woensdag 7 december 2022

Mijn visuele natuurverhalen

Mijn naam is Jozef van der Heijden. Ik woon in de Brabantse Hulsel.
Ik fotografeer al sinds de 70er jaren. Ik begon met een kleinbeeld fotocamera en een Super 8 filmcamera met geluidsregistratie. Op de boerderij filmde ik Groenlingen en Kneuen die de jongen op hun nest verzorgde. Mijn interesse gaat naar de natuur in het algemeen. Van vogels tot paddenstoelen, mossen, korstmossen en  landschappen. Maar vogels fascineren mij wel het meest. Daarnaast ben lid van diverse natuurbescherming organisaties (zie de logo's hieronder).

Hoewel vogels mijn voorkeur genieten, ontdekte ik op 4 januari 2019 de Opkrullende strookzwam in de bossen van Hapert, officieel de 19e geregistreerde vondst in Nederland sinds 1855 en de eerste sinds 1985. Daarna vond ik nog twee plaatsen waar deze zeer zwam voor kwam. Op 16 oktober 2019 vond ik op Landgoed Wellenseind de eveneens zeer-zeldzame Kroontjesknotszwam. Verspreidingsatlas.nl meldt sinds 1990 slechts 105 vindplaatsen in Nederland.

Volg mij op: Facebook Twitter YouTube en met www.jozefvanderheijden-foto.nl. Onderwerpen: Alles wat de natuur gedurende de jaargetijden bieden.

Lepelaars vliegen verder dan goed voor ze is

Lepelaars foerageren in ondiep water. Op de Flaes en het Goorven in het zuidoosten van Landgoed de Utrecht zaten de afgelopen weken grote aantallen Lepelaars, groepen van 50 en zelfs 75 vogels. Ook het Beleven in Reusel is geliefd onder de Lepelaars. Een groep van ongeveer 22 doet dagelijks het Reuselse Beleven aan om daar naar voedsel te zoeken. Lepelaars die in het zuiden van Europa overwinteren hebben een hogere overleving dan vogels die naar de ‘traditionele’ overwinteringsgebieden in West-Afrika vliegen. Toch blijven opvallend veel vogels ieder najaar helemaal naar Afrika vliegen.


De Lepelaars die in ons land broeden, overwinteren langs de Atlantische kust tussen Frankrijk en Senegal. Dit houdt in dat sommige Lepelaars maar 2,000 km per jaar hoeven te vliegen van- en naar hun overwinteringsgebied, terwijl anderen meer dan 10,000 km afleggen. De Lepelaarpopulatie is hard gegroeid, dus misschien is de variatie het resultaat van een toenemend aantal Lepelaars dat in slechtere gebieden is gaan overwinteren omdat de goede gebieden vol zitten. De meeste Lepelaars trekken naar Mauritanië en de delta bij Senegal. Een andere deel blijft in Zuid-Frankrijk, Spanje en Portugal overwinteren. Slechts enkele vogels wagen het om de Nederlandse winter voor lief te nemen.

De Lepelaar vliegt gewoontegetrouw verder dan goed voor hem is
Lepelaars die in het zuiden van Europa overwinteren hebben een hogere overleving dan vogels die naar de ‘traditionele’ overwinteringsgebieden in West-Afrika vliegen. Toch blijven opvallend veel vogels ieder najaar helemaal naar Afrika vliegen. De lepelaars laten hiermee zien dat gewoontegetrouw gedrag een belangrijke beperking kan zijn bij de noodzakelijke aanpassing van vogels aan een veranderend klimaat of leefgebied. Onderzoek liet zien dat vogels die niet helemaal naar Afrika doorvlogen, een hogere overleving hadden. De vogels die in Frankrijk of op het Iberische schiereiland (Spanje en Portugal) bleven, hadden ruim tien procent meer kans om de volgende zomer te halen dan de Afrika-gangers. Op basis van de getallen zou men verwachten dat er in de loop der jaren steeds meer lepelaars in Europa blijven. De onderzoekers zagen inderdaad zo’n verschuiving, maar lang niet zo groot als gedacht.


Ecologische theorieën gaan ervan uit dat vogels gebieden met een lagere kwaliteit alleen gebruiken als de soortgenotendichtheid in de betere gebieden te hoog wordt. Op een relatief kleine schaal, bijvoorbeeld binnen een broedgebied, lijkt die theorie ook te kloppen. Maar onderzoek toont aan dat op de schaal van een complete trekroute andere mechanismen sterker zijn; hun gewoontegetrouwe trekgedrag ‘dwingt’ de vogels keuzes te maken die niet langer de beste voor ze zijn.

De lepelaars geven met hun trekgedrag belangrijke aanwijzingen naar bijvoorbeeld de gevolgen van snelle omgevingsveranderingen. Ook al ervaart een deel van de vogels dat het in een ander overwinteringsgebied beter toeven is, toch blijven grote groepen de oude gewoonten trouw. Dat ‘traditionele’ gedrag maakt het voor een populatie dus moeilijker om zich aan te passen aan veranderingen in het klimaat of in hun leefgebied, bijvoorbeeld ten gevolge van menselijke ingrepen.

maandag 5 december 2022

De nestzorg van de Grote bonte specht

Grote bonte spechten hakken elk jaar een nieuwe nestholte in een boom, vaak op een andere plaats in de zelfde boom. Dat deden ze ook in het bos waar ik een jaar eerder de Grote bonte specht filmde. Tijdens het filmen vlogen beide ouders eind april onafgebroken af en aan met rupsjes en insecten om hun hongerige nakomelingen te voeden. Bij het verlaten van het nest namen ze de uitwerpselen van de jonge vogels in het nest mee om die ver van het nest te dumpen.


De nestzorg van de Grote bonte specht

De Grote bonte specht is de meest algemene specht van Nederland. Zowel mannetje als vrouwtje roffelt op takken met een korte snelle roffel om territorium en paarband te versterken. Grote bonte spechten hakken in bomen een nestholte uit met een rond gat. Ze hebben een voorkeur voor zachte houtsoorten, zoals berken. In tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden is de grote bonte specht een relatief kleine spechtensoort. Een volwassen exemplaar meet doorgaans 20 tot 24 centimeter en weegt 60 tot 110 gram. De vleugelspanwijdte bedraagt 34 tot 39 centimeter. In tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden is de grote bonte specht een relatief kleine spechtensoort.

Het uithakken van een nestholte duurt gemiddeld 14-25 dagen. Zowel het mannetje als het vrouwtje hakken de langwerpige holte uit. De nestopening is ongeveer 5,5 cm breed en die leidt naar een ronde nestholte die 20-30 cm diep ligt en zo’n 12-15 cm breed is. Hetzelfde gat wordt vaak meerdere jaren na elkaar gebruikt. In de nestholte worden de eieren gewoon op het hout gelegd. Eveneens wordt er gebruik gemaakt van nestkasten. Overigens worden veel nestkasten ook zwaar beschadigd door het hakken rond het vlieggat. Dit wordt ook gedaan om bij de jonge vogels en/of de eieren te komen die uit het nest worden geroofd.

zaterdag 3 december 2022

IJsvogel mooiste vogel van Nederland

De IJsvogels op deze foto's die ik 16 april 2016 fotografeerde op Landgoed Wellenseind is mogelijk de mooiste vogel van Nederland. Strenge winters zijn fataal voor deze visetende vogel. De IJsvogel houdt niet van ijs. Als het water dichtgevroren is kan de IJsvogel niet bij de visjes, die het enige voedsel van deze vogel. Een korte menulijst dus voor deze Kingfisher, zoals die in het Engels wordt genoemd. Kingfisher is eigenlijk een betere naam voor de IJsvogel, die ijs maar niets vindt.


Achter de mooiste foto- en videomomenten zit altijd een verhaal. Zo ook bij deze. Daarom zijn ze ook zo mooi. Het zijn de opwindende momenten die een natuurfotograaf mee maakt, op zoek naar iets wat niet alledaags is. Ik ontdekte eind maart 2016 de aanwezigheid van de IJsvogel toen ik op een zondagmorgen met de fiets in de buurt van een nabij gelegen bosgebied op verkenning was naar een mooi fotomoment. Ik zag de IJsvogel langs de oever van een beekje uit het bosgebied vliegen. Een dag later heb ik contact opgenomen met de beheerder van het betreffende privé landgoed. Toen ik hem vertelde dat ik graag op zoek wou gaan naar de plek waar de vogel zich op zou kunnen ophouden en toestemming voor kwam vragen om deze vogel te fotograferen, was de toestemming snel verleend. Ik mocht het terrein betreden en zo veel foto's maken als ik maar wou. De beheerder wist zelfs de vermoedelijke nestplaats, die hij ook met mij deelden.

Na twee verkenningsweken heb ik een observatietent geplaatst op korte afstand van het nest. Op een strategische plek heb ik ook een stok over de beek gelegd. De stok diende als tussenstop voor de IJsvogel, tussen zijn aanvliegroute en het nest. En dat werkte. De vogel maakte met grote regelmaat gebruikt van de zitplaats, zowel bij het aanvliegen, als bij het verlaten van het nest. De observatietent was zo opgesteld dat de vogel, zittend op de stok, beeldvullend konden worden gefotografeerd. Zeven weken heeft de observatietent daar onafgebroken gestaan, mede om de tent voor de vogels, één te laten worden met de omgeving. Honderden foto's en twee video's heb ik kunnen maken, voornamelijk in de weekeinde.


Op korte afstand van mij thuis stromen twee kleine beekjes: de Reusel en de Raamsloop. In het najaar van 2015 raasde een storm over het bosgebied tussen Lage Mierde en Hilvarenbeek. Een bosgebied, bestaande uit Landgoed 'De Utrecht' van ca. 2500 hectare en Landgoed 'Wellenseind' van nog eens 162 ha is puur natuur, waarbij Wellenseind de meest ongerepte van de twee. Aan het beekje de Reusel stond een grote eikenboom die bij die storm omwaaide. De boom waaide om, met de stam van de beek af, het bos in. Het gevolg; aan de waterkant van de beek richten zich een wand op met aarde die bijeen gehouden werd door de wortels van de omgewaaide boom. Een ideale plaats voor de IJsvogel om er een nestgang in uit te graven. Meerdere gangen werden gegraven. Bij de eerste pogingen stuiten de vogel op de wortels van de boom, waarna er een nieuwe gang gegraven werd. Het beekje voorziet weliswaar niet in de benodigde vis, maar niet ver daar vandaan zijn twee grote vijvers waar wel veel vis op zit. Op ongeveer 800 meter vliegen is er nog een natuurven met ondiep water. De condities zijn dus prima voor deze vogel: helder water in de buurt en volop vis.


De baarstjes met de kop naar voren in de snavel van de IJsvogel zegt dat de eitjes uitgekomen zijn. Hoe groter het visje hoe groter de kuikens.

Tussen het aan en afvliegen van de IJsvogel zat vaak zo'n twintig minuten tot een half uur. Soms, als alle jonge vogels in het nest een visje hadden gekregen, duurde het vaak een uur voordat een van de ouders weer naar het nest terugkeerde. De ene keer kwam het mannetje, dan weer het vrouwtje. Ze wisselde elkaar af met het aanvoeren van kleine visjes die met de kop uit de snavel gedragen werden. Daar kun je ook aan zien dat er jonge uit de eitjes gekomen zijn. De kleine baarsjes hebben stekeltjes, en moeten met de kop naar binnen gewerkt worden. Zo haken de stekels zich niet vast in de keeltjes en slokdarm van de vogels. De eerste dagen krijgen de jonge kuikentjes erg kleine visjes, later als ze groter worden neemt ook het formaat van de visjes toe.

Als dank heb ik de terreineigenaar en zijn beheerder een aantal mooie foto's (digitaal) en een paar fotovergrotingen gegeven. Dit als blijk van dank, voor zowel de toestemming om daar op elk moment dat ik dat wou te mogen fotograferen en als dank voor de spontane gastvrijheid.


De IJsvogel op het Beekje de Reusel

Hoe vreemd het misschien ook mag klinken: De naam IJsvogel doet zijn naam geen eer aan. Een IJsvogel kan niet tegen langdurig strenge winters met wekenlange vorst en sneeuw. Dan leggen ze massaal het loodje omdat ze dagelijks vis moeten vangen om is leven te blijven. Vis is het enige op de menukaart van de IJsvogel. De Engelse naam is meer toepasselijk; 'Kingfisher', of te wel 'Koningsvisser'.

IJs- zou dan van het Oudhoogduitse (8ste eeuw) isarn afgeleid zijn. Isa is ‘ijs’ en Arnarend’ dus dat zou dan op ijsarend uitkomen. En de manier waarop de IJsvogel al stootduikend zijn vis vangt, lijkt op hoe bijvoorbeeld de visarend dat doet. Arn zou heel vroeger ook gewoon ‘vogel’ zijn geweest, waardoor Isarn letterlijk op IJsvogel uitkomt. Maar het kan ook zijn dat de naam IJsvogel niks met ijs te maken heeft. Isarn betekent namelijk als geheel ook ‘ijzer’. En de felblauwe kleur van de IJsvogel zou dan gelinkt zijn aan de blauwglanzende kleur van ijzer. Het Duitse woord voor ijzer is ook Eisen.

In de 11de eeuw bestond in het Oudhoogduits isanuogal waarin het woord vogel voorkomt. In de verklaring met ijzer zou dit dan ‘ijzervogel’ betekenen. Het grappige is dat het in de verklaring met ijs een tautologische samenstelling wordt. Het woord vogel komt er twee keer in voor: Is+arn+uogal => IJs+arend+vogel.

Laat de naam IJsvogel in een willekeurig gezelschap van vogelaars vallen, en ze beginnen te glimmen en enthousiast over hun waarnemingen te vertellen. Een beetje natuurfotograaf heeft de mooie vogel boven aan op zijn wensenlijstje staan. Met zijn afstekende blauwe en oranje kleuren is het een van de mooiste, zo niet dé vogels van Nederland, maar ook een van de schuwste en dus moeilijk te spotten. Een waarneming begint vaak met het waarnemen van de roep van de IJsvogel, een hoge piep, ‘tsie-ti tsie-ti’ waarmee hij zijn komst aankondigt. Even later vliegt hij voorbij, pijlsnel en laag over het water. IJsvogels horen bij stromend en liefst kronkelend beekjes. Zo’n beek of rivier biedt een IJsvogel twee cruciale zaken; voedsel en onderdak. Voedsel in de vorm van waterleven, onderdak in de vorm van gaten in de rechte uitgesleten oevers waar hij graag zijn nestgang en nestholte in graaft. Soms maakt de IJsvogel handig gebruik van een omgewaaide boomstam, die aan de waterkant van zijn fundamenten is losgescheurd bij een flinke najaar- of voorjaarstorm.