en daarop afwaterende sloten ten zuiden van het Wilhelminakanaal. Deze beken en sloten liggen hoog en zijn zo gevoelig voor droogte dat het water hier in enkele dagen heel snel kan zakken.

In de rest van het Dommelgebied is oppompen van oppervlaktewater nog toegestaan, behalve in inlaatgebieden Olen en Sonniuswijk in Son en Breugel. Dit zijn wateraanvoergebieden waar water wordt ingelaten uit het Wilhelminakanaal. Om dit wateraanvoersysteem te laten werken, mag je hier nooit oppervlaktewater uit oppompen. Wanneer waterpeilen en doorstroming in andere delen van het Dommelgebied snel zakken, kan het waterschap ook daar een tijdelijk onttrekkingsverbod instellen.

De droge zomers van 2018, 2019, 2020, 2022 en 2023 laten zien dat stromend water in sloten en beken niet vanzelfsprekend is. Voldoende water is van belang voor natuur, landbouw en inwoners in het Dommelgebied. Daarom werken we samen met andere overheden, bedrijven, boeren, natuur- en milieuorganisaties en inwoners aan manieren om méér water langer vast te houden en minder water te gebruiken.

Bron: dommel.nl

Het nest van de Fuut is verborgen tussen het riet

De Fuut bouwt zijn nest op een platform in het water, gefixeerd aan begroeiing of een tak, bij voorkeur goed verborgen in het riet. Jongen verlaten al snel het nest en worden op de rug van hun ouders warm gehouden. Ze worden nog tien weken gevoerd door hun ouders.


Het nest van de Fuut is verborgen tussen het riet

Het vrouwtje legt drie tot vijf eieren, die ze samen uitbroeden. Het duurt bijna een maand voor de jongen uitkomen. Hoewel ze meteen kunnen zwemmen en duiken, blijven de jongen eerst zo’n twee weken onder het veilige verenkleed van hun ouders zitten, waar ze gevoerd en warm gehouden worden. Meestal hebben ze één broedsel, soms een tweede als jongen van het eerste nest zo'n zes weken oud zijn.

De Fuut kan bij het duiken maximaal 60 seconden onder water blijven. De snelle jager zoekt onder water naar vissen, het hoofdbestanddeel van zijn voedsel. Aan land beweegt hij zich eerder onbeholpen voort en is daarom slechts zelden te zien.

zaterdag 13 april 2024

Het Landkaartje in oranje voorjaarsvorm

De afgelopen dagen is de voorjaarsvorm van het landkaartje verschenen. Ze vliegen in flinke aantallen en verspreid door het hele land wordt de fraaie oranje vlinder gezien. Als een van de weinige dagvlinders drinken landkaartjes graag van fluitenkruid, dat momenteel ook volop in bloei komt. Het landkaartje heeft de laatste tijd, mede door klimaatverandering, drie generaties per jaar. De eerste generatie vliegt vanaf begin april; op dit moment is de kans om ze te zien het grootst.


Het Landkaartje in oranje voorjaarsvorm

Op de zonnige momenten zijn vlinders volop actief en kunt u het landkaartje te zien krijgen. De vlinder is in heel Nederland te vinden. Hij komt dan wel verspreid door het hele land voor, maar je komt hem niet zomaar overal tegen. De vlinder houdt zich het liefst op in de buurt van bomen en struiken. Het is een relatieve nieuwkomer in ons land. Zo’n tachtig jaar geleden verscheen de eerste aan de oostgrens en inmiddels is hij tot in het westen en tot op de Waddeneilanden aanwezig. In het Verenigd Koninkrijk kijken ze reikhalzend uit naar het moment dat het landkaartje het Kanaal oversteekt, maar dat gebeurt nog maar niet.

Landkaartjes hebben als pop de winter doorgebracht en komen nu tevoorschijn. Ze planten zich voort en sterven. De nakomelingen vliegen in juli (tweede generatie). De laatste jaren is er, door de klimaatverandering, ook jaarlijks een derde generatie die vliegt in september. Bijzonder aan het landkaartje is dat de voorjaarsgeneratie die nu vliegt oranje met zwart is, terwijl de tweede en derde generatie vlinders zwart zijn, met een witte baan over de vleugels.

De rupsen van het landkaartje zijn specialisten en eten alleen maar brandnetel. De vlinders zelf zijn minder kieskeurig. Ze drinken uit allerlei bloeiende planten om nectar te verzamelen. Zo kun je ze drinkend vinden op pinksterbloem, paardenbloem, raapzaad en andere voorjaarsbloeiers. Die nectar is de brandstof waardoor ze actief kunnen zijn, vliegen en zich voortplanten.

Hoewel ze uit allerlei planten kunnen drinken, zien we bij het landkaartje wel een voorkeur voor witte schermbloemigen. Dat is extra bijzonder, omdat hier nauwelijks andere dagvlinders gebruik van maken. Het zijn wel aantrekkelijke planten voor zweefvliegen en kevers, maar niet voor veel dagvlinders. De voorjaarsgeneratie die nu vliegt kun je dan ook veel zien drinken op fluitenkruid. De zomergeneratie in juli moet een andere plant kiezen, want fluitenkruid bloeit dan niet meer. Ze schakelen moeiteloos over op berenklauw, ook een witte schermbloemige die juist in de zomer bloeit. Als u nu landkaartjes wilt zien, moet u zoeken op open zonnige bospaden en bosranden, het liefst met flink wat fluitenkruid.

vrijdag 12 april 2024

Kuifeenden bij kijkhut 'Hageven' Neerpelt

Het 'Hageven' en 'De Plateaux' vormen samen een internationale natuurgebied in de gemeente Neerpeld (Bel) en Bergeijk (Ned) van van bijna 600 hectaren. Het Belgische deel 'Hageven' ligt ingeklemd tussen het Belgische Lommel, Neerpelt, Hamont-Achel en het Nederlandse Bergeijk. Samen met het aangrenzende gebied 'De Plateaux' in het Nederlandse Bergeijk, is dit het internationale natuurgebied Plateaux-Hageven.


Kuifeenden bij kijkhut 'Hageven' Neerpelt

Aan de waterrand van het 'Hageven' in het Belgische Neerpelt staat onderstaande Vogel kijk-observatie hut. Vanaf de parkeerplaats van het Bezoekerscentrum De Wulp van Natuurpunt is het maar ongeveer 500 meter lopen om bij de kijkhut te komen. De locatie is goed gekozen. Doordat het aan de zuidkant van de Gemeentevijver ligt is het licht optimaal, de vogels in de zon en de zon achter je rug en het licht op de vogels.

dinsdag 9 april 2024

Harde wind en golvend water op waterbergingsplas

Door de harde wind was er vanmorgen veel deining op het water van de waterbergingsplas aan het Schotelven in Netersel. Voor een plas met geringe grootte spoelden de golven flink in op de oever van de plas.


Harde wind en golvend water op waterbergingsplas

Golven worden hoofdzakelijk onder anderen veroorzaakt door wind. Bij wind ontstaat golfslag door de windkracht, strijklengte en waterdiepte. Wind in de lengterichting van een kanaal of sloot veroorzaakt dus een grotere golfslag dan een wind die dwars op een kanaal of sloot staat. Bij meren en plassen is het effect van de strijklengte van de wind het grootst.

De lengte van een golf wordt bepaald door de windkracht, strijklengte en diepte van het water. De hoogte van een golf is op zijn beurt weer afhankelijk van de lengte van een golf. Als een golf namelijk hoger wordt dan 1/7 van zijn lengte breekt hij. Een golf met een lengte van 7 meter kan dus nooit hoger worden dan 1 meter! Verder is bij grote watervlakten de diepte van belang. Hoe groter de waterdiepte, hoe groter de golflengte en hoe hoger de golf.

Door waterverplaatsing wordt energie opgebouwd. Het water gaat daardoor golven en stromen. Als de golf tegen een waterkant (oever) aanloopt, komt de opgebouwde energie vrij. Het vrijkomen van deze energie veroorzaakt wrijving op waterkant en -bodem. Als een golf een oever nadert neemt de waterdiepte veelal af. De energie in de golfslag zal zich omhoog bewegen. Door deze opwaartse beweging neemt de golfhoogte toe.

maandag 8 april 2024

De Dodaars op zoek naar een Partner

De Dodaars broedt van april tot half augustus. Heeft één tot twee en soms drie legsels met gemiddeld 4-6 eieren, die met interval van 1-2 dagen worden gelegd. Broedduur: 20-21 dagen. Nest is drijvend platform van allerlei plantaardig materiaal, gefixeerd aan onderwatervegetatie. De jongen kunnen na 44-48 dagen vliegen.


De Dodaars op zoek naar een Partner

De Dodaars is de kleinste van alle futen soorten. Deze schuwe watervogel is zelfs nog een slag kleiner dan het meer bekende waterhoen. De dodaars is broedvogel van ondiepe en beschutte wateren met een rijke oeverbegroeiing en onderwatervegetatie. Het water moet wel helder zijn. Zoals meer duiker jagen ze op zicht. Als het water troebel is wordt het jagen bemoeilijkt. Als er ook veel ganzen op het water zitten, wordt het water troebel door de uitwerpselen van de ganzen. Ook het plantenleven wordt door de ganzen bedreigt. Hun uitwerpselen bedekken de bodem, waardoor waterplanten niet kunnen kiemen.

De Dodaars is de kleine en enigszins gedrongen fuut met een kort snaveltje. De korte, lichte achterzijde is vaak opgezet en doet dan donsachtig aan. In zomerkleed overwegend donkerbruin met roodbruine wang en hals en opvallend witgele vlek aan snavelbasis. In winterkleed bovenzijde donkerbruin, wangen, zijflanken, hals en onderzijde lichtbruin/beige, witte halsvlek. Duikt regelmatig onderwater.

woensdag 3 april 2024

Zingende Kneu op de Neterselse Heide

De Kneu is een echte heide vogel. Een man kneu in prachtkleed heeft een fraaie karmijnrode borst en 'baret'. In het voorjaar zijn nog Kneuen te zien die nog niet helemaal uitgekleurd zijn, waar de borstkleur nog niet zo rood ziet als wat later in het broedseizoen. De kneu broedt in lage struiken en struwelen nabij kruidenrijke vegetaties, in allerlei tamelijk open landschappen.


Zingende Kneu op de Neterselse Heide

De Kneu is een kleine vinkensoort, kleiner dan huismus. Man heeft een warmbruine rug en in prachtkleed een karmijnrode borst en 'baret'. Na het broedseizoen is dat meer roodbruin. Mannetjes een grijs achterhoofd, bij vrouwtjes en onvolwassen vogels is dit bruingrijs. Vrouwtjes en onvolwassen vogels hebben een zwak gestreepte borst en kruin en hebben geen rood in het verenkleed. Grijze kegelvormige snavel. Vliegt vaak in groepjes met golvende vlucht, druk kwetterend.

De kneu broedt in dichte struiken in allerlei halfopen landschappen. Het talrijkst zijn kneuen in de duinen en in akkerbouwgebieden met hagen, maar ze broeden ook op plekken met jonge aanplant, oude struikheide met opslag en soms stedelijke bebouwing (tuinen, jonge groenvoorziening). Vanuit de liefst doornige struiken ondernemen kneuen in kleine groepjes voedselvluchten van soms drie kilometer naar plekken met een rijk aanbod aan zaden. Vanaf juli vormen zich groepen op voedselrijke plekken.

Ze broeden vanaf half april tot eind juli, meestal tussen eind april en half juni. Heeft twee tot drie broedsels per jaar met meestal 4-6 eieren. Broedduur 12-13 dagen. Bouwt nest vaak in laag en middelhoog struweel met uitstekende takken, liefst in doornige struiken, niet te dicht en niet te open. Ze broeden graag in semi-koloniaal verband. Niet erg territoriaal, soms meerdere nesten in een struik. De jongen zitten 12-17 dagen op het nest. Na uitvliegen, krijgen ze nog een tijdje begeleiding van de ouders.

maandag 1 april 2024

Vinkachtigen, de ene vink is de andere niet

De familie van de Europese vinkachtigen (Fringillidae) bestaat uit zangvogels die voor een groot deel in de bossen leven. De meeste vinken zijn zaadeters en dat kun je zien aan de relatief korte en wat dikkere snavel. Daarbij hebben ze relatief grote kaakspieren, dit om de zaden te kunnen kraken. Bij vinken verschillen de mannetjes vaak in uiterlijk ten opzichte van de vrouwtjes. Veel vinken bouwen komvormige en stevige nesten. Wereldwijd komen er ruim 110 vinkensoorten voor.


Vinkachtigen, de ene vink is de andere niet

De gewone vink en de groenling zijn kleine zangvogeltjes, die gemiddelde de grootte hebben van de huismus. Enkel de kruisbek en de appelvink zijn groter dan dit gemiddelde. Twee soorten die we trouwens niet heel vaak in onze tuin zullen aantreffen. Wij moeten het in hoofdzaak stellen met de gewone vink , de groenling. In de winter en voorjaar kan de keep, de putter en de goudvink op de voedertafel komen.

Het zijn meest zaad etende vogels met een korte, sterke snavel. Ze hebben een harde schedel en grote kaakspieren, die nodig zijn om de zeer harde zaden te kraken. De mannetjes verschillen meestal van de vrouwtjes in uiterlijk.

Onder de Europese vinkachtige vallen de; Vink, Keep, Groenling, Appelvink, Goudvink, Kneu, Putter, Frater, Sijs, Kleine barmsijs, Grote barmsijs, Witstuitbarmsijs, Citroensijs, Europese kanarie, Haakbek, Kruisbek, Grote kruisbek, Witbandkruisbek, Schotse kruisbek en de Roodmus.

zaterdag 30 maart 2024

Nijlgans met jonge kuikens in de stromende regen

Watervogels, zoals eenden en ganzen gaan gewoon door met wat ze aan het doen zijn, als het regent. Watervogels schrikken niet terug van de regen. De Nijlgans in de video lijken niet veel last te hebben van de hevige regen. Twaalf piepkleine nijlgans kuikens volgen hun ouders terwijl de regen met bakken uit de hemel komt.


Nijlgans met jonge kuikens in de stromende regen

Ik zat te schuilen toen de regen met bakken uit de hemel kwam. Aan de overkant van een plas liep familie Nijlgans. Ze trotseerden de elementen van de natuur. Ze hadden geen schuilplaats, waar ik wel gebruik van kon maken. Ze leken geen last te hebben van de regen. Vaak schuilen jonge kuikens onder de vleugels van hun moeder, maar daar was nu geen spraken van.

Nijlganzen broeden het hele jaar door. Ook in de winter worden jonge kuikens geboren. In het Egyptische Nijlgebied, wat de oorsprong van deze gans is, kennen ze geen winter zoals wij die kennen. Van nature broeden de Nijlganzen daar ook als het bij ons hartje winter is. Die natuurlijke gewoonte hebben ze behouden, ook als ze meerdere generaties later in veel noordelijke gebieden broeden.

Het vrouwtje bouwt een nest van rietbladeren en gras. Vrouwtje en mannetje broeden om de beurt op de eieren. De ouders zorgen samen voor de jongen tot ze zelfstandig zijn. De nijlganzen eten zaden, bladeren, gras en stengels. Zolang het niet gaan vriezen of sneeuwen, kan de ganzenfamilie zich wel redden.

Nijlganzen kunnen een bedreiging vormen voor andere vogels. Soorten die wel van nature in Nederland voorkomen kunnen in de problemen komen. Daarom is de nijlgans aangemerkt als invasieve exoot. Invasieve exoten mogen actief worden verjaagd en gedood. Hiervoor geeft de provincie een speciale opdracht.

vrijdag 29 maart 2024

Beleef de lente in je eigen tuin

De lente breekt aan, tijd om naar buiten te gaan! De mezen weten wel waarheen. Niet op een terras ergens in de zon, maar naar de meest groene tuinen van de buurt. Want elke mees weet: hoe groener de tuin, hoe beter.


Beleef de lente in je eigen tuin

Voor veel vogelliefhebbers was het afgelopen winter even schrikken en slikken. Waar waren de mezen? Niet in de tuinen, zoveel was duidelijk. Door het slechte broedseizoen in 2016 waren er minder kool- en pimpelmezen opgegroeid. Daarnaast was er in de bossen nog genoeg te eten, waardoor de mezen hun tripje naar de tuinen uitstelden. Gelukkig betekent uitstel nog geen afstel. Wie zijn tuin groen inricht beleeft de lente in zijn eigen tuin.

Dat blijkt ook uit onderzoek van de Britse universiteit van Exeter. 452 koolmezen en pimpelmezen kregen daarbij een zendertje om de poot. Zo kon een heel seizoen lang worden nagegaan welke plekken de mezen bezochten. Wat blijkt? Zowel kool- als pimpelmezen geven de voorkeur aan tuinen met bomen, struiken en hagen. Via de bomen en struiken vliegen ze namelijk veilig van de ene naar de andere tuin. En al die bomen, struiken en hagen vormen samen een mini natuurparadijsje waar vogels hun hart kunnen ophalen.

Gewoon je tuin groen inrichten. Plant struiken, maak rommelhoekjes en zet eens een fruitboom neer. Overleg ook eens met de buren om die lelijke schuttingen te vervangen door een haag. Gegarandeerd dat de mezen op bezoek komen.

woensdag 27 maart 2024

In verval geraakte boerderij Reusel

De in verval geraakte boerderij aan de Lage Mierdsedijk, ooit de boerderij van van Sjef van Gompel en Prinse Jo, heeft betere tijden gekend als nu het geval is. Hoewel de boerderij uit 1930 stamt, is het verval zo enorm dat je zou verwachten dat de boerdeij veel ouder zou zijn. De boerderijwoning heeft een woonoppervlakte van 440 m2.


Het pand staat op huispedia.nl te koop voor een "Realistische vraagprijs van € 1.028.000 - 1.226.000".

Het pand staat op huispedia.nl te koop voor een "Realistische vraagprijs van € 1.028.000 - 1.226.000". Bij "Energielabel" staat een groot vraagteken. Geen wonder als je ziet dat het dak grotendeels is ingestort. Wat er met dit pand gaat gebeuren zal nog niet bekend zijn. Gezien de vragprijs zal het niet gesloopt worden om er weer landbouwgrond van te maken. Mogelijk wordt het nog ooit herbouwd tot een luxe woonboerderij. Tot die tijd heeft de natuur vrij spel. Darbij denk ik een muizen en ratten, maar ook duiven, Steenuilen of Kerkuilen.

In Noord Brabant staan in het Brabantse landschap oude, verzakte boerderijen, met afgebladderde verfresten op het houtwerk, soms met ingevallen daken en overal onkruid. Soms weet niemand nog waarom ze ooit leeg zijn gekomen. Familieruzies, erfeniskwesties of gewoon onverkoopbaar. Soms mag een boerderij en stal van de gemeente omgebouwd worden tot twee woningen. Aanvullende nieuwbouw is dan vaak niet toegestaan.