vrijdag 11 september 2026

Mijn visuele natuurverhalen

Mijn naam is Jozef van der Heijden. Ik woon in de Brabantse Hulsel. Ik fotografeer al sinds de 70er jaren. Ik begon met een kleinbeeld fotocamera en een Super 8 filmcamera met geluidsregistratie. Op de boerderij filmde ik Groenlingen en Kneuen die de jongen op hun nest verzorgde. Mijn interesse gaat naar de natuur in het algemeen. Van vogels tot paddenstoelen, mossen, korstmossen en  landschappen. Maar vogels fascineren mij wel het meest. Daarnaast ben lid van diverse natuurbescherming organisaties.
(zie de logo's hieronder)

Volg mij op: Facebook Twitter YouTube FacebookTwitterYouTube Facebook Twitter YouTube en met jozefvanderheijden-foto.nl. Onderwerpen: Alles wat de natuur gedurende de jaargetijden bieden.
Bezoek ook mijn YouTube kanaal; youtube.com/JozefvanderHeijden met 391 video's en 916 abonnees.

Het Grote bonte specht vrouwtje krijgt het zwaar

Grote bonte spechten broeden doorgaans vanaf half april tot in juni. Het kost het spechtenpaar zo'n twee tot drie weken om de holte van 20 tot 30 centimeter diep te maken. Het vrouwtje legt vier tot zeven eieren. De man en vrouw wisselen elkaar af tijdens het broeden. Het broeden duurt ongeveer twee weken, waarna de jongen begin mei al uit kunnen komen.


Het Grote bonte specht vrouwtje krijgt het zwaaršŸŽ¤

De eerste dagen nadat de jonge kuikentjes uit het ei zijn gekomen krijgen ze kleine rupsjes, insecten en spinnetjes. Naarmate ze groter worden neemt de grootte van de rupsjes en insecten toe. Het is een alleseter die insecten zoekt in boomschors en dood hout.

Vanaf de dag dat de kuikens 14 dagen oud waren, is het mannetje niet meer gezien en moest het vrouwtje in haar eentje voor de kuikens zorgen. Misschien is de man door een sperwer of een havik gepakt. Het blijft een raadsel, maar het vrouwtje kan de kuikens in principe alleen grootbrengen. Het is echter wel een zware klus, omdat beide ouders normaal gesproken de zorg delen tijdens de drukke periode waarin de jongen worden gevoed. In deze fase worden de jongen intensief gevoerd met insecten en larven door beide ouders. Normaal worden de taken verdeeld, wat voor een vogelpaar al een zware klus is. Het vrouwtje moet nu in haar eentje constant af en aanvliegen om voldoende eiwitten voor de groeiende kuikens te verzamelen.

De laatste dagen van Grote bonte specht kuikens in de nestholte zijn een periode van intense activiteit en lawaai voordat ze het nest verlaten. Onophoudend smeken ze om voedsel. De jonge spechten verdringen zich voor de opening van de nestholte om gevoerd te worden en om naar buiten te kijken. Ze wachten ongeduldig op de ouders die voedsel komen brengen.

Als de jongen half uit de nestopening komen hangen om daar hun terugkerende ouders op te wachten is de dag nabij dat ze uit gaan vliegen. Dan komt het moment dat ze lang genoeg in de holte hebben doorgebracht en echt vliegvlug zijn. Dan zijn ze klaar om de wereld te verkennen en verlaten ze het nest.

Als de jongen kuikens in de vroege ochtend de sprong naar buiten willen wagen vliegen de ouders af en aan en lokken de jongen weg van het nest. De eerste dagen na het uitvliegen zijn een kritieke en lawaaierige periode voor jonge spechten. De ouders zijn vrijwel altijd in de buurt om te voeren, ook al zie je ze niet direct. Zolang zijn ze voor voedsel nog afhankelijk van de ouders.

Hoeveel kuikens er uiteindelijk uitgevlogen zijn kan ik niet zeggen. Ik ben getuigen geweest van twee uitvliegmomenten. Mogelijk waren er al kuikens uitgevlogen voordat ik daar 's ochtends kwart voor zes aankwam om te filmen. Het is ook mogelijk dat het vrouwtje niet voldoende voedsel heeft kunnen aanvoeren in haar eentje en dat de minst sterke kuikens in het nest verdrongen zijn bij het aannemen van het voedsel en daardoor gestorven zijn.

Vanaf augustus verspreiden de jonge vogels zich langzaamaan over het omliggende gebied, om zelf op zoek te gaan naar een geschikt eigen territorium.

vrijdag 4 september 2026

De Grasmus houdt van open heide

De grasmus is een kleine zangvogel die dol is op open heide, maar wel de combinatie zoekt met lage struwelen en veel open plekken in de vegetatie. Ze gebruiken de open stukken om te foerageren en de lage struiken als zangpost en broedplaats. Ze houden van een jong assortiment struiken gecombineerd met gras en heide.


De Grasmus houdt van open heidešŸŽ¤

Ze gebruiken hogere twijgjes of kleine struikjes om het territorium zingend af te bakenen. De grasmus profiteert enorm van natuurbeheer. Omdat heide van naturen snel dichtgroeit met bomen en grassen, moeten natuurorganisaties ingrijpen. Dit wordt gedaan met diverse maatregelen. Grasmussen nestelen graag in doornstruiken of ruigte. De kans dat je ze op de open heide samen ziet met de Grauwe klauwier is dan ook mogelijk. In bos- en natuurgebieden bewoont de Grasmus doorgaans randen en open plekken met opslag. Langs met struiken begroeide wegbermen en spoorwegtaluds komt de grasmus ook voor in verder ongeschikte biotopen, zoals open agrarisch gebied en steden.

De grasmus is geen opvallende vogel, maar de zang en de zangvlucht wel. Grasmussen zijn pioniersvogels van de allereerste bos stadia, met opslag van struweel, in allerlei landschappen. Soms ook in pure ruigte met alleen hoge kruiden te vinden. Ondanks zijn naam is de grasmus niet verwant aan de huismus. De 'familie' van de grasmussen is vooral een in het zuiden van Europa en in Afrika voorkomende groep vogels. Hiervan heeft de grasmus veruit het grootste verspreidingsgebied.

De mannetjes komen eerder terug van de overwinteringsgebieden dan de vrouwtjes. De man zingt volop van eind april tot in juni. Het mannetje bouwt enkele nesten, waaruit het vrouwtje haar keuze maakt. Bevalt geen van de nesten haar, dan bouwt ze alsnog haar eigen nest. Vaak wordt er twee keer gebroed, met legsels van 4 tot 5 eieren, waarop zowel man als vrouw broedt gedurende 9 tot 14 dagen. 10 tot 12 dagen later zijn de jongen klaar om het nest uit te vliegen, maar worden ze nog wel 15 tot 20 dagen gevoed door de ouders. Bij het tweede nest moet het vrouwtje alleen voor de jongen zorgen.

Ze overwinteren ten zuiden van de Sahara, veelal in de Sahel van Senegal tot Ethiopiƫ, maar ook vin Tanzania, Zambia, Zimbabwe en Botswana. 'Onze' grasmussen zitten voornamelijk in de westelijke Sahel. Ze trekken vaak 's nachts, en van een klein percentage dat 's ochtends nog doortrekt, zien we ze gericht van struik naar struik vliegen. Ze trekken in augustus en september naar het zuiden en keren van half april tot half mei terug.