woensdag 28 oktober 2020

Mijn visuele natuurverhalen

Mijn naam is Jozef van der Heijden. Ik woon in de Brabantse Hulsel.
Ik fotografeer al sinds de 70er jaren. Ik begon met een kleinbeeld fotocamera en een Super 8 filmcamera met geluidsregistratie. Op de boerderij filmde ik Groenlingen en Kneuen die de jongen op hun nest verzorgde. Mijn interesse gaat naar de natuur in het algemeen. Van vogels tot paddenstoelen, mossen, korstmossen en  landschappen. Maar vogels fascineren mij wel het meest. Daarnaast ben lid van diverse natuurbescherming organisaties (zie de logo's hieronder).

Hoewel vogels mijn voorkeur genieten, ontdekte ik op 4 januari 2019 de Opkrullende strookzwam in de bossen van Hapert, officieel de 19e geregistreerde vondst in Nederland sinds 1855 en de eerste sinds 1985. Daarna vond ik nog twee plaatsen waar deze zeer zwam voor kwam. Op 16 oktober 2019 vond ik op Landgoed Wellenseind de eveneens zeer-zeldzame Kroontjesknotszwam. Verspreidingsatlas.nl meldt sinds 1990 slechts 105 vindplaatsen in Nederland.

Volg mij op: Facebook Twitter YouTube en met www.jozefvanderheijden-foto.nl. Mijn onderwerpen: Alles wat de natuur gedurende de vier jaargetijden biedt.

Oranje druppelzwam en Gewoon ijsvingertje

Slijmzwammen zijn misschien wel de meest fascinerende zwammen die de natuur rijk is. De zijn niet alleen slijmerig, maar ook verplaatsen ze zich soms. Een van de soorten die zich kan verplaatsen is Heksenboter. Maar die heb ik hier niet. Wel de Oranje druppelzwam en het Gewoon ijsvingertje.

Oranje druppelzwam (Dacrymyces stillatus). Op de twee laatste foto's zijn insecten te zien, een boven de druppelzwam, de andere in het gaatje.

Oranje druppelzwam, Dacrymyces stillatus (of "oranje dropzwam") is een algemeen voorkomende schimmelsoort die op allerlei dood hout kan verschijnen, in bossen, parken en tuinen. De zwam wordt vaak aangetroffen op schuttingen die plaatselijk verrot zijn, op (geverfde) houten gevelbetimmeringen van huizen en op hekpalen en tuinmeubels. In een Zweeds en een Japans onderzoek werd de zwam vooral op naaldhout gevonden, maar in Nederland is populierenhout een geliefd substraat. Druppelzwammen veroorzaken bruinrot en verschijnen meestal pas wanneer een stuk hout al behoorlijk ver is vergaan en de bast van een gevallen stam al geheel is verdwenen.

Voor zijn groei maakt de schimmel gebruik van afbraakproducten die door eerder aanwezige saprotrofe organismen zijn gevormd, en wellicht parasiteert het mycelium van de druppelzwam ook op het mycelium van zijn voorgangers. De vruchtlichamen hebben aanvankelijk de vorm van kleine, intens oranje gekleurde bolletjes of cilindertjes, met een diameter van 1 tot 2 mm. Dit is het conidiƫnstadium van de zwam waarin er ongeslachtelijke sporen worden gevormd. Later nemen de paddenstoeltjes in omvang toe (tot 3 Ơ 6 mm) en worden goudgeel tot bleekgeel van kleur. Aangrenzende vruchtlichamen kunnen dan samenvloeien tot een "kluwen" die van bulten en groeven is voorzien.

Uit de aanwezigheid van meerdere bulten blijkt dat zo'n kluwen uit vele afzonderlijke vruchtlichamen is ontstaan. Het vlees van de paddenstoel is zacht en gelatineachtig, zoals het vlees van trilzwammen. Wanneer de vruchtlichamen uitdrogen vormen ze een onherkenbaar dun vliesje op het hout. Aangezien de sporen door regenwater worden verspreid verschijnen de paddenstoeltjes vooral tijdens perioden van nat weer. De druppelzwam komt over bijna de gehele wereld voor. De ultrastructuur van hyfen van de druppelzwam is onderzocht met de electronenmicroscoop.

Gewoon ijsvingertje (Ceratiomyxa fruticulosa)

Gewoon ijsvingertje, ook wel IJspegeltje (Ceratiomyxa fruticulosa) is een slijmzwam uit de familie Ceratiomyxidae. Het gewoon ijsvingertje bestaat uit dicht opeenstaande verzameling van kleine groepjes van tot 10 cm doorsnee vormende, 1 mm hoge, priem- tot knotsvormige, soms vertakte, ijsachtig wit tot roze, lichtblauw of gelig-beige zuiltjes. Ze zuiltjes zijn waterig en doorschijnend. De soort is wereldwijd verspreid en komt vaak voor op dood hout van loofbomen bij voorkeur op donkere en vochtige plekken. In Nederland heeft zij de status algemeen voorkomend.

Ceratiomyxa wordt vaak aangetroffen op rottend hout. Grote boomstammen en stronken worden genoemd als ideale substraten voor groei, hoewel kleinere kolonies ook een boomtak kunnen vinden. De Ceratiomyxa- collectie van Henry C. Gilbert heeft exemplaren die groeien op verschillende groenblijvende naaldbomen ( Pseudotsuga ), iep ( Ulmus ), esdoorn ( Acer ), eik ( Quercus ), Tilia en wilgen ( Salix ). Een exemplaar dat door FO Grover was verzameld, groeide op een jutezak.

Zwavelkopjes in verschillende variaties

Vanmorgen vond ik een paar paddenstoelen die aan de ene kant tot de zelfde familie behoren of zelf van de zelfde soort zijn, maar er toch anders uit zien. Deze varianten zag ik op Landgoed Wellenseind.

Rode zwavelkop (variant 1), de meest voorkomende.

Rode zwavelkop (variant 2), een zeldzame variant in het levenscyclus

De Rode zwavelkoppen groeien in groepen op stammen, stronken en dikke takken van loofbomen (eik, berk, beuk) in loofbossen. Rode zwavelkop (Psilocybe sublateritia) is een in Nederland algemene paddenstoelensoort. De vruchtlichamen zijn aanwezig van augustus tot en met november. De hoed heeft een diameter tot 10 centimeter en is steenrood van kleur, naar de rand toe geelwittig. In de randzone bevinden zich vaak geelgroenige vezelachtige velumresten. De lamellen zijn bij jonge exemplaren licht grijsgroen, later worden ze bruin. De vezelig gestreepte steel is wit tot lichtgeel, aan de voet lichtbruinig. Vaak is er een vezelige ringzone. Rode zwavelkop is giftig.

Gewone zwavelkop variant die ook nog niet eerder heb gezien.

De gewone zwavelkop (Hypholoma fasciculare, synoniem: Psilocybe fascicularis) of het dwergzwavelkopje is een giftige paddenstoel die tot de familie Strophariaceae behoort. De kleur van de gewone zwavelkop is zwavelgeel met oranjebruin centrum en vaak met bleekgele tot donkerbruine schubjes (velumresten) aan de hoedrand. De hoed heeft een doorsnede van 2-6 cm. De plaatjes die aan de onderkant van de hoed zitten zijn geelgroenig en bij het ouder worden donkerbruin. De hoed is eerst kegelvormig en wordt later boller en platter. De tot 10 cm lange en nauwelijks 1 cm brede steel van de paddenstoel is zwavelgeel met een zwakke ringzone en aan de voet oranjebruin. Van binnen is de steel hol.

Er zijn enkele variante en verschillen qua groei stadia. Deze is een variant die ook nog niet eerder heb gezien.