Een Grauwe klauwier op een uitkijkpost op de open heide is een iconisch beeld van een actieve jager in een halfopen, structuurrijk natuurgebied. Deze zangvogel gedraagt zich als een miniatuurroofvogel en gebruikt verhoogde posten om zijn territorium te overzien en prooien te lokaliseren.
De Grauwe klauwier gebruikt een hoge, strategische uitkijkpost om op zicht te jagen op insecten en kleine gewervelde dieren. Ze gebruiken een uitkijkpost, van waar de vogel vrij zicht heeft op de grond en de lucht. Vaak een dode boomtak, een paaltje, prikkeldraad of de top van een doornige struik. Deze kenmerkende jachttechniek stelt de vogel in staat om als een miniatuur roofvogel zijn leefgebied effectief af te speuren.
De vogel zit kaarsrecht op zijn post om de omgeving nauwkeurig te scannen. De vogel bespiet met zijn scherpe blik de vegetatie af op zoek naar beweging. Zodra hij een prooi opmerkt, duikt hij er in een snelle vlucht op af. Hij grijpt de prooi op de grond of onderschept deze behendig in de lucht. Uniek voor de Grauwe klauwier is dat hij grotere prooien aan doorns of prikkeldraad prikt om ze te bewaren of makkelijker te verscheuren.
Even was het vrouwtje te zien, maar was te snel weer weg om die in beeld te vangen. Niet verwonderlijk, daar het koppeltje dichtbij een nest heeft, zo leek het in ieder geval.
De Grauwe klauwier broedt van half mei tot in juli, in een grote struik of kleine boom. Het vrouwtje legt één legsel met meestal 4 tot 6 eieren. De broedduur bedraagt 12 tot 16 dagen. Het vrouwtje broedt, soms assisteert het mannetje daarbij. Ze bouwen een slordig gebouwd nest, meestal relatief laag van de grond in dicht stekelig struikgewas. In de eerste week na het uitkomen blijft het vrouwtje bij de jongen, en verzamelt alleen het mannetje voedsel. De kuikentjes zijn vliegvlug na 14 tot16 dagen, soms later vanwege slecht weer. Twee weken na het verlaten kunnen de jongen zelf jagen.
De Grauwe klauwier is duidelijk aan een opmars bezig. Twintig jaar geleden stond de soort op het punt om in Nederland te verdwijnen. Dankzij intensief natuurbeheer en het herstel van structuurrijke landschappen is de populatie flink gegroeid. Tegenwoordig schommelt het aantal broedparen in Nederland weer tussen de 1.250 en 1.550. Ook in Vlaanderen breidt het areaal zich weer uit vanuit traditionele bolwerken.
Het zijn langeafstandstrekkers. Vanaf eind juli, begin september trekken ze via een oostelijke route om de Middellandse Zee heen, om te overwinteren in Kenia, Tanzania en ten zuiden van Congo. Ze trekken 's nachts in enkelingen of kleine groepen. Vaak zijn de Grauwe klauwieren een jaar later pas in mei weer terug in het Nederlands broedgebied.
vrijdag 28 augustus 2026
vrijdag 21 augustus 2026
De Bonte vliegenvanger heeft jonge kuikens
Bonte vliegenvangers overwinteren in West Afrika, ten zuiden van de Sahara. Vanaf half april arriveren ze weer in ons land om te broeden. De eerste week van mei zag ik dat de Bonte vliegenvangers een nestkast hadden ingenomen. Een week later vlogen ze met vliegjes en andere kleine insecten het nest in. Ze eten rupsen en vliegende insecten.
Bonte vliegenvangers doen maar één broedsel per jaar, met 6 tot 7 eieren. Ze broeden 12 tot 17 dagen, waarna de nestjongen na ongeveer 16 dagen het nest zullen verlaten. Na het uitvliegen verblijft de familie nog ca. 8 dagen in de omgeving, om daarna de broedplaats veelal te verlaten. Tijdens het broedseizoen speelt het mannetje een belangrijke rol in de verzorging van zowel het vrouwtje als de jongen. De Bonte vliegenvanger man gaat op jacht naar voedsel en geeft de vangst door aan het vrouwtje, die dan de kuikens in het nest voert.
De geslachten van de Bonte vliegenvangers zijn moeilijk te onderscheiden. De zwarte mannetjes die in Nederland voorkomen zijn de noordelijkere varianten die oorspronkelijk uit Scandinavië en Groot-Brittannië komen. De mannetjes die in Nederland broeden zijn vaker bruin tot donker bruin. De rug, staart en een deel van de vleugels zijn dan donker bruin, de keel en buik van de mannetjes zijn helder wit van kleur evenals de witte vleugelvlek en hebben een kleine dubbele witte vlek boven de snavel. Het mannetje is dus iets donkerder van kleur dan het vrouwtje die lichter bruin is.
Bonte vliegenvangers keren na hun overwintering in Afrika vaak terug naar hun geboortegebied, al verschilt de mate van terugkeer tussen mannetjes en vrouwtjes. Dit gedrag wordt geboorte-plaatsvastheid genoemd. Mannetjes vestigen zich vaak aanzienlijk dichter bij hun oorspronkelijke nestkast dan vrouwtjes. Gemiddeld broeden zij binnen enkele kilometers van de plek waar ze uit het ei zijn gekropen. Jonge vrouwtjes vertonen minder plaatstrouw aan hun geboorteplek en leggen vaak grotere afstanden af om een eigen broedgebied te vinden.
Eenmaal gevestigd, keren volwassen Bonte vliegenvangers (zowel mannetjes als vrouwtjes) vaak jaar-na-jaar terug naar exact dezelfde broedplaats of nestkast. Bonte vliegenvangers broeden in allerlei bostypen met loofbos of uniforme naaldbossen en waar nestkasten opgehangen zijn, zoals van boeren erven, boomgaarden en tuinen. Indien nestkasten ontbreken broeden ze alleen in oudere loofbossen met veel berken en eiken of beuken met doorgaans weinig ondergroei.
De eigen broedvogels vertrekken vermoedelijk in juli en augustus.
Bonte vliegenvangers doen maar één broedsel per jaar, met 6 tot 7 eieren. Ze broeden 12 tot 17 dagen, waarna de nestjongen na ongeveer 16 dagen het nest zullen verlaten. Na het uitvliegen verblijft de familie nog ca. 8 dagen in de omgeving, om daarna de broedplaats veelal te verlaten. Tijdens het broedseizoen speelt het mannetje een belangrijke rol in de verzorging van zowel het vrouwtje als de jongen. De Bonte vliegenvanger man gaat op jacht naar voedsel en geeft de vangst door aan het vrouwtje, die dan de kuikens in het nest voert.
De geslachten van de Bonte vliegenvangers zijn moeilijk te onderscheiden. De zwarte mannetjes die in Nederland voorkomen zijn de noordelijkere varianten die oorspronkelijk uit Scandinavië en Groot-Brittannië komen. De mannetjes die in Nederland broeden zijn vaker bruin tot donker bruin. De rug, staart en een deel van de vleugels zijn dan donker bruin, de keel en buik van de mannetjes zijn helder wit van kleur evenals de witte vleugelvlek en hebben een kleine dubbele witte vlek boven de snavel. Het mannetje is dus iets donkerder van kleur dan het vrouwtje die lichter bruin is.
Bonte vliegenvangers keren na hun overwintering in Afrika vaak terug naar hun geboortegebied, al verschilt de mate van terugkeer tussen mannetjes en vrouwtjes. Dit gedrag wordt geboorte-plaatsvastheid genoemd. Mannetjes vestigen zich vaak aanzienlijk dichter bij hun oorspronkelijke nestkast dan vrouwtjes. Gemiddeld broeden zij binnen enkele kilometers van de plek waar ze uit het ei zijn gekropen. Jonge vrouwtjes vertonen minder plaatstrouw aan hun geboorteplek en leggen vaak grotere afstanden af om een eigen broedgebied te vinden.
Eenmaal gevestigd, keren volwassen Bonte vliegenvangers (zowel mannetjes als vrouwtjes) vaak jaar-na-jaar terug naar exact dezelfde broedplaats of nestkast. Bonte vliegenvangers broeden in allerlei bostypen met loofbos of uniforme naaldbossen en waar nestkasten opgehangen zijn, zoals van boeren erven, boomgaarden en tuinen. Indien nestkasten ontbreken broeden ze alleen in oudere loofbossen met veel berken en eiken of beuken met doorgaans weinig ondergroei.
De eigen broedvogels vertrekken vermoedelijk in juli en augustus.
vrijdag 14 augustus 2026
Middelste bonte specht kuiken is een geluksvogel
Deze video had slecht af kunnen lopen voor een van de jonge kuikens, maar hoe het afliep ziet u in deze video. Blijf kijken dus. Het eerste deel met het uithakken van het nest heb ik 20 maart gepubliceerd. Onder in de beschrijving vindt u de link.
De Middelste bonte specht had zich in het natuurgebied van Landgoed Wellenseind gevestigd. Nadat het laatste ei was gelegd, begonnen beide ouders met het broeden. Na 16 dagen broeden kwamen de eieren uit, Voor beide ouders volgde een paar drukke weken. De hongerige jonge kuikentjes voeden is hard werken. Aanvankelijk worden de kuikentjes vooral met bladluizen gevoed, later krijgen ze ook andere ongewervelde te eten. Als de kuikentjes wat ouder worden komt er behoorlijk wat gekwetter uit het spechtennest. Dit bedelgedrag zet de ouders aan tot voeden. Na 20 tot 26 dagen vlogen de kuikentjes uit.
Nadat de kuikentjes het nest hebben verlaten, wordt de kroost doorgaans in twee groepen verdeeld, elk begeleid door een van de ouders. De kuikentjes worden nog acht tot elf dagen gevoed, waarna ze in de nabije omgeving verblijven. Aan het einde van zijn eerste levensjaar is een Middelste bonte specht geslachtsrijp. De gemiddelde generatielengte bedraagt 5,2 jaar.
Over het algemeen zijn het mannetje en het vrouwtje tijdens het broedseizoen monogaam. Tussen mannelijke spechten bestaat er rivaliteit, wat vaak gepaard gaat met agressief gedrag. Deze rivaliteit blijft zelfs nadat er koppels zijn gevormd nog vaak voortduren. Na de broedperiode bestaat er een lossere band tussen de broedparen. Veel Middelste bonte spechten vernieuwen het volgende broedjaar hun band opnieuw.
Maar voor een van de kuikentjes dreigde een noodlot. Bij het uitvliegen kwam de pechvogel in het water van het naastgelegen beekje terecht. Tijdens het filmen hoorde ik wat gespetter in het water wat mijn aandacht trok. Ik kon de drenkeling uit het water graaien, waarna ik het in de zon tegen een boom heb gezet. Tijdens mijn reddingsactie bleek dat ook het laatste jong het nest verlaten had. Een gemiste kans om het uitvliegen vast te leggen, maar mijn lichte teleurstelling maakte al snel plaats voor het goede gevoel dat ik had met betrekking tot het redden van het jonge vogeltje. Doordat ik wel de voedingsmomenten vast kon leggen, ben ik uiteindelijk rijkelijk gecompenseerd voor het missen van de uitvliegmomenten.
Het natte vogeltje die zich goed had vastgeklampt tegen de boom bibberde een tijdje van de kou en bleef wel een half uur bewegingsloos tegen de boom hangen. Een paar keer hoorde ik een zacht gepiep. De zonneschijn had een goede uitwerking. Het vogeltje werd wat beweeglijker en klom zowaar langzaam iets omhoog. Toen het ook luid om z'n ouders begon te roepen geloofde ik in een goede afloop. Na een tijdje kwamen beide ouders bij het jong en kreeg weer te eten. Daar knapte het duidelijk van op. Het klom steeds verder omhoog en begon zelfs het verenkleed te verzorgen.
Het komt wel goed met de bijna verdronken jonge Middelste bonte specht. Het vogeltje heeft nu een nieuwe kans om op te groeien tot een volwassen vogel en kan zo volgend jaar voor nageslacht zorgen. Zonder mijn aanwezigheid zou het gestorven zijn. Was het niet door verdrinking, dan zou het wel aan onderkoeling zijn bezweken. Het liep dus goed af met het kuikentje. Wat een geluksvogel.
De Middelste bonte specht had zich in het natuurgebied van Landgoed Wellenseind gevestigd. Nadat het laatste ei was gelegd, begonnen beide ouders met het broeden. Na 16 dagen broeden kwamen de eieren uit, Voor beide ouders volgde een paar drukke weken. De hongerige jonge kuikentjes voeden is hard werken. Aanvankelijk worden de kuikentjes vooral met bladluizen gevoed, later krijgen ze ook andere ongewervelde te eten. Als de kuikentjes wat ouder worden komt er behoorlijk wat gekwetter uit het spechtennest. Dit bedelgedrag zet de ouders aan tot voeden. Na 20 tot 26 dagen vlogen de kuikentjes uit.
Nadat de kuikentjes het nest hebben verlaten, wordt de kroost doorgaans in twee groepen verdeeld, elk begeleid door een van de ouders. De kuikentjes worden nog acht tot elf dagen gevoed, waarna ze in de nabije omgeving verblijven. Aan het einde van zijn eerste levensjaar is een Middelste bonte specht geslachtsrijp. De gemiddelde generatielengte bedraagt 5,2 jaar.
Over het algemeen zijn het mannetje en het vrouwtje tijdens het broedseizoen monogaam. Tussen mannelijke spechten bestaat er rivaliteit, wat vaak gepaard gaat met agressief gedrag. Deze rivaliteit blijft zelfs nadat er koppels zijn gevormd nog vaak voortduren. Na de broedperiode bestaat er een lossere band tussen de broedparen. Veel Middelste bonte spechten vernieuwen het volgende broedjaar hun band opnieuw.
Maar voor een van de kuikentjes dreigde een noodlot. Bij het uitvliegen kwam de pechvogel in het water van het naastgelegen beekje terecht. Tijdens het filmen hoorde ik wat gespetter in het water wat mijn aandacht trok. Ik kon de drenkeling uit het water graaien, waarna ik het in de zon tegen een boom heb gezet. Tijdens mijn reddingsactie bleek dat ook het laatste jong het nest verlaten had. Een gemiste kans om het uitvliegen vast te leggen, maar mijn lichte teleurstelling maakte al snel plaats voor het goede gevoel dat ik had met betrekking tot het redden van het jonge vogeltje. Doordat ik wel de voedingsmomenten vast kon leggen, ben ik uiteindelijk rijkelijk gecompenseerd voor het missen van de uitvliegmomenten.
Het natte vogeltje die zich goed had vastgeklampt tegen de boom bibberde een tijdje van de kou en bleef wel een half uur bewegingsloos tegen de boom hangen. Een paar keer hoorde ik een zacht gepiep. De zonneschijn had een goede uitwerking. Het vogeltje werd wat beweeglijker en klom zowaar langzaam iets omhoog. Toen het ook luid om z'n ouders begon te roepen geloofde ik in een goede afloop. Na een tijdje kwamen beide ouders bij het jong en kreeg weer te eten. Daar knapte het duidelijk van op. Het klom steeds verder omhoog en begon zelfs het verenkleed te verzorgen.
Het komt wel goed met de bijna verdronken jonge Middelste bonte specht. Het vogeltje heeft nu een nieuwe kans om op te groeien tot een volwassen vogel en kan zo volgend jaar voor nageslacht zorgen. Zonder mijn aanwezigheid zou het gestorven zijn. Was het niet door verdrinking, dan zou het wel aan onderkoeling zijn bezweken. Het liep dus goed af met het kuikentje. Wat een geluksvogel.
vrijdag 7 augustus 2026
Meerkoet met kuikentjes op het Schotelven
De meerkoet is een fascinerende verschijning op de Nederlandse wateren, waaronder de waterberging aan het Schotelven in Netersel. Deze vogels zijn bekend om hun vermogen om zich aan te passen aan verschillende waterrijke omgevingen, van stedelijke parkvijvers tot de uitgestrekte natuurlijke waterbergingen. Met hun kenmerkende witte voorhoofdschild en zwarte verenkleed zijn meerkoeten niet alleen een genot om te zien, maar spelen ze ook een cruciale rol in het aquatische ecosysteem. Het witte voorhoofdschild is bij het mannetje groter dan bij het vrouwtje. In het voorjaar is de plaat groter dan in het najaar.
Het gedrag van de meerkoet is ook opmerkelijk; ze zijn territoriaal en kunnen agressief zijn in het verdedigen van hun broedgebied. Tijdens het broedseizoen, dat van maart tot juli met een piek in april en mei loopt, bouwen ze drijvende nesten van riet en ander plantaardig materiaal. Het vrouwtje broedt de eieren uit, terwijl het mannetje blijft doorgaan met het aanslepen van nestmateriaal. Zo nu en dan neemt het mannetje de broedtaak over van het vrouwtje. Zo kan zij zich ook wat voeden en het broeden even afwisselen met wat beweging.
Ze leggen meestal 5 tot 10 eieren, waaruit de kuikens na een broedduur van 21 tot 25 dagen tevoorschijn komen. De kuikens zijn direct na het uitkomen een opvallende verschijning met hun rode kopjes en hun oranje dons. De rest van het lichaam is bedekt met een zwart verenkleed. Ze verlaten het nest vrijwel meteen om de wereld te verkennen onder de waakzame ogen van hun ouders.
De felgekleurde, oranje rode kop van jonge meerkoetkuikens speelt een cruciale rol in hun overleving, maar de werkelijkheid is genuanceerder dan dat ze nooit verhongeren. Meerkoeten hebben veelal een zwart-wit verendek, maar veel van hun jongen zijn veel bonter gekleurd. Die kleuren hebben een doel, de meerkoet ouders geven er de voorkeur aan om hun felgekleurde kuikens meer voedsel te geven dan de minder gekleurde oudere kuikens uit het zelfde nest. Hierdoor hebben de gekleurde kuikens een aanzienlijk hogere overlevingskans dan hun minder gekleurde broertjes en zusjes.
Meerkoetkuikens zijn afhankelijk van zowel plantaardig als dierlijk voedsel, dat door de ouders wordt aangevoerd. Dit dieet bestaat uit waterplanten, algen, kleine visjes en waterinsecten, wat essentieel is voor hun groei en ontwikkeling. De jongen worden gedurende een periode van ongeveer 56 dagen door de ouders gevoerd, waarna ze zelfstandig leren duiken en foerageren. Het is fascinerend om te zien hoe de kuikens hun duikvaardigheden ontwikkelen, aangezien meerkoeten bekend staan om hun vermogen om voedsel te zoeken door onder water te duiken, waarbij ze vaak een sprongetje maken om onder te komen vanwege de grote hoeveelheid lucht in hun verenkleed.
Aan het Schotelven in Netersel biedt de waterberging een belangrijke habitat voor onder anderen de meerkoet. Het is nu het vijfde jaar dat watervogels gebruik kunnen maken van de waterberging. Deze waterbergingen zijn essentieel voor de biodiversiteit en helpen het grondwaterpeil te verhogen tijdens perioden van zware regenval. De aanwezigheid van meerkoeten kan een indicator zijn van de gezondheid van het waterlichaam, aangezien ze gevoelig zijn voor veranderingen in waterkwaliteit en beschikbaarheid van voedselbronnen. Ze voeden zich met waterplanten, algen en kleine waterdieren, wat bijdraagt aan de ecologische balans van hun habitat.
In de context van klimaatverandering en menselijke impact op natuurlijke habitats, is het observeren en beschermen van soorten zoals de meerkoet belangrijker dan ooit. Het biedt ons waardevolle inzichten in de staat van onze natuurlijke omgeving en de stappen die we moeten nemen om deze te behouden voor toekomstige generaties. De meerkoet op de waterberging Schotelven in Netersel is dus meer dan alleen een vogel; het is een symbool van de natuurlijke schoonheid en diversiteit die we moeten koesteren en beschermen.
Het gedrag van de meerkoet is ook opmerkelijk; ze zijn territoriaal en kunnen agressief zijn in het verdedigen van hun broedgebied. Tijdens het broedseizoen, dat van maart tot juli met een piek in april en mei loopt, bouwen ze drijvende nesten van riet en ander plantaardig materiaal. Het vrouwtje broedt de eieren uit, terwijl het mannetje blijft doorgaan met het aanslepen van nestmateriaal. Zo nu en dan neemt het mannetje de broedtaak over van het vrouwtje. Zo kan zij zich ook wat voeden en het broeden even afwisselen met wat beweging.
Ze leggen meestal 5 tot 10 eieren, waaruit de kuikens na een broedduur van 21 tot 25 dagen tevoorschijn komen. De kuikens zijn direct na het uitkomen een opvallende verschijning met hun rode kopjes en hun oranje dons. De rest van het lichaam is bedekt met een zwart verenkleed. Ze verlaten het nest vrijwel meteen om de wereld te verkennen onder de waakzame ogen van hun ouders.
De felgekleurde, oranje rode kop van jonge meerkoetkuikens speelt een cruciale rol in hun overleving, maar de werkelijkheid is genuanceerder dan dat ze nooit verhongeren. Meerkoeten hebben veelal een zwart-wit verendek, maar veel van hun jongen zijn veel bonter gekleurd. Die kleuren hebben een doel, de meerkoet ouders geven er de voorkeur aan om hun felgekleurde kuikens meer voedsel te geven dan de minder gekleurde oudere kuikens uit het zelfde nest. Hierdoor hebben de gekleurde kuikens een aanzienlijk hogere overlevingskans dan hun minder gekleurde broertjes en zusjes.
Meerkoetkuikens zijn afhankelijk van zowel plantaardig als dierlijk voedsel, dat door de ouders wordt aangevoerd. Dit dieet bestaat uit waterplanten, algen, kleine visjes en waterinsecten, wat essentieel is voor hun groei en ontwikkeling. De jongen worden gedurende een periode van ongeveer 56 dagen door de ouders gevoerd, waarna ze zelfstandig leren duiken en foerageren. Het is fascinerend om te zien hoe de kuikens hun duikvaardigheden ontwikkelen, aangezien meerkoeten bekend staan om hun vermogen om voedsel te zoeken door onder water te duiken, waarbij ze vaak een sprongetje maken om onder te komen vanwege de grote hoeveelheid lucht in hun verenkleed.
Aan het Schotelven in Netersel biedt de waterberging een belangrijke habitat voor onder anderen de meerkoet. Het is nu het vijfde jaar dat watervogels gebruik kunnen maken van de waterberging. Deze waterbergingen zijn essentieel voor de biodiversiteit en helpen het grondwaterpeil te verhogen tijdens perioden van zware regenval. De aanwezigheid van meerkoeten kan een indicator zijn van de gezondheid van het waterlichaam, aangezien ze gevoelig zijn voor veranderingen in waterkwaliteit en beschikbaarheid van voedselbronnen. Ze voeden zich met waterplanten, algen en kleine waterdieren, wat bijdraagt aan de ecologische balans van hun habitat.
In de context van klimaatverandering en menselijke impact op natuurlijke habitats, is het observeren en beschermen van soorten zoals de meerkoet belangrijker dan ooit. Het biedt ons waardevolle inzichten in de staat van onze natuurlijke omgeving en de stappen die we moeten nemen om deze te behouden voor toekomstige generaties. De meerkoet op de waterberging Schotelven in Netersel is dus meer dan alleen een vogel; het is een symbool van de natuurlijke schoonheid en diversiteit die we moeten koesteren en beschermen.
Abonneren op:
Posts (Atom)



