maandag 30 mei 2016

CO2 minder invloed op planten

De hoeveelheid kooldioxidegas in de lucht is momenteel zo hoog dat een extra dosis nauwelijks meer invloed heeft op de groei van bomen en planten. Dat concludeert Andries Temme, systeemecoloog aan de Vrije Universiteit Amsterdam, in het proefschrift waarop hij dinsdag promoveert.


De toename van de hoeveelheid CO2 in de lucht heeft, naast de bekende nadelen, ook een voordeel: het is goed voor planten. Hoe meer CO2 er in de lucht zit, hoe beter de gewassen groeien en hoe meer voedsel er dus van het land komt. Maar dit mechanisme nadert zijn verzadigingspunt, zegt Temme. De afgelopen twee eeuwen had het veel meer effect dan de komende decennia zal hebben - zelfs als er geen maatregelen tegen de broeikasgasuitstoot in werking treden.

Na de industriële revolutie van ruim tweehonderd jaar geleden is de CO2-concentratie toegenomen van 280 naar 400 ppm (moleculen per miljoen deeltjes). Zonder maatregelen zal dit verder stijgen tot meer dan 700 ppm in het jaar 2100. 'Bij deze overvloed aan CO2 worden andere factoren zoals water, licht en voedingsstoffen belangrijker voor de groei', zegt Temme. En de extra broeikasgassen veroorzaken juist meer perioden van extreme droogte, voegt hij eraan toe.

Schommelingen
Temme kweekte planten op in klimaatkamers, bij verschillende CO2-gehaltes. Bij een CO2-verhoging van 160 naar 450 ppm neemt de biomassa van jonge planten in de groeifase met 300 procent toe, concludeerde hij. Bij een stijging van 450 naar 750 ppm was dit nog maar 25 procent.

In tegenstelling tot wat Temme verwachtte, is de invloed van het broeikasgas voor alle soorten gelijk. 'Sommige planten kunnen beter tegen droogte, andere tegen weinig licht', vertelt hij, 'maar op weinig CO2 reageren ze allemaal hetzelfde.'

De werkzaamheid van gas
Stefan Dekker, onderzoeker bij het Copernicus Instituut voor duurzame ontwikkeling van de Universiteit Utrecht die niet was betrokken bij het onderzoek van Temme, noemt het een goed en belangrijk proefschrift. Wel wijst hij erop dat planten in dit soort onderzoeken weinig tijd hebben om zich aan te passen aan de nieuwe omstandigheden, in vergelijking met de periode waarin de CO2-schommelingen plaatsvonden. Dekker: 'In de geologische geschiedenis maakten planten bijvoorbeeld extra poriën (huidmondjes) aan als er weinig CO2 voorhanden was.' Ook inclusief dat effect zou de werkzaamheid van het gas momenteel overigens afnemen.

De meeste planten van nu zijn ontstaan in het Krijt, toen de CO2-concentratie tot 1.000 ppm kon oplopen. Sinds die tijd schommelde het CO2-gehalte tussen 180 en 1.000 ppm.

Bron: Volkskrant (Marlies ter Voorde - 24 mei 2016)

zondag 29 mei 2016

Ree hinde op Wellenseind

De ree (Capreolus capreolus) is een klein, algemeen soort hert dat voornamelijk in Europa voorkomt.


De ree heeft een zandgele tot roodbruine zomervacht, 's winters is deze meer grijsbruin tot zwart van kleur. Volwassen dieren hebben geen vlekken. Duidelijk zichtbaar is de witte tot gelige rompvlek. Bij mannetjes is deze vlek 's zomers vrij onduidelijk. De neus is zwart, en de kin is wit. De staart is vrij klein (twee tot vier centimeter lang) en enkel zichtbaar tijdens het ontlasten. 's Winters steekt bij het vrouwtje een bosje witte haren tussen de achterpoten naar achteren, dat op een staart lijkt.

De ree is een "knabbelaar": hij eet bramen, bessen, twijgen, scheuten, knoppen en loten van struiken en bomen als rozenstruiken en coniferen, kruiden, grassen, bladeren, noten, paddenstoelen en landbouwgewassen als tulpen, granen en kroppen. 's Zomers voedt hij zich ook met jonge blaadjes, en in de herfst ook met eikels, terwijl knoppen en twijgen 's winters meer worden gegeten. Hij is vrij selectief en eet enkel de meest voedzame delen van een plant. Tussen eten en herkauwen zit meestal zo'n één (in de zomer) tot twee uur (in de winter).

De ree is voornamelijk in de schemering actief. Van september tot april is hij voornamelijk 's nachts actief. Van mei tot augustus is hij ook meer overdag actief, en in gebieden waar hij niet wordt verstoord laat hij zich ook meer overdag zien.

De Lepelaar op het Beleven

De Lepelaar (Platalea leucorodia), een vogel uit de familie der ibissen en lepelaars, zat gisteren en vandaag op het Beleven in Reusel. De lepelaar heeft een lengte van ongeveer 80 tot 93 cm. De lepelaar is onmiddellijk herkenbaar aan de aan het uiteinde spatelvormig verbrede zwarte snavel, die aan de voorzijde geel is. De vogel is helemaal wit. De verlengde kopveren vormen een bossige kuif.


De vogel komt voor in natte weiden, bij sloten, op slikken en wadden. Het voedsel bestaat uit vis, waterdieren, slakken, insecten en wormen, ook wel eens plantendelen. Het nest bevindt zich in overjarig riet en is gemaakt van biezen, waterplanten en gras. Het legsel bestaat uit drie tot vijf dofwitte eieren met bruine vlekken. In de jaren 70 waren er slechts zo'n 100 broedparen in Nederland. De laatste jaren neemt hun aantal gestaag toe en er zijn nu ruim duizend broedparen. Dit komt door de genomen beschermingsmaatregelen. De lepelaars broeden vooral op de waddeneilanden (geen vossen), in Zeeland, het Zwanenwater, langs de randmeren van het IJsselmeer zoals in het Naardermeer, de Lepelaarsplassen, de Waverhoek, de Oostvaardersplassen, de Tienhovense plas en de Poollandse lepelaarspoelen ten noordoosten van Schagen. Maar gezien de verschijning op het Beleven, moet de vogel ook in deze omgeving broeden.

De grote witte vogel met een lange lepelvormige snavel, foerageert op een typische manier waarbij lepelaars de snavel heen en weer door het water bewegen.

zaterdag 28 mei 2016

Nikon D500 vs Nikon D750

Nikon bouwt tegenwoordig zo veel verschillende camera’s dat er zelfs binnen de line-up plaats is voor een vergelijking. Want neem je de D500 met aps-c-sensor of de full frame D750? We zetten de gelijkenissen en verschillen op een rij en zijn natuurlijk ook heel benieuwd wat jullie keuze is.


Voor veel fotografen is het een eenvoudige keuze, natuurlijk gaat je voorkeur uit naar de fullframe-camera tegenover een camera met een aps-c-sensor. Groter is altijd beter, toch? De nieuwe D500 is op een aantal vlakken echter ook een erg interessant aanbod, waardoor deze vergelijking legitiem wordt als je ook openstaat voor een minder voor de hand liggende keuze.

Innerlijk
Het grootste verschil tussen de twee camera’s is natuurlijk de sensor. Waar de D750 een fullframe-sensor heeft, moet de D500 het doen met een kleinere variant in aps-c-formaat. Voor velen is dat misschien een nadeel. Aan de andere kant kun je natuurlijk gebruikmaken van de cropfactor om je teleobjectieven meer zoommogelijkheid mee te geven. Een ander verschil is het ontbreken van het laagdoorlaatfilter bij de D500. Qua ISO is er ook een verschil. De D750 kan maximaal op 51.200 ISO schieten, de D500 heeft een maximale ISO-waarde van maar liefst 1.640.000. Of én hoe vaak je deze extreem hoge standen zal gebruiken is natuurlijk de vraag, dat moet gezegd worden.

Positie
De D500 is het aps-c-vlaggenschip van Nikon is, waar de D750 een middenmoter is in de full frame-line-up van het merk. De D810 en D5 staan nog een stukje hoger op de rang- en prijslijst. Nu we toch bij de prijslijst zijn: de D500 en D750 kosten ongeveer hetzelfde. Het scheelt een paar honderd euro in het voordeel van de D500, afhankelijk van de gekozen winkel. Een prijsverschil dat gekeken naar de totaalprijs van de twee camera’s niet direct doorslaggevend zal zijn. Uit de posities die de camera’s innemen in de line-up kan wel worden geconcludeerd dat de D500 relatief een kostbare aps-c-camera is. De D750 is daar tegenover een relatief goedkope full frame.

Scherm
De D500 is de modernere camera, alleen al omdat deze pas net op de markt is verschenen. De D500 maakt dan ook op een aantal punten een wat modernere indruk. Zo heeft de D500 een touchscreen, tegenover een klassiek scherm op de D750. En dat touchscreen bevat ook nog eens een boel meer pixels.

Snelheid
Als het op snelheid aankomt is de D500 duidelijk in het voordeel. De camera heeft, net zoals de D5, een Expeed 5 processor, waardoor tot tien beelden per seconde geschoten kunnen worden. De D750 blijft steken op 6,5. Een groot verschil. Ook de maximale sluitertijd wijst erop dat de D500 veel geschikter is voor actiefotografie: 1/8000ste tegenover 1/4000ste.

Conclusie
De D500 maakt het de D750 op een aantal punten moeilijk. Zo is de camera onder andere sneller, de maximale ISO-waarde hoger, de prijs net iets lager en heeft de D500 een touchscreen. Of deze voordelen echter tot een D500-aankoop kunnen leiden, ligt vooral aan de persoonlijke situatie van de fotograaf. Zoals we al eerder schreven zal het kleine prijsverschil waarschijnlijk niet van doorslaggevend belang zijn. Wel van belang is de collectie objectieven die je al in je bezit hebt. Heb je een grote collectie full frame-glas, dan zul je niet snel geneigd zijn een camera met aps-c-sensor te kopen. En andersom zeker niet, want dat volgt onherroepelijk de aankoop van een boel nieuwe en dure objectieven.

Als je echter zonder aps-c of full frame-voorkeur naar deze vergelijking kijkt, is de nieuwe D500 op een aantal punten een zeer goede en concurrerende camera.

zondag 22 mei 2016

Wandeling over Wellenseind

Vanmorgen was het bewolkt met af en toe wat regen. Maar dat is geen reden om thuis te blijven. Een wandeling door Wellenseind levert ook leuke plaatsjes op.

De Meerkoet tussen de waterlelies en de gele plomp

De ijsvogel is al een tijdje niet meer gezien. Mogelijk zijn ze aan een nieuwe broedronde bezig. Zangvogels zingen volop, maar zijn moeilijk of niet te zien achter de dichtgegroeide stuiken en bomen.

De Rhododendron staat in bloei

Links: Een omgewaaide dode boom - Rechts: de Meerkoet tussen de waterlelies en de gele plomp

Links: De Reusel stroomt door het gebied - Rechts: Een van de waterlopen in het rabatten gebied

Links: Een van de waterlopen in het rabatten gebied. - Rechts: Een regenbui trok over

De rode brandkoeien worden niet gemolken. Ze grazen en leven zoals de andere dieren in de natuur, zelf regulerend.

maandag 16 mei 2016

Felgekleurde Meerkoet kuiken

Op het Beleven in Reusel hebben de Meerkoeten jongen.

Het Meerkoet kuiken bij een biezenbos

Het kuiken heeft een fel rode kop. Dat zou je niet verwachten. Een minder opvallende kleur zou bij de roofdieren minder opvallen.

Het felgekleurde Meerkoet kuiken heeft een rode kop

zaterdag 14 mei 2016

IJsvogel neemt spectaculair toe

In 2014 maakte de kleine ijsvogel een reuzensprong voorwaarts. Van naar schatting rond 370 paren in 2013 schoten de aantallen omhoog. De eerste schatting voor 2014 op basis van broedvogeltellingen voor Sovon komt uit op grofweg 700 paren. Dankzij de twee recente zachte winters loop je steeds meer kans om een blauwe flits langs te zien scheren. 2016 zou, net als 2015 heel goed weer een topjaar kunnen worden.

De ijsvogel man, wakend bij het nest

Na de boterzachte winter van 2013/2014 zagen vogeltellers het al aankomen: de ijsvogel zou zich gaan profiteren. Doordat de viswateren van ijsvogels niet dichtvroren, wisten ze gemakkelijk te overleven. Hoewel de naam van de soort anders doet vermoeden, zijn ijsvogels niet winterhard en treedt er flinke sterfte op als het een tijdje vriest. In de jaren 2009-2013, die wat koude winters kenden, nam de ijsvogel sterk af. In 2013 resteerde nog maar een derde van de aantallen uit 2008. Na echt strenge winters, zoals we midden jaren tachtig en negentig beleefden, kunnen de aantallen letterlijk gedecimeerd zijn.

Drie legsels
In het voorjaar van 2014 begonnen ijsvogels vroeg, al eind maart, met broeden. Veel paartjes brachten drie legsels groot. Intensief telwerk van specialist Jelle Harder liet zien dat driekwart van de paren voor een derde keer over ging tot broeden. Harder noteerde in zijn werkgebied in de Gooi- en Vechtstreek een stijging van 11 naar 41 paren. Die zouden bij elkaar ongeveer 600 jonge ijsvogels hebben geproduceerd. Dankzij dit imposante vermogen om veel jongen te produceren, kan de populatie ijsvogels dus ineens opveren. Bedenk daarbij dat voor ieder jong gemiddeld eens per uur een visje of groot waterinsect wordt gevangen.

Hooggespannen verwachtingen
Ook de winters van 2014/2015 en 2015/2016 kende geen lange vorstperioden. Na nog zo’n zachte winter zijn de verwachtingen voor 2017 hooggespannen: gaat de ijsvogel richting het recordjaar van 2008? Toen waren er naar schatting zo’n 1.000 broedparen; voor ons land het hoogst bekende aantal ooit. Broedvogeltellers komen op dit moment weer opvallend veel ijsvogels tegen. Langs steile slootkantjes bijvoorbeeld, of bij afgekalfde oevers van grote rivieren. Daar weten ze geschikte plekken te vinden om de minimaal 50 centimeter lange nestgang te graven.

zondag 8 mei 2016

De IJsvogel is uitgevlogen

De IJsvogel is vanmorgen uitgevlogen, dus start een nieuwe terrein verkenning. Gespot zijn de Middelste bonte specht, een nestholte in een berkenboom met daarin nestmateriaal.

De ijsvogel heeft tijd voor zichzelf, nadat de jongen zijn uitgevlogen.

De ijsvogel, waarvan de jongen gisteren zijn uitgevlogen, komt met regelmaat weer bij het nest. Ik zag toen ik daar aankwam een ijsvogel op de stok zitten, dus ben ik eerst een tijd in de tent gaan zitten om de vogels te observeren. Al die keren dat ze daar aan kwamen gingen ze eerst op de stok zitten, waarna ze regelmatig in het water doken om zich te wassen. Na een uitgebreide poetsbeurt vlogen ze weg van het nest. Het vrouwtje vloog een keer het nest in, het mannetje niet.

Waarschijnlijk zijn ze aan hun tweede ronde begonnen............


Linker foto: een Middelste bonte specht van achteren, verscholen in het bladerdak. Rechts de Bushnell observatie camera.

Om dat nest te bestuderen heb ik de wildcam in een tegenoverstaande boom gehangen. Met een ladder is de camera hoog in de boom gehangen, om zo over de stuik te komen die voor de berkenboom staat. Morgen wordt de camera weer opgehaald en de beelden geanalyseerd. Dan wordt ook de tent bij de ijsvogelnest geruimd.


Update: Nestholte geobserveerd met de Bushnell wildcamera (09-05-2016)

Vanmorgen heb ik de Bushnell wildcamera bij de nestholte in de berkenboom verwijderd. Met deze camera heb in de holte 24 uur geobserveerd, maar de 24 beeldfragmenten leverde geen resultaat op. Gezien de grote van het nestgat en het stro dat er uit hangt, is het waarschijnlijk dat een boommarter gebruik heeft gemaakt van de voormalige woonruimte van een Zwarte specht.

De voormalige nestholte van de Zwarte specht lijkt nu bewoond te worden door een Boommarter

zaterdag 7 mei 2016

Zwartkop vrouwtje

De Zwartkop (familie Grasmussen) is een vrij stevige zangvogel met een geheel grijs kleed, met uitzondering van een zwarte (man) of roodbruine (vrouw) kruin. Het levendige vogeltje houdt zich meestal op in het struikgewas maar laat zich vaak makkelijker zien dan andere Sylvia's. Bovenzijde is vuilgrijs van kleur, de onderzijde is iets lichter grijs van kleur. Mannetjes hebben een kleine zwarte kap, die tot aan het oog reikt. Vrouwtjes en juveniele vogels hebben een roodbruine kap.

Zwartkop vrouwtje (te herkennen aan de roodbruine kap)

De zwartkop is een succesvogel. Door steeds natuurlijker bosbeheer en het ouder worden van bossen is het aantal zwartkoppen sterk toegenomen. Door deze ontwikkelingen is het zangtalent van de zwartkop overal in Nederland te horen. In vergelijking met het naaste familielid - de tuinfluiter - gaat de voorkeur uit naar oudere bomen en struiken. Zwartkoppen danken hun naam aan de zwarte veertjes boven op de kop, als een zwarte alpinopet. De vrouwtjes van de zwartkop heten óók zwartkop, maar hebben een roestbruin petje op. De rest van de vogels is vrijwel egaal muisgrijs van kleur.

vrijdag 6 mei 2016

De Zwarte specht

De Zwarte specht is een geheimzinnige bosvogel. Dat komt vooral door de teruggetrokken levenswijze. Puur toeval? Dat is maar hoe je het bekijkt. Veel op pad gaan kan het toeval een beetje helpen. En dan nog eens goed opletten. Ik was op zoek naar de Boomklever, die ik wel zag, maar te verscholen tussen de takken zat. Ook zag ik de Kuifmees, die eveneens tussen de takjes zat. Maar die komen heus nog wel.

De Zwarte specht (mannetje) op de foto voordat hij mij zag.

Maar de luide roep van de Zwarte specht, welke door het bos kan weergalmen, draagt bij aan zijn geheimzinnigheid. Voor het hele ecosysteem van de Europese bossen is de zwarte specht een zeer belangrijke dienstverlener. Zo hakt deze soort elk jaar een nieuw nest uit in dikke loofbomen. Zo voorziet deze specht in holten waar boommarters, bosuilen en tal van andere soorten dankbaar gebruik van maken.

Zwarte spechten zijn schuw en gaan er vandoor zodra ze een mens waarnemen. Ook proberen ze om ongezien te blijven door aan de achterzijde van de boom te blijven, waarop ze zitten. Loopt men om de boom heen dan draait de vogel mee, op die manier uit het zicht blijvend.

Het zijn dan ook vaak vluchtige waarnemingen die men van een zwarte specht krijgt. Slechts met veel geluk lukt het om langere tijd naar een vogel te kijken, zonder dat tal van bomen het uitzicht belemmeren.

De zang van de Winterkoning

Tijdens het wachten op de ijsvogel, verscheen de Winterkoning ten tonele voor zijn mooie zang.

De zang van de Winterkoning

De Winterkoning woont in een van de onvoltooide nestgangen van de ijsvogel. De combinatie winterkoning en ijsvogel is geen zeldzaamheid, eender een regelmaat.

donderdag 5 mei 2016

IJsvogel op Landgoed Wellenseind

Wat is er nu mooier dan op Hemelvaartsdag foto's te maken van de IJsvogel. Het voelt langzaam aan, als onze ijsvogel. Als je vrij bent en er zijn geen familieverplichtingen, wil je maar een dien, naar de ijsvogel met de foto- of videocamera.

De statige houding van de ijsvogel man.

De ijsvogel is aan zijn derde week bezig nadat de jonge uit het ei zijn gekomen. Dat maak ik op uit de dag dat voor het eerst kleine visjes naar het nest werden gebracht. De jonge blijven 24 tot 27 dagen in het nest voordat ze uitvliegen. Dat wil zeggen dat ze tussen volgende week dinsdag (10 mei) en vrijdag (13 mei) uit zullen vliegen.

De visjes die naar het nest worden gebracht worden als maar groter.

De vorige foto's van de ijsvogel maakte ik tijdens bewolkt weer en tijdens de regen. Vandaag was er geen wolkje aan de lucht, alleen maar zon, helle zon. Dat heeft harde kleuren. Is dat mooi? Niet perse, eerder anders. De mooie kleuren van deze zeldzame vogel kleuren nog feller in de zon. Het warmere weer zorgt er ook voor de de ijsvogel zich meer met poetsen bezig houdt. Om het verenkleed waterdicht te houden doen ze dat z'n zes keer per dag.