maandag 13 november 2017

De Eekhoorn eet nootjes en zaden

De Eekhoorn komt elke dag naar de fotohut om een graantje mee te pikken van het voer wat ik daar elke morgen voor de vogels neerleg. Kleine nootjes en zonnebloempitten vindt de eekhoorn lekker. Hij (ik neem aan dat het een mannetje is) neemt dan rustig de tijd om te eten. De vogels kijken het even voorzichtig aan, maar na een tijdje durven ze ook naar het voer te vliegen. Als de eekhoorn klaar is en de struiken in verdwijnt komen de vogels weer massaal naar de voerplaats. Dan is het echt veilig.

De Eekhoorn neemt de tijd om nootjes en zaden te eten.

Eekhoorns zijn omnivoren. Dat betekent dat hun ze zowel plantaardig als dierlijk voedsel eten. De eekhoorn voedt zich voornamelijk met boomzaden zoals eikels, noten en kegels van naaldbomen. Ook eten ze knoppen, bladeren, bessen paddestoelen, rupsen, vogeleieren en zelfs jonge vogels. De eekhoorn eet dagelijks vijf procent van zijn lichaamsgewicht aan voedsel.


Gedurende de zomer en herfst zijn ze het meest actief, ze leggen dan voedselvoorraden aan. Ze weten feilloos welk voedsel houdbaar is en wat niet. De verse producten eten ze gelijk op, het houdbare voedsel bewaren ze als voedselvoorraad. De eekhoorn houdt geen winterslaap maar houdt zich op koude dagen verscholen in zijn nest. Op betere dagen bezoekt hij 's ochtends zijn wintervoorraad. Doordat ze vaak de plek vergeten waar ze hun voorraad hebben verstopt, dragen ze bij aan de verspreiding van boomzaden in het bos. De plek waar ze hun voorraad hebben verstopt vergeten ze vaak, maar dankzij hun fantastische reukvermogen sporen ze die weer op. Ze vinden niet alle voorraden terug en dragen zo bij aan de verspreiding van boomzaden in het bos. Help de eekhoorns: zet een voedselkastje neer. Zo blijft zijn voedsel veilig en droog. Doe er walnoten of hazelnoten in. De eekhoorn maakt het dekseltje open en haalt zelf het voer uit het huisje. Zo voorkom je dat de eekhoorn voedsel uit de vogelvoedersilo’s haalt. Koop speciale mengsels met voer voor eekhoorns, die bevatten pinda’s, hazelnootkernen en pijnboompitten.


De ondersoort die in Vlaanderen voorkomt (Sciurus vulgaris russus) heeft een kop-romplengte van gemiddeld 216 mm en weegt gemiddeld 310-315 g (in de zomer). Deze ondersoort heeft een West-Europese verspreiding en is waarschijnlijk groter dan de ondersoort die voorkomt op de Britse eilanden (Sciurus vulgaris leucourus). Eekhoorns hebben oorpluimen in de winter en een grote pluimstaart, die naast de signaalfunctie (het maken van zwaaiende en golvende bewegingen als ze zich onzeker of bedreigd voelen) dient voor het evenwicht bij het springen en regeling van de lichaamstemperatuur. De kleur van de pels kan variƫren van rood tot bruin, zandkleurig, grijs of zwart, met een witte buik. In de winter zijn de flanken wat grijzer. Ze hebben 4 tenen aan de voor- en 5 aan de achterpoten, met scherpe nageltjes om goed te kunnen klimmen. Een opvallend kenmerk zijn de onderkaakshelften die los van elkaar kunnen bewegen, waardoor ze gemakkelijk noten kunnen openkraken.


Doordat de eekhoorn bij ons geen al te hoge dichtheden bereikt, gebeurt het afstrippen van bast en schors en het opeten van knoppen en scheuten meestal niet in die mate dat er economische schade optreedt aan bomen en struiken. Wel kunnen eekhoorns in tuinen de volledige voorraad hazel- of okkernoten opeten, wat de meeste mensen gelukkig niet erg vinden. Bij het opeten van vogeleitjes en jonge vogeltjes is de impact van eekhoorns waarschijnlijk verwaarloosbaar en ondergeschikt aan die van andere vogelpredators.

Eekhoorns worden er vaak van beschuldigd de natuurlijke verjonging van bossen tegen te gaan. Het is echter zeer onwaarschijnlijk dat, zeker in jaren met veel zaden, deze allemaal opgegeten worden door eekhoorns en andere zaadetende diersoorten. Het begraven van zaden heeft daarbij ook een positieve invloed op de kieming en verspreiding van deze boomsoorten, omdat de eekhoorns zeker niet alle zaden van hun wintervoorraad terugvinden.