zaterdag 25 mei 2024

Mijn visuele natuurverhalen

Mijn naam is Jozef van der Heijden. Ik woon in de Brabantse Hulsel. Ik fotografeer al sinds de 70er jaren. Ik begon met een kleinbeeld fotocamera en een Super 8 filmcamera met geluidsregistratie. Op de boerderij filmde ik Groenlingen en Kneuen die de jongen op hun nest verzorgde. Mijn interesse gaat naar de natuur in het algemeen. Van vogels tot paddenstoelen, mossen, korstmossen en  landschappen. Maar vogels fascineren mij wel het meest. Daarnaast ben lid van diverse natuurbescherming organisaties.
(zie de logo's hieronder)

Hoewel vogels mijn voorkeur genieten, ontdekte ik op 4 januari 2019 de Opkrullende strookzwam in de bossen van Hapert, officieel de 19e geregistreerde vondst in Nederland sinds 1855 en de eerste sinds 1985. Daarna vond ik nog twee plaatsen waar deze zeer zwam voor kwam. Op 16 oktober 2019 vond ik op Landgoed Wellenseind de eveneens zeer-zeldzame Kroontjesknotszwam. Verspreidingsatlas.nl meldt sinds 1990 slechts 105 vindplaatsen in Nederland.

Volg mij op: Facebook Twitter YouTube en met jozefvanderheijden-foto.nl. Onderwerpen: Alles wat de natuur gedurende de jaargetijden bieden.

Landschotse Heide is nu Groot Waterland

Na een natte winter, maken we ook een nat voorjaar door. De zomermaanden in aantocht, vragen we ons af of de natte periode niet catastrofaal worden voor de natuur, maar vooral voor de landbouw. Het water in de vennen en plassen staan erg hoog. De vennen op de Landschotse Heide zijn niet meer van elkaar te onderscheiden. Ze zijn door het hoge water tot een groot ven samengekomen. Voor de watervogels een meerwaarde, en landschappelijk erg mooi.


Landschotse Heide is nu Groot Waterland

De Landschotse Heide is een natuurgebied van 239 ha in de Nederlandse provincie Noord-Brabant, ten zuiden van Middelbeers en ten oosten van Westelbeers. Het is eigendom van het Brabants Landschap. Het wordt ook wel 'Het Wit-Holland genoemd naar het bekendste meer van de vier vennen die daar liggen. Het Wit-Holland is ook het meer waar men 's winters schaatst als dat kan.

De Landschotse Heide maakte deel uit van een veel groter heidegebied. In 1937 was met de gemeente Oost-, West- en Middelbeers afgesproken dat het zuidelijk deel hiervan, 500 ha vochtige heidevelden, zou worden ontgonnen, maar het noordelijk deel, waarin een aantal vennen lagen, gespaard zou blijven. Na de oorlog was er een nieuwe burgemeester die de afspraak ontkende en ook het overige gebied wilde ontginnen. Hierop volgde een diplomatiek offensief door het bestuur van het Brabants Landschap, waardoor de gemeente niet kon ontginnen. Begin jaren 60 werd het zuidelijk deel van de heide ontgonnen. Pas in 1999 kon het Brabants Landschap de resterende heide voor een symbolisch bedrag verwerven.

Het gebied bestaat uit vochtige heide met daarin een aantal grote vennen: Keienhurk, Berkven, Wit Holland Ven, Scherpven, en Kromven. Deze vennen zijn rijk aan watervogels en steltlopers, zoals Groenpootruiter en Zwarte ruiter, en er komen 24 soorten libellen voor, waaronder de zeldzame Kempense heidelibel en de Gevlekte witsnuitlibel. De flora kenmerkt zich door Klokjesgentiaan, Oeverkruid en Moerashertshooi.

Aangrenzend in het noorden en oosten ligt de Kuikeindse Heide, wat een naaldhoutgebied is. In het westen en zuiden ligt het dal van de Grote Beerze, waarlangs zich een aantal natuurgebieden bevinden die als Dal van de Groote Beerze door het Brabants Landschap worden beheerd. Ook ligt hier de plaats Westelbeers.

dinsdag 21 mei 2024

Juffers en Libellen op de waterbergingsplas

Eerder deze week filmde ik enkele Juffers en echte Libellen op de waterbergingsplas aan het schotelven in Netersel. Er hangen veel larvevelletjes tegen de plantenstengels. Geen riet maar Grote egelskop planten, die op tijdens de bloeitijd door de kogelronde bloeiwijzen boven in de vertakte hoofdstengel hebben. De jonge libelle die nu uitsluipen hebben er al een paar jaar onder water of zelfs in de modder op zitten. Het onderwater leven van libellen duurt dus beduidend langer als het boven water leven, dat - variërend van de soort - maar enkel maanden duurt.


Juffers en Libellen op de waterbergingsplas

De taak van de juffers en libellen is er enkel op de voortplanting gericht, waardoor de soort blijft bestaan. De waterbergingsplas maakt onderdeel uit van natuurherstel "Natte Natuurparel De Utrecht", die in 2021 en 2022 is uitgevoerd. Nu twee en een half jaar later zien we een toenamen van de biodiversiteit in het gebied. Vorig jaar maakte ik al een video: Nieuw vogel habitat op waterberging Schotelven. Die video belichte de ontwikkeling op de vogels die er een plaats hebben gevonden. Maar er is veel meer. De ontwikkeling heeft ook oude planten teruggebracht, waarvan de zaden in de diepere bodem zijn behouden en na het verwijderen van de vruchtbare toplaag tot ontplooi zijn gekomen.

In de beschikbare ondertiteling worden de namen van de juffers en libellen getoond. Zet daarom de ondertiteling aan. Vergeet ook niet de video te liken en abonneer u op mijn kanaal, zodat je altijd de nieuwste video's krijgt voorgeschoteld.

maandag 20 mei 2024

Canadese gans met kuikens op het Schotelven

Het aantal ganzen op de waterberging aan het Schotelven in Netersel is dit jaar kleiner als vorig jaar. Vooral de Grauwe ganzen populatie is kleiner. Het aantal Grote Canadese ganzen is vrij gelijk, sterker nog die is weer aan het toenemen, en dat met de zeven ganzenkuikens. Vanmorgen kreeg ik ze voor de lens toen ze uit het water stapten.


Grote Canadese gans met kuikens op het Schotelven

Veel vennen staan onder druk door de grote aantal ganzen. Hun uitwerpselen vertroebelen het water en laten een laagje mest achter op de bodem. Geen mest waar waterplanten harder van gaan groeien, maar een zuren afdekkende laag, waar waterplantjes slechter door groeien. En dat is weer nadelig voor insectenlarve, zoals die van libellen. Duikeenden jager onder water op zicht. Ze zien de visjes en larven moeilijker waardoor leefgebied verslechterd. Met name de Dodaars is daar gevoelig voor. Die beef dit voorjaar weg op de waterbergingsplas, tot dit weekend. Vanmorgen zag en hoorde ik ze weer.

De landelijke aantallen van de Grote Canadese gans zijn vooral vanaf 1995 sterk toegenomen. De groepen zijn het grootst in nazomer en herfst, wanneer de ganzen veelal oogstresten op akkers bezoeken. In de loop van de winter vallen de meeste groepen uiteen. Tussen juni en augustus ontstaan ruiconcentraties tot enkele duizenden vogels op grote open wateren.

Vóór het ontstaan van een eigen broedpopulatie waren Grote Canadese ganzen alleen in strenge winters, zoals 1978/79, in noemenswaardige aantallen aanwezig. Het ging dan om Zweedse vogels. De eerste broedgevallen, vanaf 1974, mislukten veelal door afschot en verstoring. Dit hield de stormachtige kolonisatie van Nederland echter niet tegen. Deze vond in eerste instantie plaats vanuit verspreidingskernen zoals in Noord- en Zuid-Holland en Noord-Brabant. Nog steeds zijn deze provincies goed voor minstens de helft van de broedpopulatie. Deze omvatte rond 2000 al 1200 paren en groeide daarna sterk door. Door het optreden van ondersoorten, hybriden en nakomelingen van mengparen (bijvoorbeeld met Brandgans of Grauwe Gans) vertoont een deel van de Grote Canadese Ganzen 'onzuivere' kenmerken.