dinsdag 31 maart 2020

Mijn visuele natuurverhalen

Mijn naam is Jozef van der Heijden. Ik woon in de Brabantse Hulsel.
Ik fotografeer al sinds de 70er jaren. Ik begon met een kleinbeeld fotocamera en een Super 8 filmcamera met geluidsregistratie. Op de boerderij filmde ik Groenlingen en Kneuen die de jongen op hun nest verzorgde. Mijn interesse gaat naar de natuur in het algemeen. Van vogels tot paddenstoelen, mossen, korstmossen en landschappen. Maar vogels fascineren mij wel het meest. Daarnaast ben lid van diverse natuurbescherming organisaties (zie de logo's hieronder).

Hoewel vogels mijn voorkeur genieten, ontdekte ik op 4 januari 2019 de Opkrullende strookzwam in de bossen van Hapert, officieel de 19e geregistreerde vondst in Nederland sinds 1855 en de eerste sinds 1985. Daarna vond ik nog twee plaatsen waar deze zeer zwam voor kwam. Op 16 oktober 2019 vond ik op Landgoed Wellenseind de eveneens zeer-zeldzame Kroontjesknotszwam. Verspreidingsatlas.nl meldt sinds 1990 slechts 105 vindplaatsen in Nederland.

Volg mij op: Facebook Twitter YouTube en met www.jozefvanderheijden-foto.nl. Mijn onderwerpen: Alles wat de natuur gedurende de vier jaargetijden biedt.

Kauwtjes nemen Steenuilen nestkast in

Gisteren zag ik dat een koppel Kauwtjes in Hooge Mierde een nestkast ingenomen hadden die daarvoor al enkele malen door de Steenuil werd bewoond. Is de Steenuil door de Kauwtjes verjaagd, of waren de Kauwtjes dit jaar te snel met het innemen van de nestkast? Ik was er niet bij, dus ik weet het niet.

Een koppel Kauwtjes hebben de woning van de Steenuil gekraakt.

Kauwen zijn vogels die in de hoge hiërarchie behoren. Kauwen ze zijn zo slim en nemen nestholtes in die eerder door andere vogels werden gebruikt. Spechtenholtes, maar ook een kast die u net heeft opgehangen. Kauwen komen naakt ter wereld, terwijl een jonge steenuil als hij opgedroogd is, voorzien is van een smetteloos wit donslaagje. Dat heeft belangrijke gevolgen voor de nestbouw. Steenuilen kunnen het zich veroorloven geen nestmateriaal aan te slepen. Ze leggen de eieren gewoon op het materiaal dat (van nature) in het nest aanwezig is, hooguit maken ze een soort van kommetje. Als er weinig bodemmateriaal voorhanden is, leggen ze de eieren desnoods op de kale bodem. Nooit is gezien dat ze nestmateriaal aanslepen of verplaatsen van zelfs maar het kleinste takje.

Hoe anders doen kauwen het. Om hun naakte jongen warm te houden, moeten ze een diepe en warme nestkom maken, waarin de jongen helemaal verdwijnen. Zo'n nestkom moet een stevige basis te geven. Dat leidt tot het aanslepen van een onvoorstelbare hoeveelheid takken. Een ander belangrijk verschil zien we in deze fase, rond het uitvliegen. De steenuilen maken er een hele show van. Vanaf dat ze een dag of 30 zijn verlaten ze in de nachtelijke uren, soms zelfs overdag, de nestkast om op de tak waar de nestkast op rust de prooi in ontvangst te nemen. Onderwijl maken ze van de gelegenheid gebruik hun poot- en vleugelspieren te trainen door over de tak te rennen en regelmatig heftig met hun vleugels te wapperen. Als ze er genoeg van hebben duiken ze weer de kast in. Dat levert vaak komische beelden op. Pas als ze ergens tussen de 40 en 50 dagen zijn, verlaten ze de kast definitief. Hoe anders gaat dat bij de kauwen. Hier geen dagenlange ren- en vliegshows, maar hooguit enkele verkennende uitstapjes buiten de kast om dan al snel voorgoed uit de kasten en buiten beeld te verdwijnen.


Een frappant verschil dat te maken heeft met de betekenis die de nestholte (kast) heeft voor beide soorten. Hoewel kauwen uitgesproken holenbroeders zijn, speelt de nestholte buiten het broedseizoen geen rol van betekenis. In groepje struinen ze wijde omgeving af op zoek naar wat eetbaars en slapen doen ze bij voorkeur met een aantal soortgenoten samen. Gewoon ergens in een boom. Steenuilen daarentegen zijn jaarrond in de buurt van het nesthol te vinden. Met uitzondering van een relatief korte periode in het najaar zijn ze ook na het broedseizoen overdag vaak in de kast te vinden. Zeker in de wintermaanden gebruiken ze hem als slaapplaats. Voor hen is de nestkast echt een (te)huis, zomer en winter. Kauwen gebruik de nestkast meer als een zomerhuisje of caravan, alleen om eieren te leggen en hun jongen in groot te brengen. Dat verschil zien we terug bij de jongen. Zodra ze enigszins kunnen vliegen, verlaten jonge kauwen de nestkast om er nooit meer in terug te keren. Jonge Steenuien zien de kast als een toevluchtsoord waar ze nog wekenlang gebruik van maken.

Bron: Vogelbescherming.nl/beleefdelente

maandag 30 maart 2020

Massa's Glyfosaat gaan weer over de velden

Niet te geloven, het gaat gewoon door. Massa's Glyfosaat gaan weer over de velden, omdat het zo goedkoop is. De eerste spuitbeurt was niet afdoende, dus wordt er nog een hoeveelheid gif overheen gespoten.

De eerste spuitbeurt was niet afdoende, dus wordt er nog een hoeveelheid gif overheen gespoten.

Niet alle boeren spuiten glyfosaat. Dat moet wel vernoemd worden. Er zijn gelukkig meer boeren die het wel snappen. Het zijn elk voorjaar de zelfde akkers die van geel naar oranje verkleuren. Het zou leuk zijn als er satellietfoto's van zouden zijn, zodat je het goed kunt zien.

Glyfosaat kleurt de velden geel, maar is dat erg?
Het gebruik van glyfosaat, bekend onder de merknaam Roundup, is binnen de EU nog steeds niet verboden. Echter Duitsland gaat het gebruik glyfosaat verbieden. De Nederlandse gebruikers worden nog steeds gesteund door Minister Carola Schouten, die zelf uit een boerengezin komt. De milieubeweging wijst op gevaren, de landbouw zegt dat het middel ongevaarlijk en noodzakelijk is.

Duitsland wil uiterlijk eind 2023 een verbod op glyfosaat, zo meldt de Duitse regering woensdag 4 september 2019. Het middel wordt in de komende jaren al gefaseerd uitgebannen. Het verbod is een onderdeel van het programma ter bescherming van de insecten. Er moet in 2020 een strategie worden geïmplementeerd die het gebruik van glyfosaathoudende middelen al vermindert; dit gedeeltelijke verbod moet leiden tot een afname van 75%. Er wordt gesproken over een toepassingsverbod voor de oogst en over beperkende maatregelen in het gebruik van glyfosaat voor het zaaien en na de oogst.

Het besluit van Duitsland volgt op het besluit in Oostenrijk, want dat land legde in juli 2019 als eerste Europese land een verbod op het gebruik van het middel. Daarmee werd afgeweken van de Europese wetgeving. Ook hier in Nederland is het gebruik van glyfosaat aan voorwaarden verbonden. Duitsland overweegt nu, naast het verbod op glyfosaat, ook een algeheel verbod per 2021 op het gebruik van middelen die schadelijk zijn voor de insecten in ecologisch beschermde gebieden. Het gaat onder andere om FFH-gebieden (Fauna-Flora-Habitat), natuurreservaten, nationale parken en vogelreservaten.

Svenja Schulze, de minister van Milieu, is blij dat met het aangekondigde pakket maatregelen insecten in het agrarisch landschap in de toekomst beter beschermd worden. Het glyfosaat gebruik wordt gezien de Europese wetgeving op het vroegst mogelijke tijdstip verboden en zal het gebruik tot die tijd duidelijk beperken. Ook het gebruik van alle andere gewasbeschermingsmiddelen zal volgens de minister aanzienlijk worden verminderd.


Schadelijk voor de mens
Een Amerikaans stel uit Californië kreeg een schadevergoeding van 2 miljard. 2,050,000,000 dollar, ruim 1,8 miljard euro, omdat ze kanker kregen door het onkruidmiddel. De rechtszaak was aangespannen tegen Monsanto, het Amerikaanse bedrijf achter het populaire onkruidbestrijdingsmiddel Roundup. Het is de derde rechtszaak die Monsanto in Amerika heeft verloren. Deze schadevergoeding (ruim 1 miljard per persoon) is de hoogste tot nu toe. In maart 2019 kreeg een andere Amerikaan een vergoeding van zo'n 71 miljoen euro en tuinier Dewayne Johnson kreeg 253 miloen euro toegewezen. Ook Johnson kreeg kanker, nadat hij jarenlang met Roundup werkte.

Er lopen in de Verenigde Staten nog ongeveer 13.000 zaken tegen Monsanto (dat overgenomen is door het Duitse Bayer), meldt persbureau AP. Volgens het bedrijf staan al die zaken los van elkaar en hebben de uitspraken die er tot nu toe zijn, geen gevolgen voor de andere zaken. In Europa is bestrijdingsmiddel glyfosaat, dat verwerkt zit in Roundup, nog gewoon toegestaan. In 2017 werd de vergunning voor het middel voor vijf jaar verlengd. Het is volgens Europese boerenorganisaties noodzakelijk om de voedselvoorziening op peil te houden.

vrijdag 27 maart 2020

De Winterkoning, Zanglijster en meer

Weer een dag met verrassingen. Gisteren zag ik al dat de Koolmees zijn intrek had genomen in een van de nestkasten en dat het mannetje zijn vrouwtje kwam voeden, daar zij op het nest aan het broeden was. Vandaag zag ik de Winterkoning die mos aan het verzamelen was. Dat wijst op nestbouw. Even kwam een Staartmees langs, even maar. Zo ook de Zanglijster. Slechts een kort moment. Voldoende om er een foto van te maken, niet zoals ik ze het liefst heb, maar dat heb je niet in de hand.

De Winterkoning is het nest interieur aan het afwerken.

De Winterkoning is een klein gedrongen, zandbruin vogeltje van bijna tien centimeter met een opgewipt staartje. De lichaamslengte bedraagt 9 tot 10 cm. De karakteristiek is de opstaande staart. Verder klein, bruin en met lichte wenkbrauwstreep. De winterkoning vliegt met snelle vleugelslagen laag boven de grond van struik naar struik. Komt nerveus over met een steeds opwippende staart. Heeft een kleine spitse snavel en fijne pootjes. Broedt van half april tot in juli. Heeft twee legsels per jaar, die bestaan uit 5-7 eieren. Het mannetje maakt meerdere nesten, waarna het vrouwtje uiteindelijk één nest uitkiest om in te broeden. Als het vrouwtje op de eieren zit, probeert het mannetje een ander vrouwtje te lokken in één van de andere nesten.

De Zanglijster, even maar... Maar de foto is langer te bekijken.

De zanglijster (Turdus philomelos) is een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae). Al vanaf het vroege voorjaar hoorde ik de zanglijster luid zingen in de toppen van de bomen. De zang van de zanglijster is vaak een piepende en schrille waterval van noten met weinig korte pauzes met strofen die 2 tot 4 keer herhaald worden. De zanglijster begint 's ochtends tijdens de schemering met zingen. 's Avonds zingt hij tot het donker wordt. De zanglijster zingt vanaf een hoog punt, bijvoorbeeld in een boomtop of op een dak. Al in januari zijn de zanglijsters te horen

De zang van de zanglijster is luid en zeer gevarieerd, levendig en vol.

De gewone Vink is de beste zanger van de vinkachtigen.

De Vink (Fringilla coelebs), ook wel boekvink, botvink of charlotte genoemd, is een zangvogel. In de lage landen is hij de bekendste en meest frequent voorkomende vinkachtige. Zijn zang, waarvan de laatste tonen de "vinkenslag" wordt genoemd, kent vele dialecten. Vinken leven in bossen, boomrijke tuinen en parken. Ze eten namelijk zaden en zachte plantendelen, zoals bladknoppen. Toch is het vooral hoog Nederland waar vinken het meeste voorkomen. Aan het einde van hun zang van de vink laten vinken vaak de bekende 'vinkenslag' horen.

De Staartmees zat jammer genoeg achter het takje.

De staartmees (Aegithalos caudatus) is een zangvogel uit de familie staartmezen (Aegithalidae). Hij behoort niet tot de familie van echte mezen (Paridae); staartmezen vormen een eigen familie. Een volwassen staartmees heeft een totale lengte van 13 tot 16 centimeter, inclusief de lange, smalle staart van 6 tot 10 centimeter. De vleugelspanwijdte is 16 tot 19 centimeter, wat relatief klein is voor een zangvogel. Hij heeft een rond lichaam, een korte, stompe snavel en lange, slanke poten. De donkere ogen zijn bij sommige vogels omrand met een felgekleurde oogring.

Staartmezen komen vrij algemeen tot broeden in bossen, parken, landgoederen en tuinen. Voorwaarde is de aanwezigheid van voldoende bomen en struiken, waar ze ook hun voedsel verzamelen. Dit doen zij tot op de allerdunste twijgen. Op het menu staan allerlei hele kleine insecten, rupsen en in de wintermaanden zaden die zij vinden op de dunste uiteindes van takken. Staartmezen maken een prachtig bolvormig nest van korstmossen, dat wordt gemaakt in dichte struwelen, en broeden van eind maart tot in mei.

De Roodborst nam zojuist een bad.

Veren zijn erg belangrijk voor vogels en hebben meerdere functies zoals vliegen, isolatie, camouflage of pronken en het afstoten van water. Vogels zijn er dan ook zuinig op en poetsen hun veren uitvoerig. Tijdens het poetsen worden stof, vuil en parasieten verwijderd. Vervolgens wordt het verenkleed ingevet of geolied, zodat de veren flexibel en waterafstotend blijven.

Als vogels gebaad hebben moeten de veren nog even glad gestreken worden. Daar nemen ze ook de tijd voor. Met ‘wax’, afkomstig van een klier bij de staart, worden de veren ingevet om waterafstotend te maken. Het gladstrijken van de veren is nodig om ze in goede conditie te houden. Dit gladstrijken van de veren begint de vogel door de snavel over een stuitklier onderaan de staart te wrijven. Het stof en de parasieten die tijdens het wassen niet weggespoeld zijn worden alsnog van de veren weg gewreven.

Veel zangvogels, zoals Vinken, Kool- en Pimpelmezen en Roodborstjes, nemen eerst een bad voordat ze gaan poetsen. In de natuur hebben vogels verschillende mogelijkheden om zichzelf schoon te houden. Dit kan door bijvoorbeeld een hoge luchtvochtigheid of door een nabijgelegen riviertje. Sommige vogels zijn liever lui en laten hun veren schoonmaken. Er zijn Gaaien die expres in een mierennest gaan staan en de mieren parasieten uit hun verenkleed laten halen.

donderdag 26 maart 2020

Het baltsgedrag van de Heggenmus

Veel vogels vertonen in de vroege lente baltsgedrag. Baltsgedrag is te vergelijken met een dans die indruk moet maken om vrouwtjes te imponeren. Bij de mannetjes is het testosteron gehalte hoog gestegen. Ze willen paren met een vrouwtje, een nest bouwen en er voor zorgen dat de soort in stand blijft. Darwin schreef de oorsprong van vogelzang toe aan seksuele selectie. Mannetjes zingen en vrouwtjes kiezen. Zingende vrouwtjes zouden maar een evolutionaire rariteit zijn. Het mannetje dat het mooiste zingt krijgt een vrouwtje. Er zijn ook vogels die zich niet beperken tot het zingen alleen, en er ook nog een balts aan toevoegen, veelal door heftig met hun vleugels te fladderen.

De Heggenmus zingt niet alleen, maar fladdert ook heftig met de vleugels om zo extra op te vallen bij de vrouwtjes.

In de lente kunt u de mannetje van de Heggenmus zien die tijdens de balts met beide vleugels slaan en rond draaien, een toneelstukje opvoerend. Het baltsen is niet meer of minder dan 'hofmakerij". De grootste uitslover lukt het vaak om het mooiste meisje te krijgen. Wie denkt dat het mannetje monogaam is aan het vrouwtje heeft het mis. Heggenmus mannetjes paren na een uitgebreide balts met meerdere vrouwtjes. Iets wat de Roodborst trouwens ook doet.


In de lente zie je de Heggenmus niet alleen in of onder de stuiken, waar ze zich gedurende het overige deel van het jaar het meest ophouden. Ze hebben niet voor niets de naam Heggenmus. Normaal valt het vogeltje niet zo op door zijn grijs / lichtblauwe kleur met roodbruine vleugels. Zijn gedragingen in de lente zijn daarom erg bijzonder om in deze lentetijd meer van het vogeltje te kunnen leren. Observeren is altijd de basis geweest van kennis vergroting.


De Heggenmus is een van de meest voorkomende broedvogels van ons land, maar toch bij velen onbekend. Dit komt door zijn verborgen bestaan in en onder struiken en heggen. Heggenmussen vliegen niet vaak en scharrelen vooral over de grond om voedsel te zoeken. De tekening van de rug lijkt veel op die van een huismus, waarbij de heggenmus vooral te herkennen is aan de blauwgrijze kop en borst en de spitse snavel. Is vaak op de grond te vinden, waar heggenmussen als een muis op zoek zijn naar voedsel. In het voorjaar zingt het mannetje al vroeg vanaf de top van een struik of boom. Heggenmussen zijn gebonden aan plekken met struiken en heggen. Dit kan op allerlei terreinen zijn, zoals bossen, houtwallen, tuinen, parken en kleinschalige landbouwgebieden. Ze komen dan ook in het hele land voor als broedvogels, hoewel zij in de grote open landbouwgebieden in Groningen en Friesland ontbreken. Het talrijkst zijn heggenmussen in steden en dorpen, waar zij veelvuldig voorkomen in tuinen.

Heggenmussen broeden van eind april tot in augustus. Heeft jaarlijks twee, soms drie legsels met elk 3-6 eieren. Broedduur 11-13 dagen. Heggenmussen hebben een bijzonder liefdesleven, waarbij zowel de mannetjes als de vrouwtjes meerdere partners kunnen hebben. Het is ook geen uitzondering dat meerdere mannetjes helpen om de jongen uit een nest groot te brengen. Het nest wordt zelden hoger dan op 2 meter gemaakt in een heg of struik. De jongen zitten 11-13 dagen op het nest en worden 14-17 dagen na het uitvliegen door de ouders gevoerd.

Actieve tuinvogels in de lente

De lente is in volle gang. Het broedseizoen is in volle gang. Alle vogels zijn maar met een ding bezig, paatjes vormen en een gezinnetje stichten. Gezinnetjes zonder overheidssteun. Ze doen het allemaal zelf, en wij hebben daar lol aan. Niet alleen lol, vogels zijn erg nuttig voor ons mensen. Zonder de vogels, insecten en andere elementen in de natuur zal de kwaliteit van het leven achteruit gaan. Insecten hebben we nodig voor de bestuiving van de planten. Vogels hebben we nodig voor het wegvangen van; muggen, vliegjes, rupsen die wij liever niet hebben. Denk daarbij aan de Processierupsen, de rups van de Buxusmot, en zo meer.

De Winterkoning is een klein vogeltje van 9,1 gram (8 – 10 cm)

De Winterkoning is een klein gedrongen, zandbruin vogeltje van bijna tien centimeter met een opgewipt staartje. De lichaamslengte bedraagt 9 tot 10 cm. Winterkoninkjes eten voornamelijk insecten en spinnen. De winterkoning heeft zich aangepast aan zowel bosrijke als open gebieden zoals boomloze eilanden. Verder broedt de vogel in parken en tuinen. Belangrijk is dat zich ergens dichte struwelen bevinden zoals heggen, braamstruiken of dichte vegetaties bij water. De winterkoning is in Nederland en België een van de meest algemene vogelsoorten.

De Koolmees bouwt een nest in nestkasten of een boomholtes.

De koolmees (Parus major) is een zangvogel uit de familie van echte mezen (Paridae). Volwassen koolmezen zijn circa 14 centimeter groot, hebben een spanwijdte van 22,5-25,5 centimeter en een gewicht van gemiddeld 17 gram. De koolmees heeft een zwarte kruin, witte wangvlekken, een gele borst en daarop overlangs een zwarte band. Mannetjes zijn te herkennen aan de duidelijk bredere zwarte band, maar ook aan de grotere hoeveelheid zwart tussen de poten en meer glans op de kop. Het juveniel is valer gekleurd en mist de zwarte streep, deze verschijnt in het najaar. De koolmees is de grootste soort mees, zoals de wetenschappelijke soortnaam verraadt: major betekent groot. De roep van de koolmees klinkt als péh-puuh wat vergelijkbaar is met de sirene van een politieauto. De zang is een hoog si si sirrr en lijkt iets zachter dan die van de pimpelmees. De vlucht van de koolmees is meestal gelijk aan die van andere mezen. In grote bogen vliegt de koolmees door de lucht, afwisselend wordt met de vleugels geslagen en gezweefd.

De Vlaamse gaai is niet afkomstig uit Vlaanderen. De Gaai komt voor in bijna alle Europese landen.

De Gaai heeft honderden jaren de naam Vlaamse gaai gedragen, maar werd enige tijd geleden Gaai genoemd zonder nog typisch "Vlaams" te zijn. Dat omdat de verspreiding een veel groter gebied omvat dan alleen België en / of Nederland. De Gaai komt voor in het cultuurlandschap en de bossen door geheel Europa. Hij is over heel Europa verspreid met uitzondering van het hoge noorden. Maar ook in westelijk Syrië, westelijk Jordanië, Israël, zuidoostelijk Azerbeidzjan, Iran, zuidelijk Siberië, noordelijk Mongolië, noordwestelijk, noordoostelijk China, Korea, noordelijk Japan en nog veel meer landen over de wereld. Vandaar dat de naam Gaai is geworden. Maar voor veel mensen blijven de naam Vlaamse gaai koesteren. Terecht of niet, dat maakt allemaal niet uit. Als je Vlaamse gaai zegt weet iedereen wat je bedoeld, maar Gaai is momenteel de correcte naam.

De gaai is 32 tot 35 cm lang. De nominaatvorm van de vogel, die onder andere in de Benelux voorkomt, is overwegend grijsbruin met een roze tint. De keel, onderbuik, anaalstreek, de stuit en een gedeelte van de handpennen zijn wit. Kenmerkend zijn een brede zwarte snorstreep en een blauw vleugelveld dat bestaat uit lichtblauwe veertjes met daarin een fijne, zwarte bandering. De vogel kan bij opwinding de kruinveren opzetten, deze zijn afwisselend licht van kleur met zwart.

woensdag 25 maart 2020

De Vlaamse gaai is gek op nootjes

Het zijn brutale maar prachtige vogels, de Vlaamse gaai. Bij mijn fotohut is het een vaak terugkerende vogel. Als je bij het voer dat je voor de kleine zangvogels neer strooit ook grote premium pinda's uit strooit is de kans groot dat de gaaien en de eksters er op af komen. Gaaien eten vaak eikels en nootjes, vooral in de winter. De gaai vervoert ze in zijn keel en tussen zijn snavel naar plaatsen met een zachte ondergrond, waarna hij ze in de aarde duwt. Zo legt hij een wintervoorraad aan. Hij vergeet alleen een aantal plekjes. Wat niet teruggevonden wordt, kan uitgroeien tot een nieuwe eik.

De Vlaamse gaai is een opvallend gekleurde kraaiachtige.

De Vlaamse gaai wordt ook wel schreeuwekster genoemd. Van oorsprong is het een vrij schuwe bosvogel, maar is inmiddels ook volop in het stedelijk gebied te vinden. Gaaien zijn bekend om de opvallende blauw-zwart gestreepte tekening op de vleugel. Zijn luide, vooral krassende geschreeuw is niet te verwarren met het geluid van andere vogels. De gaai is ook een goede imitator. Moeiteloos doet hij de schreeuw van een buizerd na. Zo jaagt hij indringer uit zijn gebied. In bosgebieden reageren zij luid op mogelijke indringers, wat als alarmfunctie voor andere dieren fungeert. Deze vogel komt voor in het cultuurlandschap en de bossen. Hij is over heel Europa verspreid met uitzondering van het hoge noorden. In nieuwbouwwijken zie je in eerste instantie vaak de ekster, naarmate de bomen en struiken in het openbaar groen en in tuinen groter worden, wordt deze langzaamaan verdrongen door de gaai.


De Nederlandse gaaien blijven in Nederland in de buurt van hun broedgebied. Geregeld zijn er in het najaar 'invasies' van hoge aantallen gaaien die in groepjes uit het Oost-, Midden- of Noord-Europa (zoals in 2010) ons land bereiken. Als ze op de kust stuiten, lijken ze zich over het land te verspreiden. Zulke invasies vinden tot nu gemiddeld eens in de acht jaar plaats.

dinsdag 24 maart 2020

De Eekhoorn kwam eten en drinken

Toen ik vanmorgen in mijn fotohut zat te wachten op vogels die is wou fotograferen hoorden ik voetstappen boven mij op het dak. Ik wist dat ik alert moest zijn, omdat ik dat al eerder mee had gemaakt. Het duurde dan ook niet lang voordat de Rode eekhoorn zich liet zien. Even later kwam er nog een, die de eerste weg joeg bij het voer dat ik had neergestrooid.

De Eekhoorn kwam niet alleen eten, maar ook drinken.

De gewone eekhoorn is de bekende roodachtige eekhoorn met de grote pluimstaart en pluimpjes aan de oren die regelmatig in een Nederlands bos te zien is. Een gewone eekhoorn bouwt meestal verscheidene nesten hoog in de bomen. Deze nesten worden gebouwd van takken, boombast, bladeren en mos. In de winter brengen eekhoorns het grootste deel van de dag en nacht in hun winternest door en komen ze slechts af en toe naar buiten om wat eten te halen. In de herfst hebben ze daarvoor op een groot aantal plekken voedselvoorraden verstopt. In de zomer gebruiken ze hun nesten ook intensief. Bijvoorbeeld om jongen te krijgen en te schuilen voor regen of warmte.

De eekhoorn, ook Rode eekhoorn of Gewone eekhoorn (Sciurus vulgaris) genaamd is de in Europa meest voorkomende eekhoorn. De eekhoorn is 20 tot 28 centimeter lang en 250 tot 350 gram zwaar. De borstelige pluimstaart is van 15 tot 20 centimeter lang. Het is een omnivoor, die tot de knaagdieren behoort.


De paartijd is op zijn hoogtepunt tussen januari en maart. De draagtijd duurt 38 dagen. Meestal worden de jongen tussen maart en mei geboren, mits er voldoende voedsel is. Anders worden de jongen tussen juli en september geboren. Per worp krijgt een vrouwtje één tot acht jongen (gemiddeld drie). De jongen zijn bij de geboorte tien tot vijftien gram. Alleen het vrouwtje zorgt voor de jongen. Bij verstoring draagt het vrouwtje de jongen uit het nest. Na zeven tot acht weken begeven ze zich voor het eerst buiten het nest, en na zeven tot tien weken worden ze gespeend. Als de jongen tien tot zestien weken oud zijn, zijn ze onafhankelijk. De dieren zijn over het algemeen na tien tot twaalf maanden geslachtsrijp.

Ekster met een kale kop.

Vanmorgen was mijn fotohut, op privé grond een mooie plek om van de vogels te genieten en enkele foto's te maken. Alleen, maar niet opgesloten, maar wel koud om stil te zitten. Een 'Safe Haven' tijdens de Corona crisis.

De Ekster heeft een kale kop, en niet zo'n beetje ook.

Je kunt natuurlijk niet zien of het wel een vrouwtje is. Als het mannetje zich tijdens de paring vast wil houden pakken ze vaak het vrouwtje vast bij de veren op de kop of nek, waar bij de veertjes los kunnen laten. Dat is een theorie. Echter, een ander theorie zou dichter bij de waarschijnlijkheid kunnen liggen. Omdat er onder de eksters nu stevig gevechten uitbreken pikken ze andere ook op de kop. Of een bende kauwtjes is langsgekomen en hebben deze ekster (vermoedelijk onderaan in de hiërarchie) stevig aangepakt.


De ekster is een grote zwart-witte vogel met een lange staart. De totale lengte bedraagt tot 48 cm en hij weegt rond de 200 gram (tot 250 gram). Mannetjes en vrouwtjes zijn uiterlijk volkomen gelijk maar de mannetjes zijn doorgaans iets groter en forser gebouwd. Onderzijde, flanken en schouders zijn wit evenals een klein plekje op de stuit. De zwarte veren hebben, al naar gelang het licht er op valt, een opvallende blauwe (vleugels) en/of groene, iriserende glans; soms zelfs purperkleurig (staart). Volwassen vogels die enkele jaren oud zijn, glanzen het meest; vooral de mannetjes direct na de rui.

Tuinvogels trekken zich niets aan van eksters. Als ze dat zouden doen konden ze nergens meer broeden, want overal zijn dieren die eieren of jonge vogels eten. Met de meeste tuinvogels gaat het juist ontzettend goed. De pimpelmezen, roodborsten, vinken en groenlingen draaien goede broedseizoenen.

Eksters hebben het niet altijd makkelijk. Ze vinden de dood door klauwen van haviken of bosuilen. Daarbij zijn hun grote, overkapte nesten gewild bij kraaien, torenvalken, ransuilen en zelfs eekhoorns. Vaak beginnen ze in december al takken te verzamelen om hoog in de top van een boomkruin een nest te bouwen. De bouw van een nest duurt ongeveer 40 dagen. Als na maandenlang aan het nest gewerkt te hebben het nest alsnog afgepakt wordt zijn ze bedankt voor de moeite.

zondag 22 maart 2020

Witte kwikstaart bij de Schotse Hooglanders

Vanmorgen zag ik een paar Witte kwikstaarten in het gezelschap van de reusachtige Schotse Hooglanders. Ze volgden de koeien en schuwden niet om onder de koeien door, tussen de poten door te zoeken naar insecten of larven die de koeien door hun hoge gewicht uit de grond omhoog duwen.

De Witte kwikstaart is niet bang om vertrapt te worden als ze vlak bij de hoeven van de koeien naar larven zoeken. 

De witte kwikstaart is een van de meest algemene broedvogels van Nederland. Vooral op het platteland. Op boeren erven en in weilanden zie je ze ook tussen de poten van koeien, paarden en schapen in de hoop dat die insecten of larven omhoog duwen. De witte kwikstaart beweegt voortdurend zijn staar op en neer. Broeden doen ze in schuren, nissen, onder dakpannen, maar ook in slootkanten. Meestal in de menselijke omgeving.


De witte kwikstaart kun je tegenkomen in min of meer open land: platteland, akkers, gorzen en slikken, graslanden, oevers, park en tuin, golfbanen, stedelijk gebied, industrieterreinen en op meer uitgestrekte weilanden. Overal waar insecten te vinden zijn. Tijdens broedtijd een voorkeur voor het kleinschalig cultuurlandschap. Bijna nergens in hoge dichtheden. Vanaf juli verzamelen zich groepjes, meestal jonge vogels, op plekken met veel voedsel. Ze slapen dan samen met enkele honderden vogels.

Zoekt meestal lopend op de grond voedsel. Rent voortdurend achter insecten aan, ook korte vluchtjes. Eet insecten, vooral muggen, vliegen, libellen, vlinders en hun larven. Kan meelopen achter ploeg of trekker op zoek naar een ongewerveld hapje.


Broedt van april tot augustus. Heeft één à twee nesten per jaar met meestal 4-6 eieren. Broedduur: 12-14 dagen. Nestelt vooral op het platteland, vaak op huizen, schuren of onder bruggen. De jongen zitten zo'n 13-14 dagen op het nest. Ze worden na het uitvliegen nog zo'n 4-7 dagen gevoerd door de ouders.

zaterdag 21 maart 2020

Zeldzame Bosvergeet-mij-nietje

In de tuin bij onze schuur groeit al enkele jaren het Bosvergeet-mij-nietje (Myosotis sylvatica). Het is een zeldzame variant van de Vergeet-mij-nietjes. De bladen zijn langwerpig of langwerpig- lancetvormig, min of meer spits, ruwbehaard, de onderste zijn spatelvormig, gesteeld en vormen een rozet, de bovenste zijn zittend met bredere voet.

Zeldzame Bosvergeet-mij-nietje (Myosotis sylvatica)

De bloemen zijn vrij groot (4-8 mm), iets welriekend en staan in onbebladerde, ten slotte lange en losse, ongevorkte bijschermen. De kelk is klein met een buis, die voor het merendeel gekromde haren draagt. De bloemkroon is blauw tot hemelsblauw, zelden wit, met een buis, die even lang is als de kelk en een vlakke zoom, die langer dan de buis is. De vruchtstelen zijn dun, uitgespreid, de onderste zijn 2 a 3 maal zo lang als de kelk, deze heeft na de vruchttoestand opgerichte, niet samenneigende slippen. De vrucht is glad, rondachtig-eirond, iets toegespitst, naar buiten bol. Deze soort gelijkt soms veel op Watervergeet-mij-nietje, maar het Bosvergeet-mij-nietje is er gemakkelijk door de beharing, de dieper gedeelde kelk, de in een rozet staande wortelbladen en de vroegere bloeitijd van te onderscheiden.


De helmknopjes staan in de bloemkroonbuis samengebogen over de gelijktijdig rijpe stempel. Bezoekende insecten moeten hun slurf tussen de helmknopjes en de stempel door bewegen en raken daarbij met de ene zijde de stempel, met de andere de helmknopjes aan, zodat er kans is op kruisbestuiving. Aangezien zij echter meestal enige malen achtereen hun slurf in de bloemen steken, is er ook kans, als zij dit achtereenvolgens aan verschillende zijden doen, dat zij zelfbestuiving bewerken. Ook kan deze later spontaan plaats hebben, daar dan de eerst zijwaarts gerichte bloem rechtopstaand wordt en dus het neervallend stuifmeel op de stempel kan vallen. In de bloemen is nog al insectenbezoek waargenomen.

Voorkomen in Europa en in Nederland
De plant is in geheel Europa in bossen en op vochtige bergweiden waargenomen. Zij wordt bij ons veel als sierplant gekweekt en is vaak verwilderd gevonden. Het is zelfs de vraag of de gevonden planten, behalve in Zuid-Limburg en om Nijmegen, bij ons niet alle afkomstig zijn van vroegere cultuur.

woensdag 11 maart 2020

De Raamsloop is buiten zijn oevers getreden

Verschillende beken en rivieren zijn de laatste weken buiten hun oevers getreden. Zo ook het beekje de Raamsloop. Op plaatsen waar de beek gemeanderd is, leidt dat tot mooie waterlandschappen. In Hulsel is de Raamsloop gemeanderd tussen de Reuselsedijk, Kruisdijk en het Vooreind.

De Raamsloop voert het overvloedige regenwater naar de grotere rivieren.

De Raamsloop is een beekje dat tussen Reusel en Bladel bij de Hamelendijk in Reusel ontspringt en via Hulsel, Lage Mierde, naar Wellenseind stroomt om daar in het noordelijk deel van het landgoed de tweede meanderende beekje uit de omgeving, de Reusel in stroomt. De Raamsloop meandert sterk tussen de Reuselsedijk in Hulsel en waar de waterloop vanaf de Papenakkers de Raamsloop in stroomt. Die waterloop ligt ook daar weer op de dorpsgrens van Lage Mierde en Hulsel. Vanaf die waterloop is er geen meandering en stroomt het beekje richting de Neterselseweg in Lage Mierde. In het meanderende deel zijn twee loopbruggen over het water gelegd. Een daarvan is een betonnen brugdek, de andere een stalen looprooster bij de stuw (achter de gemeentewerf in Lage Mierde).


Door het warme en droge weer in de lente en de zomer was 2018 werd het extreem droog. Het grondwaterpijl zakte tot dieptes die voor veel bomen tot sterfte leiden. Vorig jaar was het niet zo droog, maar het grondwaterpijl steeg daar nauwelijks mee. Het water dat de grond in trok werd meteen weer opgezogen door de planten en de bomen. Het moest veel en lang regenen om de waterreserves in de bodem voldoende aan te vullen om de komende zomer niet weer uitgeput te raken. Nou, of het geregend heeft.

We hebben een zachte winter achter de rug, waarbij maar enkele dagen niet geregend heeft. De laatste weken werden gekenmerkt door overvloedige regenval. Dagen van 20 tot 30 mm regen per dag waren meer regel dan uitzondering. Na storm Ciara trok vrijdag 7 februari 2020 over west Europa. Het KNMI in Nederland waarschuwde voor zeer snelle windstoten en riep code oranje af. Een week later trok storm Dennis over het land, gevolgd door weer een weekend met veel wind en veel regen. De akkers staan blank, de sloten vol en de beken en rivieren treden buiten hun oevers.

De grond in inmiddels verzadigd, waardoor het water ook lang op de akkers en in de weilanden blijft staan. Goed voor de weidevogels. De Scholeksters, Grutto's en Wulpen kunnen weer makkelijk met hun snavels de grond in op zoek naar regenwormen.

Volgens het weerbericht komt er langzaam een einde aan de regenperiode. De komende week strekt een hogedrukgebied zich uit boven west Europa. Het is niet zo dat het dan meteen weer droog wordt. Er moet nog veel water van de akkers weg trekken, iets wat het Waterschap met zorg zal monitoren om te voorkomen dat de watervoorraad weer te snel op geraakt.

dinsdag 10 maart 2020

Roodborst met een broedvlek

Gisteren zag ik bij mijn fotohut een Roodborst met een broedvlek. Dat is een teken dat de Roodborst al een nest heeft waar de eitjes uitgebroed worden. Als de winter erg zacht is wordt er soms al begonnen met broeden in januari, meestal start het broedseizoen echter in maart.

Deze Roodborst lijkt al een broedvlek te hebben. Dan moet het een vrouwtje zijn, daar de man niet broedt.

Enkel het vrouwtje staat in voor het uitbroeden van de eieren. Na twee weken komen de eieren uit. Opmerkelijk: dit gebeurt bijna altijd ’s nachts of in de vroege ochtend. Zowel het mannetje als het vrouwtje staan in voor het voeden van de jonge. De roodborst heeft per jaar twee legsels. Wanneer het vrouwtje aan het tweede legsel begint, staat het mannetje alleen in voor de jongen van het eerste legsel.


Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben een opvallende bruinrode tot oranje keel. De staart is roodbruin, de rug bruin en de buik lichtgekleurd. De zang is het hele jaar te horen. Hij begint 's ochtends te zingen als het nog donker is. Bij vogels waarbij de beide seksen niet van elkaar te onderschijden zijn, kun je ze nog uit elkaar houden doordat de man zingt en het vrouwtje niet. Een uitzondering op die regel is de roodborst, waar ook de vrouwtjes zingen, vooral in de herfst. Jonge vogels hebben een gespikkelde kop en borst. Het vogeltje is 14 cm lang. Tegen soortgenoten zijn zowel mannetjes als vrouwtjes heel agressief. Zowel in de zomer als in de winter verdedigen zij hun territorium fel.

maandag 9 maart 2020

De Supermaan verscholen achter de wolken

Vanavond was de Supermaan weer te zien. Wie naar de oostelijke horizon keek, en geen of weinig last had van de bewolking, kon een grote maan zien. De maan leek maandagavond tussen 18:15 uur en 20:15 uur ongeveer 14% groter en 30% helderder dan normaal, waren het niet dat van helderheid geen spraken was. Zware bewolking trok voor de maan door, waardoor de maan slechts bij momenten goed zichtbaar was. De maan lijkt groter doordat de maan dichter bij de aarde staat dan bij een gemiddelde volle maan.

Even was de dikke bewolking weg. Daarna kwam er weer een veld met dikke zwarte wolken voorbij.

De supermaan komt een paar keer per jaar voor. Supermanen volgen elkaar altijd op, omdat de maan de ene helft van het jaar dichtbij de aarde staat en de andere helft van het jaar veraf. De volgende supermaan is op 8 april.