maandag 3 juli 2017

De zon en Appelvink zijn weer terug

Twee en een halve week geleden verschenen de Appelvinken (Coccothraustes coccothraustes) voor het laatst aan de vijver bij mijn fotohut. Vandaag had ik slechts een uur de tijd om naar de fotohut te gaan, maar dat bleek deze keer voldoende om de Appelvink daar aan te treffen. Soms zit het mee, gelukkig.

De Appelvink verscheen weer bij de vijver aan de fotohut. Tijdens de afgelopen regendagen had ik ze niet meer gezien.

De Appelvink komt enkel naar de vijver om te drinken of te baden. Het is nu de derde keer dat ik ze daar aan trof. Het voer wordt niet aangekeken, blijkbaar vinden ze wel voldoende voedsel, maar geven ze toch de voorkeur aan de vijver om te drinken of te baden. Het voedsel van Appelvinken bestaat uit pitten, beukennootjes, bessen, zaden en soms ook insecten. Met de zeer stevige, driehoekige snavel kunnen zelfs kersepitten gekraakt worden.

Links de Appelvink man, rechts de Appelvink man. Op de rug is dat beter te zien, maar die werd niet getoond.

De Appelvink juveniel kwam eerst drinken en keerde even later terug om ook te baden.

De appelvink komt voor in boomgaarden, parklandschappen, loofbossen en gemengde bossen en in parken en tuinen. De vogel nestelt meestal hoog in bomen dicht tegen de stam aan en soms in struiken. Normaal zie je de Appelvinken niet zo makkelijk. Ze verblijven veel in de hoge boomtoppen, die vanaf half april al dicht begroeid raakt met nieuw boomblad.

De bedelende koolmees wordt gevoed

Het is normaal dat jonge koolmezen na het uitvliegen nog een paar weken worden bijgevoerd. Zelfstandige levende jonge vogels hoeven niet meer bijgevoerd te worden door hun ouders, maar krijgen nog regelmatig wat toegestoken. Als de jonge vogels met hun ouders op een voedselrijke plaats samen zijn bedelen de jonge vogels nog regelmatig om bijgevoerd te worden.

De jonge koolmees kan zelfstandig aan eten komen, maar vraagt toch om gevoerd te worden.

De eerste dagen nadat ze uitvliegen bedelen jonge koolmezen bij de ouders steeds om voedsel en blijven de ouders in het eigen territorium. Binnen een week kunnen de jonge mezen zelf bladluizen en kleine insecten vangen, maar bedelen ook bij oudermezen. Het maakt dan niet uit of dit eigen ouders of andere ouders zijn. Jonge mezen van verschillende nesten zullen zich dan met elkaar vermengen en verder weg trekken vanaf de geboorteplek.


Jongen koolmezen zitten 18 tot 21 dagen op het nest. Nadat ze zijn uitgevlogen, worden de jongen nog 2 tot 3 weken gevoerd. Koolmezen eten rupsen, andere kleine insecten (tot circa 1 cm lengte), beukennootjes en andere zaden. Koolmezen zijn ook vaak te vinden op voedertafels, zeker wanneer pinda's en zonnebloempitten worden gevoerd.

zondag 2 juli 2017

Een bad om parasieten weg te spoelen

Het zwartkop vrouwtje kwam nog eens langs om een bad te nemen. Niet om af te koelen zoals vorige week toen het zo warm was, maar om zich te ontdoen van stof en parasieten. Er zijn veel parasieten die bij vogels voorkomen. Veel parasieten kunnen in en op de vogel aanwezig zijn zonder dat daarvan zichtbare verschijnselen opvallen. Vaak treden klachten op als de vogel om de een of andere reden minder gezond wordt (bijkomende ziekte, voedingstekorten, enzovoort). Ze kunnen op dat moment wel last krijgen van de parasieten.


Onder andere veermijten en veerluizen kunnen bij vogels voor problemen zorgen. De veermijt veroorzaakt vaak weinig problemen bij de vogels waarbij ze van nature voorkomen. Problemen ontstaan als ze op een vogel terechtkomen die nog nooit met deze mijtsoort in aanraking is geweest. Ook geven veermijten problemen als ze (bij zware besmettingen) ook op de huid aanwezig zijn. Er ontstaat dan jeuk, en de veren van deze vogels zijn van slechte kwaliteit. Veel voorkomende parasieten zijn luizen die in de veren zitten en irritatie en veerschade veroorzaken. Deze ‘lange veerluis’ is goed met blote oog zichtbaar; donkere streepjes op de staart en vleugelveren van ongeveer 2-3 mm lang. De luizen kruipen meestal snel weg omdat de meeste luizen lichtschuw zijn.


Dus baden vogels ook vaak om zich te ontdoen van o.a. luizen en mijten. Broedvogels en jonge vogels die net het nest hebben verlaten kunnen veel last hebben van parasieten. Broedvogels zitten veel op hun nest en dat is een ideale plaats voor ongedierte. Jonge vogels die al een paar weken op het nest verblijven kunnen om die zelfde reden een aantal parasieten in hun verenpak verzameld hebben. Zodra die het nest verlaten en al een beetje kunnen vliegen worden deze jonge vogels door hun ouders mee naar het water genomen voor een flinke wasbeurt. Als het al lang droog is en er weinig badwater te vinden is zijn ze vaak aangewezen op de helpende hand van de mens. Vijvertjes of waterschaaltjes in de tuinen brengen dan uitkomst. Daar zijn de vogels blij mee.

Wil je vogels in je tuin, dan helpt een schaaltje water daar al aan mee. Strooi daar ook nog wat (wildzang) voer bij en de kans is groot dat je vogels in de tuin krijgt.

Een vochtig en rustige vogelwereldje

Na een paar dagen met veel regen en een nog druilerige ochtend is het nog rustig in het vogelwereldje. Vorige week was het in Netersel met het warme weer nog een drukte van jewelste bij de fotohut. Vaak kon je er meer dan tien, soms zelfs vijftien vogels te gelijkertijd tellen. Vinken, mezen, vliegenvangers, merels, zanglijster, de roodborst, heggenmus, zwartkoppen, boomklevers, spechten en zelfs de gaai, goudvinken en appelvinken wisselden elkaar met regelmaat af, een feest als je van vogels houdt.

De heggenmus juveniel nadert de voederplaats bij de fotohut.

Vandaag, maar ook gisteren en eergisteren, was het erg rustig. De zon zat nog verscholen achter de wolken, waar zo nu en dan nog wat lichte regen uit viel. Tussendoor, als het niet meer regende kwamen de vogels weer tevoorschijn. Net als bij mensen willen vogels de buitenlucht in als de zon schijnt. Zangvogels zoeken bijvoorbeeld een veilig plekje in een struik, heg of boom. Of ze blijven in de beschutting van gebouwen. Later deze week keert de zon weer terug, hoewel de zon afgewisseld wordt door bewolking. De windt draait overigens wel naar de noordelijke richting, waardoor het minder warm zal aanvoelen als dat het in werkelijk zal zijn. Als de thermometers weer naar de 22 tot 24 graden gaan stijgen keren de vogels ongetwijfeld weer terug naar de voederplaats en de vijver om daar te baden.

Heggenmus en Vink juveniel

Moeder en juveniel koolmees en merel juveniel in bad.

Ook als het wat minder warm en regenachtig is blijven de vogels op het water af komen. Het baden heeft ook als doel om de parasieten uit hun vacht te spoelen. Baden kunnen de vogels, die iets verder weg zitten, ook op andere plaatsen dan in de vijver bij de fotohut. Door de regen van de afgelopen dagen zijn er overal plassen water achtergebleven waar vogels in kunnen baden. Zodra het weer droger wordt en die regenplassen opdrogen komt de vijver weer in beeld bij de vogels van weleer. Dat was ook mijn troef tijdens de warme dagen van de voorbije weken.