vrijdag 28 augustus 2026

Mijn visuele natuurverhalen

Mijn naam is Jozef van der Heijden. Ik woon in de Brabantse Hulsel. Ik fotografeer al sinds de 70er jaren. Ik begon met een kleinbeeld fotocamera en een Super 8 filmcamera met geluidsregistratie. Op de boerderij filmde ik Groenlingen en Kneuen die de jongen op hun nest verzorgde. Mijn interesse gaat naar de natuur in het algemeen. Van vogels tot paddenstoelen, mossen, korstmossen en  landschappen. Maar vogels fascineren mij wel het meest. Daarnaast ben lid van diverse natuurbescherming organisaties.
(zie de logo's hieronder)

Volg mij op: Facebook Twitter YouTube FacebookTwitterYouTube Facebook Twitter YouTube en met jozefvanderheijden-foto.nl. Onderwerpen: Alles wat de natuur gedurende de jaargetijden bieden.
Bezoek ook mijn YouTube kanaal; youtube.com/JozefvanderHeijden met 391 video's en 916 abonnees.

De territoriumroep van de Kwartel

Kwartels zie je bijna nooit omdat ze een verborgen leven leiden in ruige graslanden, graanakkers, maar ook in bietenakkers e.d. Soms vliegt er één op, vlak voor je voeten. Het mannetje kan 's zomers in de ochtend- en avondschemering minutenlang roepen.


De territoriumroep van de Kwartel🎤

De kwartel is een schaarse broedvogel in Nederland met sterk wisselende populaties. De aantallen fluctueren enorm per jaar; in topjaren kunnen er tienmaal zoveel zijn als in andere jaren. Het aantal broedparen in Nederland wordt geschat op 1500 tot 3500.

De Kwartel is erg klein: ongeveer ter grootte van een spreeuw. Ze hebben een onopvallend kleed, donkerbruin met geelbruine strepen. korte dikke poten en een kort snaveltje. Het mannetje heeft een zwarte keel. Kwartels zijn vooral in de schemering te horen met hun zeer kenmerkend geluid: een zwepend "kwik…kwik-kwik" geluid, vaak vooraf gegaan door een zacht, raspend hees "ieu-wie".

Het is een opportunist met betrekking tot zijn voedsel. Ze eten voornamelijk graszaden, onkruid en granen. Ook pikken ze soms insecten van de grond zoals kevers, mieren, spinnen, sprinkhanen en wormen. Ze scharrelen naar voedsel zoals kippen dat doen, al lopend over de grond.

vrijdag 14 augustus 2026

De Grasmus houdt van open heide

De grasmus is een kleine zangvogel die dol is op open heide, maar wel de combinatie zoekt met lage struwelen en veel open plekken in de vegetatie. Ze gebruiken de open stukken om te foerageren en de lage struiken als zangpost en broedplaats. Ze houden van een jong assortiment struiken gecombineerd met gras en heide.


De Grasmus houdt van open heide🎤

Ze gebruiken hogere twijgjes of kleine struikjes om het territorium zingend af te bakenen. De grasmus profiteert enorm van natuurbeheer. Omdat heide van naturen snel dichtgroeit met bomen en grassen, moeten natuurorganisaties ingrijpen. Dit wordt gedaan met diverse maatregelen. Grasmussen nestelen graag in doornstruiken of ruigte. De kans dat je ze op de open heide samen ziet met de Grauwe klauwier is dan ook mogelijk. In bos- en natuurgebieden bewoont de Grasmus doorgaans randen en open plekken met opslag. Langs met struiken begroeide wegbermen en spoorwegtaluds komt de grasmus ook voor in verder ongeschikte biotopen, zoals open agrarisch gebied en steden.

De grasmus is geen opvallende vogel, maar de zang en de zangvlucht wel. Grasmussen zijn pioniersvogels van de allereerste bos stadia, met opslag van struweel, in allerlei landschappen. Soms ook in pure ruigte met alleen hoge kruiden te vinden. Ondanks zijn naam is de grasmus niet verwant aan de huismus. De 'familie' van de grasmussen is vooral een in het zuiden van Europa en in Afrika voorkomende groep vogels. Hiervan heeft de grasmus veruit het grootste verspreidingsgebied.

De mannetjes komen eerder terug van de overwinteringsgebieden dan de vrouwtjes. De man zingt volop van eind april tot in juni. Het mannetje bouwt enkele nesten, waaruit het vrouwtje haar keuze maakt. Bevalt geen van de nesten haar, dan bouwt ze alsnog haar eigen nest. Vaak wordt er twee keer gebroed, met legsels van 4 tot 5 eieren, waarop zowel man als vrouw broedt gedurende 9 tot 14 dagen. 10 tot 12 dagen later zijn de jongen klaar om het nest uit te vliegen, maar worden ze nog wel 15 tot 20 dagen gevoed door de ouders. Bij het tweede nest moet het vrouwtje alleen voor de jongen zorgen.

Ze overwinteren ten zuiden van de Sahara, veelal in de Sahel van Senegal tot Ethiopië, maar ook vin Tanzania, Zambia, Zimbabwe en Botswana. 'Onze' grasmussen zitten voornamelijk in de westelijke Sahel. Ze trekken vaak 's nachts, en van een klein percentage dat 's ochtends nog doortrekt, zien we ze gericht van struik naar struik vliegen. Ze trekken in augustus en september naar het zuiden en keren van half april tot half mei terug.

vrijdag 7 augustus 2026

Meerkoet met kuikentjes op het Schotelven

De meerkoet is een fascinerende verschijning op de Nederlandse wateren, waaronder de waterberging aan het Schotelven in Netersel. Deze vogels zijn bekend om hun vermogen om zich aan te passen aan verschillende waterrijke omgevingen, van stedelijke parkvijvers tot de uitgestrekte natuurlijke waterbergingen. Met hun kenmerkende witte voorhoofdschild en zwarte verenkleed zijn meerkoeten niet alleen een genot om te zien, maar spelen ze ook een cruciale rol in het aquatische ecosysteem. Het witte voorhoofdschild is bij het mannetje groter dan bij het vrouwtje. In het voorjaar is de plaat groter dan in het najaar.


Meerkoet met kuikentjes op het Schotelven🎤

Het gedrag van de meerkoet is ook opmerkelijk; ze zijn territoriaal en kunnen agressief zijn in het verdedigen van hun broedgebied. Tijdens het broedseizoen, dat van maart tot juli met een piek in april en mei loopt, bouwen ze drijvende nesten van riet en ander plantaardig materiaal. Het vrouwtje broedt de eieren uit, terwijl het mannetje blijft doorgaan met het aanslepen van nestmateriaal. Zo nu en dan neemt het mannetje de broedtaak over van het vrouwtje. Zo kan zij zich ook wat voeden en het broeden even afwisselen met wat beweging.

Ze leggen meestal 5 tot 10 eieren, waaruit de kuikens na een broedduur van 21 tot 25 dagen tevoorschijn komen. De kuikens zijn direct na het uitkomen een opvallende verschijning met hun rode kopjes en hun oranje dons. De rest van het lichaam is bedekt met een zwart verenkleed. Ze verlaten het nest vrijwel meteen om de wereld te verkennen onder de waakzame ogen van hun ouders.

De felgekleurde, oranje rode kop van jonge meerkoetkuikens speelt een cruciale rol in hun overleving, maar de werkelijkheid is genuanceerder dan dat ze nooit verhongeren. Meerkoeten hebben veelal een zwart-wit verendek, maar veel van hun jongen zijn veel bonter gekleurd. Die kleuren hebben een doel, de meerkoet ouders geven er de voorkeur aan om hun felgekleurde kuikens meer voedsel te geven dan de minder gekleurde oudere kuikens uit het zelfde nest. Hierdoor hebben de gekleurde kuikens een aanzienlijk hogere overlevingskans dan hun minder gekleurde broertjes en zusjes.

Meerkoetkuikens zijn afhankelijk van zowel plantaardig als dierlijk voedsel, dat door de ouders wordt aangevoerd. Dit dieet bestaat uit waterplanten, algen, kleine visjes en waterinsecten, wat essentieel is voor hun groei en ontwikkeling. De jongen worden gedurende een periode van ongeveer 56 dagen door de ouders gevoerd, waarna ze zelfstandig leren duiken en foerageren. Het is fascinerend om te zien hoe de kuikens hun duikvaardigheden ontwikkelen, aangezien meerkoeten bekend staan om hun vermogen om voedsel te zoeken door onder water te duiken, waarbij ze vaak een sprongetje maken om onder te komen vanwege de grote hoeveelheid lucht in hun verenkleed.

Aan het Schotelven in Netersel biedt de waterberging een belangrijke habitat voor onder anderen de meerkoet. Het is nu het vijfde jaar dat watervogels gebruik kunnen maken van de waterberging. Deze waterbergingen zijn essentieel voor de biodiversiteit en helpen het grondwaterpeil te verhogen tijdens perioden van zware regenval. De aanwezigheid van meerkoeten kan een indicator zijn van de gezondheid van het waterlichaam, aangezien ze gevoelig zijn voor veranderingen in waterkwaliteit en beschikbaarheid van voedselbronnen. Ze voeden zich met waterplanten, algen en kleine waterdieren, wat bijdraagt aan de ecologische balans van hun habitat.

In de context van klimaatverandering en menselijke impact op natuurlijke habitats, is het observeren en beschermen van soorten zoals de meerkoet belangrijker dan ooit. Het biedt ons waardevolle inzichten in de staat van onze natuurlijke omgeving en de stappen die we moeten nemen om deze te behouden voor toekomstige generaties. De meerkoet op de waterberging Schotelven in Netersel is dus meer dan alleen een vogel; het is een symbool van de natuurlijke schoonheid en diversiteit die we moeten koesteren en beschermen.