woensdag 29 april 2026

De intensieve broedzorg van Winterkoning

De broedzorg van de winterkoning is zeer intensief en kenmerkt zich door een unieke taakverdeling tussen het mannetje en vrouwtje, waarbij het mannetje polygaam kan zijn en meerdere nesten bouwt. De winterkoning bouwt zijn nesten op goed beschermde plaatsen. Soms op plaatsen waar het kleine vogeltje alleen maar bij-kan.


De intensieve broedzorg van Winterkoning🎤

De broedperiode begint meestal eind april, waarbij de zorg voor de jongen tot lang na het uitvliegen doorgaat. De winterkoning heeft twee legsels per jaar, die bestaan uit 5 tot 7 eieren. Na 13 tot 15 dagen broeden komen de kuikentjes uit het ei. Het nest is bolvormig met veel mos, met aan de zijkant een opening. Het mannetje maakt meerdere nesten, waarna het vrouwtje uiteindelijk één nest uitkiest om in te broeden. Als het vrouwtje op de eieren zit, probeert het mannetje een ander vrouwtje te lokken in één van de andere nesten. De jongen worden tot 18 dagen na het uitvliegen nog gevoerd door beide ouders.

De winterkoning is een klein, bruin vogeltje met lichte wenkbrauwstrepen en een karakteristiek opstaande staart. De winterkoning vliegt met snelle vleugelslagen laag boven de grond van struik naar struik. De winterkoning heeft een kleine spitse snavel en fijne pootjes. De zang is luid en explosief, combinatie van trillers en heldere hoogtonige klanken.

De winterkoning komt in het hele land als broedvogel voor. Er moet wel voldoende dekking te vinden zijn om een nest te bouwen. Vooral in de bosrijke streken van de hogere zandgronden komt de soort veel voor, maar ook in boomrijke woonwijken en in moerassen en duinen met veel struweel. Winterkoningen zoeken hun voedsel in en nabij struikgewas. Met hun fijne snavel zijn ze gespecialiseerd in het eten van kleine insecten, rupsen, spinnetjes, larven en zaadjes. Ook uit kleine spleten in bijvoorbeeld schors kunnen zij allerlei eiwit-rijkgedierte peuteren.

vrijdag 24 april 2026

Boomklever nest tussen omgewaaide bomen

Een Boomklever heeft tussen twee omgewaaide bomen een nest gemaakt. De twee bomen rusten in het midden op elkaar, precies op de plaats waar een oude nestholte van een specht zich bevindt. De Boomklever heeft de ruimte tussen beide boomstammen zo ijverig dicht gemetseld dat het lijkt of beide bomen aan elkaar vast zitten.


Boomklever nest tussen omgewaaide bomen🎤

Een typisch kenmerk is dat boomklevers de ingang van het nestgat met modder (aarde en speeksel) verkleinen tot zij nog net door de opening kunnen. De boomklever is dan ook een metselaar. De binnenkant van het nest wordt bekleed met een eenvoudige kom van mos, schors, haren en veertjes. Het laten liggen van omgewaaide bomen en dood hout is heel nuttig, omdat de boomklever en andere vogels deze graag gebruiken voor nestgelegenheid.

Boomklevers zijn de enige vogels die met evenveel gemak zowel omlaag als omhoog langs een boomstam bewegen en daarin onderscheiden ze zich van spechten en boomkruipers die alleen omhoogklimmen langs boomstammen. Bovendien gebruiken spechten hun staart om op te steunen en dat doet de boomklever niet. De boomklever is een korte, dikke en actieve vogel met een krachtige puntige snavel.

De opvallende en helder klinkende roep van de Boomklever is vaak de eerste aanwijzing van zijn aanwezigheid. In de winter is hij een regelmatige bezoeker van tuinen waarin nootjes en zonnebloempitten worden aangeboden. Boomklevers verblijven het gehele jaar in hun territorium. Jonge boomklevers zwerven rond. Zijn ze gesetteld, dan zijn boomklevers honkvast.

Soortenrijke oudere bossen met loofbomen met veel stamoppervlakte en enkele open plekken zijn uitstekend geschikt voor de boomklever.

vrijdag 17 april 2026

De Zwarte specht is een mysterieuze bosvogel

De zwarte specht is een mysterieuze vogel. Ondanks zijn luide roffel, verplaatst hij zich vaak in stilte en vermijdt mensen. De zwarte specht wordt vaak omschreven als een mysterieuze en geheimzinnige bosvogel. Ze staan bekend als de geheimzinnigste en schuwste bosvogel van ons land. Ondanks zijn aanzienlijke formaat zie je hem maar zelden.


De Zwarte specht is een mysterieuze bosvogel🎤

Ze vormen een paar en delen de taken tijdens het broedseizoen. Broeden doen Zwarte spechten gezamenlijk. Beide partners werken samen aan het uithakken van de nestholte, vaak in een oude beuk, den of populier. Het uitbroeden van de eieren gebeurt door beide ouders. Het vrouwtje legt meestal 3 tot 5 eieren. Ook het grootbrengen van de jongen doen beide ouders gezamenlijk. Opvallend is dat het mannetje vaak de nachtdienst voor zijn rekening neemt, terwijl ze overdag afwisselen. Na het uitkomen worden de jongen ook door beide ouders gevoerd en verzorgd.

Deze specht is de grootste spechtensoort van ons land. Hij is volledig zwart met een opvallende rode pet op de kop, Ze leven in uitgestrekte, oude bossen waar hij nestholtes hakt, die vaak weer dienen als huisvesting voor andere bosbewoners. De zwarte specht is een standvogel die met zijn scherpe snavel diep in het hout hakt op zoek naar larven en mieren. Zijn aanwezigheid wordt vaak eerder verraden door zijn luide, gierende roep of de kenmerkende, ovale gaten in bomen dan door de vogel zelf.

De boommarter is de grootste natuurlijke vijand van de zwarte specht. Hij voedt zich met de eieren, jonge kuikens en broedende ouders, die vaak niet meer kunnen ontsnappen. In veel gevallen neemt hij het geplunderde nest vervolgens zelf in gebruik.

woensdag 15 april 2026

Oog in oog met een jonge Ree

Als je oog in oog komt te staan met een jonge ree is het vooral raadzaam om niet te bewegen. Dan heb je zelfs kans dat de ree niet meteen weg rent als de ree jou ook kan zien. Een ree merkt dat niet meteen op omdat ze een breed kijkveld observeren om gevaren waar te nemen. Daarbij verliezen ze de details uit het oog. Na een tijdje zullen ze je toch opmerken. Met grote sprongen vluchten de reeën dan weg terwijl ze je als betoverd achterlaten. Een ontmoeting met een ree is- en blijft een indrukwekkende gebeurtenis.


Oog in oog met een jonge Ree🎤

Jonge reekalfjes liggen vaak stil en geurloos in het gras; het is cruciaal om afstand te houden en ze niet aan te raken, aangezien de moeder in de buurt is. Loslopende honden kunnen een kalfje verwonden of zelfs doodbijten. Of ze jagen de moeder ree op die hierdoor uitgeput raakt terwijl ze al haar energie nodig heeft voor de jongen. Daarom alsjeblieft de honden aan de lijn houden waar dit moet, want een baasje heeft meestal zelf geen idee wat de hond doet die even uit zicht is.

donderdag 9 april 2026

De kneu zingt vanaf een boomtop

Tot de jaren 80 van de vorige eeuw waren de kneuen nog in redelijke getale te zien bij boerderijen met struiken en bomen, zoals boomgaarden die toen nog deel uitmaakte van het boerenerf. De vele hagen die voor de erfafscheiding zorgde, was voor de kneu een veilige plaats om te broeden.


De kneu zingt vanaf een boomtop🎤

Nu zien we ze voornamelijk op de halfopen heide. Mannetjes zingen daar vaak vanaf een opvallende plek, zoals de top van een struik of boom. De zang is melodieus en vrolijk, vaak bestaande uit een snelle reeks tonen, knetterende geluiden en fluittonen. De kneu is een kleine vinkachtige. Mannetjes hebben in de zomer een opvallend rode borst en voorhoofd.

De kneu broedt in lage struiken en struwelen nabij kruidenrijke vegetaties, in allerlei tamelijk open landschappen. De zang is gevarieerd, doorspekt met een kenmerkende roep, vaak lang aanhoudend. Sinds de jaren 1979 en 1985 is de broedpopulatie van de kneu in Nederland met meer dan de helft afgenomen. Destijds waren er nog ongeveer 60.000 tot 130.000 paren, maar de populatie is sindsdien sterk gedaald.

maandag 6 april 2026

Waar dankt de Winterkoning zijn naam aan?

Waar dankt de Winterkoning zijn naam aan? Lang, lang geleden kwamen alle vogels bij elkaar om een koning te kiezen. Net zoals de landdieren ooit de leeuw als koning hadden gekozen, wilden ook de vogels een koning waar ze trots op konden zijn. Vele vogels betwistten elkaar de eretitel, vooral de grote vogels zoals de blauwe reiger, de jan van gent, de uil en de zeearend. Daarom werd besloten om een wedstrijd te houden: de vogel die het hoogst kon vliegen mocht zich koning of koningin van de vogels noemen.

De Winterkoninkje zingt, schel en hard: "ik ben de koning, ik ben de koning, ik ben de koning".

Op een windstille zonnige dag verzamelden alle vogels die een gooi naar het koningschap wilden doen, zich op een weidse vlakte. De kwartel, de korhoen en de meerkoet waren toeschouwers omdat deelname zinloos was door hun geringe vliegprestaties. De graspieper en de veldleeuwerik kwamen heel ver, maar gaven na een paar honderd meter op en fladderden vrolijk zingend naar beneden. De arend, de buizerd en de ooievaar cirkelden met een rustige vleugelslag gestaag naar grote hoogten. De knobbelzwaan met zijn dikke lijf en zwiepende vlucht kwam tot ieders verbazing heel hoog, in gezelschap van de bosuil met zijn geruisloze vleugelslag. De zwaluwen schoten als een raket omhoog. Alle vogels op de grond keken vol spanning naar de ontknoping. Uiteindelijk vlogen alleen de gierzwaluw en de zeearend naar ijle hoogten, tot ze naar adem moesten happen. De ranke zwaluw erkende tenslotte zijn meerdere in de grote zeearend met vleugels als kamerdeuren. De arend krijste zijn rauwe overwinningskreet de lucht in en stortte zich glorieus naar beneden. Maar tot zijn ontzetting vloog vanuit zijn rugveren een klein bruin vogeltje, dat al schetterend nog een metertje hoger vloog.

Verbijsterd keken alle andere vogels in een doodse stilte toe hoe na de grote zeearend een heel klein vogeltje landde en kwetterend riep "ik ben de koning, ik ben de koning!" Dat vogeltje was zo’n klein en onbetekenend bruin gekleurd bolletje veren, dat deze niet eens een naam had. Met zijn spitse snaveltje en eigenwijze staartje dat omhoog wees, stond het trots met zijn borst vooruit in de kring. Maar alle vogels waren boos over het valse spel van het kleintje en wilden hem straffen. Het kleintje vloog snel weg uit angst voor de boze vogels met prikkende snavels. Die angst is gebleven en daarom leeft hij tot op de dag van vandaag schichtig in de beschutting van het kreupelhout en laat zich zelden goed zien.

Toen de zeearend na zijn nederlaag een nachtje had geslapen, vloog hij naar de rand van het bos en riep de kleine vogel. "Ik heb er diep over nagedacht en wil een voorstel doen. Kunnen wij het koningschap delen? Jij koning in de winter en ik in de zomer?” Dat vond het kleine verenbolletje een goed idee. Daarom kreeg hij een naam: winterkoning. En hij is zo blij met het gedeelde koningschap dat hij ook in de winter zingt. Je kunt hem het hele jaar door horen, maar vooral heel goed in de winter, als bijna alle andere vogels stil zijn. En als je dan heel goed luistert, kun je het winterkoninkje horen zingen, schel en hard: "ik ben de koning, ik ben de koning, ik ben de koning!"."



Winterkoningen zijn een van de meest voorkomende broedvogels door de zachte winters. Tijdens strenge vorstperioden vallen velen ten slachtoffer door voedselgebrek. Ze eten kleine insecten die tijdens de vorst te diep verstopt zitten of ook bezwijken aan de kou. Veilig beschut voor vijanden leven ze in dicht laag struikgewas. Een mannetje maakt verschillende nestjes en het vrouwtje kiest de beste uit. Als dit vrouwtje broedt probeert hij een ander vrouwtje voor een ander nestje te strikken.

Uit het boek 'Natuurverhalen' van Els Baars, waarin te lezen is hoe dit kleine vogeltje aan zijn naam kwam.

donderdag 2 april 2026

Voorjaarszang van de Pimpelmees

De voorjaarszang van de pimpelmees is een kenmerkend, hoog en rinkelend geluid dat vaak wordt omschreven als een 'zilveren belletje' of een 'zilveren lachje'. Het is een van de eerste vogelgeluiden die de lente aankondigt.


Voorjaarszang van de Pimpelmees🎤

Pimpelmezen beginnen al vroeg in het jaar te zingen, vaak al in februari of maart, wanneer ze territoria afbakenen voor het broedseizoen. Het geluid klinkt ijl, helder en feller dan de zang van de koolmees. Het liedje begint meestal met twee of drie iets hogere begintonen, gevolgd door een hele snelle, rinkelende serie van een iets lagere toon.

De zang wordt vooral door het mannetje gebruikt om een vrouwtje te lokken en concurrenten op afstand te houden. Waar de koolmees vaak een duidelijk twee- of drielettergrepig, ritmisch "fietspomp"-geluid maakt, is de pimpelmees sneller en rinkelender. In het vroege voorjaar is deze zang vaak te horen in tuinen, parken en bossen, vaak bungelend aan twijgjes terwijl ze op zoek zijn naar voedsel.

De pimpelmees heeft een kenmerkend blauw ‘petje’, gele borst, smalle zwarte oogstrepen, zwartblauwe kinvlek en blauwachtige vleugels. Mannetjes zijn helderder van kleur dan vrouwtjes. In de broedtijd eten ze vooral insecten en hun larven (rupsen), spinnen en andere geleedpotigen. In de winter eten ze ook veel zaden, van ondermeer de berk, lariks en haagbeuken. Maar ook pinda's, die ze dan veel op voedertafels vinden.