donderdag 31 maart 2022

Volgt u mij vanaf vandaag ook op SoundCloud?

Vanaf vandaag (31 maart 2022) kunt u mijn natuur audiofragmenten ook beluisteren op mijn SoundCloud. Tijdens video opnames neem ik vaak als backup parallel het geluid op. Nu kan ik het geluid in een video verwerken, maar er is de laatste tijd veel belangstelling in podcast en sound casting.

Heb je interressen om mijn vogelgeluiden te beluisteren: volg mij dan op mijn SoundCloud

Volgt u mij vanaf vandaag ook op SoundCloud

Vanaf vandaag (31 maart 2022) kunt u mijn natuur audiofragmenten ook beluisteren op mijn SoundCloud. Tijdens video opnames neem ik vaak als backup parallel het geluid op. Nu kan ik het geluid in een video verwerken, maar er is de laatste tijd veel belangstelling in podcast en sound casting.

Heb je interressen om mijn vogelgeluiden te beluisteren: volg mij dan op mijn SoundCloud

woensdag 30 maart 2022

De gaai is een van onze imitator vogels

Elke dag zie ik de gaaien in onze tuin bij onze schuur. En dan ook nog een dicht bij. Het zijn schreeuwers, maar ze zijn mooi gekleurd. Het meest bijzondere is hun gaven om andere vogels te imiteren, Iets wat meer vogels kunnen. Zo kunnen de kauwtjes er ook iets van, maar die behoren ook tot de familie van de kraaien.


De Gaai is bijvoorbeeld in staat om de zang van andere vogels te imiteren, alarm te slaan of geluiden te produceren zoals een krakende tak of een jankende kat, en niet te vergeten de Buizerd. Daarmee jaagt hij eventule indringers de stuipen op hun lijf, waardoor zij uit de buurt van zijn nest blijven. De spreeuw kan het geluid imiteren van piepende remmen, van menselijk gefluit of zelfs van een ambulance.

Vogels houden je met imitaties voor de gek
Soms, als je door een bos loopt ben je er echt van overtuigd dat je een boomklever hoort. Maar als je dan goed kijkt, zit er een koolmees. En die zit daar dan perfect een boomklever na te doen. En een Zanglijster die perfect een scholekster nadoet, maar ook een staartmees, een boomklever, een grote lijster, een merel, een zwarte mees, een pimpelmees, een middelste bonte specht en een groenling. Maar hiermee is de zanglijster net eens de meester onder de imitators.

De Spreeuw is een meester imitator, Die doet soms een kat of een hond na. De spreeuw is vaak niet opgegroeid in een bos, maar in een stad of een dorp. Daar heeft hij zijn geluiden geleerd. Dat is het leuke, dat je aan een vogel kan horen waar hij geweest is. Behalve een auto-alarm doet deze spreeuw ook nog een kwakende groene kikker na.

dinsdag 29 maart 2022

Van 1762 tot 1999 was het Vlaamse gaai

De naam Gaai, volgens vele mag je geen Vlaamse gaai meer zeggen of schrijven. Wat er dan zo Vlaams is aan een Vlaamse gaai, is zelfs voor menig doorwinterd vogelaar niet meteen duidelijk. Toch wordt de Gaai al sinds 1762 Vlaamse gaai genoemd. In 1999 stelde de Commissie Systematiek Nederlandse Avifauna als officiële naam 'Gaai' vast voor de soort Garrulus glandarius, maar veel mensen blijven hem toch Vlaamse gaai noemen.


Van 1762 tot 1999 heette de soort Garrulus glandarius, Vlaams gaai. Daarna kortweg Gaai. De vogel ligt er in ieder geval niet wakker van.

De Gaai, volgens vele mag je geen Vlaamse gaai meer zeggen of schrijven. Het was Commissie Systematiek Nederlandse Avifauna die het "Vlaamse" er af haalden. En, ja. De gaai komt ook andere regio's voor dan in Vlaanderen. De Gaai is een vogel die in bijna heel Europa, een deel van Noord Afrika, tot ver in Azië voorkomt. Maar het lijkt mij daarom nog niet nodig om eeuwen lange gebruikte namen aan de kant te schuiven. Immers, in het Engels heet onze gaai ook geen gaai, maar Jay, specifiek "Eurasian jay". In Duitsland heet hij Eikeleter ("Eichelhäher"), en in het Frans "Geai des chênes". Een naam is over de gehele wereld het zelfde, n.l. "Garrulus glandarius". Maar dat is de wetenschappelinge naam.


De naam (Vlaamse) gaai komt vermoedelijk van het Picardische Gai en het latere officiële Franse Geai. Voor de oorsprong van Vlaamse in Vlaamse gaai bestaan meerdere theorieën. Een mogelijke verklaring is dat het Franse gai flammant, de gaai met de flamende kleuren, verbasterd werd tot Vlaamse gaai. Een andere mogelijkheid is dat de naam komt van "in het Vlaams gaai" omdat de vogel in Wallonië eerder een naam, "gay", zou hebben gekregen dan in Vlaanderen.

Op sommige plaatsen wordt de gaai ook wel "meerkol" genoemd. Deze betekenis komt van Marcolf, een mythische grappenmaker uit onder meer de sage Salomon ende Marculphus. In een vogel die andere vogels nabootst zag men ook een lolbroek. In de Kempen wordt deze vogel ook wel "rotzak" of "roeter" genoemd. In het Limburgse Nieuwstadt wordt de aan Marcolf verwante naam Mêrkuf gebruikt.

zaterdag 26 maart 2022

Vogel spottershut op natuurbegraafplaats

Vanmorgen fietsen ik door Landgoed De Utrecht. Achter op het deel van Natuurbegraafplaats 'De Utrecht' zag ik een spottershut voor het spotten van vogels en reeën. De deur van de "Schuilhut met Telefoon van de Wind" stond open, vastgezet zelfs. De spottershut is vrij toegankelijk en er ligt voor de bezoeker een (aan een ketting vastgelegde) verrekijker en er is een telefoon. Via de "Telefoon van de Wind" kun je met je dierbaren praten. Je bent tenslotte op een begraafplaats.


"Schuilhut met Telefoon van de Wind"

De pipowagens passen niet zo goed bij onze nieuwbouw. Een van de pipo’s staat nu verscholen in het bos en doet dienst als schuilhut. Het ene raam geeft uitzicht over een akker waarop geregeld reeën te zien zijn. Via het andere raam kijk je het broekbos in. In de wagen ligt een verrekijker waarmee je vogels kunt spotten. In de pipowagen vind je afbeeldingen zodat je vogels kunt herkennen. Verder kun je waarnemingen noteren op een ‘gespot-in-het-bos-bord’.


Geen zin in vogels – en ook niet in mensen? De hut doet ook dienst als plek om alleen te zijn met je gedachten. Mocht je wat willen schrijven, dan kan dat in het boek ‘ik denk aan jou’. Via de ‘Telefoon van de Wind’ kun je praten met je overleden dierbare.


Vanuit de schuilhut is aan de ene kant uitzicht over het veld (reeën) en de ander kant kijk je het bos in.


Binnen in de schuilhut ziet het er mooi verzocht en schoon uit.

Aanvankelijk waren we van plan onze oude pipowagens van de hand te doen, maar we zijn van mening veranderd. ‘Zonde,’ zeiden veel mensen. ‘Die moet je niet weg doen.’ Daarom hebben we een nieuwe bestemming voor ze gezocht, en gevonden.

vrijdag 25 maart 2022

Turkse tortels (Streptopelia decaocto)

De Turkse tortel heeft een uitzonderlijk groot voortplantings- en verspreidingsvermogen. Ze kunnen tot wel vijf legsels per jaar grootbrengen, waarbij hun jongen zich over zeer grote afstanden kunnen verspreiden. Dit maakt de Turkse tortel een bijzonder succesvolle soort, in tegenstelling tot de verwante zomertortel.


Turkse tortels (Streptopelia decaocto)

Het verenkleed is licht beigegrijs, met een zwart-witte nekband en een contrasterende donkerrode iris. In de vlucht vallen de lichte vleugelpartijen en lichte buitenste staartpennen op. Turkse tortels zijn bijna altijd met z'n tweeën. Kenmerkend, meestal drielettergrepig gekoer van zuivere, fagotachtige klanken (ezelsbruggetje: klink als I Love You). Vrouwtje koert ook, maar wat hoger en zachter dan man. Bij opwinding een onzuiver "wèèè".

Het leefgebied van de Turkse tortel bestaat uit tuinen, parken, boerenerven en stadscentra. Hier worden de jongen groot gebracht en wordt het voedsel gevonden. Ook buiten steden kunnen ze bij menselijke bebouwing (boerenerven) worden aangetroffen.

De Turkse tortel broedt al vanaf half februari, tot in november. In deze periode heeft een paartje twee tot wel vijf legsels met elk meestal 2 eieren. De jongen uit het eerste nest kunnen zich in hetzelfde seizoen zelf al voortplanten. Het broedsel mislukt regelmatig. Soms valt het gammele nest met eieren en/of kuikens uit de boom of waait weg.

donderdag 24 maart 2022

Vlaamse gaai met een imitatie roep

De Vlaamse gaai (Garrulus glandarius) staat bekend als een vogel die een krassend geluid produceert. Maar de Gaai is ook een goede imitator. De bekendste imitatie is die van een Buizerd. Dat doet hij om indringers uit zijn broedgebied te verjagen. Ook bootst hij kattengemauw na. Vanmorgen produceerde de Gaai een geluid dat ik al een aantal malen had gehoord maar niet thuis kon brengen. Deze keer heb ik het op video.


Vlaamse gaai met een imitatie roep

In de regel laat een Gaai minstens drie verschillende geluiden horen in zijn onopvallende, zachte zang. Niet te verwarren met zijn vele rauwe kreten. De meest bekende imitatie, die van de Buizerd, is maar in twee gevallen gehoord. De imitatie van mezen, de lijsterzang, het gekef van eekhoorntjes, kattengemauw en keffen van een hondje zijn minder bekend.

Op 30 maart 2021 maakte ik ook een video van de Gaai. Daar hoor je de roep die eigen is aan de gaai: De Gaai (Garrulus glandarius)

zaterdag 19 maart 2022

Groep trekkende Kepen foerageren in de tuin

Kepen broeden sporadisch in Nederland. Ze komen voornamelijk naar ons land om te overwinteren. In het vroege voorjaar keren ze daarom eer terug naar het hoge noorden, naar de Scandinavische en West-Russische gebieden. Vanmorgen zaten een aantal Kepen in de tuin waar ze een tussenstop maakte om even aan te sterken.


Groep trekkende Kepen foerageren in de tuin

Kepen zijn de noordelijke tegenhangers van onze Nederlandse vink. In Nederland broeden jaarlijks enkele kepen, maar veel zijn dat er niet. Hoe anders is het in het Scandinavisch Schiereiland, het Kolaschiereiland, Karelië en Finland, waar de keep een van de talrijkste broedvogels is. In de winter verblijven grote aantallen Scandinavische kepen in Nederland. De voorjaarstrek speelt zich af tussen half februari en half april, in sommige voorjaren iets later.

In de winter kunnen kepen vooral gevonden worden op akkers langs bosranden, beukenbossen en parken met beukenbomen. De zaden van de beuk vormen een van de belangrijkste voedselbronnen voor deze vinkachtige. De man zingt zijn territoriale lied, "kè-èèhhp" of "chèèèèèp". In de vlucht "kup-kup". Broedt in het zuiden (zuidpunt Noorwegen) vanaf medio mei, vanaf begin juli in het noorden (Stavanger). In Nederland zijn er slechts enkele broedparen. Heeft doorgaans één, soms twee legsels per jaar met 5-7, soms 4-8 eieren. Broedduur 11-12 dagen. De jongen verlaten het nest al als ze 11-13 dagen oud zijn.

woensdag 16 maart 2022

Deze Keep trekt nog naar het hoge noorden

Vanmorgen trof ik in Netersel nog een Keep bij mijn fotohut. Kepen broeden sporadisch in Nederland. Ze komen voornamelijk naar ons land om te overwinteren. In het vroege voorjaar keren ze daarom eer terug naar het hoge noorden, naar de Scandinavische en West-Russische gebieden.


Een Keep - man. Tussen half februari en half april treken de Kepen weer naar het hoge noorden.

Kepen zijn de noordelijke tegenhangers van 'onze gewone' vink. In Nederland broeden jaarlijks enkele kepen, maar om meer dan drie tot vijf paren lijkt het niet te gaan. Hoe anders is het in Fenno-Scandinavië, waar de keep een van de talrijkste broedvogels is. In de winter verblijven grote aantallen Scandinavische kepen in Nederland. Vinken en kepen houden zich 's winters vaak op in gemengde groepen. Ze kunnen gemakkelijk worden waargenomen in beukenbossen, waar ze de afgevallen beukennootjes eten.


De najaarstrek begint eind september, houdt aan tot diep in november en piekt meestal in de tweede helft van oktober. De jaarlijks waargenomen aantallen schommelen hevig, en dat geldt ook voor de aantallen overwinteraars. Een overvloedige oogst van beukennootjes bindt grotere aantallen overwinterende Kepen aan ons land dan een mager seizoen. De voorjaarstrek speelt zich af tussen half februari en half april, in sommige voorjaren iets later.

De broedgebieden van kepen zijn meestal gemengde bossen en naaldbossen. In de winter kunnen kepen vooral gevonden worden op akkers langs bosranden, beukenbossen en parken met beukenbomen. De zaden van de beuk vormen een van de belangrijkste voedselbronnen voor deze vinkachtige. De man zingt zijn territoriale lied, "kè-èèhhp" of "chèèèèèp". In de vlucht "kup-kup". Broedt in het zuiden (zuidpunt Noorwegen) vanaf medio mei, vanaf begin juli in het noorden (Stavanger). In Nederland zijn er slechts enkele broedparen. Heeft doorgaans één, soms twee legsels per jaar met 5-7, soms 4-8 eieren. Broedduur 11-12 dagen. De jongen verlaten het nest al als ze 11-13 dagen oud zijn.

Vogels met lentekriebels in de kersenboom

Het is voorjaar. En dat merk je aan de activiteiten van de vogels. De lente hangt in de lucht, en daar genieten de vogels ook van het mooie weer. De dagen worden langer, de zon schijnt en de temperatuur stijgt. De eerste bomen vormen knoppen en staan al in bloei. Wij zijn niet de enige die van mooi weer genieten. Dat doen de dieren ook. De vogels zijn weer in grotere getale te zien. Je hoort de vinken, roodborsten en merels weer zingen.


Vogels met lentekriebels in de kersenboom

En, de Roodborst aan het einde van de video, zit niet gevangen. Hij zit aan de ander kant van de afscheiding die de kippen weg moet houden van de vogelvoederplaats.


De Merel is een van de meest voorkomende tuinvogels.

Overal waar je gaat of staat kan je ze horen. Koolmees mannen die uit volle borst aan het zingen zijn. De nestkasten worden weer gevuld met nestmateriaal. De vogels zijn er weer druk mee. In de vroege ochtend zingen de mannen uit volle borst. Bij vogels verleiden de mannetjes de vrouwtjes. Dat doen ze via de balts. De balts vertoont zich in vele vormen. Het zingen van een mannetje kan een vrouwtje verleiden. Zo ook kan de keel van een vogel opzetten. Vogels laten in de lucht de meest acrobatische vliegacts zien of houden zich bezig met het aanbieden van voedsel aan een toekomstige partner. Een paringsdans is ook een vorm van de balts. Zo ook kan het verenkleed van een mannetje de prachtigste kleuren aannemen.

Onderzoekers denken dat dit voornamelijk voor hun vrouwtje bestemd is. Terwijl zij nog in de nestkast zit, zit hij bovenin dezelfde boom uit volle borst te zingen. De man wil hiermee aan zijn vrouw laten horen hoe goed hij is, en dat ze vooral bij hem moet blijven en met hem sterke jongen kan maken. Hoe beter de man zingt, hoe hoger zijn kwaliteit. En verder maken de mannetjes in de ochtend met hun zang, maar ook tijdens de rest van de dag, duidelijk dat dit hun territorium is en dat andere mannen het toch niet in hun hoofd moeten te halen om het in te pikken. Zo zorgen ze dat alles gereed is voor de start van de lente- en het broedseizoen!


De Vink - man en vrouw.

Niet alle mannetjes bouwen het nest. Bij de Winterkoning bouwt de man het nest. Meerdere zelfs. Het vrouwtje kiest dan het nest wat haar het best bevalt en zal daar haar eitjes leggen. Maar de Winterkoning is ook niet gek. Al dat werk voor niets, nee. Daar heeft hij een oplossing voor. Hij verleidt een ander vrouwtje en biedt haar een van zijn overige nesten aan. Zo lijkt hij een bouwvakker en een makelaar te zijn. Maar bij veel andere vogels bouwt de vrouwtjes het nest. Soms geholpen door de mannetjes. Nesten verschillen enorm in grootte en vorm. Het ene nest is keurig gevlochten en het andere is schamel gebouwd van wat takjes. Nesten kunnen hoog in de bomen zitten, tussen dichte struiken, in het riet langs het water of zomaar midden in een grasveld. Het doel van een nest is bescherming tegen de weersinvloeden en bescherming tegen nestrovers of andere indringers.

In het voorjaar moeten vogels kunnen beschikken over talrijke voedselbronnen. De vrouwtjes hebben tijdens de leg meer voedsel nodig dan normaal en ook de pasgeboren jongen moeten worden voorzien van voedsel. Bijvoorbeeld vogels die larven van insecten eten, beginnen eerder met de voortplanting dan vogels die volwassen insecten eten. Die wachten meestal tot begin april.


De Eekhoorn is een van de vaste stamgasten bij de fotohut.

De gewone eekhoorn is de bekende roodachtige eekhoorn met de grote pluimstaart en pluimpjes aan de oren die regelmatig in een Nederlands bos te zien is. Een gewone eekhoorn bouwt meestal verscheidene nesten hoog in de bomen. Deze nesten worden gebouwd van takken, boombast, bladeren en mos. In de winter brengen eekhoorns het grootste deel van de dag en nacht in hun winternest door en komen ze slechts af en toe naar buiten om wat eten te halen. In de herfst hebben ze daarvoor op een groot aantal plekken voedselvoorraden verstopt. In de zomer gebruiken ze hun nesten ook intensief. Bijvoorbeeld om jongen te krijgen en te schuilen voor regen of warmte.

maandag 14 maart 2022

De Appelvink kwam weer een kijkje nemen

Net als de voorgaande jaren zag ik de Appelvink weer in Netersel bij mijn fotohut. Het voer en het water in het vijvertje trekt veel vogels naar de fotohut. Zowat alle dagen strooi ik daar voer, of ik er nu foto's wil maken of niet. het continu voer strooien werk bij de vogels als een betrouwbare plek waar voedsel te vinden is. De mezen, roodborst en ook veel vinken kennen mij als betrouwbaar. Als ik met voer naar de strooiplaats loop zitten ze al klaar, soms op 1 meter afstand van mij vandaan.


De Appelvink kwam weer een kijkje nemen

Als de Appelvink zich laat zien moet ik rustig blijven en onopvallend foto's maken. De appelvink is een schuwe vogel die gewoonlijk bij de minste verstoring wegvliegt. Hij brengt het grootste deel van de dag door in hoge boomkronen, met name tijdens het broedseizoen. De appelvink komt alleen op de grond om te drinken of, in het najaar en de winter, zich te voeden met gevallen zaden. Hierbij blijft hij altijd in de buurt van bomen. De geslachten vertonen slechts weinig seksuele dimorfie. Bij het mannetje is de kop en stuit duidelijk oranjebruin en de onderzijde rossig bruin. Bij het vrouwtje is het verenkleed hier wat valer gekleurd. Ook heeft het vrouwtje minder zwart rond de snavelbasis en zijn de slagpennen grijs gekleurd. Bij het mannetje zijn de slagpennen glanzend zwart.

De Appelvink is een forsgebouwde vinkensoort. Een volwassen vogel heeft een lichaamslengte van 16,5 tot 18 centimeter en een vleugelspanwijdte van 29 tot 33 centimeter. Ter vergelijking; een gewone Vink haalt 15 cm van kop tot staart. Het gewicht varieert van 46 tot 70 gram, waarbij het mannetje gemiddeld iets zwaarder is dan het vrouwtje. De relatief grote kop is oranjebruin met een zwarte kin, keel en teugel. De Appelvink heeft een forse, dikke nek met een grijze nekband. De zware, kegelvormige snavel is metaalachtig donkerblauw in de zomer en wordt hoornkleurig in de winter. De korte poten zijn lichtbruin gekleurd. Op de bovenzijde is het verenkleed donkerbruin op de mantel en wat lichter gekleurd op de stuit en staart. Het uiteinde van de korte, rechthoekige staart heeft een witte eindband. Aan de onderzijde is de appelvink overwegend rossig bruin. De arm- en handpennen van de lange vleugels zijn elk voorzien van een witte vlek in het midden, zodat ze in de vlucht een opvallende witte baan vormen.

dinsdag 8 maart 2022

De Steenuil knapt uiltje voor de boomholte

De betekenis een uiltje knappen betekend, "even een (middag)dutje doen". Dat is wat uilen doen. Steenuilen zijn vooral actief in het donker. Wie een nachtdienst draait moet overdag voldoende slapen. De dagtaak van de Steenuil wordt gevormd door de verzorging van het verenkleed, de jacht en de verdediging van het territorium tegen ongewenste indringers. Op zijn tijd wordt er gerust.


De Steenuil knapt uiltje voor de boomholte

Vergeleken met de slechtvalken is de voorbereiding op het broedseizoen bij de steenuilen een relaxte bedoening. Natuurlijk, af en toe is er 'n beetje bonje met de buren. Als de kauwen, die de nestkasten in willen pikken weer zijn afgedropen keren de uilen snel terug in hun energiebesparende modus. De welbekende uitdrukking "Een uiltje knappen" is de steenuilen dan ook op het lijf geschreven! De steenuil doet dat rond middernacht en overdag; hij verblijft dan meestal op vaste "roestplaatsen": in de dekking van beplanting of gebouwen, of in de nestholte. Bij mooi weer kun je hem vaak ergens in de luwte zien genieten van het zonnetje.

De steenuil is de kleinste in ons land broedende uilensoort. Door de bolle kop en het relatief dikke verenpak lijkt hij groter dan hij is. Met een lichaamsgrootte van 21 – 23 cm en een vleugelspanwijdte van 54 – 58 cm is hij echter nauwelijks groter dan een zanglijster of merel. Gemiddeld zijn vrouwtjes iets groter en zwaarder dan mannetjes (170 à 260 gram vs. 150 à 240 gram). Ook het verenkleed is zo goed als gelijk. Beide geslachten zijn dan ook niet van elkaar te onderscheiden in het veld. Steenuilen hebben een gevlekt verenkleed. De bovenzijde is bruin met witte spikkels en de onderzijde witachtig en dicht bruingestreept. Door de lichte wenkbrauwstrepen vallen vooral de grote ogen met felgele iris en zwarte pupil op. De poten zijn lang en wit bevederd.

Steenuilen zijn vooral actief in het donker. Als er jongen zijn is de kans groot om steenuilen ook in de avond of ’s morgens waar te nemen; er zijn dan vele hongerige monden te voeden. Hun dagtaak wordt gevormd door de verzorging van het verenkleed, de jacht en de verdediging van het territorium tegen ongewenste indringers (b.v. concurrenten van de eigen soort, roofdieren). Op zijn tijd wordt er gerust. De steenuil doet dat rond middernacht en overdag; hij verblijft dan meestal op vaste "roestplaatsen": in de dekking van beplanting of gebouwen, of in de nestholte. Bij mooi weer kun je hem vaak ergens in de luwte zien genieten van het zonnetje.

maandag 7 maart 2022

Grote bonte specht op zoek naar voedsel

Vanmorgen wist ik een Grote bonte specht te fotograferen die in Netersel achter onze schuur in een berkenboom naar voedsel aan het zoeken was. Een mannetje. Even later later kwam er weer een. Nu was het een vrouwtje.


De Grote bonte specht klautert langs de boom omhoog op zoek naar voedsel.

Grote bonte spechten eten in het voorjaar en de zomer insecten. In de wintermaanden dwalen ze rond op zoek naar voedsel en komen steeds vaker terecht op voedertafels in tuinen. In naaldbossen eten ze 's winters de zaden van sparren- en dennenkegels, maar ook noten (hazelnoot, okkernoot, beuk, haagbeuk). Grote bonte spechten eten ook wel eieren en jongen van andere vogels. De grote bonte specht vind je in alle soorten bos: loofhout, naaldhout of gemengd bos. Een gevarieerde bosstructuur (jonge en oude bomen, dicht en open bos) geniet de voorkeur. Ze is niet echt aan bos gebonden. Ook in een cultuurlandschap met kleine bosjes, laanbomen, parken en tuinen komt de soort voor. Vooral de hoeveelheid staand dood hout is van belang.


Links, het vrouwtje, rechts het mannetje (rood achterhoogd).

Een vroege ochtendwandeling in een bos tussen begin februari en midden april, geeft een goede kans op een roffelende of roepende grote bonte specht. Voor het uitlopen van de bladeren maak je het meeste kans om de vogel ook te zien te krijgen. De grote bonte specht is - net als de meeste andere spechten - in staat om haar snavel met een snelheid van zeven meter per seconde tegen een boom te rammen. Toch leidt dit niet tot hoofdpijn of hersenschade. Een spechtenschedel heeft immers een aantal unieke aanpassingen. Zo hebben spechten relatief weinig hersenvocht waardoor de trillingen die bij het roffelen ontstaan slechts in beperkte mate via dit vocht de hersenen kunnen bereiken. Bovendien zit tussen de snavel en het voorhoofd een sponsachtig bot. Die beschermlaag vangt de meeste trillingen op, waardoor ze niet tot de hersenen kunnen doordringen.

De grote bonte specht hakt soms nestkastjes aan spaanders. Ze eet immers regelmatig eieren of vogeljongen en probeert zich hakkend een toegang tot de voedselbron te verschaffen. Sommige exemplaren specialiseren zich in het roven van huiszwaluwnesten: ze timmeren het moddernest stuk en komen zo bij de eieren of jongen.