woensdag 31 mei 2017

Vogels eten en baden bij de fotohut

In de vrije natuur zijn de meeste vogels momenteel moeilijk te zien. Doordat de bomen volop in het blad staan hoor je ze wel maar zie je ze erg weinig. Op het water is het ook rustig. De Broedvogels zitten voornamelijk op het nest en jonge watervogels blijven veel in de beschermende omgeving van waterplanten die langs de waterkant staan. Daarom komt mijn vogel fotohut weer in beeld. Regelmatig komen er vogels eten of een bad nemen. Het bijkomende voordeel is dat ze niet ver weg zitten.

Omdat ook de grote bomen in de tuin volop in het blad staan is het rond de vijver bij de fotohut eigenlijk te donker geworden, dus heb vanmorgen met de motorzaag wat grote takken van een paar bomen gezaagd die het licht te veel tegen hielden. Zo zal er tot een uur of 12 's middags voldoende licht over de voederplaats en de vijver schijnen wat de kwaliteit van de foto's zal verbeteren.

De jonge Pimpelmees (juveniel) is aan het baden.

De Heggenmus gaat drinken aan de waterkant.

Ook de Koolmees houdt wel van een bad.

De Vink (vrouwtje) heeft wat eten voor haar jonge gevonden.

vrijdag 26 mei 2017

Europees bedreigde vogelsoorten 2017

BirdLife International heeft een rapport uitgegeven met daarin een internationaal overzicht van bedreigde vogelsoorten. Dit overzicht is tot stand gekomen op basis van waarnemingen die zijn verzameld door duizenden vrijwilligers. De gegevens vormen de basis voor bescherming in de Europese landen. Twintig van de wereldwijd bedreigde vogelsoorten broeden momenteel nog in Nederland.


Basis voor de analyse vormt de Europese Rode Lijst.
Deze is mede gebaseerd op vogelgegevens die door Sovon zijn aangeleverd (trends en verspreiding) en op IUCN-criteria waarmee het gevaar voor uitsterven wordt bepaald.

Acht in Nederland broedende en twaalf overwinterende vogels zijn wereldwijd bedreigd. Het betreft onder andere de grutto, scholekster en wulp. Dit blijkt uit het rapport European birds of conservation concern van BirdLife International. Het rapport met wetenschappelijk gegevens legt bloot welke vogelsoorten het meest acuut bescherming nodig hebben. Dat zijn bij ons vooral vogels van het landelijk gebied en de kust.

De Scholekster, 21% van de Europese populatie broed in Nederland.

Boerenlandvogels bedreigd
Van de acht wereldwijd bedreigde vogels die ook in Nederland broeden zijn er twee waar Nederland uitzonderlijk belangrijk voor is: de grutto en de scholekster. Beide vogelsoorten hebben met name te lijden onder de intensieve landbouw. Ook veel andere soorten die sterk achteruit gaan in ons land en in omringende Europese landen zijn in sterke mate afhankelijk van het boerenland. Het gaat onder andere om patrijs en zomertortel.

Fred Wouters, directeur van Vogelbescherming: "Dit rapport toont de noodzaak van een transitie in de landbouw aan. Wordt de landbouw in Nederland en Europa niet natuurvriendelijk dan verdwijnen deze typisch Europese vogels, dat zou een grote schande zijn."

Er zijn een paar opvallende grote lijnen: soorten van het boerenland doen het in heel Europa slecht en Nederland heeft een grote internationale verantwoordelijkheid voor deze soorten. Dat komt niet als een verrassing; we weten dat al lang maar wordt nog eens extra bevestigd in onverbiddelijke tabellen.

Nederlandse Delta
Het belang van Nederland als Delta blijkt onder andere uit de aantallen moerasvogels en watervogels. Het op orde brengen van onze grote wateren als Waddenzee, IJsselmeer en Zeeuwse Delta, hebben een belangrijk mondiaal effect. Fred Wouters: "Het komend kabinet heeft de kans om in samenhang met projecten die de waterveiligheid in ons land verhogen een forse verbetering te bewerkstelligen voor de natuur in deze gebieden. Daarmee kunnen we een belangrijke bijdrage leveren aan de Europese en mondiale natuurbescherming."

In Nederland leven 186 broedvogelsoorten (inclusief soorten die niet elk jaar bij ons broeden). Als overwinteringsgebied zijn ‘we’ bovendien voor 54 soorten watervogels van groot belang. Van de overwinterende watervogels is 42% van de soorten niet in een veilige situatie, van de broedvogels heeft 36% een zorgelijke status.

Bedreiging op Wereldwijde, Europese of Nederlandse schaal
Vogels die in Nederland bedreigd zijn, zijn dat niet automatisch wereldwijd. In het rapport analyseert BirdLife het voorkomen van bedreigde soorten per land, op drie niveaus. Voor Nederland levert dat het volgende zorgelijke lijstje op:
  • Wereldwijd bedreigd: 8 broedvogelsoorten, 12 overwinterende soorten
  • Europees bedreigde soorten met zwaartepunt in Europa: 16 broedvogels, 1 overwinteraar (tureluur);
  • Europees bedreigde soorten die buiten Europa hun zwaartepunt hebben: 43 soorten broedvogels, 10 overwinteraars.
Europese bescherming zinvol
In totaal zijn er van de 540 in Europa voorkomende vogels 70 soorten wereldwijd bedreigd. Net als in Nederland zijn daar opvallend veel vogels van het boerenland bij. Toch is het beeld niet alleen maar negatief. Een deel van de bedreigde soorten neemt - door het succesvol toepassen van Europese regels voor natuurbescherming - weer toe. Kraanvogel en zeearend zijn daar een goed voorbeeld van.

Onverwachte soorten
Er zijn ook een paar opmerkelijke vermeldingen in de overzichten; soorten waarvan we ons misschien niet goed realiseren dat ze zo fors afnemen. Zilvermeeuwen bijvoorbeeld, zijn als soort vooral in Europa te vinden en 7% van de zilvermeeuwen broedt ‘bij ons’. Ook opvallend: de meerkoet. Hoewel ze hun zwaartepunt niet in Europa hebben, neemt de meerkoet in Europa flink af in aantal. En 12% van de Europese meerkoeten broedt in Nederland. Het IJsselmeer huisvest elke winter meer dan 30% van de Europese populatie van de Topper (een eend die lijkt op de kuifeend) en komt ook voor in de BirdLife-tabellen. Aanvoerders van de zorgenlijst zijn echter de grutto, scholekster en rosse grutto. Deze soorten bevestigen nog eens waarin Nederland internationaal zo ontzettend belangrijk is: onze weiden en wadden zijn van mondiaal belang.

Download het rapport
Het rapport European birds of conservation concern, populations, trends and national responsibilities is hier te downloaden (178 MB).

Een screenshot van het document met daarin de Nederlandse namen

donderdag 25 mei 2017

Weidebeekjuffer - Calopteryx splendens

Omdat ik mijn aandacht vanmorgen meer had gelegd bij het wandelen dan fotograferen, was ik op pad gegaan met enkel een verrekijker, en geen fotocamera. Ik verwachten bij een wandeling langs dit deel van de Groote Beerze immers minder kans te maken om vogels fotograferen, omdat dit deel van het gebied zich daar minder voor leent.

Tijdens een wandeling langs een deel van de grote Beerze kon ik met mijn telefoon een Weidebeekjuffer fotograferen. Normaal slaag je er niet in om deze Beekjuffers met de telefoon van dichtbij te fotograferen. Ze zitten maar kort op de zelfde plaats, maar omdat het 's morgens nog koel was en de juffer nog op moesten warmen, was hij nog wat trager.

De Weidebeekjuffer (man)

De weidebeekjuffer (Calopteryx splendens) is een 45 à 48 mm grote Juffer uit de familie van de beekjuffers (Calopterygidae), die in Nederland en België vrij algemeen voorkomt bij stromend water van redelijke kwaliteit. In het westen van Nederland is hij zeldzaam. De weidebeekjuffer vliegt van mei tot september. Door de vlinderachtige vlucht vormen ze een opvallende verschijning. De Weidebeekjuffer is een behoorlijke vlieger en kan tijdens de zwerftochten ver van het water aangetroffen worden. Mannetjes hebben in de vleugels een donkerblauw gekleurde band, die de basis en de top vrijlaat. De vrouwtjes hebben groenige vleugels, die iets doorzichtig zijn en het pseudopterostigma ligt dichter bij de vleugeltop dan bij vrouwtjes van de Bosbeekjuffer.

Even raakte de juffer verstrikt in een spinnenweb. De spin zat in het web (achter de vleugel van de juffer) al klaar.

Kenmerken imago
  • ♂ Man lichaam-->metaalglanzend blauw.
  • ♀ Vrouw lichaam-->metaalkleurig groen.
Kenmerken
  • ♂ Man segmenten: onderzijde S8-10-->grijswit ('achterlicht').
  •    Vleugels: zonder 'steel' (versmalling bij de aanhechting van de vleugels).
  • ♂ Man vleugels: donkerblauw gekleurde band (iets meer dan de helft van de vleugellengte), basis en de top transparant.
  • ♀ Vrouw vleugels: groen tot groenbruin-->iets doorzichtig.
  • ♀ Vrouw pterostigma: wit-->dichter bij de vleugeltop dan bij Bosbeek.
Habitat
  • Aan vrij zuurstofrijke en meestal onbeschaduwde beken en rivieren, zelden bij stilstaand water. Vertoont zwerfgedrag

woensdag 24 mei 2017

Ravels Gewestbos en Vallei van de Aa

Vanmorgen geen fotocamera met een lange lens, maar met de mountainbike België in. Onderweg heb ik wel een paar plaatjes geschoten met de telefoon.

Ik heb de rit van 50,5 km uitgezet in Google Maps

Gewestbos Ravels
Het Ravels Gewestbos wordt beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos, de Belgische Staatsbosbeheer zou je kunnen zeggen. Tot het begin van de 20ste eeuw was Ravels een licht glooiend heidegebied met stuifzanden en talrijke vennen. In 1903 en 1904 werden deze uitgestrekte heidevelden aangekocht door de Belgische Staat. Momenteel treffen we in het Gewestbos van Ravels verschillende landschappen aan. De bossen bestaan uit loof- en naaldbomen. Deze bossen worden afgewisseld met oude vennen, heide, weiden en mooie wegbermen. Eén van de vennen werd omgevormd tot een schilderachtige vijver. Het bekendste ven wordt het Kesseven genoemd.


Vallei van de Aa, Ravels Eel
Als je door de Vallei van de Aa in Ravels fietst, dan zul je merken hoe water zich rond landbouwgebieden kan verzamelen zonder dat het regenwater nog langer een bedreiging hoeft te vormen voor landbouwers of bewoners. De provincie Antwerpen heeft er overstromingsgebieden aangelegd en ingericht als prachtige natuurplekken waar heel wat watergevoelige fauna en flora een onderkomen vinden. Je volgt de Aa vanaf de bron tot over de grens met Nederland en leert meer over de 3 provinciale overstromingsgebieden. Wat verder fiets je terug langsheen de Leyloop en passeer je onder andere de mooie Flaesheide, een uitgestrekt natuurgebied waar de vogelliefhebber best zijn verrekijker bij de hand houdt.


Kapel van de Mosdijk, Ravels Eel
Op 2 september 1944, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, werd Mevr. Van Steen door de Gestapo doodgeschoten. Een kapelletje werd aan een boom bevestigd, maar moest enkele jaren later verplaatst worden omdat de bomen gekapt werden. Daarna werd het even verder aan de wegsplitsing weer opgericht.

dinsdag 23 mei 2017

Natuurgebied Grijze Steen Casteren

Natuurgebied ligt tussen Casteren en Westelbeers. Het vormt een overgangsgebied tussen de geheel ontgonnen Landschotse Heide en het dal van de Groote Beerze. Dit gebied huisvest diverse vogelsoorten, hoewel het geen uitgesproken vogelgebied is, zoals het Diessens Broek dat wel is. Vogels, zoals de Grijze Kiekendief, Boomklevers, Boompiepers, Kool en Pimpelmees, Zwartkop en Tuinfluiter zijn er te zinden. Aan de overkant (aan de westzijde) van de Groote Beerze liggen liggen de Neterselsche- en Spreeuwelsche Heide.

De Boompieper is in het gebied de Grijze Steen met redelijk getale vertegenwoordigd en zingt vanuit de hooggelegen boomtoppen.

Op de zandgronden is de boompieper een karakteristieke broedvogel van heidevelden en duinen met enige opslag. Voorts nestelt hij (ten dele ook buiten de zandgronden) op kaalslagen, in jonge aanplant en soms ook bosjes en wegbeplanting in boerenland. Ook populierenbossen en verdrogende en verbossende laagveen moerassen worden bezet.

Je kunt er een open heideveld aantreffen waar Klein warkruid, moeraswolfsklauw, zonnedauw en klokjesgentiaan te vinden is. De heide gaat aan de westzijde over in een loofhoutbos. Langs de Groote Beerze vind je nog enkele bloemrijke graslanden. Het gebied is toegankelijk voor voetgangers, mist men op de paden blijft. Het Brabants Landschap beheerd het gebied, zoals de meeste bossen, struwelen en weilanden in het stroomgebied van de Groote Beerzen.

Links; Het Brabants Landschap beheerd het gebied, rechts; de Groote Beerze is de levensader van de omgeving.

Het gebied ligt in het Dal van de Groote Beerze, een beheerseenheid van het Brabants Landschap die 298 ha groot is en bestaat uit een aantal terreinen in het dal van de Grote Beerze tussen Bladel en Westelbeers. Het omvat de gebieden Beersbroek en Steenselaarbeemden aan de westkant van het riviertje, en het gebied Grijze Steen aan de oostkant. De eerste twee gebieden zijn kleinschalige cultuurlandschappen met wat stukjes bos en weiland, en houtwallen. Het Beersbroek kent ook schraalgraslandjes met Dotterbloem, Poelruit, Moerasviooltje, Klein glidkruid, Kleine valeriaan, Brede orchis, Blauwe knoop en Spaanse ruiter. De Grijze Steen bevat nog een heideveldje, waar ook Klein warkruid, Moeraswolfsklauw, Zonnedauw en Klokjesgentiaan valt aan te treffen.

Men vindt in dit gebied ook leemputten, overblijfsel van delfstofwinning van de mens voor de vervaardiging van blauwgrijze stenen, vanwaar de naam afkomstig is. Men is sinds 2005 bezig om de Grote Beerze weer haar oorspronkelijke meanderende loop terug te geven. Overstromingsgebiedjes zijn daarbij aangelegd maar het water is nog te voedselrijk om regelmatig de schraalgraslandjes te overstromen. Daarom zijn deze van een kade voorzien, terwijl door Waterschap De Dommel een zuiveringsmoeras is aangelegd.


De Bosrietzanger laat zich niet zo makkelijk zien, maar horen doe je hem op diverse plaatsen waar rietvelden staat, vooral als dat omringt is met struiken of bomen. Als een van de laatste zomervogels arriveert de bosrietzanger in Nederland. Hij komt pas vanaf half mei binnen uit Oost-Afrikaanse overwinteringsgebieden. Tot diep in juni gaat dat door. Zoek de bosrietzanger vooral in ruigte en in droge rietkragen met veel brandnetels en wilgenroosjes. De bosrietzanger is een uiterlijk sterk op de kleine karekiet gelijkende vogelsoort. De soort heeft ongeveer het hoogste broedsucces van alle zangvogels (65%), en uit onderzoek is gebleken dat bosrietzangers veel Afrikaanse vogelsoorten imiteren, waarvan ze de zang hebben opgepikt tijdens hun eerste overwintering in Afrika.

Ik heb geen foto kunnen maken van de Bosrietzanger, wel een geluidsfragment. Een sonate waar je eindeloos naar kunt luisteren.

Een jonge Pimpelmees van dit voorjaar, gehuld in jeugdkleed of zoals dat heet Juveniel.

De pimpelmees (Cyanistes caeruleus, vroeger Parus caeruleus) is een mees die in vrijwel heel Europa regelmatig voorkomt. Pimpelmezen zijn veel te zien in bossen, tuinen en struwelen. Het zijn slimme, behendige vogels die graag afkomen op in de tuin opgehangen voedsel. In Nederland neemt het aantal pimpelmezen anno 2015 nog altijd toe.

Het verschil tussen mannetje en vrouwtje is vrijwel niet waar te nemen. De pimpelmees heeft een kenmerkend blauw ‘petje’, gele borst, smalle, zwarte oogstreep, zwartblauwe kinvlek en blauwachtige vleugels. Mannetjes helderder en feller van kleur dan vrouwtjes en juvenielen. De juveniel is op de kop geel-groenig in plaats van blauw en op de wang gelig. de vleugels zijn overwegend grijs. De roep van de pimpelmees klinkt als tsi tsi tsit, de zang is een hoog si si sirrr, gevolgd door bellende geluiden, en lijkt iets feller dan die van de koolmees. De vlucht van de pimpelmees is meestal gelijk aan die van andere mezen. In boogjes zweeft hij door de lucht, in de tussenpozen slaat hij met de vleugels.

zondag 21 mei 2017

De zangvogels van het Diessens Broek

Donderdag wist ik onder bewolkte en regenachtige omstandigheden o.a. de Blauwborst en de Rietgors te fotograferen. Vanmorgen liet ik om 05:30 uur de wekker af gaan om naar het Diessens Broek te gaan. Vanmorgen maakte ik mijn eerste foto om 6:25 uur. Weer kreeg ik de Blauwborst, Rietgors, en meer voor de lens. De mooiste zijn hieronder te zien.

Blauwborst (man)

De blauwborst is door zijn kleuren en een uitbundige zang een opvallende verschijning in de Nederlandse vogelwereld. Blauwborsten hebben de afgelopen decennia in Nederland een flinke opmars heeft gemaakt. Dit komt doordat er meer geschikt leefgebied is bijgekomen. Het is een van de weinige soorten die van de Rode Lijst is geschrapt, omdat het zo goed gaat.

Graspieper

De Graspieper is de algemeenste piepersoort in Nederland. Heeft geen opvallende kenmerken, maar roep en zang zijn karakteristiek. Broedt in allerlei open landschappen, het talrijkst in open duinen. Hij is daar een belangrijke waardvogel voor de koekoek. Is als broedvogel sterk achteruitgegaan, vooral in grasland, maar trekt nog wel talrijk door, vooral in april en oktober. De Graspieper is klein, gestreept, dunne snavel. Witte buitenste staartpennen. Flanken zwaar gestreept; hier is de gelijkende boompieper heel dun gestreept. Geen oogstreep, opvallende oogring. Roep en zang verschilt sterk met die van boompieper.

Graspieper in de boom


Rietgors (man)

De rietgors (Emberiza schoeniclus) is een lid van de gorzenfamilie, zaadetende zangvogels van moerasgebieden met riet en struiken. Het mannetje is in het voorjaar en in de zomer duidelijk herkenbaar aan zijn pikzwarte kop, keel en bovenborst, een witte 'sjaal' en een vaalbruine rug met zwarte strepen. De vuilwitte onderzijde heeft een lichtgrijs gestreepte stuit. De flanken bevatten zwartrode strepen. De staart is bruinzwart met wit en de onderstaart is grijs. Het vrouwtje is bruin met een geelbruine onderzijde. Boven de ogen heeft ze een lichte oogstreep, verder zwartwitte baardstrepen en strepen op de stuit, borst en flanken.

Een jonge Witte kwikstaart

De witte kwikstaart is een van de meest algemene broedvogels van Nederland. Vooral op het platteland te vinden. Op erven maar ook tussen de poten van koeien, paarden en schapen in de hoop dat die insecten of larven omhoog duwen. De witte kwikstaart beweegt voortdurend zijn staartje heen en weer. Broeden doen ze in schuren, nissen, onder dakpannen, maar ook in slootkanten en in de zeereep. Meestal in de menselijke omgeving. Het verenkleed is zwart-wit met witte vleugelstrepen en zwarte keel. Het vrouwtje is minder uitgesproken zwart-wit getekend. De witte kwikstaart heeft een lange staart die voortdurend heen en weer wordt bewogen. Jonge vogels zijn valer en hebben veel wit op de kop. Man van de rouwkwikstaart heeft een zwarte rug die overgaat in zwarte kopkap; in andere kleden te herkennen aan zwarte stuit en donkergrijze flanken en meer wit in de vleugel. Diepe golvende vlucht.

Roodborsttapuit (man)

De Roodborsttapuiten vind je op heides, in de duinen, in ruige, open moerasgebieden en in halfopen boerenland. Het zijn vogels van open tot halfopen, vaak droge terreinen met enige struweelopslag of hoog opschietende kruiden. Het goed verborgen nest wordt op of net boven de grond gebouwd. Vanaf een uitkijkpost in het territorium wordt het grootste deel van het uit insecten en ander klein gedierte bestaande voedsel opgespoord. De mannetjes zijn goed herkenbaar met zwarte kop, witte halszijden en feloranje borst.

Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben een oranje borst, maar de mannetjes vallen het meest op. De vrouwtjes hebben naast die oranje borst bruin gestreepte bovendelen en twee witte vlekken op de bovenvleugel. Mannetjes hebben dat ook, maar daarnaast hebben die een witte stuitvlek, witte halszijden en een zwarte kop. Hij zit vaak op de top van heidestruiken. De jonge vogels lijken op het gespikkelde vrouwtje, maar zijn lichter bruin en goed gecamoufleerd.

De Knobbelzwaan met jonge kuikens

Op het waterbassin van de rioolzuivering in Biest Houtakker zit een koppel Knobbelzwanen met jonge kuikens. De vier kuikens blijven goed in de buurt van moeder zwaan. Vader zwaan ging even zijn vleugels strekken.


Knobbelzwanen stammen deels af van om hun dons gekweekte vogels, maar is ook inheems. Als deze grote vogels overvliegen, klinkt een luid fluitend geluid van de vleugels. Niet-broedende zwanen zijn veelal op weilanden te zien, waar ze zich tegoed doen aan gras. Beide partners van een broedpaar zijn elkaar meestal een leven lang trouw. Sterft een van beide vogels, dan zoekt de ander soms pas na enkele jaren een nieuwe partner.


Broedt van maart-mei. Een nest per jaar met 5-7 eieren. De vrouw broedt die uit in 36 dagen. Langs de oever of soms in het riet zit de knobbelzwaan op een groot nest van takken, riet en plantaardig materiaal dat door de man fel wordt verdedigd met de kop naar achter, opgezette vleugels en een sissend geluid. Ze broeden vanaf het derde of vierde jaar.

Knobbelzwanen komen overal voor waar zoet water is. Ze broeden in laaggelegen delen van het land, vooral in open graslanden met veel sloten in het veenweidegebied. Ook wel in parken. Ze ruien buiten de broedtijd op open water. Niet-broeders zijn ook veel op weilanden te zien. Het voedsel van de knobbelzwaan bestaat uit waterplanten en waterdiertjes. Zwanen zijn met hun lange hals gespecialiseerd in het grondelen naar waterplanten op diepten waar grondelende eenden niet meer bij kunnen. Verder eten ze gras.