maandag 27 maart 2017

Vogels tussen de voorjaarsbloesem

De bloesem staat aan de bomen. Een mooie plaats voor veel vogels om die bomen te bezoeken, en mooi om ze daar te fotograferen.

De Pimpelmees.

De pimpelmees is, net als de koolmees, een bosvogel die zich heeft aangepast aan de menselijke omgeving. Ook hij broedt graag in nestkasten en komt in de winter dicht bij huis, bungelend aan vetbollen en pindanetjes. Broedt van eind maart tot in juli. Heeft in die periode 1-2 legsels met elk 7-13 eieren.

De Vink zien we het meest van zijn voorkant, maar heeft ook een mooie rug. De Huismus, door vele ondergewaardeerd.

Vinken leven in bossen, boomrijke tuinen en parken. Ze eten namelijk zaden en zachte plantendelen, zoals bladknoppen. Toch is het vooral hoog Nederland waar vinken het meeste voorkomen. Aan het einde van hun zang van de vink laten vinken vaak de bekende 'vinkenslag' horen. Broedt tussen midden maart en midden juli en kan 2 legsels hebben, hoewel dat eerder uitzondering is dan regel.

De Huismus is de meest algemene en zeer bekendste broedvogel in dorpen en steden. Stevig gebouwd, met grote snavel en verhoudingsgewijs grote kop. Mannetjes en vrouwtjes verschillen sterk, waarbij de mannetjes veel donkerder gekleurd zijn.

De Groenling woont in de buurt.

De natuurlijke habitat van de groenling is zeldzaam geworden. Groenling kwamen voornamelijk voor in cultuurlandschappen. Als er maar genoeg dichte struiken zijn, voelt de groenling zich er wel thuis. Steeds meer tuinen in kleine dorpjes voldoen daar aan, en daar broed de mooie groene vink tegenwoordig ook vaak. Groenlingen eten zaden. In hun stevige snavel trillen ze daarvan al ronddraaiend de vrucht uit de schil en wordt deze opgegeten. Broedt van eind maart tot in augustus.

zaterdag 25 maart 2017

Op en rond het Beleven

Vanmorgen trof ik niet alleen wat eenden en ganzen op het Beleven, maar ook een Staartmees, een Tjiftjaf, Een koppeltje Roodborsttapuit en Grutto's.

De Wilde eend.

Over de Wilde eend heb ik in de vorige post al het nodige toegelicht, de Staartmees en de Tjiftjaf krijgen nog eens extra aandacht.

Links; de Staartmees, rechts; de Tjiftjaf.

Staartmezen komen vrij algemeen tot broeden in bossen, parken, landgoederen en tuinen. Voorwaarde is de aanwezigheid van voldoende bomen en struiken, waar ze ook hun voedsel verzamelen. Dit doen zij tot op de allerdunste twijgen. Op het menu staan allerlei hele kleine insecten, rupsen en in de wintermaanden zaden die zij vinden op de dunste uiteindes van takken. Staartmezen maken een prachtig bolvormig nest van korstmossen, dat wordt gemaakt in dichte struwelen, en broeden van eind maart tot in mei.

De kleine Tjiftjaf is vooral te herkennen aan zijn zang. Hij roept zijn eigen naam. Qua uiterlijk lijkt hij sterk op de fitis, maar bevindt zich vaker in hoger bos. De tjiftjaf heeft donkere poten en kortere vleugels. Hij vliegt rusteloos door de vegetatie en slaat tijdens het voedsel zoeken langzaam met zijn staart. Een fitis doet dit nooit. De Tjiftjaf broedt op of nabij de grond in bossen en allerlei halfopen landschappen met bomen en struiken, inclusief stedelijk gebied. De tjiftjaf heeft een voorkeur voor oudere loofbossen en gemengde bossen, maar is eigenlijk overal te zien waar bomen en struiken aanwezig zijn. Dus ook in parken en tuinen, belangrijk is wel dat de bodem bedekt is met dichte vegetatie.

Roodborsttapuit: links het mannetje, rechts het vrouwtje.

Roodborsttapuiten zijn vogels van open tot halfopen, vaak droge terreinen met enige struweelopslag of hoog opschietende kruiden. Het goed verborgen nest wordt op of net boven de grond gebouwd. Vanaf een uitkijkpost in het territorium wordt het grootste deel van het uit insecten en ander klein gedierte bestaande voedsel opgespoord. De mannetjes zijn goed herkenbaar met zwarte kop, witte halszijden en feloranje borst. Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben een oranje borst, maar de mannetjes vallen het meest op. De vrouwtjes hebben naast die oranje borst bruin gestreepte bovendelen en twee witte vlekken op de bovenvleugel. Mannetjes hebben dat ook, maar daarnaast hebben die een witte stuitvlek, witte halszijden en een zwarte kop. Hij zit vaak op de top van heidestruiken. De jonge vogels lijken op het gespikkelde vrouwtje, maar zijn lichter bruin en goed gecamoufleerd.

De Grutto.

De Grutto heeft het de laatste jaren moeilijk om stand te houden, zeker na het rampzalige broedjaar van 2016. De zware regen en hagelbuien die in juni over het zuiden van Nederland en België trokken hebben veel van de broed vernield. De rutto is een oer-Hollandse weidevogel. Nog wel. Want de natuurwaarden van het agrarisch land staan zwaar onder druk. Waar het boerenbedrijf nog ruimte laat voor natuur, daar gedijt de grutto. Zo is hij de ambassadeur van agrarisch land waar productie en natuur in balans zijn. Nergens in Europa broeden zoveel grutto’s als in Nederland. In 2016 is de grutto uitgekozen door het Nederlandse publiek tot nationale vogel.

De Grutto is een grote, slanke steltloper met lange poten. Rechte snavel. In vlucht brede, witte vleugelstreep, witte staartbasis (vierkant) met zwarte eindband. Poten steken uit. Buik met donkere banden. Mannetje ruit in prachtkleed naar een meer steenrode kleur dan vrouwtje. In de winter bruingrijze borst en bovendelen. Juveniele grutto's [...] In Nederland is ook de IJslandse grutto te zien. Die heeft een duidelijk kortere snavel. Als juveniel heeft de IJslandse grutto meer oranje; bij de jonge gewone grutto zijn deze zwakker gekleurd, en eerder roze-bruin dan oranje. Een belangrijk verschil is de tekening van de schouderveren en de binnenste armpennen (ook wel tertials genoemd). Deze zijn bij juveniele IJslandse grutto's uitgebreider en bonter getekend. Als adult is de IJslandse grutto meer rood dan 'onze' grutto.

donderdag 23 maart 2017

Natuurwandeling 'Ronde Put' Postel

In Postel (België) ligt een natuurgebied, aangrenzend met Retie, met twee waterplassen die vroeger door turfwinning zijn ontstaan. Vanmorgen verkenden wij met z'n drieën het gebied. Eerst deden we de 'Lange Lindenput' aan, daarna via een omweg de 'Ronde Put'. Onderweg kon ik langs het Kempisch kanaal mooie plaatjes schieten van de Boomklever.

Vogel kijk-observatie hut aan de 'Lange Lindenput' Postel

De vogel kijk-observatie hut aan de 'Ronde Put' van Postel ligt niet ver van de 'Lange Lindenput'. Ook deze is via een loopbrug te bereiken. Ongeveer 1 kilometer van de loopbrug van de Lange Lindenput is de brug vanaf het kanaal te bewandelen, waarna je een stuk over een graspad verder loopt tot je bij het water aan komt. Een hout loopvlonder verbind de kijkhut, die helemaal in het water staat met de oever. Het zicht is de moeite waard. een tweede toegangsweg begint ongeveer honderdvijftig meter voor de ophaalbrug aan de weg van Postel richting Retie. De zandweg is per fiets en te voet toegankelijk. De eerste honderd meter van deze zandweg is nog toegankelijk voor autoverkeer, waar je parkeergelegenheid vindt.

Toch een van de mooiste vogels die onze natuur kent, de boomklever.

Vogel kijk-observatie hut aan de 'Lange Lindenput' Postel
Onderstaande kijk-observatie hut is te bereiken vanaf een loopbrug die begint aan het fiets / jaagpad langs het kanaal van Arendonk naar Dessel-Witgoor. De 'Lange Lindenput' ligt oostelijk ten opzichten van de kijkhut. De beste tijd om daar te observeren en foto's te maken is half namiddag.

De Grote knobbelzwaan maakt zich boos op een van zijn soortgenoten en zet de aanval in. Tot een vechten kwam het echter niet.

Links; de vink zit mooi in de ochtendzon, rechts; water borrelt op in de sloot uit de overstroom van een naastgelegen waterput.

woensdag 22 maart 2017

Landgoed Wellenseind bloeit weer op

In het najaar van 2016 is veel werk gemaakt van de herinrichting van 'de Reusel' en de omgeving rond het stroomgebied van de beek. De Reusel kreeg weer z'n oorspronkelijke meanderende stroom terug. Ook zijn de rabatten hersteld. Rabatten zijn langwerpige ophogingen die gelegen zijn tussen greppels, waarop in dit geval bomen en struiken groeien. In januari van dit jaar wijde ik al een artikel aan deze herinrichting, maar twee maanden later begint alles al weer groen te worden.

Een van de toegangswegen die het privé landgoed in gaan.

In navolging op de Groote Beerze in Landgoed Baest is nu ook de Reusel op Landgoed Wellenseind flink ‘door aan het schieten’. Het landgoed, in eigendom van de familie Zeeman, heeft in een slagvaardige samenwerking met het waterschap een oude afgesloten meander in ere hersteld. Voorheen ging het water rechtdoor via een gegraven stukje beek.

Het herstel van de meander draagt bij aan de KRW (Kaderrichtlijn Water) doelstelling om de dynamiek van de Reusel te versterken. Bovendien wordt het Landgoed er zelf ook mooier en heeft het meer ‘beek’ om van te genieten. De Reusel in Wellenseind is hierdoor ongeveer 120 m langer geworden.

Water speelt een hoofdrol in een groot deel van het landgoed.

Bossen en weilanden wisselen elkaar af.

Rabatten, de Reusel en de vijver vormen het natte, moerassige karakter.

Eenden nestkorven zijn de nestkasten voor Wilde eenden.

Een meerkoet in het water en een van de vele Koperwieken in de boom.

De natte landen zijn het leefgebied van o.a de Blauwe reiger en de Nijlgans.

Een van de rabat sloten en het naastgelegen bos.