zondag 8 juli 2018

Rode Eekhoorn vrouw blijft op afstand man

Vanmorgen trof ik twee Eekhoorns aan bij mijn fotohut. Een mannetje en een vrouwtje. Bij het mannetje was nog net tussen de buikvacht het geslachtsdeel te zien, bij de ander de tepels, dus dat was een vrouwtje. Maar beide bleven op gepaste afstand van elkaar. Buiten de paartijd hebben mannetjes en vrouwtjes hun eigen territorium.

De eekhoorn ziet dat er weer wat te eten is, nadat ik zonnebloempitten heb neergestrooid.

De Eekhoorn (of Rode eekhoorn) is een knaagdier. De Latijnse naam van de eekhoorn betekent ‘gewone schaduwstaart’. Dat is vanwege zijn karakteristieke zithouding, met de staart over de rug. De eekhoorn is een echte boombewoner die als een acrobaat door de bomen rent en springt. Maar ook op de bosbodem is hij goed thuis. Eekhoorns vallen op door hun grote pluimstaart, gepluimde oren, grote ogen en lange tenen met lange, scherpe nagels. De oorpluimen zijn in de winter veel langer dan in de zomer bij volwassen dieren. De vachtkleur van rug en staart varieert van rood(oranje) tot kanstanje- of donkerbruin. De buik heeft echter een witte vacht die duidelijk afsteekt tegen de rugvacht. De wintervacht is donkerder en grijzer dan de zomervacht. De staart wordt recht gehouden bij het rennen en dient als evenwicht bij het klimmen en springen. Staart en oren hebben ook een signaalfunctie naar soortgenoten toe. De voorpoten zijn veel korter dan de achterpoten.

Links: de Eekhoorn man (geslachtsdeel te zien onder de buik), rechts; het vrouwtje (de tepels zijn zichtbaar).

Bij een vrouwtje zit de opening van het geslachtsorgaan bijna tegen de anus aan terwijl bij een man de opening op enige afstand zit. Bij volwassen mannen is het geslachtsdeel midden onder de buik vaak nog net tussen de vacht te zien. De teelballen zijn buiten de paringsperiode in het lichaam teruggetrokken en dus niet zichtbaar. Dan is het verschil alleen te bepalen door de afstand tussen de anus en de geslachtsopening.

Buiten de paartijd hebben mannetjes en vrouwtjes hun eigen territorium. Eekhoorns leven alleen en hebben een eigen leefgebied waarbinnen voedsel wordt gezocht. Deze leefgebieden kunnen elkaar overlappen en worden niet verdedigd; alleen het slaapnest wordt verdedigd. De territoria van mannetjes zijn groter dan die van vrouwtjes. In de paartijd slapen mannetje en vrouwtje geregeld in eenzelfde nest maar zodra de jongen geboren zijn wordt het mannetje niet meer bij het nest geduld.


Het verspreidingsgebied van de Rode eekhoorn strekt zich uit over heel Europa en Noord-Aziƫ. Ze leven tot op een hoogte van 2000 meter. De eekhoorn komt in grote delen van Nederland voor, vooral in Drenthe, Overijssel, Utrecht, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. Ook in de duinen van Noord- en Zuid-Holland komen eekhoorns voor. Tussen 1960 en 1970 brak een virusziekte uit waardoor de eekhoorn in het hele land zeldzaam werd. Na 1970 heeft herstel plaatsgevonden.

Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook in bebouwd gebied. Hun voorkeur gaat uit naar ouder bos (naaldbomen ouder dan 20 jaar en loofbomen ouder dan 40-80 jaar) omdat daar meer voedsel en nestgelegenheid is.

Eekhoorns zijn vooral in de vroege ochtend en namiddag actief. Voedsel zoeken ze in bomen en op de grond. Ze kunnen goed springen en klimmen en bewegen zeer behendig tussen bomen en takken. De staart dient daarbij als evenwichtsorgaan. De eekhoorn daalt altijd met de kop naar beneden af van een boomstam. Eekhoorns kunnen prima zwemmen.