zaterdag 2 mei 2026

Mijn visuele natuurverhalen

Mijn naam is Jozef van der Heijden. Ik woon in de Brabantse Hulsel. Ik fotografeer al sinds de 70er jaren. Ik begon met een kleinbeeld fotocamera en een Super 8 filmcamera met geluidsregistratie. Op de boerderij filmde ik Groenlingen en Kneuen die de jongen op hun nest verzorgde. Mijn interesse gaat naar de natuur in het algemeen. Van vogels tot paddenstoelen, mossen, korstmossen en  landschappen. Maar vogels fascineren mij wel het meest. Daarnaast ben lid van diverse natuurbescherming organisaties.
(zie de logo's hieronder)

Volg mij op: Facebook Twitter YouTube FacebookTwitterYouTube Facebook Twitter YouTube en met jozefvanderheijden-foto.nl. Onderwerpen: Alles wat de natuur gedurende de jaargetijden bieden.
Bezoek ook mijn YouTube kanaal; youtube.com/JozefvanderHeijden met 391 video's en 916 abonnees.

Waarom draagt de Grote bonte specht een rood broekje?

Heeft u zich wel eens afgevraagd waarom de Grote bonte specht zwart-wit gekleurd is maar toch een rood broekje draagt? En waarom hij steeds maar roffelt op de dode boomtakken? Dat komt door de verloren machtsstrijd van een koning. lees naar dit sprookje: "Waarom draagt de Grote bonte specht een rood broekje?

Het rode broekje is zelfs in de vlucht goed te zien.

Lang geleden was er eens een koning. Hij was gekleed zoals een koning betaamd: met een cape van zwart bont, een wit zijden hemd en een rode satijnen broek. Zijn opvallend grote sterke voeten staken in hoge grijs lederen laarzen. Hij droeg een grote donkere kroon met, gek genoeg, een mooie rode steen aan de achterzijde. Als hij passeerde wist iedereen: dat is de koning! In een donker en ondoordringbaar woud woonde eens een sterke en stoere heks. Die heks was de baas van dat bos. Ze was een echte heks die kon toveren. Als ze wilde veranderde ze zichzelf in een klein meisje of in een beer. Maar ze kon ook mensen betoveren. De heks kende de koning niet en wist niet eens dat hij bestond.

De koning kende nog niet alle hoeken en gaten in zijn koninkrijk en als hij tijd over had, steeg hij te paard om nieuwe streken te ontdekken. Op een dag galoppeerde hij met zijn ranke hengst in een woud waar hij nog nooit was geweest. Het was er donker en zelfs voor de koning een beetje eng. Toevallig liep de heks op het pad toen ze in de verte de koning op zijn paard naderbij zag komen. Ze wist meteen dat hij een koning was, want hij droeg een bontjas en een kroon. Vliegensvlug veranderde ze zichzelf in een deftige dame. De koning stopte toen hij de deftige dame zag en zei: "Hallo." De vrouw glimlachte naar hem. Ze vroeg aan de koning wat hij kwam doen. "Ik kom mijn landerijen inspecteren" antwoordde hij met een stem, die duidelijk maakte dat hij héél belangrijk was.. De ogen van de heks schoten vuur toen hij ‘mijn landerijen’ zei en ze vertelde hem ondubbelzinnig: "Jouw bos? Dit is míjn bos!" Maar de koning glimlachte om zoveel onnozelheid en zei: "Lieve mevrouw, ik ben de koning en alle land in de wijde omtrek behoort aan mij." Ze veranderde zichzelf terug in een heks en beet hem met felle donkere ogen toe: "Hoe durf je! Je bent op mijn grondgebied, waar ik de baas ben!" De koning keek haar vanaf zijn paard hoogmoedig aan, waardoor de heks nog bozer werd. Zonder met haar ogen te knipperen veranderde ze de koning in een vogel.

Vanaf die dag vliegt er in dat bos een vogel. Als je goed kijkt, zie je dat hij een zwarte cape draagt met daaronder een wit hemd, waar zijn witte hemdsmouwen uitsteken. Zelfs zijn korte rode broek is nog zichtbaar en hij heeft opvallend grote poten. En het is alsof hij nog steeds galoppeert op zijn paard, want hij vliegt golvend. De koning is nog altijd heel boos en zint op wraak. Daarom roffelt hij op de dode bomen. Want heksen wonen soms in dode bomen en hij hoopt dat hij de heks gek maakt door zijn getimmer op haar huis.



Er komen in ons land steeds meer bossen, waardoor het aantal bosvogels toeneemt. Het aantal grote bonte spechten neemt langzaam toe en wordt nu geschat op ruim 130.000 stuks. De specht leeft graag in wat oudere bossen. Oudere bomen hebben een gegroefde schors, waartussen vele larven en insecten leven. Ze zijn het basisvoedsel van de specht, die daarnaast ook zaden (dennenappels) en bessen eet. Zowel mannetjes als vrouwtjes timmeren in het voorjaar op dode boomtakken omdat die meer lawaai maken. Hiermee wordt het territorium afgebakend en dienen als communicatiemiddel voor de paartjes.

Uit het boek 'Natuurverhalen' van Els Baars, waarin te lezen is hoe de Grote bonte specht een rood broekje kwam.

vrijdag 1 mei 2026

De Gekraagde roodstaart trilt met zijn staart

De Gekraagde roodstaart is een vrij talrijke broedvogel in grote bosgebieden. Gekraagde roodstaarten overwinteren in de Sahel. Ze keren eind maart, of pas vanaf half april terug in ons land.


De Gekraagde roodstaart trilt met zijn staart🎤

Het eerste wat opvalt is zijn trillende staart. Het is misschien wel een van de beste manieren om ze op afstand te herkennen, zelfs als het licht slecht is. Ze doen het vrijwel constant zodra ze ergens landen. Het is een snelle, verticale op en neergaande beweging die eruitziet als een soort zenuwachtige tic.

De Gekraagde roodstaart is een vogelsoort van oude bossen met weinig ondergroei. Ze zijn vooral te vinden op de hogere zandgronden en duinen die begraasd worden. Open plekken, oude bomen, graslanden of heiden moeten elkaar afwisselen. Ook kleinschalig boerenland trekken deze vogel aan.

Ze nestelen in grote holen, nissen en nestkasten, meestal slechts op enkele meters boven de grond, en soms ook in de grond. De jongen zitten zo'n 13 tot 15 dagen op het nest.

woensdag 29 april 2026

De intensieve broedzorg van Winterkoning

De broedzorg van de winterkoning is zeer intensief en kenmerkt zich door een unieke taakverdeling tussen het mannetje en vrouwtje, waarbij het mannetje polygaam kan zijn en meerdere nesten bouwt. De winterkoning bouwt zijn nesten op goed beschermde plaatsen. Soms op plaatsen waar het kleine vogeltje alleen maar bij-kan.


De intensieve broedzorg van Winterkoning🎤

De broedperiode begint meestal eind april, waarbij de zorg voor de jongen tot lang na het uitvliegen doorgaat. De winterkoning heeft twee legsels per jaar, die bestaan uit 5 tot 7 eieren. Na 13 tot 15 dagen broeden komen de kuikentjes uit het ei. Het nest is bolvormig met veel mos, met aan de zijkant een opening. Het mannetje maakt meerdere nesten, waarna het vrouwtje uiteindelijk één nest uitkiest om in te broeden. Als het vrouwtje op de eieren zit, probeert het mannetje een ander vrouwtje te lokken in één van de andere nesten. De jongen worden tot 18 dagen na het uitvliegen nog gevoerd door beide ouders.

De winterkoning is een klein, bruin vogeltje met lichte wenkbrauwstrepen en een karakteristiek opstaande staart. De winterkoning vliegt met snelle vleugelslagen laag boven de grond van struik naar struik. De winterkoning heeft een kleine spitse snavel en fijne pootjes. De zang is luid en explosief, combinatie van trillers en heldere hoogtonige klanken.

De winterkoning komt in het hele land als broedvogel voor. Er moet wel voldoende dekking te vinden zijn om een nest te bouwen. Vooral in de bosrijke streken van de hogere zandgronden komt de soort veel voor, maar ook in boomrijke woonwijken en in moerassen en duinen met veel struweel. Winterkoningen zoeken hun voedsel in en nabij struikgewas. Met hun fijne snavel zijn ze gespecialiseerd in het eten van kleine insecten, rupsen, spinnetjes, larven en zaadjes. Ook uit kleine spleten in bijvoorbeeld schors kunnen zij allerlei eiwit-rijkgedierte peuteren.