woensdag 13 mei 2026

Mijn visuele natuurverhalen

Mijn naam is Jozef van der Heijden. Ik woon in de Brabantse Hulsel. Ik fotografeer al sinds de 70er jaren. Ik begon met een kleinbeeld fotocamera en een Super 8 filmcamera met geluidsregistratie. Op de boerderij filmde ik Groenlingen en Kneuen die de jongen op hun nest verzorgde. Mijn interesse gaat naar de natuur in het algemeen. Van vogels tot paddenstoelen, mossen, korstmossen en  landschappen. Maar vogels fascineren mij wel het meest. Daarnaast ben lid van diverse natuurbescherming organisaties.
(zie de logo's hieronder)

Volg mij op: Facebook Twitter YouTube FacebookTwitterYouTube Facebook Twitter YouTube en met jozefvanderheijden-foto.nl. Onderwerpen: Alles wat de natuur gedurende de jaargetijden bieden.
Bezoek ook mijn YouTube kanaal; youtube.com/JozefvanderHeijden met 391 video's en 916 abonnees.

Wat gebeurt er in de koolmezen nestkast

Heb je altijd al willen weten wat er in de nestkast van de koolmees gebeurt? In deze video zie je de Koolmees een nest bouwen en de jonge kuikens voeden. Zodra de bomen en struiken nieuwe bladeren krijgen komen ook de rupsen weer te voorschijn. De natuur zit zo mooi in elkaar dat de mezen en andere vogels hun eileg zo goed plannen dat de kuikentjes uit het ei komen als het aantal rupsen een piek bereiken.


Wat gebeurt er in de koolmezen nestkast🎤

Tussen begin april en begin mei legt het vrouwtje 4 tot 12 eieren. Het uitbroeden van de eieren duurt ongeveer twee weken. Nadat de kuikentjes uit het ei zijn gekomen verblijven ze nog ongeveer 19 dagen in het nest voordat ze uitvliegen. De ouders zijn gedurende die tijd erg druk met het aanslepen van voedsel voor de jongen. Rupsen zijn essentieel voor jonge vogels, vooral in het voorjaar omdat ze dienen als een hoogwaardige "superfood" bron die perfect aansluit bij de behoeften van snelgroeiende nestjongen. Rupsen zitten boordevol eiwitten, die noodzakelijk zijn voor de snelle groei van spieren en veren bij jonge vogels. In tegenstelling tot harde zaden of kevers, zijn rupsen zacht en hebben ze geen harde schilden, waardoor ze gemakkelijk verteerbaar zijn voor de gevoelige magen van nestjongen. Jonge vogels hebben enorme hoeveelheden voedsel nodig. Een paartje koolmezen kan wel negenduizend rupsen voeren om een nest groot te brengen. Naast rupsen van de wintervlinder worden ook andere rupsen, waaronder die van de eikenprocessierups door vogels als de koolmees gegeten.

Koolmezen zitten relatief veilig in een nestkast, aangezien deze bescherming biedt tegen weersinvloeden en diverse predatoren. Een nestkast is echter geen garantie voor volledige veiligheid; zonder de juiste maatregelen kunnen predatoren als marters en spechten de nestkast alsnog bereiken. Koolmezen in de vrije natuur gebruiken natuurlijke holtes om een nest in te bouwen. Soms gebruiken ze verlaten holtes van andere holenbroeders of holle ruimtes die door houtrot zijn ontstaan op plaatsen waar takken van een boomstam is afgebroken of zijn afgezaagd.

Helaas hebben koolmezen last van bestrijdingsmiddelen die in de landbouw gebruikt worden. In Nederland groeit de zorg over de effecten van bestrijdingsmiddelen op de volksgezondheid en biodiversiteit, terwijl onvoldoende bekend is hoe ze verspreid zijn over het land. Mislukte broedsels van ondermeer de koolmees komen de laatste jaren steeds meer voor. Met behulp van niet-uitgekomen koolmeeseieren en jonge koolmezen die dood in het nest worden gevonden, willen Stichting Sovon en vogelbescherming Nederland in dit project meten welke bestrijdingsmiddelen aanwezig zijn. Hiermee kunnen ze de verspreiding van bestrijdingsmiddelen in Nederland in kaart brengen. Koolmezen leven dichtbij mensen, vaak in onze tuinen en parken. Tijdens het broedseizoen verzamelt een Koolmees nestmateriaal en duizenden rupsen in zijn directe omgeving, die dus ook vaak onze directe leefomgeving is. Via hun voedsel komen bestrijdingsmiddelen in de Koolmezen, hun eieren en jongen terecht. In het laboratorium kunnen deze bestrijdingsmiddelen terug worden gevonden.

Intussen zijn de kuikentjes al flink gegroeid. Rond de zesde dag worden de slagpennen al gevormd. De kuikens worden ook steeds hongeriger. De ouders vliegen de gehele dag af en aan met rupsjes. Naast rupsen (die eiwit leveren) krijgen de jonge mezen ook spinnen en andere insecten, die eveneens calcium kunnen bevatten. Calcium, kalk dus, is nodig voor de ontwikkeling van de botten. Door een tekort aan calcium treffen we soms kuikens in het nest aan met gebroken pootjes.

Rond de dertiende dag zien we al de vorming van de bloedspoel. Een bloedspoel (ook wel bloedpen genoemd) is een jonge groeiende veer bij vogels die nog voorzien is van bloedtoevoer. Dit is een essentieel onderdeel van de veergroei, met name zichtbaar bij nestjongen en tijdens de rui.

Op de zestiende dag is de mondhoekplooi bijna weg. Koolmees kuikens zijn na de zestiende dag vanaf de geboorte in een eindfase van hun ontwikkeling, waarbij ze zich klaarmaken om het nest te verlaten. De kuikens vliegen meestal uit tussen de 16de en de 22ste dag, vaak rond de 19de dag. Ze zijn nu vrijwel volgroeid en wegen rond de 18 gram. Na de 16de dag worden de jongen springerig en zijn ze bijna volledig in de veren. Het is belangrijk de nestkast niet meer te openen om te voorkomen dat ze te vroeg uitvliegen.

Het verenkleed van de kuikens is zover ontwikkeld dat ze binnen een paar dagen uit kunnen vliegen. Terwijl de ouders voedsel aan blijven voeren en het nest schoon houden, beginnen de kuikens al met hun vleugels te fladderen. Dit is nodig om goed voorbereidt te zijn op de eerste vliegbewegingen bij het verlaten van het nest. Na het uitvliegen worden de kuikens nog ongeveer 2 tot 3 weken door de ouders begeleid en bijgevoerd. Het bijvoeren van koolmezen vlak na het uitvliegen is nuttig omdat de jongen dan nog niet volledig zelfstandig zijn.

vrijdag 8 mei 2026

De Levendbarende hagedis warmt op in de zon

Levendbarende hagedissen warmen op in de zon, een essentieel gedrag voor deze koudbloedige reptielsoort. Door te zonnebaden verhogen ze hun lichaamstemperatuur, wat noodzakelijk is om hun stofwisseling te stimuleren, efficiënt te kunnen jagen en snel te kunnen vluchten voor vijanden.


De Levendbarende hagedis warmt op in de zon🎤

Ze zoeken 's ochtends zonnige plekken op, zoals rotsen, dode takken, palen of op open plekken langs bosranden en op heidevelden. Om de warmte van de zon en de ondergrond optimaal te absorberen spreiden ze hun lichaam om zo meer zonnewarmte op te vangen. Omdat ze koudbloedig zijn moeten ze zich 's ochtends eerst opwarmen en zijn ze afhankelijk van deze externe warmtebronnen. Naast opwarming is zonnebaden belangrijk voor de spijsvertering en de aanmaak van vitamine D.

Levendbarende hagedissen zijn erg schuw en zonnebaden vaak in de buurt van schuilplaatsen om snel weg te kunnen duiken. De soort is ei-levendbarend, de jonge dieren bevrijden zich direct na de eiafzet uit hun vliezige schaal. Vrouwtjes zonnebaden in de zomer dan ook intensief omdat ze hun eieren in hun lichaam uitbroeden voordat ze levende jongen ter wereld brengen. De paartijd begint onmiddellijk na het tevoorschijn komen van de vrouwtjes en duurt ruim een maand, tot en met half mei.

De levendbarende hagedis is onze kleinste maar tevens succesvolste reptiel. De soort onderscheidt zich van de andere inheemse hagedissen door de zwaar gekielde schubben en een eenvoudige bruinige kleur zonder echt opvallende tekening of patroon. Wel is er altijd een aanzet tot een donkere rugstreep aanwezig. De soort komt vooral voor op de hoger gelegen zandgronden in het oosten, midden en zuiden van Nederland.

De levendbarende hagedis is met enige moeite goed van de andere inheemse hagedissen te onderscheiden. De muurhagedis lijkt nog het meeste op de levendbarende hagedis, maar is slanker gebouwd en heeft langere poten en tenen en een meer afgeplatte en spitser toelopende kop.

zaterdag 2 mei 2026

Waarom draagt de Grote bonte specht een rood broekje?

Heeft u zich wel eens afgevraagd waarom de Grote bonte specht zwart-wit gekleurd is maar toch een rood broekje draagt? En waarom hij steeds maar roffelt op de dode boomtakken? Dat komt door de verloren machtsstrijd van een koning. lees naar dit sprookje: "Waarom draagt de Grote bonte specht een rood broekje?

Het rode broekje is zelfs in de vlucht goed te zien.

Lang geleden was er eens een koning. Hij was gekleed zoals een koning betaamd: met een cape van zwart bont, een wit zijden hemd en een rode satijnen broek. Zijn opvallend grote sterke voeten staken in hoge grijs lederen laarzen. Hij droeg een grote donkere kroon met, gek genoeg, een mooie rode steen aan de achterzijde. Als hij passeerde wist iedereen: dat is de koning! In een donker en ondoordringbaar woud woonde eens een sterke en stoere heks. Die heks was de baas van dat bos. Ze was een echte heks die kon toveren. Als ze wilde veranderde ze zichzelf in een klein meisje of in een beer. Maar ze kon ook mensen betoveren. De heks kende de koning niet en wist niet eens dat hij bestond.

De koning kende nog niet alle hoeken en gaten in zijn koninkrijk en als hij tijd over had, steeg hij te paard om nieuwe streken te ontdekken. Op een dag galoppeerde hij met zijn ranke hengst in een woud waar hij nog nooit was geweest. Het was er donker en zelfs voor de koning een beetje eng. Toevallig liep de heks op het pad toen ze in de verte de koning op zijn paard naderbij zag komen. Ze wist meteen dat hij een koning was, want hij droeg een bontjas en een kroon. Vliegensvlug veranderde ze zichzelf in een deftige dame. De koning stopte toen hij de deftige dame zag en zei: "Hallo." De vrouw glimlachte naar hem. Ze vroeg aan de koning wat hij kwam doen. "Ik kom mijn landerijen inspecteren" antwoordde hij met een stem, die duidelijk maakte dat hij héél belangrijk was.. De ogen van de heks schoten vuur toen hij ‘mijn landerijen’ zei en ze vertelde hem ondubbelzinnig: "Jouw bos? Dit is míjn bos!" Maar de koning glimlachte om zoveel onnozelheid en zei: "Lieve mevrouw, ik ben de koning en alle land in de wijde omtrek behoort aan mij." Ze veranderde zichzelf terug in een heks en beet hem met felle donkere ogen toe: "Hoe durf je! Je bent op mijn grondgebied, waar ik de baas ben!" De koning keek haar vanaf zijn paard hoogmoedig aan, waardoor de heks nog bozer werd. Zonder met haar ogen te knipperen veranderde ze de koning in een vogel.

Vanaf die dag vliegt er in dat bos een vogel. Als je goed kijkt, zie je dat hij een zwarte cape draagt met daaronder een wit hemd, waar zijn witte hemdsmouwen uitsteken. Zelfs zijn korte rode broek is nog zichtbaar en hij heeft opvallend grote poten. En het is alsof hij nog steeds galoppeert op zijn paard, want hij vliegt golvend. De koning is nog altijd heel boos en zint op wraak. Daarom roffelt hij op de dode bomen. Want heksen wonen soms in dode bomen en hij hoopt dat hij de heks gek maakt door zijn getimmer op haar huis.



Er komen in ons land steeds meer bossen, waardoor het aantal bosvogels toeneemt. Het aantal grote bonte spechten neemt langzaam toe en wordt nu geschat op ruim 130.000 stuks. De specht leeft graag in wat oudere bossen. Oudere bomen hebben een gegroefde schors, waartussen vele larven en insecten leven. Ze zijn het basisvoedsel van de specht, die daarnaast ook zaden (dennenappels) en bessen eet. Zowel mannetjes als vrouwtjes timmeren in het voorjaar op dode boomtakken omdat die meer lawaai maken. Hiermee wordt het territorium afgebakend en dienen als communicatiemiddel voor de paartjes.

Uit het boek 'Natuurverhalen' van Els Baars, waarin te lezen is hoe de Grote bonte specht een rood broekje kwam.