maandag 12 april 2021

Mijn visuele natuurverhalen

Mijn naam is Jozef van der Heijden. Ik woon in de Brabantse Hulsel.
Ik fotografeer al sinds de 70er jaren. Ik begon met een kleinbeeld fotocamera en een Super 8 filmcamera met geluidsregistratie. Op de boerderij filmde ik Groenlingen en Kneuen die de jongen op hun nest verzorgde. Mijn interesse gaat naar de natuur in het algemeen. Van vogels tot paddenstoelen, mossen, korstmossen en  landschappen. Maar vogels fascineren mij wel het meest. Daarnaast ben lid van diverse natuurbescherming organisaties (zie de logo's hieronder).

Hoewel vogels mijn voorkeur genieten, ontdekte ik op 4 januari 2019 de Opkrullende strookzwam in de bossen van Hapert, officieel de 19e geregistreerde vondst in Nederland sinds 1855 en de eerste sinds 1985. Daarna vond ik nog twee plaatsen waar deze zeer zwam voor kwam. Op 16 oktober 2019 vond ik op Landgoed Wellenseind de eveneens zeer-zeldzame Kroontjesknotszwam. Verspreidingsatlas.nl meldt sinds 1990 slechts 105 vindplaatsen in Nederland.

Volg mij op: Facebook Twitter YouTube en met www.jozefvanderheijden-foto.nl. Mijn onderwerpen: Alles wat de natuur gedurende de vier jaargetijden biedt.

De Houtduif eet verse boomknoppen

Vanmorgen zat een Houtduif hoog in een boom van de verse boomknoppen te eten. Net als veel andere vogels eten de Houtduiven in de lente verse boomknoopen en jonge blaadjes van loofbomen.


De Houtduif zit hoog in de boom om van de verse boomknoppen te eten.

De houtduif eet in de lente vooral knoppen en kiemplanten. In de nazomer wordt overgeschakeld op oogstresten (korrelmaïs en granen), klaverzaadjes, eikels en beukennootjes, terwijl in de winter ook bessen van klimop en plantenwortels op het menu staan. De houtduif broedt in beboste gebieden (vooral nabij akkers), parken, tuinen en (steeds vaker ook in) steden. Voedsel zoeken gebeurt vooral op weiden en akkers.


Wie denk dat de Houtduif een typische standvogel is heeft het mis. Elk najaar trekken ongeveer 2 miljoen houtduiven vanuit Scandinavië naar zuidelijke overwinteringsgebiedend. De najaarstrek piekt tussen 10 oktober en 15 november. Een ezelsbrugje om de zang van de houtduif te onderscheiden van de zang van de Turkse tortel. De houtduif heeft een vijf-lettergrepige "Roe-koe-roe … koe-koe" zang, terwijl de Turkse tortel een drie-lettergrepige "Roe-koe-koe" uit brengt.

zondag 11 april 2021

Pinksterbloemen groeien in de Raamsloop

De Pinksterbloemen groeien in het water van het beekje de Raamsloop. De plant bloeit ondanks haar naam met name in de periode vóór Pinksteren. Behalve de naam Pinksterbloem, die in vele streken gebruikt wordt, worden de namen Ooievaarsbloem met allerlei dialectische afwijkingen, Kievitsbloem en Koekoeksbloem veel gehoord. In Noord-Brabant komt de naam Stijfselbloem veel voor. De soort is inheems en algemeen in Nederland en België.


De Pinksterbloemen groeien in het water van het beekje de Raamsloop.

De soort kan tot 50 cm hoog worden. De plant heeft een bladrozet. De stengel is hol en rond. De bladeren zijn samengesteld. De deelblaadjes van het bladrozet zijn kort en breed en vaak bochtig getand. De stengelbladeren zijn smal en lang. De vrucht is een hauw. Deze zijn bij de pinksterbloem smal en maximaal 5,5 cm lang. De bloemen zijn tweeslachtig, er zijn zes meeldraden en een stamper met een korte stijl. De meeldraden hebben gele helmknoppen en komen voor in drie paar, waarvan twee lange van 5 tot 10 mm en een korte van 3 tot 6 mm. Het vruchtbeginsel bestaat uit twee gefuseerde vruchtbladen, is bovenstandig en bevat twintig tot dertig zaadknoppen. De bloemen groeien in een tros. De kelkbladen zijn onderaan met elkaar vergroeid, de kroonbladen niet. De kroonbladen zijn maximaal 1,8 cm lang en hebben een lila tot roze kleur met paarse aders, ze zijn zelden wit.

De plant komt voor in graslanden, bossen en in moeras. In een omgeving die heel nat is, heeft ze zich op een bijzondere manier aan dit milieu aangepast. De deelblaadjes zijn dan kortgesteeld en beginnen al, terwijl ze nog aan de plant zitten, worteltjes te vormen. Wanneer ze van de plant afvallen, kunnen ze uitgroeien tot nieuwe planten. Het zaad komt in een dergelijk permanent nat milieu slecht tot ontkieming en op deze wijze kan de soort zich toch nog voortplanten. In Nederland en België is de soort zeer algemeen, ze komt nog steeds overal voor. Toch is ze sterk achteruitgegaan. Vroeger kleurde ze vele weilanden paars op het hoogtepunt van haar bloei. Tegenwoordig is ze door de intensivering van de landbouw meestal beperkt tot de slootkanten.


De Raamsloop tussen Hulsel en Lage Mierde is de laatste tijd goed gevuld.

De Raamsloop ontspringt in de Kroonvense Heide ten zuiden van het Noord-Brabantse Bladel en loopt in noordelijke richting door bedrijventerrein De Sleutel (Bladel), iets ten zuiden langs Hulsel, ten oosten van Lage Mierde, door het landgoed Wellenseind en Landgoed de Utrecht, waar hij uitmondt in de Reusel. De beek is 9,3 kilometer lang, en vormt een ecologische verbindingszone tussen genoemde natuurgebieden. Van 2002-2018 werden nabij Hulsel en Lage Mierde de eerste werkzaamheden uitgevoerd om de gekanaliseerde beek te hermeanderen. Het deel waar de Raamsloop en de Reusel door Landgoed Wellenseind en Landgoed de Utrecht stroomt zijn eveneens heringericht. Een volgend herinrichtingsproject wordt momenteel uitgewerkt, eveneens als de herinrichting van het beekje De Reusel. Het betreft tussengelegen stroomdelen waar de beek nog niet hermeanderd is.