zondag 14 april 2024

Mijn visuele natuurverhalen

Mijn naam is Jozef van der Heijden. Ik woon in de Brabantse Hulsel. Ik fotografeer al sinds de 70er jaren. Ik begon met een kleinbeeld fotocamera en een Super 8 filmcamera met geluidsregistratie. Op de boerderij filmde ik Groenlingen en Kneuen die de jongen op hun nest verzorgde. Mijn interesse gaat naar de natuur in het algemeen. Van vogels tot paddenstoelen, mossen, korstmossen en  landschappen. Maar vogels fascineren mij wel het meest. Daarnaast ben lid van diverse natuurbescherming organisaties.
(zie de logo's hieronder)

Hoewel vogels mijn voorkeur genieten, ontdekte ik op 4 januari 2019 de Opkrullende strookzwam in de bossen van Hapert, officieel de 19e geregistreerde vondst in Nederland sinds 1855 en de eerste sinds 1985. Daarna vond ik nog twee plaatsen waar deze zeer zwam voor kwam. Op 16 oktober 2019 vond ik op Landgoed Wellenseind de eveneens zeer-zeldzame Kroontjesknotszwam. Verspreidingsatlas.nl meldt sinds 1990 slechts 105 vindplaatsen in Nederland.

Volg mij op: Facebook Twitter YouTube en met jozefvanderheijden-foto.nl. Onderwerpen: Alles wat de natuur gedurende de jaargetijden bieden.

Weer oppompverbod uit Groote Beerze en Reusel

Het halfjaarverbod t.a.v. het oppompen van water uit Groote Beerze en Reusel tot 1 oktober geen uit is weer van kracht. De afgelopen maanden waren kletsnat. Maar toch is op 1 april officieel al het droogteseizoen weer begonnen. Van 1 april tot minimaal 1 oktober mag geen water worden opgepompt uit beken, sloten en vijvers/vennen in de stroomgebieden van de Groote Beerze, Reusel en Nete ten zuiden van het Wilhelminakanaal en uit wateren in Park Meerland in Eindhoven.


Deze jaarlijks terugkerende maatregel is nodig omdat de gebieden extra gevoelig zijn voor droogte. Het halfjaarverbod moet daar watertekorten in de sloten en beken voorkomen. Op 1 april gaat automatisch het halfjaarverbod in tijdens het droogteseizoen. Dat verbod duurt tot minimaal 1 oktober. Er mag geen water opgepompt worden uit beken, sloten vijvers en vennen om bijvoorbeeld te beregenen. Het verod geldt voor vaste sproei-installaties, maar ook voor mobiele installaties zoals zuigwagens en giertonnen. De enige uitzondering hierop is het laten drinken van vee of een brand blussen met slootwater. Dit onttrekkingsverbod geldt voor de stroomgebieden van de Groote Beerze, Reusel en Nete en daarop afwaterende sloten ten zuiden van het Wilhelminakanaal. Deze beken en sloten liggen hoog en zijn zo gevoelig voor droogte dat het water hier in enkele dagen heel snel kan zakken.

In de rest van het Dommelgebied is oppompen van oppervlaktewater nog toegestaan, behalve in inlaatgebieden Olen en Sonniuswijk in Son en Breugel. Dit zijn wateraanvoergebieden waar water wordt ingelaten uit het Wilhelminakanaal. Om dit wateraanvoersysteem te laten werken, mag je hier nooit oppervlaktewater uit oppompen. Wanneer waterpeilen en doorstroming in andere delen van het Dommelgebied snel zakken, kan het waterschap ook daar een tijdelijk onttrekkingsverbod instellen.

De droge zomers van 2018, 2019, 2020, 2022 en 2023 laten zien dat stromend water in sloten en beken niet vanzelfsprekend is. Voldoende water is van belang voor natuur, landbouw en inwoners in het Dommelgebied. Daarom werken we samen met andere overheden, bedrijven, boeren, natuur- en milieuorganisaties en inwoners aan manieren om méér water langer vast te houden en minder water te gebruiken.

Bron: dommel.nl

Het nest van de Fuut is verborgen tussen het riet

De Fuut bouwt zijn nest op een platform in het water, gefixeerd aan begroeiing of een tak, bij voorkeur goed verborgen in het riet. Jongen verlaten al snel het nest en worden op de rug van hun ouders warm gehouden. Ze worden nog tien weken gevoerd door hun ouders.


Het nest van de Fuut is verborgen tussen het riet

Het vrouwtje legt drie tot vijf eieren, die ze samen uitbroeden. Het duurt bijna een maand voor de jongen uitkomen. Hoewel ze meteen kunnen zwemmen en duiken, blijven de jongen eerst zo’n twee weken onder het veilige verenkleed van hun ouders zitten, waar ze gevoerd en warm gehouden worden. Meestal hebben ze één broedsel, soms een tweede als jongen van het eerste nest zo'n zes weken oud zijn.

De Fuut kan bij het duiken maximaal 60 seconden onder water blijven. De snelle jager zoekt onder water naar vissen, het hoofdbestanddeel van zijn voedsel. Aan land beweegt hij zich eerder onbeholpen voort en is daarom slechts zelden te zien.

zaterdag 13 april 2024

Het Landkaartje in oranje voorjaarsvorm

De afgelopen dagen is de voorjaarsvorm van het landkaartje verschenen. Ze vliegen in flinke aantallen en verspreid door het hele land wordt de fraaie oranje vlinder gezien. Als een van de weinige dagvlinders drinken landkaartjes graag van fluitenkruid, dat momenteel ook volop in bloei komt. Het landkaartje heeft de laatste tijd, mede door klimaatverandering, drie generaties per jaar. De eerste generatie vliegt vanaf begin april; op dit moment is de kans om ze te zien het grootst.


Het Landkaartje in oranje voorjaarsvorm

Op de zonnige momenten zijn vlinders volop actief en kunt u het landkaartje te zien krijgen. De vlinder is in heel Nederland te vinden. Hij komt dan wel verspreid door het hele land voor, maar je komt hem niet zomaar overal tegen. De vlinder houdt zich het liefst op in de buurt van bomen en struiken. Het is een relatieve nieuwkomer in ons land. Zo’n tachtig jaar geleden verscheen de eerste aan de oostgrens en inmiddels is hij tot in het westen en tot op de Waddeneilanden aanwezig. In het Verenigd Koninkrijk kijken ze reikhalzend uit naar het moment dat het landkaartje het Kanaal oversteekt, maar dat gebeurt nog maar niet.

Landkaartjes hebben als pop de winter doorgebracht en komen nu tevoorschijn. Ze planten zich voort en sterven. De nakomelingen vliegen in juli (tweede generatie). De laatste jaren is er, door de klimaatverandering, ook jaarlijks een derde generatie die vliegt in september. Bijzonder aan het landkaartje is dat de voorjaarsgeneratie die nu vliegt oranje met zwart is, terwijl de tweede en derde generatie vlinders zwart zijn, met een witte baan over de vleugels.

De rupsen van het landkaartje zijn specialisten en eten alleen maar brandnetel. De vlinders zelf zijn minder kieskeurig. Ze drinken uit allerlei bloeiende planten om nectar te verzamelen. Zo kun je ze drinkend vinden op pinksterbloem, paardenbloem, raapzaad en andere voorjaarsbloeiers. Die nectar is de brandstof waardoor ze actief kunnen zijn, vliegen en zich voortplanten.

Hoewel ze uit allerlei planten kunnen drinken, zien we bij het landkaartje wel een voorkeur voor witte schermbloemigen. Dat is extra bijzonder, omdat hier nauwelijks andere dagvlinders gebruik van maken. Het zijn wel aantrekkelijke planten voor zweefvliegen en kevers, maar niet voor veel dagvlinders. De voorjaarsgeneratie die nu vliegt kun je dan ook veel zien drinken op fluitenkruid. De zomergeneratie in juli moet een andere plant kiezen, want fluitenkruid bloeit dan niet meer. Ze schakelen moeiteloos over op berenklauw, ook een witte schermbloemige die juist in de zomer bloeit. Als u nu landkaartjes wilt zien, moet u zoeken op open zonnige bospaden en bosranden, het liefst met flink wat fluitenkruid.