zaterdag 23 januari 2021

Mijn visuele natuurverhalen

Mijn naam is Jozef van der Heijden. Ik woon in de Brabantse Hulsel.
Ik fotografeer al sinds de 70er jaren. Ik begon met een kleinbeeld fotocamera en een Super 8 filmcamera met geluidsregistratie. Op de boerderij filmde ik Groenlingen en Kneuen die de jongen op hun nest verzorgde. Mijn interesse gaat naar de natuur in het algemeen. Van vogels tot paddenstoelen, mossen, korstmossen en  landschappen. Maar vogels fascineren mij wel het meest. Daarnaast ben lid van diverse natuurbescherming organisaties (zie de logo's hieronder).

Hoewel vogels mijn voorkeur genieten, ontdekte ik op 4 januari 2019 de Opkrullende strookzwam in de bossen van Hapert, officieel de 19e geregistreerde vondst in Nederland sinds 1855 en de eerste sinds 1985. Daarna vond ik nog twee plaatsen waar deze zeer zwam voor kwam. Op 16 oktober 2019 vond ik op Landgoed Wellenseind de eveneens zeer-zeldzame Kroontjesknotszwam. Verspreidingsatlas.nl meldt sinds 1990 slechts 105 vindplaatsen in Nederland.

Volg mij op: Facebook Twitter YouTube en met www.jozefvanderheijden-foto.nl. Mijn onderwerpen: Alles wat de natuur gedurende de vier jaargetijden biedt.

Hoog water door stuw in Belevensche Loop

Het waterpijl in de beken en vennen begint langzaam z'n normale hoogte te bereiken. Het heeft de laatste tijd ook veel geregend. De Waterschappen hebben de stuwen hoog staan om het water lang vast te houden en zo de kans te geven om in de grond te trekken en niet snel naar de Noordzee te laten stromen.


De Belevensche Loop is een van de bronbeken van het riviertje de Reusel. Het Hoevensche Loopje mondt uit in de Belevenvensche Loop, waarna het beekje de Reusel heet. De Reusel is een beekje dat ontspringt in het zuidwesten van Reusel dat stroomt via Reusel en Lage Mierde door Landgoed De Utrecht en vervolgens langs Baarschot en Diessen onder het Wilhelminakanaal door naar Moergestel waarna zij net ten zuiden van Oisterwijk overgaat in de Achterste Stroom.

De Belevensche Loop stroomt in z'n geheel door de zandgronden van de Kempen. Omdat de Kempen op een horst gelegen zijn, ligt de bron op de voor Noord-Brabant aanzienlijke hoogte van 30-31 meter boven NAP. De lengte van de beek is ongeveer 3 kilometer.

vrijdag 22 januari 2021

De Zwartkop man komt tot in onze tuinen

Als de corona maatregelen willen dat we thuis blijven, komt het goed uit als vogels naar je tuin toe komen. Behalve de meesjes, mussen en vinken kwam er vandaag ook een zwartkop man op het voer dat ik daar heb neergelegd af. Opvallend is wel dat het mannetje zich alleen liet zien. Een vrouwtje was niet te zien.


Het mannetje heeft een zwarte kruin, terwijl het vrouwtje een roodbruine heeft.

De zwartkop is van kop tot staart ongeveer net zo groot als een koolmees, alleen heeft de zwartkop een kortere staart als de koolmees en heeft de zwartkop een iets zwaarder lijf. De zwartkop dankt zijn naam aan de zwarte pet op zijn kop, die alleen het mannetje draagt. Het vrouwtje heeft een roestbruine pet. Bij het mannetje is de rest van het verenkleed grijs, bij het vrouwtje grijsbruin. Een jong mannetje heeft in de winter een zwarte pet, met bruine vlekken. De zwartkop vliegt weinig en laat zich vooral horen.


De zwartkop broedt in bossen en halfopen landschappen met bomen en struiken. Leeft bij voorkeur in loof- en gemengde bossen met een rijke ondergroei van vooral bramen. Komt ook voor in parken, tuinen en andere halfopen landschappen met bomen en struiken. Zwartkoppen trekken grotendeels weg vanaf half augustus tot half oktober naar het zuidwesten, samen met Duitse en Scandinavische broedvogels. Ze overwinteren in Zuid-Engeland of het westelijk deel van het Middellandse Zeegebied: voornamelijk Spanje, Marokko en Algerije. Zwartkoppen keren in begin april terug in Nederland en steeds vaker al in maart. Doordat de winters steeds zachte en warmer worden, blijven steeds meer Zwartkoppen in ons land tijdens de winter.

De Zwartkoppen die bij ons overwinteren hebben als voordeel dat ze eerder terug kunnen zijn in hun broedgebieden dan de overwinteraars in het zuiden. Ze kunnen hun terugkeer beter plannen en de beste broedterritoria bezetten. Net als andere insecteneters schakelt deze zangvogel in de winter over op een dieet van zaden, daarom kunnen ze het in de winter uithouden. Tijdens strenge winters hebben de hier overwinterende vogels het veel moeilijker en zullen er niet veel het einde van de winter halen. Dan zijn de in het zuiden overwinterende vogels in het voordeel. Met deze kwakkelwinter is de kans groot dat dit mannetje het in ieder geval gaat redden.