dinsdag 14 juli 2020

Mijn visuele natuurverhalen

Mijn naam is Jozef van der Heijden. Ik woon in de Brabantse Hulsel.
Ik fotografeer al sinds de 70er jaren. Ik begon met een kleinbeeld fotocamera en een Super 8 filmcamera met geluidsregistratie. Op de boerderij filmde ik Groenlingen en Kneuen die de jongen op hun nest verzorgde. Mijn interesse gaat naar de natuur in het algemeen. Van vogels tot paddenstoelen, mossen, korstmossen en  landschappen. Maar vogels fascineren mij wel het meest. Daarnaast ben lid van diverse natuurbescherming organisaties (zie de logo's hieronder).

Hoewel vogels mijn voorkeur genieten, ontdekte ik op 4 januari 2019 de Opkrullende strookzwam in de bossen van Hapert, officieel de 19e geregistreerde vondst in Nederland sinds 1855 en de eerste sinds 1985. Daarna vond ik nog twee plaatsen waar deze zeer zwam voor kwam. Op 16 oktober 2019 vond ik op Landgoed Wellenseind de eveneens zeer-zeldzame Kroontjesknotszwam. Verspreidingsatlas.nl meldt sinds 1990 slechts 105 vindplaatsen in Nederland.

Volg mij op: Facebook Twitter YouTube en met www.jozefvanderheijden-foto.nl. Mijn onderwerpen: Alles wat de natuur gedurende de vier jaargetijden biedt.

Het gaat goed met de Groenlingen

Als je in je tuin zonnebloempitten strooit of op een voedertafel strooit zul je zien dat de Groenlingen er in grote getale op af komen. De mezen voorop, daarna komen de Groenlingen en de vinken. En dat is niet alleen in de winter zo, ook in het broedseizoen en in de zomer maken de vogels dankbaar gebruik van het voedselaanbod. Is voeren in de zomer wel verstandig? Ja, en wel hierom. Doordat de cultuurlandbouw zo goed als tot het verleden behoort zijn ook de meeste graanakkers en de schuren met volgepakte graanoogsten verdwenen. Daarmee is de voedselbehoeften nu zo groot.

De fel gekleurde man van de Groenling.

Het gaat goed met de Groenling. Ze veroorzaken op geen enkele manier overlast en broeden graag in de buurt van mensen die zonnebloemen telen of dagelijks zonnebloempitten strooien. Het aantal Groenlingen in Nederland neemt al een tijd gestaag toe. En het merkwaardige is, dat komt (grotendeels) door de toenemende verstedelijking. Groenlingen houden namelijk niet erg van open gebieden en ook niet van aaneengesloten bos, maar ze gedijen bij de afwisseling van een mooie, groene woonwijk.

Zeker driekwart van de Groenlingen in ons land broedt in groene wijken. Zo ziet u maar: dat natuur-vriendelijk inrichten van de tuin zijn vruchten af werpt. Groenlingen doen we een plezier met een lekkere dichte conifeer (of spar of iets dergelijks) om in te broeden en ze zijn helemaal dol op rozenbottels en zonnebloemen.


Als u in de winter extra zonnebloempitten bij voert krijgt u (vaak) een heel groepje in de tuin. Want ’s winters geldt voor groenlingen: samen eten zoeken, is sneller eten vinden. Ze nemen voor lief dat ze dan per persoon net wat minder hebben. Het voordeel weegt blijkbaar op tegen het nadeel. Maar het is nu helemaal geen winter. Het is nu zomer. Het broedseizoen zit er al op waardoor je weer veel Groenlingen bij elkaar ziet als je zonnebloempitten strooit. Meerdere mannetjes dicht bij elkaar zonder dat ze elkaar naar het leven staan. Mannetjes, vrouwtjes en de jonge van dit jaar, de juveniele, komen gezamenlijk naar de voederplaatsen.

Groenling vrouwtjes.

De Groenling is een gedeeltelijke standvogel. Een groot deel blijft in ons land, de overige trekken naar zuidelijkere oorden. In Oktober is de piek van de trek van de Groenling. De vogels zoeken elkaar op waardoor er grote groepen ontstaan. Je kunt groepen zien met enkel en alleen groenlingen. Maar soms zijn de groepen kleiner en sluiten ze zich aan bij Vinken, Kepen en Geelgorzen. Dit zij allemaal vogels die graag op braakliggende akkers en akkerranden foerageren. Het is een lust voor het oog om zulke groepen te bekijken.

Ook in onze omgeving komen ze voedsel zoeken. Overal waar veel uitgebloede vegetatie bij elkaar staat kun je Groenlingen vinden. In de tuin kun je de Groenlingen lokken met vooral zonnebloempitten. Daar waar natuurorganisaties en gemeentes langs de akkers wilde bloemenstroken ingezaaid hebben met een rijkelijke hoeveelheid zonnebloemen, foerageren de groenlingen tussen de Putters, Vinken en Kepen

maandag 13 juli 2020

De gespikkelde Bonte vliegenvanger juveniel

Dinsdag 7 juli j.l. kwam de Bonte vliegenvanger man naar de fotohut om in het vijvertje een bad te nemen. Vanmorgen was daar plots een van de jongen die wellicht uit het zelfde nest behoorden. Na even rond gekeken te hebben vloog de juveniel weer weg.

De juveniel is iets donkerde als het vrouwtje, die iets lichter bruin kleurt. Zoals bij meer soorten is de borst en rug gespikkeld.

In de noordelijke helft van Europa broeden minimaal 4,7 miljoen paar Bonte vliegenvangers, en dan is Rusland hier nog niet eens bij meegerekend. Bonte Vliegenvangers broeden in vrijwel alle beboste streken op de hoge gronden, met uitzondering van Zuid-Limburg (zeldzaam). Het voorkomen in Laag-Nederland, inclusief de duinstreek, is erg lokaal. De soort kan in ieder type bos talrijk voorkomen, ook in parken en tuinen, mits er nestkasten ophangen. Indien niet, is hij een stuk schaarser en meer gebonden aan ouder loofbos. De Bonte Vliegenvanger vestigde zich rond 1903 in ons land en begon vanuit Twente en de Achterhoek aan een opmars. Tussen 1975 en 2000 werd nog het gebied bezuiden de Grote Rivieren toegevoegd aan het verspreidingsgebied, maar de aantallen zijn hier lager dan in Oost-Nederland. Recente afnames (vooral loofbos) en toenames (vooral naaldbos) lijken elkaar op landelijk niveau in evenwicht te houden.


Bonte Vliegenvangers uit West-Europa overwinteren in tropisch West- Afrika ten zuiden van de Sahel. De vestiging als broedvogel in Nederland vond plaats aan het begin van de 20e eeuw. Van de in ons land broedende zangvogels is de Bonte Vliegenvanger, samen met Koolmees en Pimpelmees, het sterkst afhankelijk van kunstmatige nestgelegenheid. Het is aannemelijk dat zeker 90% van de populatie in nestkasten broedt (Boele et al. 2001). Natuurlijke nestholten, vaak oude spechtenholen, worden in Nederland vooral aangetroffen in berken, maar ook in eiken, beuken, tamme kastanjes en robinia’s. Het gemak waarmee nestkasten, ook elders, geaccepteerd worden droeg zeker bij tot de expansie die in de 20e eeuw in Europa plaatsvond.

De Nederlandse broedvogels arriveren vanaf half april. Doortrek van noordelijke vogels – de mannetjes soms herkenbaar aan dieper zwart verenkleed – treedt vooral eind april en in de eerste helft van mei op. De eigen broedvogels vertrekken vermoedelijk in juli en augustus. Vooral eind augustus en eerste helft september trekken wederom noordelijke vogels door. Op de Waddeneilanden zijn tijdens trekgolven soms duizenden Bonte Vliegenvangers aanwezig.

De Zwartkop gaat in bad, zijn vrouw kijkt toe

De Zwartkop is geen zeldzame verschijning bij de fotohut. Er zijn zeker drie territoria in de tuinen bij onze schuur en bij de buurman. Het vrouwtje laat zich redelijk vaak zien. Het mannetje zit voornamelijk boven in de bomen zijn lied te verkondigen.

De Zwartkop man. Ook hij heeft wat van zijn verenkleed verloren tijdens de broedperiode. De veertjes op zij hoofd zijn dunner dan tevoren.

De zwartkop (Sylvia atricapilla) is een zangvogel uit de familie van zangers (Sylviidae). Het verenkleed van deze trekvogel is aan de bovenzijde grijsbruin en aan de onderzijde vuilwit. Het mannetje heeft een zwarte kruin, terwijl het vrouwtje een roodbruine heeft. ot die familiegroep van de Sylviidae behoren ook de; Kleine zwartkop, Orpheusgrasmus, Baardgrasmus, Braamsluiper, Grasmus, Brilgrasmus, Provençaalse grasmus, Rüppells grasmus, Sperwergrasmus en de Tuinfluiter.

De zwartkop is van kop tot staart ongeveer net zo groot als een koolmees, alleen heeft de zwartkop een kortere staart als de koolmees en heeft de zwartkop een iets zwaarder lijf. De zwartkop dankt zijn naam aan de zwarte pet op zijn kop, die alleen het mannetje draagt. Het vrouwtje heeft een roestbruine pet. Bij het mannetje is de rest van het verenkleed grijs, bij het vrouwtje grijsbruin. Een jong mannetje heeft in de winter een zwarte pet, met bruine vlekken. De zwartkop vliegt weinig en laat zich vooral horen.

De man kwam duidelijk naar beneden om te baden.

Veren zijn erg belangrijk voor vogels en hebben meerdere functies zoals vliegen, isolatie, camouflage of pronken en het afstoten van water. Vogels zijn er dan ook zuinig op en poetsen hun veren uitvoerig. Tijdens het poetsen worden stof, vuil en parasieten verwijderd. Vervolgens wordt het verenkleed ingevet of geolied, zodat de veren flexibel en waterafstotend blijven.

Als ze gebaad hebben moeten de veren nog even glad gestreken worden. Daar nemen ze ook de tijd voor. Met ‘wax’, afkomstig van een klier bij de staart, worden de veren ingevet om waterafstotend te maken. Het gladstrijken van de veren is nodig om ze in goede conditie te houden. Dit gladstrijken van de veren begint de vogel door de snavel over een stuitklier onderaan de staart te wrijven. Het stof en de parasieten die tijdens het wassen niet weggespoeld zijn worden alsnog van de veren weg gewreven.

Dit vrouwtje zit goed in het kleed. Of zij heeft minder geleden van de broed, of ze is weer hersteld en zijn er weer veertjes terug gekomen.

De zwartkop broedt in bossen en halfopen landschappen met bomen en struiken. Leeft bij voorkeur in loof- en gemengde bossen met een rijke ondergroei van vooral bramen. Komt ook voor in parken, tuinen en andere halfopen landschappen met bomen en struiken. Zwartkoppen trekken grotendeels weg vanaf half augustus tot half oktober naar het zuidwesten, samen met Duitse en Scandinavische broedvogels. Ze overwinteren in Zuid-Engeland of het westelijk deel van het Middellandse Zeegebied: voornamelijk Spanje, Marokko en Algerije. Zwartkoppen keren in begin april terug in Nederland en steeds vaker al in maart.

donderdag 9 juli 2020

Zwartkop en de Groenling baden en drinken

Water is een van de belangrijkste elementen in de natuur. Zonder water is er geen leven. Dieren - zo ook de mens - hebben water nodig om niet uit te drogen en zich te verzorgen. Alle levensvormen die we hier op aarde kennen hebben water nodig om te overleven. Sommige organismen kunnen met heel weinig water toe, maar we kennen er geen die volledig zonder kunnen.

De zwartkop komt in het water van het vijvertje baden om stof en parasieten weg te spoelen.

Vogels naar je tuin lokken kan simpel door water in een schaaltje neer te zetten. De vogels maken daar dankbaar gebruik van om te drinken en te baden. Maak te schaaltje wel regelmatig schoon om ziektes te voorkomen. Hygiëne is ook belangrijk in de dierenwereld.


Ook als het wat minder warm en regenachtig is blijven de vogels op het water af komen. Het baden heeft ook als doel om de parasieten uit hun vacht te spoelen. Baden kunnen de vogels, die iets verder weg zitten, ook op andere plaatsen dan in de vijver bij de fotohut. Door de regen van de afgelopen dagen zijn er overal plassen water achtergebleven waar vogels in kunnen baden. Zodra het weer droger wordt en die regenplassen opdrogen komt de vijver weer in beeld bij de vogels van weleer. Dat was ook mijn troef tijdens de warme dagen van de voorbije weken.

Uit onderzoek is gebleken dat vet uit de stuitklier ook andere functies kan vervullen. Bij sommige vogelsoorten geeft het kleur aan de veren, werkt het bacteriewerend of verspreidt het een geur die roofdieren onaangenaam vinden. Niet alle vogelsoorten hebben een stuitklier. Bij onder meer papegaaiachtigen is de functie van de stuitklier vervangen door de groei van speciale donsveertjes. Deze verpulveren en vormen een waterafstotend poeder op het lichaam van de vogel.

Dus baden vogels ook vaak om zich te ontdoen van o.a. luizen en mijten. Broedvogels en jonge vogels die net het nest hebben verlaten kunnen veel last hebben van parasieten. Broedvogels zitten veel op hun nest en dat is een ideale plaats voor ongedierte. Jonge vogels die al een paar weken op het nest verblijven kunnen om die zelfde reden een aantal parasieten in hun verenpak verzameld hebben. Zodra die het nest verlaten en al een beetje kunnen vliegen worden deze jonge vogels door hun ouders mee naar het water genomen voor een flinke wasbeurt. Als het al lang droog is en er weinig badwater te vinden is zijn ze vaak aangewezen op de helpende hand van de mens. Vijvertjes of waterschaaltjes in de tuinen brengen dan uitkomst. Daar zijn de vogels blij mee.

De jonge Groenling lest de dorst met het water uit het vijvertje.

Net als een mens heeft een dier water nodig om te leven. Voldoende vers drinkwater zorgt ervoor dat een dier niet uitdroogt en dat alle lichaamsprocessen kunnen plaatsvinden. Water brengt voedingsstoffen verder door het lichaam, het regelt de temperatuur en zorgt voor een gezonde vacht. Zeker bij warm weer gaat de temperatuur razendsnel omhoog. Denk bij zomerhitte ook aan een koele plek voor de dieren of laat uw hond bijvoorbeeld lekker met water spelen. Gebruik geen ijskoud water. Daardoor trekken bloedvaten samen en wordt het nog moeilijker om lichaamswarmte kwijt te raken.

dinsdag 7 juli 2020

Het Bonte vliegenvanger koppel gaat in bad

Vanmorgen verscheen de Bonte vliegenvanger aan de fotohut. Eerst de man, even later het vrouwtje. Na wat gespetter in het water werden de veren weer glad gestreken. Het vrouwtje heb al eerder kunnen fotograferen bij de voederplaats en het vijvertje voor de fotohut. De man nu dus ook.

De Bonte vliegenvanger man heeft een bijna zwart/wit verenkleed.

De Bonte Vliegenvanger (Ficedula hypoleuca) dankt zijn naam omdat ze net als andere vliegenvangers, vliegjes vangen. Daarmee is het meteen duidelijk dat het insecteneters zijn. Vanaf een zitpost maken ze korte vluchten achter vliegende insecten aan, en vangen deze in volle vlucht. De Bonte Vliegenvanger wordt vooral aangetroffen in half open loof- en gemengde bossen met een gevarieerde structuur. Het meest in het zuiden en oosten van Nederland. Ze eten insecten zoals vliegen, muggen, vlinders en libellen, maar ook oorwurmen en sprinkhanen.

Bonte vliegenvangers zijn holenbroeders en in Nederland broeden ze vrijwel uitsluitend in nestkasten. De soort overwintert in Afrika. De mannetjes gaan het eerst terug om een geschikte nestlocatie te vinden. Als ze terugkomen naar Nederland zijn de nestkasten vaak al bezet door mezen. Soms volgt er tussen de soorten een gevecht van leven en dood om de nestkast. Door het ophangen van meer nestkasten is de bonte vliegenvanger zichtbaar toegenomen. Een mannetje verleidt een vrouwtje om zijn nest te gebruiken door te zingen en te baltsen. De kwaliteit van de locatie is voor het vrouwtje doorslaggevend bij het uitzoeken van een partner.


Veren zijn erg belangrijk voor vogels en hebben meerdere functies zoals vliegen, isolatie, camouflage of pronken en het afstoten van water. Vogels zijn er dan ook zuinig op en poetsen hun veren uitvoerig. Tijdens het poetsen worden stof, vuil en parasieten verwijderd.


Rond de eeuwwisseling werd het aantal broedparen van de bonte vliegenvanger berekend op ongeveer 14.000 tot 18.000 paren. Doordat ze veel gebruik maken van nestkasten, was dat een tamelijk betrouwbare indruk van de populatie. In de laatste tien jaar zit de soort weer in de lift en namen de aantallen toe.

Het Bonte vliegenvanger vrouwtje is bruin / wit gekleurd om zo minder op te vallen.

De bonte vliegenvanger is 12 tot 13½ centimeter groot, iets kleiner dan de huismus. De snavel is zwart en heeft de brede maar puntige vorm typerend voor insecteneters die hun prooi in de lucht vangen. In broedkleed is het mannetje zwart van boven en wit van onder, met een grote witte vleugel vlek, witte pennen aan de zijkanten van de staart en een kleine witte vlek op het voorhoofd, maar de kleur kan verschillen. Sommige mannetjes zijn meer grijsbruin met wit.

Vrouwtjes en juvenielen en mannetjes buiten het broedseizoen hebben dezelfde tekening als de mannetjes tijdens het broedseizoen, waarbij het zwart is vervangen door licht grijsbruin. Het kan moeilijk zijn de soort te onderscheiden van andere zwartwitte vliegenvangers, in het bijzonder de withalsvliegenvanger.