zondag 30 augustus 2015

Bliksem en onweer in de verte

Vanavond trok een onweersbui noordelijk van ons voorbij. Ver weg, alleen de bliksem schichten waren te zien, zonder het gedonder.


Dus snel wat foto's gemaakt. Als snel zag ik dat achter ons huis te veel lichtvervuiling was, dus met het statief in de hand naar het sportpark gelopen. Toen ik daar aan kwam was de bui al een eind verder getrokken, waardoor de bliksem verder achter de zware bewolking was getrokken.

De Reuselse Moeren

De Reuselse Moeren is het overblijfsel van een grotendeels afgegraven hoogveengebied aan weerszijden van de huidige rijksgrens. Dit is ontstaan door de ligging op een vlakke waterscheiding, waar het water moeilijk kon afstromen. Er zijn nog sporen van de betrekkelijk kleinschalig verlopen vervening terug te vinden.

De Reuselse Moeren wordt beheerd door Staatsbosbeheer

 De Vaartloop, eens gegraven ter afwatering van het veen, is tegenwoordig voorzien van een aantal stuwen. Aldus wordt het water vastgehouden waardoor het grondwaterpeil niet te laag wordt. Naast verdroogde veenresten bevindt zich hier vochtige heide, droog naaldbos en spontaan berkenbos. Opvallend zijn de omvangrijke gagelstruwelen in dit gebied. In het hoogveen bevindt zich kleine veenbes, lavendelhei, beenbreek, klokjesgentiaan en veenmossen, alsmede kleine zonnedauw.

De Vaartloop stroomt dwars door de Reuselse Moeren

De broedvogels omvatten blauwborst, sprinkhaanrietzanger, geoorde fuut, roodborsttapuit en grasmus. De gladde slang en de heikikker zijn er te vinden. Er bevinden zich onder meer de vlindersoorten gentiaanblauwtje, bont dikkopje, kommavlinder en groentje. Ook de Bruinrode heidelibel (Sympetrum striolatum) en Zuidelijk Spitskopje (Conocephalus dorsalis) hebben hier hun habitat.

Een van de twee kijkhutten heet 'De Chalet'.

In het gebied is een wandelroute aangelegd en men vindt er op twee plaatsen een vogelhut. De Reuselse Moeren sluiten aan bij uitgestrekte bosgebieden op Belgisch gebied en maken deel uit van grenspark Taxandria.

zaterdag 29 augustus 2015

Pantserjuffer en Bruine Libellen

Soms loop je de hele dag rond om een libellen op de foto te zetten, maar vandaag zaten ze gewoon weer in onze tuin. Al dagen zit er een libellen bij ons in de tuin. Steeds zit de dubbel-gevleugelde insect eigenlijk wat te hoog om er een goede foto van te kunnen maken. Vandaag, met de keukentrap er bij lukten het dan. Nu zaten de Gewone pantserjuffer (Lestes sponsa) en het vrouwtje van de Bruinrode heidelibel (Sympetrum striolatum) in een boompje.

De Gewone pantserjuffer (Lestes sponsa) vrouwtje

Gewone pantserjuffer (Lestes sponsa)
De gewone pantserjuffer (Lestes sponsa) is een 3,5 tot 3,9 cm grote Europese libel uit de groep van de pantserjuffers die ook in België en Nederland nog algemeen voorkomt. De soort komt voor in vegetatierijke stilstaande wateren.

De gewone pantserjuffer heeft alle kenmerken van de familie. Het lichaam is donker- tot kopergroen met een opvallende metaalglans. Het pterostigma is zo lang als twee onderliggende cellen en donkerbruin. Volwassen mannetjes hebben een blauwe verkleuring (berijping) op de eerste twee en laatste twee achterlijfsegmenten. De bovenste achterlijfaanhangsels van de mannetjes zijn lang en tangvormig, de onderste bijna even lang en recht. De vrouwtjes hebben een relatief kleine legboor die niet voorbij het laatste achterlijfsegment uitsteekt.

In zithouding houden gewone pantserjuffers hun vleugels half gespreid, in tegenstelling tot andere juffers.

Het vrouwtje van de bruinrode heidelibel (Sympetrum striolatum)

De Bruinrode heidelibel
De bruinrode heidelibel (Sympetrum striolatum) is een echte libel uit de familie van de Korenbouten (Libellulidae). Het is een libel van 42 à 44 mm die in vrijwel heel Europa voorkomt. In Nederland is het een algemene soort van juli tot oktober. Regelmatig vinden er invasies vanuit het zuiden plaats.

De bruinrode heidelibel heeft weinig opvallende kenmerken. De poten zijn zwart met gele strepen. De dijen van de voorste poten zijn meestal driekleurig: zwart-geel-zwart. Het zwarte streepje op het voorhoofd (tussen de ogen) stopt bij de oogranden en loopt niet of nauwelijks langs de oogranden naar beneden (de zogenaamde 'hangsnor' ontbreekt). Vaak is langs de oogranden wel een donker veegje aanwezig. Het mannetje heeft een lang en slank achterlijf, zonder knotsvormige verbreding aan het uiteinde. Uitgekleurde mannetjes krijgen een rood achterlijf, dat meestal minder diep rood is dan bij de bloedrode en steenrode heidelibel. In zijaanzicht zijn meestal wat zwarte vlekjes op het achterlijf aanwezig. De zijkant van het borststuk verkleurt van geel naar grijsbruin, maar twee vlakjes blijven opvallend geel. Jonge mannetjes en vrouwtjes hebben een geel achterlijf, dat later bij de vrouwtjes verkleurt tot bruin of roodbruin. Aan de zijkant van het achterlijf staan zwarte streepjes, die geen doorlopende streep vormen.

De lichaamslengte van volwassen dieren ligt tussen 35 en 44 millimeter; de larve is 14-18 mm lang.

Hoe je insecten macrofoto's maakt

Macrofotografie van Insecten, hoe doe je dat nu?
Als de natuur in balans is, hebben we dat op de eerste plaats misschien wel Insecten te danken aan de insecten. De kleine diertjes zijn daarbij ook de oudste uit de historie. Ze zorgen voor de bevruchting van de planten door het stuifmeel van de ene naar de andere bloem meer te dragen en zo voor de verspreiding daarvan te zorgen. Een groot deel van de planten worden zo bevrucht.

De Zuidelijk Spitskopje (Conocephalus dorsalis) kon met de +4 close-up lens net op de foto.
Natuurlijk doen ze dat niet om die reden. Daarom maken planten nectar aan, het voedsel voor de vlinders, hommels zweefvliegen en nog veel meer soorten.
Setje close-up lenzen

Als je verder wilt gaan dan de typische close-up insecten fotografie met je (digitale) spiegelreflex camera, dan moet je de wereld van de echte macro fotografie binnentreden en ben je bijna "verplicht" om de specifieke macro fotografie apparatuur te gebruiken. De mogelijkheden voor de spiegelreflexcamera zijn echter vele malen groter dan die voor compact camera's. De mogelijkheden voor een spiegelreflexcamera zijn groot, denk maar even aan specifieke macro lenzen (let op als er op een lens macro staat, betekent dat niet dat het een macrolens is). Dan zijn er nog de tussenringen, close-up voorzetlenzen, balgen en verloopringen om je gewone lens omgekeerd op je toestel te monteren. De balgen en de lens-omkeerringen zijn, ondanks hun effectiviteit, moeilijker in gebruik dan de eerste drie methoden. Om die reden beperken we ons hier tot de eerste drie genoemde methoden.

Deze kleine, Groene cicade (Cicadella viridis) is slechts 6 tot 9 mm lang, en dichtbij komen lukte niet omdat het steeds weer weg vloog.

Deze cicade is in grote delen van Europa zeer algemeen, en wordt in sommige streken zelfs als plaag beschouwd vanwege de schade aan gewassen. In België en Nederland veroorzaakt deze soort echter weinig problemen. De cicade is te zien van april tot november en het voedsel bestaat uit plantensappen die worden opgezogen uit meerdere planten, echter vooral grassen. De groene cicade is dan ook het algemeenst in grassige gebieden maar komt ook wel in tuinen, bossen en moerassen voor.

Het lichaam wordt 6 tot 9 millimeter lang en heeft een glanzende groene kleur en is sterk zijwaarts afgeplat, de dekschilden zijn over elkaar gevouwen en de vleugels zitten eronder. De ogen zitten aan de zijkant van de kop en de achterste poten zijn sterk gestekeld. Vooraan de kop is een gelige uitstulping te zien waaronder de monddelen zitten. Het is een van de weinige insecten waarbij de mannetjes en vrouwtjes een andere kleur hebben; vrouwtjes hebben grasgroene dekvleugels, die van mannetjes zijn blauwgroen tot blauwzwart. De voorzijde van de kop, de poten en de buik hebben een gele kleur. De groene cicade kan goed springen en ook ver wegvliegen na een sprong.

Macrolens vs close-up voorzetlens
De echte macrolens is onomstreden de beste lens voor macro fotografie. Voor wie het geld niet voor het opscheppen heeft, is er een goed alternatief, close-up voorzetlenzen. De foto's in dit artikel zijn dan ook gemaakt met close-up voorzetlenzen. Een aantal met een +4 close-up lens, maar ook een aantal met een +3 close-up lens. De ervaring die ik er mee opdeed, leert dat +3 niet allen toereikend is, maar ook een veel betere scherptediepte geeft. De +4 close-up lens geeft wel war meer vergroting, maar het scherpstellen is iets lastiger. Ook de minimale en de maximale- scherpstelafstand is weer wat korter als bij de +3. Veel insecten vinden het niet leuk als ze de lens zo dicht op hun neus gedrukt krijgen.


Wat is nu het verschil in de aanschafprijs van een macrolens een close-up voorzetlens?
Een goede macro-lens kost al gauw 800,00 tot 1000,00 euro, afhankelijk van het merk en de kwaliteit. De prijs van een +3 of +4 close-up lens komt op ongeveer 45,00 euro per stuk. Ze zijn als set te koop, maar ook los. Sets van 90,00 euro bevatten vaak de +1, +2, +4, +10. De +1 is zinloos om te kopen. de vergroting daarvan is verwaarloosbaar. De +10 geeft een zo sterke vergroting dat het uit het onderwerp over-vergroot wordt. In de reeksen zit dan vaak geen +3 lens, en kan wel een de meest-gebruiken lens worden als je die wel in je bezit hebt.

Als je voor maximale kwaliteit gaar koop je een macrolens van het zelfde merk als je camera. Heb je een Nikon, dan koop je een Nikkor macrolens. Heb je een Canon dan koop je een Canon macrolens. De Lenzen van de huismerken zijn ongetwijfeld de beste. Alternatieve merken als Sigma of Tamron zijn goed, maar blijven toch net iets achter bij Nikkor en Canon.

Ze zijn online te koop bij: www.cameranu.nl/ of www.fotokonijnenberg.nl/