vrijdag 27 maart 2020

De Winterkoning, Zanglijster en meer

Weer een dag met verrassingen. Gisteren zag ik al dat de Koolmees zijn intrek had genomen in een van de nestkasten en dat het mannetje zijn vrouwtje kwam voeden, daar zij op het nest aan het broeden was. Vandaag zag ik de Winterkoning die mos aan het verzamelen was. Dat wijst op nestbouw. Even kwam een Staartmees langs, even maar. Zo ook de Zanglijster. Slechts een kort moment. Voldoende om er een foto van te maken, niet zoals ik ze het liefst heb, maar dat heb je niet in de hand.

De Winterkoning is het nest interieur aan het afwerken.

De Winterkoning is een klein gedrongen, zandbruin vogeltje van bijna tien centimeter met een opgewipt staartje. De lichaamslengte bedraagt 9 tot 10 cm. De karakteristiek is de opstaande staart. Verder klein, bruin en met lichte wenkbrauwstreep. De winterkoning vliegt met snelle vleugelslagen laag boven de grond van struik naar struik. Komt nerveus over met een steeds opwippende staart. Heeft een kleine spitse snavel en fijne pootjes. Broedt van half april tot in juli. Heeft twee legsels per jaar, die bestaan uit 5-7 eieren. Het mannetje maakt meerdere nesten, waarna het vrouwtje uiteindelijk één nest uitkiest om in te broeden. Als het vrouwtje op de eieren zit, probeert het mannetje een ander vrouwtje te lokken in één van de andere nesten.

De Zanglijster, even maar... Maar de foto is langer te bekijken.

De zanglijster (Turdus philomelos) is een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae). Al vanaf het vroege voorjaar hoorde ik de zanglijster luid zingen in de toppen van de bomen. De zang van de zanglijster is vaak een piepende en schrille waterval van noten met weinig korte pauzes met strofen die 2 tot 4 keer herhaald worden. De zanglijster begint 's ochtends tijdens de schemering met zingen. 's Avonds zingt hij tot het donker wordt. De zanglijster zingt vanaf een hoog punt, bijvoorbeeld in een boomtop of op een dak. Al in januari zijn de zanglijsters te horen

De zang van de zanglijster is luid en zeer gevarieerd, levendig en vol.

De gewone Vink is de beste zanger van de vinkachtigen.

De Vink (Fringilla coelebs), ook wel boekvink, botvink of charlotte genoemd, is een zangvogel. In de lage landen is hij de bekendste en meest frequent voorkomende vinkachtige. Zijn zang, waarvan de laatste tonen de "vinkenslag" wordt genoemd, kent vele dialecten. Vinken leven in bossen, boomrijke tuinen en parken. Ze eten namelijk zaden en zachte plantendelen, zoals bladknoppen. Toch is het vooral hoog Nederland waar vinken het meeste voorkomen. Aan het einde van hun zang van de vink laten vinken vaak de bekende 'vinkenslag' horen.

De Staartmees zat jammer genoeg achter het takje.

De staartmees (Aegithalos caudatus) is een zangvogel uit de familie staartmezen (Aegithalidae). Hij behoort niet tot de familie van echte mezen (Paridae); staartmezen vormen een eigen familie. Een volwassen staartmees heeft een totale lengte van 13 tot 16 centimeter, inclusief de lange, smalle staart van 6 tot 10 centimeter. De vleugelspanwijdte is 16 tot 19 centimeter, wat relatief klein is voor een zangvogel. Hij heeft een rond lichaam, een korte, stompe snavel en lange, slanke poten. De donkere ogen zijn bij sommige vogels omrand met een felgekleurde oogring.

Staartmezen komen vrij algemeen tot broeden in bossen, parken, landgoederen en tuinen. Voorwaarde is de aanwezigheid van voldoende bomen en struiken, waar ze ook hun voedsel verzamelen. Dit doen zij tot op de allerdunste twijgen. Op het menu staan allerlei hele kleine insecten, rupsen en in de wintermaanden zaden die zij vinden op de dunste uiteindes van takken. Staartmezen maken een prachtig bolvormig nest van korstmossen, dat wordt gemaakt in dichte struwelen, en broeden van eind maart tot in mei.

De Roodborst nam zojuist een bad.

Veren zijn erg belangrijk voor vogels en hebben meerdere functies zoals vliegen, isolatie, camouflage of pronken en het afstoten van water. Vogels zijn er dan ook zuinig op en poetsen hun veren uitvoerig. Tijdens het poetsen worden stof, vuil en parasieten verwijderd. Vervolgens wordt het verenkleed ingevet of geolied, zodat de veren flexibel en waterafstotend blijven.

Als vogels gebaad hebben moeten de veren nog even glad gestreken worden. Daar nemen ze ook de tijd voor. Met ‘wax’, afkomstig van een klier bij de staart, worden de veren ingevet om waterafstotend te maken. Het gladstrijken van de veren is nodig om ze in goede conditie te houden. Dit gladstrijken van de veren begint de vogel door de snavel over een stuitklier onderaan de staart te wrijven. Het stof en de parasieten die tijdens het wassen niet weggespoeld zijn worden alsnog van de veren weg gewreven.

Veel zangvogels, zoals Vinken, Kool- en Pimpelmezen en Roodborstjes, nemen eerst een bad voordat ze gaan poetsen. In de natuur hebben vogels verschillende mogelijkheden om zichzelf schoon te houden. Dit kan door bijvoorbeeld een hoge luchtvochtigheid of door een nabijgelegen riviertje. Sommige vogels zijn liever lui en laten hun veren schoonmaken. Er zijn Gaaien die expres in een mierennest gaan staan en de mieren parasieten uit hun verenkleed laten halen.