Bij het opruimen van achtergebleven isolatieplaten kwamen enkelen Alpenwatersalamanders tevoorschijn die zich daar onder hadden verscholen tijdens hun winterslaap. Ze zochten een nieuw heenkomen bij de buren die een grote vijver in de tuin hebben.
Alpenwatersalamanders overwinteren voornamelijk op het land en ontwaken doorgaans vanaf januari tot in maart uit hun winterslaap. Vanaf januari trekken ze naar het water met een piek begin maart. Ze trekken naar het water om zich voort te planten, met een piek in de activiteiten in maart. De eerste juveniele dieren kruipen medio juni het land op. De eerste drie jaar, tot ze geslachtsrijp zijn, verblijven ze op het land. Alpenwatersalamanders kunnen tot tien jaar oud worden.
Ze zijn erg vroeg in het jaar actief, soms al bij zacht weer in januari. Ze geven de voorkeur aan vochtige nachten en begeven zich naar visloze poelen. Er zijn ook waarnemingen van kleine aantallen dieren die de hele winter in het water verblijven.
De Alpenwatersalamander is herkenbaar aan zijn fel oranje ongevlekte buik. De mannetjes zijn in het voorjaar donkerblauw met een zwart-wit geblokte rugkam en een band van zwarte stippen op de flanken. De vrouwtjes hebben een meer blauwgrijs tot grijsgroene kleur en lijken vaak gemarmerd.
