Heb je altijd al willen weten wat er in de nestkast van de koolmees gebeurt? In deze video zie je de Koolmees een nest bouwen en de jonge kuikens voeden. Zodra de bomen en struiken nieuwe bladeren krijgen komen ook de rupsen weer te voorschijn. De natuur zit zo mooi in elkaar dat de mezen en andere vogels hun eileg zo goed plannen dat de kuikentjes uit het ei komen als het aantal rupsen een piek bereiken.
Wat gebeurt er in de koolmezen nestkast🎤
Tussen begin april en begin mei legt het vrouwtje 4 tot 12 eieren. Het uitbroeden van de eieren duurt ongeveer twee weken. Nadat de kuikentjes uit het ei zijn gekomen verblijven ze nog ongeveer 19 dagen in het nest voordat ze uitvliegen. De ouders zijn gedurende die tijd erg druk met het aanslepen van voedsel voor de jongen. Rupsen zijn essentieel voor jonge vogels, vooral in het voorjaar omdat ze dienen als een hoogwaardige "superfood" bron die perfect aansluit bij de behoeften van snelgroeiende nestjongen. Rupsen zitten boordevol eiwitten, die noodzakelijk zijn voor de snelle groei van spieren en veren bij jonge vogels. In tegenstelling tot harde zaden of kevers, zijn rupsen zacht en hebben ze geen harde schilden, waardoor ze gemakkelijk verteerbaar zijn voor de gevoelige magen van nestjongen. Jonge vogels hebben enorme hoeveelheden voedsel nodig. Een paartje koolmezen kan wel negenduizend rupsen voeren om een nest groot te brengen. Naast rupsen van de wintervlinder worden ook andere rupsen, waaronder die van de eikenprocessierups door vogels als de koolmees gegeten.
Koolmezen zitten relatief veilig in een nestkast, aangezien deze bescherming biedt tegen weersinvloeden en diverse predatoren. Een nestkast is echter geen garantie voor volledige veiligheid; zonder de juiste maatregelen kunnen predatoren als marters en spechten de nestkast alsnog bereiken. Koolmezen in de vrije natuur gebruiken natuurlijke holtes om een nest in te bouwen. Soms gebruiken ze verlaten holtes van andere holenbroeders of holle ruimtes die door houtrot zijn ontstaan op plaatsen waar takken van een boomstam is afgebroken of zijn afgezaagd.
Helaas hebben koolmezen last van bestrijdingsmiddelen die in de landbouw gebruikt worden. In Nederland groeit de zorg over de effecten van bestrijdingsmiddelen op de volksgezondheid en biodiversiteit, terwijl onvoldoende bekend is hoe ze verspreid zijn over het land. Mislukte broedsels van ondermeer de koolmees komen de laatste jaren steeds meer voor. Met behulp van niet-uitgekomen koolmeeseieren en jonge koolmezen die dood in het nest worden gevonden, willen Stichting Sovon en vogelbescherming Nederland in dit project meten welke bestrijdingsmiddelen aanwezig zijn. Hiermee kunnen ze de verspreiding van bestrijdingsmiddelen in Nederland in kaart brengen. Koolmezen leven dichtbij mensen, vaak in onze tuinen en parken. Tijdens het broedseizoen verzamelt een Koolmees nestmateriaal en duizenden rupsen in zijn directe omgeving, die dus ook vaak onze directe leefomgeving is. Via hun voedsel komen bestrijdingsmiddelen in de Koolmezen, hun eieren en jongen terecht. In het laboratorium kunnen deze bestrijdingsmiddelen terug worden gevonden.
Intussen zijn de kuikentjes al flink gegroeid. Rond de zesde dag worden de slagpennen al gevormd. De kuikens worden ook steeds hongeriger. De ouders vliegen de gehele dag af en aan met rupsjes. Naast rupsen (die eiwit leveren) krijgen de jonge mezen ook spinnen en andere insecten, die eveneens calcium kunnen bevatten. Calcium, kalk dus, is nodig voor de ontwikkeling van de botten. Door een tekort aan calcium treffen we soms kuikens in het nest aan met gebroken pootjes.
Rond de dertiende dag zien we al de vorming van de bloedspoel. Een bloedspoel (ook wel bloedpen genoemd) is een jonge groeiende veer bij vogels die nog voorzien is van bloedtoevoer. Dit is een essentieel onderdeel van de veergroei, met name zichtbaar bij nestjongen en tijdens de rui.
Op de zestiende dag is de mondhoekplooi bijna weg. Koolmees kuikens zijn na de zestiende dag vanaf de geboorte in een eindfase van hun ontwikkeling, waarbij ze zich klaarmaken om het nest te verlaten. De kuikens vliegen meestal uit tussen de 16de en de 22ste dag, vaak rond de 19de dag. Ze zijn nu vrijwel volgroeid en wegen rond de 18 gram. Na de 16de dag worden de jongen springerig en zijn ze bijna volledig in de veren. Het is belangrijk de nestkast niet meer te openen om te voorkomen dat ze te vroeg uitvliegen.
Het verenkleed van de kuikens is zover ontwikkeld dat ze binnen een paar dagen uit kunnen vliegen. Terwijl de ouders voedsel aan blijven voeren en het nest schoon houden, beginnen de kuikens al met hun vleugels te fladderen. Dit is nodig om goed voorbereidt te zijn op de eerste vliegbewegingen bij het verlaten van het nest. Na het uitvliegen worden de kuikens nog ongeveer 2 tot 3 weken door de ouders begeleid en bijgevoerd. Het bijvoeren van koolmezen vlak na het uitvliegen is nuttig omdat de jongen dan nog niet volledig zelfstandig zijn.