donderdag 9 april 2026

Mijn visuele natuurverhalen

Mijn naam is Jozef van der Heijden. Ik woon in de Brabantse Hulsel. Ik fotografeer al sinds de 70er jaren. Ik begon met een kleinbeeld fotocamera en een Super 8 filmcamera met geluidsregistratie. Op de boerderij filmde ik Groenlingen en Kneuen die de jongen op hun nest verzorgde. Mijn interesse gaat naar de natuur in het algemeen. Van vogels tot paddenstoelen, mossen, korstmossen en  landschappen. Maar vogels fascineren mij wel het meest. Daarnaast ben lid van diverse natuurbescherming organisaties.
(zie de logo's hieronder)

Volg mij op: Facebook Twitter YouTube FacebookTwitterYouTube Facebook Twitter YouTube en met jozefvanderheijden-foto.nl. Onderwerpen: Alles wat de natuur gedurende de jaargetijden bieden.
Bezoek ook mijn YouTube kanaal; youtube.com/JozefvanderHeijden met 391 video's en 916 abonnees.

De kneu zingt vanaf een boomtop

Tot de jaren 80 van de vorige eeuw waren de kneuen nog in redelijke getale te zien bij boerderijen met struiken en bomen, zoals boomgaarden die toen nog deel uitmaakte van het boerenerf. De vele hagen die voor de erfafscheiding zorgde, was voor de kneu een veilige plaats om te broeden.


De kneu zingt vanaf een boomtop🎤

Nu zien we ze voornamelijk op de halfopen heide. Mannetjes zingen daar vaak vanaf een opvallende plek, zoals de top van een struik of boom. De zang is melodieus en vrolijk, vaak bestaande uit een snelle reeks tonen, knetterende geluiden en fluittonen. De kneu is een kleine vinkachtige. Mannetjes hebben in de zomer een opvallend rode borst en voorhoofd.

De kneu broedt in lage struiken en struwelen nabij kruidenrijke vegetaties, in allerlei tamelijk open landschappen. De zang is gevarieerd, doorspekt met een kenmerkende roep, vaak lang aanhoudend. Sinds de jaren 1979 en 1985 is de broedpopulatie van de kneu in Nederland met meer dan de helft afgenomen. Destijds waren er nog ongeveer 60.000 tot 130.000 paren, maar de populatie is sindsdien sterk gedaald.

maandag 6 april 2026

Waar dankt de Winterkoning zijn naam aan?

Waar dankt de Winterkoning zijn naam aan? Lang, lang geleden kwamen alle vogels bij elkaar om een koning te kiezen. Net zoals de landdieren ooit de leeuw als koning hadden gekozen, wilden ook de vogels een koning waar ze trots op konden zijn. Vele vogels betwistten elkaar de eretitel, vooral de grote vogels zoals de blauwe reiger, de jan van gent, de uil en de zeearend. Daarom werd besloten om een wedstrijd te houden: de vogel die het hoogst kon vliegen mocht zich koning of koningin van de vogels noemen.

De Winterkoninkje zingt, schel en hard: "ik ben de koning, ik ben de koning, ik ben de koning".

Op een windstille zonnige dag verzamelden alle vogels die een gooi naar het koningschap wilden doen, zich op een weidse vlakte. De kwartel, de korhoen en de meerkoet waren toeschouwers omdat deelname zinloos was door hun geringe vliegprestaties. De graspieper en de veldleeuwerik kwamen heel ver, maar gaven na een paar honderd meter op en fladderden vrolijk zingend naar beneden. De arend, de buizerd en de ooievaar cirkelden met een rustige vleugelslag gestaag naar grote hoogten. De knobbelzwaan met zijn dikke lijf en zwiepende vlucht kwam tot ieders verbazing heel hoog, in gezelschap van de bosuil met zijn geruisloze vleugelslag. De zwaluwen schoten als een raket omhoog. Alle vogels op de grond keken vol spanning naar de ontknoping. Uiteindelijk vlogen alleen de gierzwaluw en de zeearend naar ijle hoogten, tot ze naar adem moesten happen. De ranke zwaluw erkende tenslotte zijn meerdere in de grote zeearend met vleugels als kamerdeuren. De arend krijste zijn rauwe overwinningskreet de lucht in en stortte zich glorieus naar beneden. Maar tot zijn ontzetting vloog vanuit zijn rugveren een klein bruin vogeltje, dat al schetterend nog een metertje hoger vloog.

Verbijsterd keken alle andere vogels in een doodse stilte toe hoe na de grote zeearend een heel klein vogeltje landde en kwetterend riep "ik ben de koning, ik ben de koning!" Dat vogeltje was zo’n klein en onbetekenend bruin gekleurd bolletje veren, dat deze niet eens een naam had. Met zijn spitse snaveltje en eigenwijze staartje dat omhoog wees, stond het trots met zijn borst vooruit in de kring. Maar alle vogels waren boos over het valse spel van het kleintje en wilden hem straffen. Het kleintje vloog snel weg uit angst voor de boze vogels met prikkende snavels. Die angst is gebleven en daarom leeft hij tot op de dag van vandaag schichtig in de beschutting van het kreupelhout en laat zich zelden goed zien.

Toen de zeearend na zijn nederlaag een nachtje had geslapen, vloog hij naar de rand van het bos en riep de kleine vogel. "Ik heb er diep over nagedacht en wil een voorstel doen. Kunnen wij het koningschap delen? Jij koning in de winter en ik in de zomer?” Dat vond het kleine verenbolletje een goed idee. Daarom kreeg hij een naam: winterkoning. En hij is zo blij met het gedeelde koningschap dat hij ook in de winter zingt. Je kunt hem het hele jaar door horen, maar vooral heel goed in de winter, als bijna alle andere vogels stil zijn. En als je dan heel goed luistert, kun je het winterkoninkje horen zingen, schel en hard: "ik ben de koning, ik ben de koning, ik ben de koning!"."



Winterkoningen zijn een van de meest voorkomende broedvogels door de zachte winters. Tijdens strenge vorstperioden vallen velen ten slachtoffer door voedselgebrek. Ze eten kleine insecten die tijdens de vorst te diep verstopt zitten of ook bezwijken aan de kou. Veilig beschut voor vijanden leven ze in dicht laag struikgewas. Een mannetje maakt verschillende nestjes en het vrouwtje kiest de beste uit. Als dit vrouwtje broedt probeert hij een ander vrouwtje voor een ander nestje te strikken.

Uit het boek 'Natuurverhalen' van Els Baars, waarin te lezen is hoe dit kleine vogeltje aan zijn naam kwam.

donderdag 2 april 2026

Voorjaarszang van de Pimpelmees

De voorjaarszang van de pimpelmees is een kenmerkend, hoog en rinkelend geluid dat vaak wordt omschreven als een 'zilveren belletje' of een 'zilveren lachje'. Het is een van de eerste vogelgeluiden die de lente aankondigt.


Voorjaarszang van de Pimpelmees🎤

Pimpelmezen beginnen al vroeg in het jaar te zingen, vaak al in februari of maart, wanneer ze territoria afbakenen voor het broedseizoen. Het geluid klinkt ijl, helder en feller dan de zang van de koolmees. Het liedje begint meestal met twee of drie iets hogere begintonen, gevolgd door een hele snelle, rinkelende serie van een iets lagere toon.

De zang wordt vooral door het mannetje gebruikt om een vrouwtje te lokken en concurrenten op afstand te houden. Waar de koolmees vaak een duidelijk twee- of drielettergrepig, ritmisch "fietspomp"-geluid maakt, is de pimpelmees sneller en rinkelender. In het vroege voorjaar is deze zang vaak te horen in tuinen, parken en bossen, vaak bungelend aan twijgjes terwijl ze op zoek zijn naar voedsel.

De pimpelmees heeft een kenmerkend blauw ‘petje’, gele borst, smalle zwarte oogstrepen, zwartblauwe kinvlek en blauwachtige vleugels. Mannetjes zijn helderder van kleur dan vrouwtjes. In de broedtijd eten ze vooral insecten en hun larven (rupsen), spinnen en andere geleedpotigen. In de winter eten ze ook veel zaden, van ondermeer de berk, lariks en haagbeuken. Maar ook pinda's, die ze dan veel op voedertafels vinden.

vrijdag 27 maart 2026

De Zwartbekgrondel duikt op in het Postelvaartje

Zwartbekgrondels zijn invasieve vissoorten. De soort is afkomstig uit de Zwarte en Kaspische Zee en is via de grote rivieren en ballastwater van schepen in onze wateren terechtgekomen. De soort is in 2004 voor het eerst in Nederland en België aangetroffen. Sindsdien heeft de zwartbekgrondel zich snel verspreid via de rivieren en kanalen.


De Zwartbekgrondel duikt op in het Postelvaartje🎤

Zo zijn Zwartbekgrondels al opgedoken in het Postelvaartje nabij het Belgische Postel. De paaitijd loopt van april tot september, waarbij vrouwtjes meerdere keren per jaar eieren afzetten op stenen, schelpen of andere harde substraten. In het Postelvaartje zit een mannetje onder wat stenen te schuilen waar mogelijk eitjes zijn gelegd. De eitjes worden bewaakt door het mannetje totdat ze uitkomen. Na uitkomst verspreiden de larven zich in stroomafwaartse richting waar ze al snel nieuwe leefgebieden koloniseren.

De zwartbekgrondel behoort tot de familie van de grondels en is een bodemvis. Het lichaam is gedrongen en heeft afhankelijk van de ondergrond een lichtere of donkerdere grijsbruine of olijfgroene kleur met bruine vlekken op de flanken. Mannetjes worden tijdens de paai soms geheel zwart. De Zwartbekgrondel kan tot 20 centimeter lang worden. De zwartbekgrondel is een gedeeltelijk stromingsminnende soort. Hij heeft een voorkeur voor stortstenen oevers maar is ook aangetroffen op zandbodems en tussen vegetatie.

In het Postelvaartje zit redelijk veel vis, maar dat zijn voornamelijk Zwartbekgrondels. Zwartbekgrondels hebben een vraatzuchtige eetlust en concurreren met inheemse vissoorten zoals de rivierdonderpad om voedsel en schuilplaatsen. Ze prederen ook op eieren en larven van inheemse vissoorten. Hoewel ze ook worden gegeten door snoekbaars, paling en meerval, blijft de impact op het ecosysteem groot.

vrijdag 20 maart 2026

Toename aantallen Middelste bonte spechten

De laatste jaren herpakt de Middelste bonte specht zich. Na een tijdelijke afname komen de laatste tien tot twintig jaar in heel Nederland steeds meer Middelste bonte spechten voor, tot zo'n 2000 tot 2500 paren in 2025. Twente telt nog altijd de meeste Middelste bonte spechten, maar in zuid- en zuidoost Brabant, en Zuid Limburg worden ze ook steeds meer gezien. In de stilte van het bos hoor je het luidruchtige roep van de Middelste Bonte Specht. Het klinkt net wat scheller en ketsender dan vergelijkbare agitatie-roepjes van de Grote Bonte Specht.


Toename aantallen Middelste bonte spechten🎤

De Middelste bonte specht is iets kleiner dan de Grote Bonte Specht. De snavel is korter en heeft opvallende ronde kop met geheel rode kruin. Deze is te verwarren met jonge Grote Bonte spechten, die ook een geheel rode krui hebben. De anaal streek is roze van kleur. Het territorium wordt afgezet met roffelen. De kop van de specht is speciaal aangepast om op het hout van een boom in te hakken. Vooral de man hakt veel op en in bomen. De man is degene die de nestholte uit hakt, tot acht meter boven de grond in voornamelijk afgestorven boomstammen of takken. Dit hakken kan enkele weken duren. De nestopening is rond.

Maar hoe kan het dat de specht geen hoofdpijn krijgt van het hakken? De specht is daar speciaal op gebouwd. Met zeer hoge snelheid hakt een specht zijn snavel in op het hout, waarbij zijn kop abrupt tot stilstand komt. Tijdens het kloppen ondervindt zijn hoofd zo een vertraging tot wel 1200 G,twaalf honderd keer het gewicht van zijn lichaamsdeel. Wij zouden dat niet overleven maar de specht wel. De vertraging van de spechtenkop is vele malen sterker dan die van een frontale autobotsing.

Het vrouwtje legt drie tot acht eieren, die op houtspaanders worden gelegd. De eieren zijn zuiver wit, want holenbroeders hebben geen schutkleur nodig voor de eieren. Na 16 dagen broeden komen de eieren uit. Als de jongen wat ouder worden komt er behoorlijk wat gekwetter uit het spechtengat. Dit bedelgedrag zet de ouders aan tot voeren. Na drie weken vliegen de jongen uit.

In het grootste deel van de twintigste eeuw was de Middelste Bonte Specht een zeldzaamheid. Vanaf 1996 nestelt de soort jaarlijks in het land, in sterk toenemende aantallen. Na de eeuwwisseling steeg het aantal vlot van enkele tientallen naar vele honderden broedparen. De verspreiding bleef aanvankelijk beperkt tot Zuid-Limburg, gevolgd door Twente, de Achterhoek, het Rijk van Nijmegen en Noord-Brabant. De soort rukt nog steeds verder naar het noordwesten op. Dat werd bevorderd door het ouder worden van bos en extensiever bosbeheer, met een grotere tolerantie van dood of stervend hout. Landelijk worden door vrijwilligers bij Waarneming.nl en aan Sovon meldingen doorgegeven en in kaart gebracht.

De Middelste bonte specht heeft zich een tiental jaren geleden in de natuurgebieden van Landgoed Wellenseind en het aansluitende Landgoed De Utrecht gevestigd. De oude bossen zijn een mooie habitat voor de Middelste bonte specht. Daar komen veel oudere loofbomen voor, waar de Middelste bonte specht zich graag ophoudt.

vrijdag 13 maart 2026

De Vlaamse gaai kan meer dan schreeuwen

Hoewel de Vlaamse gaai bekend staat om zijn rauwe, krassende alarmkreet, is het een zeer veelzijdige vogel met een uitgebreid repertoire. In de lente laten ze een verrassend zachte en melodieuze 'zang' horen. Dit liedje bestaat uit een mix van gekras, geklik en imitaties.


De Vlaamse gaai kan meer dan schreeuwen🎤

Maar Vlaamse gaaien zijn ook meester imitators. Ze bootsen geluiden uit hun omgeving na, vaak om roofvogels te misleiden. De bekendste imitatie is de 'miauwende' roep van de buizerd. Ze kunnen ook katten, honden en kraakdeuren imiteren. De zachte zang is vooral bedoeld om een partner te lokken in de broedperiode. De rauwe schreeuw wordt gebruikt als alarm bij gevaar.

De Vlaamse gaai was vroeger een uitgesproken bosvogel, maar komt nu ook in dorpen en steden voor. Gaaien eten insecten, aangevuld met eieren en jongen van zangvogels. In de wintermaanden eten gaaien vooral eikels, maar ook beukennootjes, fruit en ander eetbaars. In het najaar hamsteren gaaien eikels en verstoppen die in de grond. Bij voedselgebrek worden ze opgegraven. Als een gaai weet dat hij in de gaten wordt gehouden tijdens het verstoppen, dan komt hij later terug om de eikel elders te verstoppen.

De eikels die ze niet opgraven, kunnen uitgroeien tot bomen. Zo draagt de Vlaamse gaai bij aan de instandhouding van de eik.

zaterdag 7 maart 2026

Meerkoet trekt gekleurd kuikens voor bij het voeden

De felgekleurde, oranje rode kop van jonge meerkoetkuikens speelt een cruciale rol in hun overleving, maar de werkelijkheid is genuanceerder dan dat ze nooit verhongeren. Meerkoeten hebben veelal een zwart-wit verendek, maar veel van hun jongen zijn veel bonter gekleurd.


Meerkoet trekt gekleurd kuikens voor bij het voeden🎤

Die kleuren hebben een doel, de meerkoet ouders geven er de voorkeur aan om hun felgekleurde kuikens meer voedsel te geven dan de minder gekleurde oudere kuikens uit het zelfde nest. Hierdoor hebben de gekleurde kuikens een aanzienlijk hogere overlevingskans dan hun minder gekleurde broertjes en zusjes.

Meerkoet vrouwtjes leggen ongeveer tien eieren per keer, elke dag één. De kuikens die uit de later gelegde eieren kwamen, waren feller gekleurd dan hun oudere broers en zussen. Normaal gesproken krijgen de eerder uitgekomen kuikens meer te eten, maar de felle kleuren zorgen ervoor dat dat niet het geval is. Meerkoet vrouwtjes leggen aanzienlijk meer eieren dan de beschikbare voedselvoorraad hen toestaat om te verzorgen. De eieren zijn relatief klein en vragen daarom weinig middelen van de moeder. Sterfte onder kuikens is daarom erg hoog, waardoor de helft van de leg sterft van de honger.

De meerkoet vrouwtjes leggen daarom meer eieren om zo de hoeveelheid overlevenden overeen te laten komen met het beschikbare voedsel. Op die manier voeden meerkoetmoeders altijd zoveel kuikens op als dat op dat moment mogelijk is. In de eerste tien dagen zijn er nog geen verkleuringen zichtbaar, maar na die dagen krijgen de ouders een voorkeur voor specifieke kuikens. De later geboren en gekleurde kuikens krijgen meer eten en de ouders voorkomen dat de oudere broers en zussen te veel eten.

De gekleurde kuikens zijn aanvankelijk veel kleiner omdat ze later geboren zijn, maar door het extra voedsel kunnen ze snel de eerder geboren meerkoeten inhalen.

woensdag 4 maart 2026

Helmparelhoenders zijn Afrikaanse loopvogels

Helmparelhoenders zijn exotische loopvogels die in Nederland zeldzaam worden waargenomen in de vrije natuur. Hij leeft vooral op de warmen en droge Afrikaanse savannen ten zuiden van de Sahara. De meeste Helmparelhoenders in ons land zitten in gevangenschap, of zijn uit gevangenschap ontsnapt.


Helmparelhoenders zijn Afrikaanse loopvogels🎤

Of de soort zich in ons land bestendig kan handhaven valt te betwijfelen. Voor deze soort is geen Staat van Instandhouding van toepassing. Het Helmparelhoen is een exoot en valt daarmee buiten artikel 1 van de Vogelrichtlijn, dat betrekking heeft op alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de EU-lidstaten. Het Helmparelhoen is daarmee ook niet beschermd op grond van de Wet natuurbescherming.

Het helmparelhoen is een grote vogel met een rond lichaam en een kleine kop. De grootte varieert van 53 tot 58 centimeter en zijn gewicht is gemiddeld 1,3 kilogram. Zijn naam heeft het helmparelhoen ten eerste te danken aan de witte stippen op het verenkleed, die doen denken aan parels. Daarnaast heeft hij op zijn kop een benige en blauwgekleurde knobbel die aan een helm doet denken. Het helmparelhoen is een alleseter. Net als kippen zoeken helmparelhoenders hun eten door met hun sterke klauwen de grond om te wroeten. Ze eten vooral zaden, fruit, slakken, spinnen, wormen, maar ook kikkers, hagedissen, kleine slangen, kleine zoogdieren en teken.

vrijdag 27 februari 2026

Nijlgans kuikens in de stromende regen

Hoewel Nijlgans kuikens zeer veerkrachtig zijn kan de stromende regen en kou fataal voor ze zijn, zeker als hun verenkleed nog niet waterdichte is. Tijdens regenbuien zoeken ze vaak de beschutting van de ouders op. Ondanks de risico's worden Nijlganzen vaak vroeg in het jaar geboren, soms al in de winter, en kunnen ze verrassend goed omgaan met gure weersomstandigheden.


Nijlgans kuikens in de stromende regen🎤

Nijlganzen staan bekend om hun vroege broedseizoen, waardoor kuikens al vroeg in het jaar in de regen terechtkomen.

zaterdag 21 februari 2026

Het Waterhoen heeft geen zwemvliezen

Het waterhoen heeft geen zwemvliezen, in tegenstelling tot de meerkoet. In plaats daarvan bezit de vogel zeer lange, groene tenen, die ideaal zijn voor het lopen op drijvende planten en in de oevervegetatie. Ondanks het gebrek aan zwemvliezen zwemt het waterhoen wel, al lijkt dit soms moeizamer dan bij eenden of meerkoeten.


Het Waterhoen heeft geen zwemvliezen🎤

Waterhoentjes zijn donker van kleur met een rode snavel en een rood blesje op het voorhoofd. De punt van de snavel is geel van kleur. Op de flanken hebben ze witte strepen. Deze hoen foerageert ook regelmatig op de oever. Mannetjes en vrouwtjes zien er ongeveer hetzelfde uit en verschillen alleen in lengte en gewicht. De lichaamslengte bedraagt 32 tot 35 cm en het gewicht 175 tot 500 gram.

Waterhoentjes maken meestal hun nesten tussen het riet, of andere dichte oevervegetatie, maar soms ook hogerop in struiken of bomen die over het water hangen. Ze bouwen als het ware een platform van dood plantenmateriaal. De nesten worden vrijwel altijd in de buurt van water gebouwd. Het legsel bestaat meestal uit vijf tot elf lichtgrijze tot geelbruine eieren met bruine vlekjes. Het vrouwtje broedt twee tot drie keer per jaar.

Het waterhoen voedt zich met waterplanten, grassen, insecten en kikkervisjes. Maar ook is het dier niet schuw van een visje. Met zijn puntige snavel prikt hij het visje aan stukken, eet er zelf van en deelt het met zijn kuikens.

donderdag 19 februari 2026

De Zwarte zwaan op Golfbaan Midden Brabant

Langs de N269 op het grondgebied van Landgoed De Utrecht slaan golfers dagelijks een balletje op golfbaan Midden-Brabant. Het terrein is golvend met waterpartijen. Dat trek watervogels aan, waaronder diverse eenden soorten, aalscholvers, reigers en een Zwarte zwaan.


De Zwarte zwaan op Golfbaan Midden Brabant

De zwarte zwaan is geheel zwart met wat witte slagpen uiteinden, zwartgrijze poten, rode snavel met voorop een witte dwars-streep en rode ogen. Vrouwtje is iets kleiner met een kortere, dunnere hals, lichtere rode ogen, lichtere rood gekleurde snavel en minder sterk opgekrulde rugveren. Zijn voedsel bestaat uit grassen en waterplanten.

Zwarte zwanen vormen rond hun tweede levensjaar een koppel voor het leven. De kuikens worden door de ouders samen opgevoed. De zwarte zwaan is niet honkvast. Bij zwerftochten kan hij afstanden van honderden kilometers overbruggen en zorgt zo ook zelf voor zijn verspreiding.

Deze soort komt oorspronkelijk uit Australië, Tasmanië en Nieuw-Zeeland. De zwarte zwaan is een populaire sierwatervogel die veel wordt gehouden en gekweekt. Ontsnapte of uitgezette exemplaren kan men ook in de Europese natuur tegenkomen, maar worden beschouwd als exoot.

woensdag 11 februari 2026

Alpenwatersalamanders ontwaken uit winterslaap

Bij het opruimen van achtergebleven isolatieplaten kwamen enkelen Alpenwatersalamanders tevoorschijn die zich daar onder hadden verscholen tijdens hun winterslaap. Ze zochten een nieuw heenkomen bij de buren die een grote vijver in de tuin hebben.


Alpenwatersalamanders ontwaken uit winterslaap

Alpenwatersalamanders overwinteren voornamelijk op het land en ontwaken doorgaans vanaf januari tot in maart uit hun winterslaap. Vanaf januari trekken ze naar het water met een piek begin maart. Ze trekken naar het water om zich voort te planten, met een piek in de activiteiten in maart. De eerste juveniele dieren kruipen medio juni het land op. De eerste drie jaar, tot ze geslachtsrijp zijn, verblijven ze op het land. Alpenwatersalamanders kunnen tot tien jaar oud worden.

Ze zijn erg vroeg in het jaar actief, soms al bij zacht weer in januari. Ze geven de voorkeur aan vochtige nachten en begeven zich naar visloze poelen. Er zijn ook waarnemingen van kleine aantallen dieren die de hele winter in het water verblijven.

De Alpenwatersalamander is herkenbaar aan zijn fel oranje ongevlekte buik. De mannetjes zijn in het voorjaar donkerblauw met een zwart-wit geblokte rugkam en een band van zwarte stippen op de flanken. De vrouwtjes hebben een meer blauwgrijs tot grijsgroene kleur en lijken vaak gemarmerd.

zaterdag 7 februari 2026

Natte paden in Natuurgebied de Pals

Natuurgebied de Pals, gelegen ten zuiden van Bladel en Hapert in de Brabantse Kempen, staat bekend om zijn afwisselende bossen en heide. Het gebied kan in de herfst en winter erg nat en modderig zijn, vooral na regenval. Het wordt sterk aanbevolen om in deze periodes stevige wandelschoenen of laarzen te dragen.


Natte paden in Natuurgebied de Pals

De Pals is een bosgebied dat samen met Kroonvense Heide een oppervlakte heeft van 508 hectaren. Het maakt tegenwoordig deel uit van Boswachterij De Kempen en is eigendom van Staatsbosbeheer. Een deel van De Pals is aangewezen als bosreservaat. Het bevat bestanden van grove den die uit 1882 stammen. Om een natuurlijk milieu te verkrijgen zijn in 2004 exotische bomen verwijderd, met name de Amerikaanse eik. In dit gebied vindt men dubbelloof en dalkruid. De rosse vleermuis en de zwarte specht komen er voor. Het gebied trekt allerlei roofvogels aan zoals wespendief, havik, sperwer, bosuil en oehoe.

Halverwege de route, ga je langs de Cartierheide. Het kernleefgebied van de gladde slang, gentiaanblauwtje en heikikker. Deze uitgestrekte heide is vernoemd naar Baron Emile de Cartier de Marchienne, die hier bij de door hem aangelegde Pannegoor plas op eenden jaagde.

Op 19 september 1944 stortte tijdens Operatie Market Garden een Lancaster III bommenwerper van het 467 Squadron neer in het gebied. De bemanning bestond vooral uit Australiërs. Vier van hen kwamen om bij de crash. Een gedenksteen aan de Postelsedijk herdenkt het neergestorte vliegtuig. Een dag later zijn twee onderduikers door de Duitsers om het leven gebracht. Zij zijn begraven op het oorlogskerkhof in Bergen op Zoom.

De bossen trekken veel mountainbikers en wandelaars aan. Mountainbikeroute De Kempen kent vier vaste mountainbikeroutes die aan elkaar zijn verbonden, met elk verschillend gekleurde MTB-tekens. Het totale netwerk omvat ruim 120 km aan onverharde en verharde paden door de bossen van van Bladel, Eersel, Reusel en Luyksgestel. De routes zijn geclassificeerd door de NTFU.

Bosliefhebbers kunnen hier hun hart ophalen, want je loopt dwars door allerlei typen naald- en loofbos met majestueuze bomen als Douglasspar, zwarte den en Hemlockspar. Ook loofbossen met berk, zomereik en beuk zijn hier te vinden. Een groot deel van de Pals Boswachterij De Kempen strekt zich uit van vakantiepark Landal Het Vennenbos tot aan de Postelseweg die van Eersel naar het Belgische Postel leidt.

Er is ook een weg die De Pals heet, en daaraan staat een landhuis van dezelfde naam.

woensdag 4 februari 2026

De Leij nabij het Ooijevaarsnest Riel

De Leij is een beekje die tussen de Brabantse dorpen Riel en Goirle stroomt en van groot historisch en landschappelijk belang is, vaak geassocieerd met de naamgeving van het dorp. Het stroomgebied, inclusief de Oude Leij, ondergaat natuurherstel en staat centraal in de lokale omgeving.


De Leij nabij het Ooijevaarsnest Riel

De Leij stroomt door het dalgebied, in de buurt van de Regte Heide en het Ooijevaarsnest. Het beekje zorgt voor een gevarieerd landschap met natte en droge gebieden. De Leij en Riels Laag vormen samen met de Regte Heide en de Halve Maan een groot Natuurgebied tussen Goirle, Nieuwkerk en Riel en de Belgische grens. Het Riels Laag maakt deel uit van Natura 2000.

Deze video is opgenomen bij de brug aan de Goorstraat, ten westen van het Ooijevaarsnest. Bij Landgoed het Ooijevaarsnest stroomt de Leij vanuit België Nederland binnen. Het beekje is in 2013 ondieper gemaakt en kan nu weer zijn weg zoeken door het kletsnatte dal.

zondag 1 februari 2026

Benelux Middelpunt, in Chaam of Moergestel?

Het geografische middelpunt van de Benelux bevindt zich in de Nederlandse gemeente Oisterwijk, specifiek ten zuidoosten van het dorp Moergestel in de provincie Noord-Brabant. Deze locatie, berekend door het Kadaster, ligt in het buitengebied nabij de Kerkeindsche Heide en is gemarkeerd met een speciale wegwijzer. Voor de liefhebbers, de coördinaten: Noorderbreedte 51º 32' 27", Oosterlengte 5º 11' 12". Een wegwijzer met afstanden naar Brussel, Den Haag en Luxemburg markeert de plek.


Waar ligt het middelpunt van de Benelux? - Omroep Brabant

Geografische Middelpunt Benelux in Chaam of Moergestel?
Hoewel Moergestel de officiële Kadaster-bevestiging heeft, zijn er in het verleden twisten geweest met het Noord-Brabantse dorp Chaam dat ook aanspraak maakte op deze positie. In Chaam weten ze het zeker: vlakbij een rotonde in het dorp ligt het geografische middelpunt van de Benelux. Maar dertig kilometer verderop in de gemeente Oisterwijk zijn ze er net zo zeker van dat het middelpunt van de drie landen in Moergestel ligt. "We hebben er zelf niet eens om gevraagd", zegt een trotse burgemeeste Hans Jansen in 2011. Volgens Jansen heeft het kadaster op verzoek van de gemeente Alphen Chaam berekend waar het middelpunt nu precies is. "Daar kwam Moergestel uit en niet Chaam." Jansen vindt het een "mooie opsteker" voor de viering van 800 jaar Oisterwijk, volgend jaar (2012).


Geografische Middelpunt Benelux, aan Baarleseweg 43, 4861 BR Chaam

De gemeente maakt er nu al geen geheim van dat de bijzonder plek in Moergestel ligt, getuige een ANWB-paal die de afstanden weergeeft naar naar Brussel (132 km) en Luxemburg (317 km). De richtingwijzer staat in een weiland en is in mei onthuld door staatssecretaris Knapen.

Moergestel claimde Geografische Middelpunt Benelux al in 2011
Het geografisch middelpunt van de Benelux ligt in de gemeente Oisterwijk, meer precies ten zuidoosten van de dorpskern van Moergestel. Nabij dit geografisch middelpunt wordt op vrijdagmiddag 20 mei door staatssecretaris Ben Knapen van Buitenlandse Zaken een internationale wegwijzer onthuld.

Voorafgaand aan de onthulling van deze nieuwe toeristische trekpleister vindt een symposium plaats over het belang van de Benelux nu en in de toekomst. Tijdens dit symposium wordt de grondslag gelegd voor initiatieven die de samenwerking aan de Nederlandse zuidgrens met de aanpalende Belgische grensregio's sterk moeten bevorderen. Deze samenwerking moet in 2012 worden geëffectueerd in een 'Verdrag van Oisterwijk'. Het geografisch middelpunt is vastgesteld iets ten zuidoosten van Moergestel, een van de dorpen die samen de gemeente Oisterwijk vormen.


Kadestraal Middelpunt Benelux, aan De Scheerman 16, 5066 EH Moergestel

De plek is te voet bereikbaar en onderdeel van lokale wandelroutes, zoals in het gebied rond het beekje de Reusel.

donderdag 29 januari 2026

Van Afnemende Maan naar Laatste Kwartier

De aarde en de maan horen bij elkaar. De aantrekkingskracht van de maan is op de aarde goed merkbaar, denk maar aan de eb en vloedbeweging van het zeewater. De maan trekt aan de kant van de aarde die naar de maan is gericht, het water naar zich toe, waardoor het zeewaterpijl stijgt. Omdat de aarde draait, hebben we twee keer per etmaal laagwater en twee keer per etmaal hoogwater. Dat noemen we eb en vloed. De video toont de afnemende maan van 7 en 9 januari 2026.


Van Afnemende Maan naar Laatste Kwartier

Terwijl de maan rond de aarde beweegt, zorgen de relatieve posities van de maan, de aarde en de zon ervoor dat het er anders uitziet aan de hemel. De fasen van de maan zijn de verschillende manieren waarop de maan er over een periode van 28 dagen uitziet.

De afnemende maanfase begint direct na de Volle Maan, waarbij het verlichte oppervlak in ongeveer twee weken afneemt tot een nieuwe maan. Een afnemende halve maan noemen we het laatste kwartier en is hierbij de fase waarin de linkerhelft vanaf het noordelijk halfrond zichtbaar is.

donderdag 15 januari 2026

Vogelkijkhut Natuurgebied De Ronde Put - Postel

De Vogelkijkhut in natuurgebied De Ronde Put in het Belgische Postel is vanaf het kanaal Dessel-Turnhout-Schoten via een wandelbrug te bereiken. De brug leidt even verder naar de Ronde Put, waar de vogelkijkhut is.


Vogelkijkhut Natuurgebied De Ronde Put - Postel

De Ronde Put is een 169 hectaren groot Natura 2000 gebied. De Ronde Put trekt veel roofvogels aan. Tijdens de vogeltrek is ook de vis-arend er te zien. Diverse rietvogels, eendensoorten en enkele honderden grauwe ganzen voelen zich er thuis. Ook de Aalscholvers hebben er een vaste stek op het water.

Het beheer ligt bij Het Agentschap voor Natuur en Bos, een van de Belgische natuur organisaties.

vrijdag 9 januari 2026

Laag Water in de Belevenscheloop

Deze video werd nog in 2025 opgenomen, dus nog voor de sneeuwbuien van januari 2026.
Laag water in beken en waterlopen, zoals de Belevenscheloop is voornamelijk het gevolg van langdurige droogte. De meeste regen valt normaal in de herfstperiode. Als het in die periode te weinig regent raken de voorraden in de natuur stilaan op.



Laag Water in de Belevenscheloop

Deze video toont de Belevenscheloop met een normale waterstand en de drooggevallen Belevenscheloop. Het water in het Beleven staat nu ook veel te laag. In het voorjaar viel er ook al nauwelijks regen, dus moesten beken weer gered worden van het droogvallen. De Belevenscheloop mond uit in het beekje De Reusel, waar een grondwaterpomp in augustus zo’n tachtig kuub water per uur in de beek pompte. Zo werd voorkomen dat de kwetsbare vissen niet zouden sterven. De Belevenseloop was toen al droog gevallen.

In andere beken probeerde waterschappen vissen te vangen om die in dieper water over te zetten. Langdurige droogte kan tot een kleine ramp leiden voor de natuur.

Waterdiertjes, zoals vissen, amfibieën, waterslakken en larven zijn afhankelijk van voldoende en schoon water. Zelfs als er nog een beetje water aanwezig is kan het zuurstofgehalte te ver afnemen.

donderdag 1 januari 2026

Giebel vissen verscholen onder een duiker

Giebels behoren tot de karperachtige. Ze verschuilen zich vaak op de waterbodem bij structuren zoals onder duikers, omdat dit schuilplaatsen biedt tegen roofdieren en ze daar voedsel zoeken, zeker in troebel water waar ze zich veilig voelen.


Giebel vissen verscholen onder een duiker

Ze zijn te herkennen aan hun bronskleurige flanken en het gebrek aan tastdraden en zijn dol op natuurlijke voedselgeuren, waardoor ze zich graag bij bodemrijkdommen bevinden. De lichaamsbouw is hoog en zijdelings afgeplat. In tegenstelling tot karpers en goudvissen hebben ze geen voelsprieten bij hun bek. De Giebel kan tot ongeveer 45 cm lang worden. De Giebel is een ingeburgerde soort in Nederland die vooral in het zuiden en westen wordt aangetroffen. De soort vormt een bedreiging voor kroeskarper doordat kruisingen kunnen plaatsvinden.

Bekende voorbeelden van zo'n kruising in de Nederlandse rivieren is de goudvis. De giebel is een triploide vruchtbare vis. Hierdoor kunnen eitjes die niet bevrucht zijn opgroeien tot wat effectief een kloon is van de moeder. Mogelijk is het voorkomen van verschillende klonen de oorzaak van plaatselijke typen van de giebel. Een vrouwtjesgiebel legt gemiddeld 268.000 eitjes. De giebel kan meerdere keren per jaar paren waardoor de druk op voedsel en ruimte enorm kan zijn.

De giebel is een grondelaar, daardoor draagt hij bij tot de vertroebeling van het water. Het is een alleseter, hij eet zowel insecten als plantaardig materiaal. De giebel is een vis die tolerant is voor vervuild water; het is vaak een van de laatste vissoorten die in vervuild water gevonden wordt.