zondag 28 februari 2021

Mijn visuele natuurverhalen

Mijn naam is Jozef van der Heijden. Ik woon in de Brabantse Hulsel.
Ik fotografeer al sinds de 70er jaren. Ik begon met een kleinbeeld fotocamera en een Super 8 filmcamera met geluidsregistratie. Op de boerderij filmde ik Groenlingen en Kneuen die de jongen op hun nest verzorgde. Mijn interesse gaat naar de natuur in het algemeen. Van vogels tot paddenstoelen, mossen, korstmossen en  landschappen. Maar vogels fascineren mij wel het meest. Daarnaast ben lid van diverse natuurbescherming organisaties (zie de logo's hieronder).

Hoewel vogels mijn voorkeur genieten, ontdekte ik op 4 januari 2019 de Opkrullende strookzwam in de bossen van Hapert, officieel de 19e geregistreerde vondst in Nederland sinds 1855 en de eerste sinds 1985. Daarna vond ik nog twee plaatsen waar deze zeer zwam voor kwam. Op 16 oktober 2019 vond ik op Landgoed Wellenseind de eveneens zeer-zeldzame Kroontjesknotszwam. Verspreidingsatlas.nl meldt sinds 1990 slechts 105 vindplaatsen in Nederland.

Volg mij op: Facebook Twitter YouTube en met www.jozefvanderheijden-foto.nl. Mijn onderwerpen: Alles wat de natuur gedurende de vier jaargetijden biedt.

Overvliegende Houtduif

Vanmorgen stond ik naar een roffelende houtspecht te kijken, toen ik een houtduif in het vizier kreeg. Net toen ik een foto wouw maken vloog de duif weg. Dan maar in de vlucht dacht ik en drukte af.


De Houtduif - Duiven (Columbidae), Common Wood Pigeon, Columba palumbus

De houtduif is de meest voorkomende duif van Nederland. Hij komt in steden voor in tuinen en parken maar ook in het buitengebied op akkers. Meestal zijn ze op de grond naar voedsel aan het zoeken of zitten ze in een boom luid te koeren. Bij het opvliegen maken ze nogal wat kabaal doordat de vleugels boven en onder het lichaam tegen elkaar klappen.

De Houtduif is de grootste duif van ons land. De adulte houtduif heeft een witte vlek in de nek, een brede roze borst en een zeer kenmerkende witte streep op de vleugels, die goed zichtbaar zijn tijdens de vlucht. Door die witte vleugelstreep is de houtduif op grotere afstand gemakkelijk te onderscheiden van de stadsduif en holenduif. Jonge houtduiven missen de witte halsvlek.


Houtduiven komen voor in vrijwel het hele land, zij ontbreken alleen in de meest boomloze landschappen. Zij broeden in uiteenlopende biotopen, van tuinen en parken tot bossen. Voor hun voedsel bezoeken ze daarnaast ook vaak akkers waar graanresten te vinden zijn. Hoewel zij in het broedseizoen vaak solitair zijn, kunnen ze buiten het broedseizoen in grote groepen worden aangetroffen. In herfst en winter soms massaal in eikenbossen om eikels te eten.
Op het menu staat voornamelijk plantaardig materiaal, zoals zaden, knoppen en bladeren. Net als oogstresten (granen) zijn deze te vinden op akkers, maar ook in de bebouwde omgeving is voldoende voedsel te vinden. Zoals in tuinen, maar ook rondslingerende etensresten zijn in trek. Jongen worden de eerste week gevoed met 'duivenmelk' uit de krop van de ouders.

vrijdag 26 februari 2021

Rabatten snoeiwerk langs de Groote Beerze

Van de week heb ik video-opnames gemaakt voor Waterschap De Dommel. Mij werd gevraagd om de gehele herinrichting van de Groote Beerze op video en foto vast te leggen. Project “Herinrichting Beekdal Groote Beerze, traject 1” wordt dit jaar doorgevoerd. Het betreft het traject vanaf de weg Netersel / Casteren tot aan het einde van Natuurgebied Grijze Steen. Hier al enkele foto's die ik tijdens de video-opnames maakte.


Michiels Verhuur- en Loonbedrijf uit Netersel voert het snoeien uit met een kraan die uitgerust is met een kniptang.

Met de het snoeien van de rabatten langs de Groote Beerze tussen Netersel en Casteren is eerste fase van de herinrichting van de Groote Beerze (traject 1) al begonnen. De herinrichting wordt gedaan door Waterschap de Dommel en Brabants Landschap. Het snoeien binnen het rabatten gebied komt voor rekening van Brabants Landschap, die daar eigenaar van is. Het stroomgebied komt voor rekening van het Waterschap.

Punt 5 van de werkzaamheden is het aanbrengen gronddammen in rabatten. Als voorbereiding daarop moeten de rabatten eerst uitgesnoeid worden. De waardevolle bomen krijgen de ruimte, terwijl struiken worden weggehaald. Dit moet voor 15 maart klaar zijn daar dan het wettige broedseizoen begint. Alles wat op die datum niet klaar is moet wachten tot na het broedseizoen, wat als nadeel heeft dat de struiken dan ook volop in blad staan.


Het project “Herinrichting Beekdal Groote Beerze, traject 1” wordt uitgevoerd door Waterschap De Dommel. Het ontwerp is in samenwerking met de gemeente Bladel, gemeente Oirschot, ZLTO, Brabants Landschap, provincie Noord-Brabant en particuliere grondeigenaren tot stand gekomen. Deze partijen staan achter de herinrichting van het plangebied zoals beschreven in dit Projectplan en hebben gezamenlijk afspraken gemaakt voor ontwerp, uitvoering en beheer van het gebied.

Het uiteindelijke doel is het bergen van water tijdens en na extreme regenval, en het langer vasthouden van het water zodat het water niet weg stroomt richting de grote rivieren en de Noordzee, maar de kans krijgt om in de grond weg te zakken. Zo wordt de verdroging aangepakt.


De rabatten na het snoeien.

Rabatten zijn langwerpige ophogingen die gelegen zijn tussen greppels. De grond die uit de greppels afkomstig is wordt gebruikt om het rabat mee op te hogen. De methode wordt in de bosbouw toegepast om droge stroken te verkrijgen waarop dan de bomen geplant worden. De greppels dienen ter ontwatering. Rabatten zijn maar enkele meters breed doch kunnen tientallen meters lang zijn, er liggen dan ook meestal vele greppels naast elkaar in een op rabatten aangelegd bos. Rabatten werden aangelegd op zeer natte, moerasachtige bodems maar ook op wat drogere grond.

Met dank aan:
Waterschap de Dommel https://www.dommel.nl
Brabants Landschap http://www.brabantslandschap.nl
Michiels Verhuur- en Loonbedrijf https://www.jmichiels.nl

zaterdag 20 februari 2021

De Chinese Knobbelgans is een Zwaangans

Een gans met een knobbelsnavel, net zoals de Knobbelzwaan die heeft. Ook de witte rand achter de snavel en de bruine verticale band vanaf zijn hoofd over de achterkant van de nek waren opvallend. Het is de Chinese Knobbelgans, een exoot die je niet alle dagen tegen komt.

Deze Chinese Knobbelganzen vormen duidelijk een koppel.

De Chinese Knobbelgans heeft een korte snavel met een duidelijke knobbel boven op de snavelbasis, met daarachter een witte band rondom de snavel. Knobbelgans is de gedomesticeerde vorm van de Zwaangans. De Zwaangans is een tamelijk zeldzame soort die leeft op steppemeren en rivierdalen in Zuidwest-Rusland, China en Mongolië. De soort heeft in het wild de status “kwetsbaar”. De Zwaangans is een grote gans, vergelijkbaar met Grauwe Gans, met een zeer lange nek, een vrij smalle, langwerpige kop en een lange zwarte snavel. De bovenkant van de kop en achterzijde van de hals zijn donkerbruin, de voorzijde van de hals licht bruin tot beige. De kans is klein dat een Zwaangans in wildvorm wordt waargenomen in Nederland, omdat deze buiten China weinig wordt gehouden. Het is desondanks wel handig om te weten hoe de wildvorm er uit ziet om het onderscheid te kunnen maken tussen Knobbelgans en Soepgans. De Chinese Knobbelgans is dus duidelijk geen soepgans.

De rechter gans, en op de rechter foto de voorste, is het vrouwtje, te herkennen aan de eierzak en de kropzak.

Het verschil tussen een mannetje en een vrouwtje zie je doordat het vrouwtje een grotere hangbuik heeft dan een mannetje. Eigenlijk is dat de eierzak die nu goed te zien is. In de broedtijd zie je dat het best.

De Knobbelgans is zwaarder van bouw dan de wildvorm (vaak met ‘hangbuik’ en iets opgerichte staart), en heeft een zwarte knobbel op de snavel en een keelflap. Vaak worden waarnemingen van Knobbelganzen verzameld in de categorie 'soepgans' wat helemaal niet terecht is, aangezien soepgans strikt genomen verwijst naar alle gedomesticeerde varianten van Grauwe Gans. Knobbelganzen onderscheiden zich van Soepganzen door de zwarte snavel en grote knobbel en het contrast tussen de donkere achterzijde van de nek en de lichte voorzijde.


vrijdag 19 februari 2021

Groene specht vrouwtje gespot in de houtwal

Vanmorgen zat de Groene specht weer in de houtwal achter onze veldschuur. Een prachtige vogel, maar schuw. Deze foto is van vorig jaar. Ik had vanmorgen geen camera bij, maar heb mijn oude caravan alvast achter in het weiland gezet om die te gebruiken als schuilplaats voor het maken van foto's. Als het zonnig weer is kan ik vanuit de caravan proberen om vogels in de houtwal te fotograferen.

Groene specht (Picus viridis) vrouw in de houtwal.

Groene spechten zijn standvogels van open loofbossen, hoogstamboomgaarden, parken en oude houtsingels. Hij broedt meestal in een zelfgehakt hol in een oude loofboom. In de zomermaanden bestaat zijn voedsel vooral uit grote mieren (vooral rode bosmieren) en wordt meestal op de grond verzameld. De lachende roep van de groene specht is een opvallend kenmerk. Roffelt niet vaak en zwak, dat is meer voor de zwarte specht.


De groene specht is een forse vogel, met in vlucht opvallend groene stug en stuit en diep golvende vlucht. De kop van de groene specht is opvallend getekend met rode kruin en zwarte vlek rondom het oog. Mannetjes hebben daarnaast ook nog een rode vlek onder het oog, deze vlek is bij vrouwtjes zwart. Ze hebben een grijze dolksnavel. Onvolwassen vogels zijn zwaar gevlekt over het gehele lichaam. De kenmerkende lachende roep van de groene specht valt vaak het eerst op. Heeft een diepe golvende vlucht en zoekt vaak op de grond naar mieren.

dinsdag 16 februari 2021

De sneeuw is bijna weg, het ijs nog niet

Na een winterse week gaat het weer de komende tijd uit een heel ander vaatje tappen. Een weertype dat de afgelopen weken niet echt in de 30-daagse verwachting heeft gezeten, maar er naar alle waarschijnlijkheid toch echt gaat komen. Een overgang naar lenteweer! En dat in februari, terwijl het eigenlijk nog 'hartje winter' is.


Langs en op de wegen is het inmiddels sneeuwvrij. Op een enkele plaats zijn nog opgewaaide sneeuwresten te zien.

Op de Europese temperatuurkaart is te zien dat de verwachte temperatuurafwijking voor week 2 in de periode, ofwel voor de week van 22 februari. In de Benelux wordt een 3 tot 5 graden bovennormale temperatuur verwacht, wat een behoorlijk forse afwijking is op basis van een hele week. Overigens hadden we afgelopen week een negatieve afwijking van eveneens 3 tot 5 graden. De voorbije koude periode en de aanstaande zachte periode zouden elkaar dus kunnen 'opheffen' in het gemiddelde van heel februari! Daardoor zal de temperatuur alsnog rond normaal (of iets boven normaal) uitkomen aan het eind van de maand.

Echter: de verschillen die we meemaken zijn ronduit bijzonder te noemen deze maand. Vorige week was het in de Achterhoek nog -16,2 graden, volgende week zou daar misschien wel een lokale +20 graden tegenover komen te staan. Een verschil van 36 graden in Nederland binnen zo'n korte tijd is niet uniek, maar wel vrij uitzonderlijk! Dit verschil kan trouwens nog groter: in maart 2005 hadden we eerst -20,7 graden in de Noordoostpolder, enkele weken later werd +21,3 graden gemeten. Een verschil van exact 42 graden in één maand! (bron Weerplaza.nl)


Zondag werd er in Reusel op het Beleven nog geschaatst. Nu is het het water weer voor de natuur, de watervogels dus.

De afgelopen vorstperiode werd er volop geschaatst op vennen en plassen. Ook in onze buurt, en niet alleen op de Flaes in landgoed De Utrecht. Brabants Landschap had toestemming gegeven om ook in Reusel op het Beleven te schaatsen. Natuurlijk binnen de regels die de overheid heeft uitgevaardigd ten aanzien van de corona bestrijding. Ik reed zondag al vroeg in de ochtend langs het Beleven. De rij auto's die langs het Beleven (straat) geparkeerd stonden was al aangegroeid tot ongeveer zo'n 350 meter. De schaatsers waren wel goed verspreid over de gehele ijsvloer. Of dat ook zo is gebleven weet ik niet, bovendien wou ik dat ook niet weten. Ik ga daar immers niet over.

Goed, nu de dooi is ingetreden is het ven er weer voor de watervogels. Voordat die weer massaal op het water te zien zullen zijn is het wachten tot het ijs grotendeels is weggesmolten. Dat duurt nog een tijd. Afhankelijk van de dikte van het ijs kan het een week tot zelfs drie weken duren voordat het ijs helemaal weg is. Sneeuw is minder dicht als ijs en zal de warmte beter opnemen en sneller smelten als dat bij het ijs het geval is. Bovendien ligt het ijs in koud water. Omdat de bodem, en het water, maar langzaam opwarmen zal het ijs ook maar langzaam smelten.

maandag 15 februari 2021

Na de koude komt de lente eraan

Goed nieuws voor iedereen die het inmiddels wel gehad heeft met de sneeuw en kou: er komt een omslag aan. Zondag kan het zelfs tot 18 graden worden en is er flink wat zon. "Het zal lenteachtig aanvoelen”, zegt weerman Wouter van Bernebeek van Weerplaza.

Met een draai en de vleugels helemaal gespreid komt de Koolmees bij de nestkast aangevlogen, zijn snavel vol met nestmateriaal. (foto 2020)

Gisteren werd er nog nog massaal geschaatst, vanaf zaterdag kunnen we ons op de lente gaan verheugen. Het warmere lenteweer hebben we te danken aan een zuidenwind die de hele week over ons land trekt. De luchtsoort uit het Middellandse Zeegebied zorgt ervoor dat de temperatuur in korte tijd stijgt. "De komende dagen zal het nog wat kouder en bewolkt zijn, we hebben te maken met typisch dooiweer", vertelt Bernebeek. "Maar in het midden en zuiden van het land loopt de temperatuur morgen al wel op richting de 10 graden."

Vanaf vrijdag of zaterdag stijgt de temperatuur flink. "Zaterdag komen de temperaturen in de zuidelijke provincies al uit op 15 graden en regionaal kan het tot 18 graden worden", aldus de weerman. Dat is best bijzonder; vorige week was het nog -16 graden. "Dat is toch een verschil van bijna 35 graden binnen twee weken." In het noorden van het land blijft de temperatuur steken rond de 10 graden door invloed van het koude zeewater. Maar in het midden en oosten wordt het tussen de 13 en 15 graden. "Ook dat zal zacht en lenteachtig aanvoelen na zo’n koude periode. Als de temperaturen doorzetten, kun je spreken van lenteweer. Twee jaar geleden was het eind februari 20 graden in Limburg. Het is niet uitgesloten dat we dat dit jaar weer halen."

Het wordt niet alleen warmer, ook de zon laat zich komend weekend flink wat uren zien. Na het weekend wordt het iets minder zacht, maar een terugkeer van winterweer lijkt niet aan de orde. De weersomslag zal ook te merken zijn aan het gedrag van de vogels. Spoedig zullen de eerste beginnen met het bouwen van hun nesten.

zondag 14 februari 2021

Goudhaantje zoekt voedsel in sneeuwranden

Tijdens mijn wandeling door de Hulselse Staat zag ik vanmorgen enkele Goudhaantjes die in de sneeuwranden tegen de bomen naar voedsel zochten. Ik heb met zekerheid een stuk of twaalf van het kleinste vogeltje in ons land gezien. Waarschijnlijk zaten er nog meer, maar die zaten te ver weg om daar zekerheid over te hebben.


De Goudhaan (of Goudhaantje) is het kleinste vogeltje in Europa, kleiner dus als de Winterkoning.

De goudhaan is Europa’s kleinste vogel. Van snavel tot staartpunt meet hij slechts 8,5 cm, en ze wegen vaak niet meer dan 5 gram. Het is een zangvogel die vooral te vinden is in naaldbossen met lariksen en sparren. Ook al komen er grote aantallen goudhaantjes voor in ons land, ze worden in de broedtijd niet vaak gezien. Ze leven namelijk vooral in de toppen van naaldbomen. Hun aanwezigheid wordt meestal verraden door hun liedje of roepjes van hoge tonen: "zrie-zrie-zrie". Door de hoge tonen zijn ze helaas minder goed te horen voor oudere mensen waarbij het gehoor wat achteruit is gegaan. Ze leven in groepjes en trekken vaak op met mezen. Goudhaantjes kunnen ontzettend tam zijn en vooral in de trektijd als er duizenden in ons land neerstrijken, zijn ze zo met voedsel zoeken bezig dat je ze soms bijna aan kunt raken.


Het Goudhaantje is een klein, mosgroen vogeltje met een opvallende gele kruinstreep met zwarte zijbanen. Wat ook opvalt, is het zwarte kraaloog in een witgrijs gezicht. Ze vliegen vaak rusteloos door het (naald)bos, af en toe stilhangend. Het mannetje kenmerkt zich door een duidelijke felle oranje veeg in de gele kruinstreep. Ze leven van geleedpotigen. Over het algemeen aangepast aan kleine soorten zoals springstaarten (Collembola), bladluizen (Aphidoidea), kleine motten (Lepidoptera) en kleine spinnetjes (Araneae).

Het zijn hoofdzakelijk trekvogels, maar populaties verschuiven, zodat je ze wel het hele jaar kunt zien. Alleen in Noord Scandinavië vertrekken alle goudhanen in de winter. De Waddeneilanden kunnen in het najaar overspoeld raken met goudhanen. In een klein struikje zitten dan soms wel tien tot vijftien goudhaantjes. De soort heeft twee grote trekroutes: één zuidwest langs de kust van Noorwegen, Denemarken en Nederland richting West- en Zuid-Europa, de ander oost van Scandinavië en de Baltische staten naar Polen en tot in de Balkan; overwintert in grote delen van Zuid-Europa inclusief de Mediterrane eilanden, maar bereikt bijna nooit Afrika. Nachttrekker. Najaarstrek september - november, voorjaarstrek maart - april.

Laatste sneeuw en ijsdag deze winter?

De ijsvloeren konden vannacht weer wat aandikken, met temperaturen van rond de -10 graden. De zon schijnt vandaag weer volop. Maar de weergoden stellen dooi in het vooruitzicht. De temperatuur loopt nu al tot iets boven nul. De voorspellingen wijzen op dooi. Vannacht blijft het in de Brabantse Kempen iets boven nul, en rond een uur of drie kan het licht beginnen met regenen. Maandag (morgen) loopt het kwik langzaam op tot 5 graden boven nul.


Deze sneeuwperiode was er een die we lang niet hebben gehad. Maar daar lijkt nu ook weer een einde aan te komen.

In de loop van zondag zien we wel bewolking toenemen en in de zuidelijk helft van het land loopt de temperatuur ’s middags op tot zo’n 3 tot 6 graden. De lucht is dan nog wel heel droog dus het ijs zal er niet direct onder lijden. In de avond en nacht zal de bewolking verder toenemen en komt zachtere lucht naderbij. Op de meeste plaatsen gaat het nog wel een graadje vriezen.

De komende dagen is het bewolkt en is de kans op neerslag hoog in de Kempen, met morgen natte sneeuw en dinsdag regen. De temperatuur stijgt tot 10 °C overdag en 4 °C 's nachts. De wind waait uit het zuiden en is matig, windkracht 4. Vanaf woensdag neemt de kans op neerslag af. Tijdens mijn wandeling in de Hulselse Staat merkte ik al dat de zon van de kracht had om hier en daar iets van dooi te laten ontstaan.


Vroeger zei men dat strenge vorsthet ongedierte helpt verminderen. Heeft dat dan ook een gunstig effect op de eikenprocessierups. Vooral de temperatuur in maart en in mindere mate februari bepaalt wanneer de eikenprocessierupsen uit hun ei komen. Voor zover nu bekend maakt het voor de overlevingskansen en populatieontwikkeling niet uit of een winter warm of koud is. Twee weken diepvries doet de rupsen niets. Eikenprocessierupsen gaan als ei de winter door. De rupsjes liggen in feite al maanden - vanaf augustus/september - klaar in hun ei, wachtend op de komst van het voorjaar. Als je de eitjes nu open zou maken, kruipen ze er gewoon uit. De afgelopen 16 jaar kwamen de eerste eikenprocessierupsen gemiddeld op 8 april uit het ei. Uit een nieuwe analyse blijkt dat de uitkomstdatum over het algemeen niet zo heel veel beïnvloed wordt door de januaritemperatuur. De temperatuur in maart, en in mindere mate de temperatuur in februari, blijkt het meest bepalend voor de uitkomstdatum.

Een strenge winter doet wel veel vogels de das om die van vis leven. Als ze daar niet meer bij kunnen, hebben ze niets te eten. Als in een periode met strenge vorst alles is dicht gevroren is het snel gedaan. De enige hoop voor deze vogels is stromend water, zoals beken en rivieren. De IJsvogel, Roerdomp, Rallen, reigers en nog een aantal, jagen op vis en wat er nog meer leeft in water- of moerasgebieden. Ook uilen hebben het moeilijk nu er een dik sneeuwtapijt ligt. De muizen zitten onder de sneeuw en vaak ook in hun ondergrondse gangen.

Laat hopen dat de dooi niet te laat komt voor de kwetsbare vogels. De IJsvogel heeft al meerdere keren een flinke klap te verduren gehad. De laatste twee relatief strenge winters hebben de ijsvogels het al flink voor de kiezen gehad. Hoewel de naam anders doet vermoeden, hebben ijsvogels helemaal niets met ijs en kou. Omdat ze eigenlijk volledig afhankelijk zijn van kleine visjes, wordt het bij ijs en sneeuw erg lastig om aan voedsel te komen. Tijdens de laatste strenge winters is het ijsvogelbestand dan ook behoorlijk afgenomen. Het afgelopen seizoen hebben de sterkste overgebleven ijsvogels weer een flink aantal jongen moeten produceren om het winterverlies (deels) te kunnen compenseren.