zondag 7 juni 2020

Favoriete natuurgebieden: Huis ter Heide

In de reeks "Favoriete natuurgebieden" doe ik een aantal gebieden aan die mijn voorkeur genieten. Niet een natuurgebied het zelfde. Vandaag de achtste uit een reeks favoriete natuurplekken. Deze keer is natuurgebied Huis ter Heide ten noorden van Tilburg aan de beurt, specifiek het Leikeven.

Natuurgebied Huis ter Heide, ten noorden van Tilburg, op de grens met de gemeente Loon op Zand (het plaatsje De Moer), kent twee uitkijktorens. De 6,7 km lange prachtige wandelroute rond het grootste ven van Huis ter Heide gaat onder meer over een vlonderpad. Je speurt er naar de vogels op het ven en geniet van het uitzicht vanaf een verhoogde uitkijkpost en een uitkijktoren.

Een verhoogde kijkpost aan het begin van de wandelroute (noordoost kant van de Leikeven).

Vanaf de uitkijktoren kijk je uit over het Leikeven, waar de route omheen loopt. Dit ven dankt zijn naam aan de afwateringssloot die hier rond 1200 werd gegraven. In het plaatselijk dialect noemden ze dat ‘de laaij’, dat later verbasterde naar ‘Leike’.

Natuurmonumenten onderhoudt het vlonderpad dat aan de noordwest kant over het Leikeven loopt. Je kijkt zo in het ondiepe, met een bodem van wit zand. Tijdens een wandelroute maak je kennis met het vennengebied van Huis ter Heide. De afwisselende tocht leidt je over een vlonderpad en langs twee uitkijkpunten. Van oorsprong vond je hier vennen, bossen en moerassen. Maar begin 1900 werden de vennen en moerassen drooggelegd en omgezet naar landbouwgrond. De overige heide werd beplant met naaldbossen. Zo werd de toen ‘waardeloze’ heide weer nuttig gebruikt. Dat ging wel ten koste van de natuur! Door intensief gebruik van de gronden, verdwenen zeldzame dieren en planten, waaronder ook de waterlobelia. In 1976 kocht Natuurmonumenten landgoed Huis ter Heide met als doel die verdwenen natuur weer te herstellen. Er wordt sindsdien hard gewerkt aan het gevarieerder maken van de bossen en ook het natte heide en vennengebied is in ere hersteld. Onder de naam ‘Plan Lobelia’ bracht Natuurmonumenten tussen 1992 en 2010 de vennen terug en werd het Leikeven hersteld. Nu is het weer een prachtig weids gebied geworden en bloeit in juli en augustus ook weer de bleek lila waterlobelia. Een bijzondere prestatie, want het is een veeleisend plantje.

Links; het zicht vanaf de verhoogde uitkijkpost, rechts; het vlonderpad over het Leikeven.

Het vlonderpad geeft je ook de kans om het leven op de oevers en in het ven goed te bekijken. Kikkers, salamanders,  libellen en de vele vogels, er is altijd wel iets te beleven. Ga ook eens op je buik liggen om het zeldzame moerashertshooi, oeverkruid of gewone zonnedauw te fotograferen. Vooral dit laatste vleesetende plantje is fotogeniek met zijn rode kleur en kleverige ‘dauwdruppels’. Hij groeit op voedselarme plekken en is voor zijn voedingsstoffen afhankelijk van insecten die hij in zijn val lokt. Ze blijven plakken op de kleverige druppels en worden vervolgens door het plantje verteerd. Het vlonderpad is aangelegd met een bijdrage van FujiFilm Tilburg.

Ooievaars cirkelen rond in het gebied.

Boven het gebied cirkelde een groep Ooievaars. De ooievaar (Ciconia ciconia) is een grote vogel uit de familie ooievaars (Ciconiidae) uit de orde van de ooievaarachtigen (Ciconiiformes). Als carnivoor eet de ooievaar een breed scala aan dierlijk prooien, inclusief insecten, vissen, amfibieën, reptielen, kleine zoogdieren en kleine vogels. Hij pakt het meeste voedsel van de grond, tussen lage vegetatie en uit ondiep water. De vogeltrek van de ooievaar vindt plaats over lange afstanden. Hij overwintert in Afrika ten zuiden van de Sahara of in India. Omdat hij gebruikmaakt van thermiek om te vliegen en deze zich niet vormt boven open water vermijdt hij tijdens de trek tussen Europa en Afrika de oversteek over de Middellandse Zee door om te vliegen via de Levant in het oosten of de Straat van Gibraltar in het westen.

De tweede uitkijktoren aan de zuidwest kant van het Leikeven.

Beklim de toren en speur over de graslanden en natte heidevelden naar de vele vogels die Huis ter Heide rijk is. Kans dat je de roodborsttapuit ziet is heel groot. Hoor je een jubelend geluid hoog in de lucht? Dan is het waarschijnlijk de veldleeuwerik. Deze zangvogel stijgt al zingend naar grote hoogte, vliegt daar een tijdje rond en daalt vervolgens naar beneden. Tot 1900 was het een algemeen voorkomende vogel, maar de veldleeuwerik is tegenwoordig bijna verdwenen uit het landschap.

De Grote zilverreiger en de Knobbelzwaam zijn niet te missen.

Flora en fauna als de waterlobelia, de klokjesgentiaan, de zonnedauw, de heikikker en de vinpootsalamander zijn hier te vinden. Ook grazen er Schotse hooglanders, om te zorgen voor een grotere variatie aan begroeiing.


Update van de Natuurmonumenten boswachter Irma De Potter
Bron: Natuurmonumenten

Eerste voortplanting van Knoflookpad op Huis ter Heide

Na vijf jaar wachtten heeft Natuurbalans en Natuurmonumenten het levende bewijs geleverd dat de Knoflookpadden in Huis ter Heide in de vennen rond zwemt, al is het nu nog als dikkopje. Het is een voorzichtig eerste voortplantingssucces van deze ernstig bedreigde paddensoort in dit natuurgebied. In 2015 startte Adviesbureau Natuurbalans, met een subsidie van de provincie Noord-Brabant, een herintroductieprogramma van de knoflookpad in Brabant. In de vennen van Huis ter Heide werden sindsdien ieder jaar enkele duizenden knoflookpadlarven uitgezet.

Foto: Peter Kroon van Natuurbalans - dikkopje Knoflookpad

Na vijf jaar zijn er eindelijk dikkopjes gevangen die afkomstig zijn van natuurlijke voortplanting. Met behulp van drijvende fuikjes en schepnetten zijn op de vier uitzetlocaties in Huis ter Heide steekproeven genomen, waarbij ruim tachtig dikkopjes zijn gevangen. “De resultaten stemmen ons zeer positief”, zegt Peter Kroon van Natuurbalans. “Zeker als je het afzet tegen de vangresultaten in de andere introductiegebieden in Brabant, waaronder ook de Kaaistoep in Tilburg”.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten