donderdag 1 januari 2026

Giebel vissen verscholen onder een duiker

Giebels behoren tot de karperachtige. Ze verschuilen zich vaak op de waterbodem bij structuren zoals onder duikers, omdat dit schuilplaatsen biedt tegen roofdieren en ze daar voedsel zoeken, zeker in troebel water waar ze zich veilig voelen.


Giebel vissen verscholen onder een duiker

Ze zijn te herkennen aan hun bronskleurige flanken en het gebrek aan tastdraden en zijn dol op natuurlijke voedselgeuren, waardoor ze zich graag bij bodemrijkdommen bevinden. De lichaamsbouw is hoog en zijdelings afgeplat. In tegenstelling tot karpers en goudvissen hebben ze geen voelsprieten bij hun bek. De Giebel kan tot ongeveer 45 cm lang worden. De Giebel is een ingeburgerde soort in Nederland die vooral in het zuiden en westen wordt aangetroffen. De soort vormt een bedreiging voor kroeskarper doordat kruisingen kunnen plaatsvinden.

Bekende voorbeelden van zo'n kruising in de Nederlandse rivieren is de goudvis. De giebel is een triploide vruchtbare vis. Hierdoor kunnen eitjes die niet bevrucht zijn opgroeien tot wat effectief een kloon is van de moeder. Mogelijk is het voorkomen van verschillende klonen de oorzaak van plaatselijke typen van de giebel. Een vrouwtjesgiebel legt gemiddeld 268.000 eitjes. De giebel kan meerdere keren per jaar paren waardoor de druk op voedsel en ruimte enorm kan zijn.

De giebel is een grondelaar, daardoor draagt hij bij tot de vertroebeling van het water. Het is een alleseter, hij eet zowel insecten als plantaardig materiaal. De giebel is een vis die tolerant is voor vervuild water; het is vaak een van de laatste vissoorten die in vervuild water gevonden wordt.