donderdag 9 april 2026

De kneu zingt vanaf een boomtop

Tot de jaren 80 van de vorige eeuw waren de kneuen nog in redelijke getale te zien bij boerderijen met struiken en bomen, zoals boomgaarden die toen nog deel uitmaakte van het boerenerf. De vele hagen die voor de erfafscheiding zorgde, was voor de kneu een veilige plaats om te broeden.


De kneu zingt vanaf een boomtopšŸŽ¤

Nu zien we ze voornamelijk op de halfopen heide. Mannetjes zingen daar vaak vanaf een opvallende plek, zoals de top van een struik of boom. De zang is melodieus en vrolijk, vaak bestaande uit een snelle reeks tonen, knetterende geluiden en fluittonen. De kneu is een kleine vinkachtige. Mannetjes hebben in de zomer een opvallend rode borst en voorhoofd.

De kneu broedt in lage struiken en struwelen nabij kruidenrijke vegetaties, in allerlei tamelijk open landschappen. De zang is gevarieerd, doorspekt met een kenmerkende roep, vaak lang aanhoudend. Sinds de jaren 1979 en 1985 is de broedpopulatie van de kneu in Nederland met meer dan de helft afgenomen. Destijds waren er nog ongeveer 60.000 tot 130.000 paren, maar de populatie is sindsdien sterk gedaald.