zaterdag 17 oktober 2020

Grote parasolzwammen in het grasland

Momenteel doemen de Grote parasolzwammen in grote getale op in graslanden die niet bemest worden. Zoals bijvoorbeeld rondom het Beleven in Reusel. In diverse weilanden staan ze met twintig tot zelf vijftig verspreidt over een tiental meter bijeen.

De Grote parasolzwam heeft een hoed, die uit kan groeien tot een breedte van 12–30 cm en soms zelfs 44 cm.

De grote parasolzwam (Macrolepiota procera) is een schimmel met een lange steel en grote hoed en heeft gelijkenis met een parasol, vandaar ook de naam. Het is een veelvoorkomende soort die groeit op matig vochtige grasgebieden. Deze zwam wordt vaak gevonden in groepen of alleen en staat ook vaak in heksenkringen. De parasolzwam is wijdverbreid in landen met een gematigd klimaat.

Jonge vruchtlichamen hebben een gesloten, bolvormige hoed met een drumstickachtige vorm. Na het verschijnen bereikt de hoed een breedte van 12–30 cm en soms zelfs 44 cm. In het middenstadium blijft een stompe, getrapte bult over. Als de hoed in de breedte gaat groeien scheurt het velum open, waardoor middelgrote, los en concentrisch verdeelde schubben ontstaan. Door hun donkere kleur onderscheiden ze zich duidelijk van de overwegend witachtige hoedhuid. In het midden scheurt het velum nauwelijks, zodat het daar glad en donkerbruin blijft. De lamellen zijn aanvankelijk wit, later cr√®mekleurig. Ze zijn niet verbonden met de steel en kunnen eenvoudig van de hoed worden losgemaakt. Het sporenpoeder is wit tot bleek.

De holle stengel wordt 15–40 cm lang en 1–2,5 cm dik. Aan de basis is hij bolvormig verdikt en daar tot 4 √† 5 cm breed. Na uitrekking vertoont het oppervlak over de gehele lengte een bruine zigzagpatroon op een lichte achtergrond. De ring (annulus) heeft een brede rand en is bij oudere exemplaren beweegbaar langs de steel. De bovenkant is bleek, de onderkant is bruin vezelig. Het witte vlees van de paddenstoel verkleurt niet bij beschadiging. Het ruikt vaag naar paddenstoelen en smaakt een beetje nootachtig.


De grote parasolzwam is te vinden in bijna alle mesofiele bosgemeenschappen, evenals op open grasland op leemachtige, verse bodems. Lichte beukenbossen, eikenbossen en beuken haagbossen op voedselrijke ondergrond en bijbehorende sparrenbossen, evenals weilanden, parken, paden en bosranden hebben de voorkeur. De ecologische eisen lijken sterk op die van de bosanemoon. De schimmel komt slechts sporadisch voor op een zure of zanderige ondergrond en alleen als hij voedselrijk is. Op natte groeiplaatsen komt hij nauwelijks voor. De grote parasolzwam komt vooral voor in bossen van middelbare en oudere leeftijd. Hij kan worden gevonden van het vlakke tot subalpiene hoogteniveau. De grote parasolzwam leeft saprobiotisch. De vruchtlichamen verschijnen van juli tot november, soms eerder of later.