zaterdag 21 maart 2020

Zeldzame Bosvergeet-mij-nietje

In de tuin bij onze schuur groeit al enkele jaren het Bosvergeet-mij-nietje (Myosotis sylvatica). Het is een zeldzame variant van de Vergeet-mij-nietjes. De bladen zijn langwerpig of langwerpig- lancetvormig, min of meer spits, ruwbehaard, de onderste zijn spatelvormig, gesteeld en vormen een rozet, de bovenste zijn zittend met bredere voet.

Zeldzame Bosvergeet-mij-nietje (Myosotis sylvatica)

De bloemen zijn vrij groot (4-8 mm), iets welriekend en staan in onbebladerde, ten slotte lange en losse, ongevorkte bijschermen. De kelk is klein met een buis, die voor het merendeel gekromde haren draagt. De bloemkroon is blauw tot hemelsblauw, zelden wit, met een buis, die even lang is als de kelk en een vlakke zoom, die langer dan de buis is. De vruchtstelen zijn dun, uitgespreid, de onderste zijn 2 a 3 maal zo lang als de kelk, deze heeft na de vruchttoestand opgerichte, niet samenneigende slippen. De vrucht is glad, rondachtig-eirond, iets toegespitst, naar buiten bol. Deze soort gelijkt soms veel op Watervergeet-mij-nietje, maar het Bosvergeet-mij-nietje is er gemakkelijk door de beharing, de dieper gedeelde kelk, de in een rozet staande wortelbladen en de vroegere bloeitijd van te onderscheiden.


De helmknopjes staan in de bloemkroonbuis samengebogen over de gelijktijdig rijpe stempel. Bezoekende insecten moeten hun slurf tussen de helmknopjes en de stempel door bewegen en raken daarbij met de ene zijde de stempel, met de andere de helmknopjes aan, zodat er kans is op kruisbestuiving. Aangezien zij echter meestal enige malen achtereen hun slurf in de bloemen steken, is er ook kans, als zij dit achtereenvolgens aan verschillende zijden doen, dat zij zelfbestuiving bewerken. Ook kan deze later spontaan plaats hebben, daar dan de eerst zijwaarts gerichte bloem rechtopstaand wordt en dus het neervallend stuifmeel op de stempel kan vallen. In de bloemen is nog al insectenbezoek waargenomen.

Voorkomen in Europa en in Nederland
De plant is in geheel Europa in bossen en op vochtige bergweiden waargenomen. Zij wordt bij ons veel als sierplant gekweekt en is vaak verwilderd gevonden. Het is zelfs de vraag of de gevonden planten, behalve in Zuid-Limburg en om Nijmegen, bij ons niet alle afkomstig zijn van vroegere cultuur.