maandag 22 april 2019

De Fazant voelde zich veilig zo ver weg

Ik heb vroeger tijdens mijn rijlessen geleerd dat je goed uit je ogen moet kijken, ook naast de rijbaan waar je gebruik van maakt. Er kan altijd iets opdoeken waar je veiligheid door in gevaar kan komen. Die aangeleerde oplettendheid leverde mij vanmorgen - op weg naar het Beleven - mooie foto's op van een Fazant. De Fazant voelde zich veilig zo ver weg. Een meting op Google Maps wees uit dat de Fazant 200 meter ver weg zat.

Een Fazant haan. De laatste jaren neemt het aantal broedvogels af met ongeveer 5% per jaar.

Op een boomkwekerij in Hulsel, naast een wat palmstruiken zag ik een fazant haan staan. Dus ben ik snel omgekeerd en ben langs de weg gaan staan om vanuit het open portierraam wat foto's te nemen. Fazanten zijn prachtig gekleurde vogels - althans, de mannetjes. De vrouwtjes zijn bijzonder goed gecamoufleerd. De mannetjes zijn onmiskenbare grote, statige hoenders. Naast de opvallende kop hebben mannetjes een lange gebandeerde staart en een bruin lichaam met donkere vlekken en schubben. Vrouwtjes kunnen met andere soorten worden verward. Zij hebben ook een lange staart en zijn geheel bruin met donkere vlekken. Fazanten vliegen vaak op het laatste moment op met een rauwe kreet bij een naderend persoon.

Fazanten hebben een lang broedseizoen, van maart tot en met juni. De vogels leven in een haremstructuur, waarbij een mannetje vaak meerdere vrouwtjes bevrucht. Het nest wordt goed verscholen gemaakt. Eén legsel met 10 tot 14 eieren. Broedduur 22 - 27 dagen. De goed gecamoufleerde vrouwtjes broeden de eieren uit. De jongen verlaten meteen na uitkomen het nest en volgen het vrouwtje en de andere jongen. Wel zoeken ze meteen hun eigen voedsel.


Fazanten komen in grote delen van Nederland voor maar ontbreken in stedelijk gebied en bosrijke omgeving. Ze zijn het talrijkst in agrarisch gebied op de kleigronden van Zuidwest- en Noordoost-Nederland. Rond 1975 kwamen Fazanten nog wijd verspreid voor op de Veluwe en in andere bosachtige gebieden. De verdwijning hier, en de scherpe afname op veel plaatsen elders, is een gevolg van het vanaf 1978 geleidelijk afbouwen van het uitzetbeleid. De onnatuurlijk hoge dichtheden die daarvan het gevolg waren, verdwenen als gevolg van predatie door Vos en Havik, iets dat versneld werd door enkele strenge winters. De afname vlakt inmiddels af en de soort weet zich in verschillende delen van het land te handhaven, zij het in lagere dichtheden dan weleer. Illegale uitzet komt overigens nog steeds voor.

In najaar en winter vormen Fazanten groepjes die op plekken met veel voedsel en dekking samenscholen. Zulke plekken liggen doorgaans op slechts enkele honderden meters van de broedplaats. Grotere verplaatsingen lijken niet voor te komen. De wintergroepen vallen in het vroege voorjaar uiteen.

Slobeenden, Zomertaling en de Grutto

Vanmorgen was ik al vroeg op het Beleven. Gisteren trof ik daar de Watersnip. Vanmorgen was daar geen spoor van te bekennen. Wel Slobeenden, de Zomertaling en wat Wintertalingen, waarvan de meeste helemaal aan de verste uithoek van het westelijke ven zaten, en dat is toch gauw 350 meter. Ook de Grutto was aanwezig, en leek de plaats van de Watersnip ingenomen te hebben.

Bovenste foto: De Slobeend kwam net terug van een rondvlucht over het water, waar hij een opdringerige soortgenoot verjoeg.

De Slobeend kwam even tot zo'n 80 meter van de plek waar ik de foto's nam. Maar helaas, daar viel het licht op zijn verkeerde kant. De foto's zijn gemaakt op meer dan 150 meter.

De slobeend is de trotse bezitter van een vreemd ogend maar uiterst effectief stuk gereedschap: de snavel heeft een lepelvorm die het slobberen van kroos en waterdiertjes een stuk efficiënter maakt. De slobeend behoort tot de (secundaire) weidevogels. Slobeenden leven in de laagelegen, natte gebieden in het gematigde klimaatgebied. In geen ander Europees land broeden zoveel slobeenden als in Nederland.

De Zomertaling. Op de derde foto zien we (links) de Wintertaling, met in zijn spoor de Zomertaling (rechts).

Heel even kwam de Zomertaling wat dichter bij. Maar korter dan 100 meter (bovenste foto) kwam hij niet. Op de 2e en 3e foto zat de zomertaling op ongeveer 150 meter. De Zomertaling foto's van vanmorgen zijn beter als die van gisteren. De zon was minder fel, waardoor de kleuren minder hard zijn.

Zomertalingen zijn prachtige eenden die broeden in open moerassen en agrarisch gebied met voedselrijke sloten en ondiepe plassen, voorzien van rijke, niet al te hoge en dichte water- en oevervegetatie. Het nest bevindt zich in dichte kruidenvegetatie of in een graspol. Het voedsel bestaat uit allerlei plantaardig en dierlijk materiaal, en wordt op of net onder de waterspiegel verzameld.

Deze Grutto's vormen een koppel. Ze zochten elkaar steeds weer op.

De Grutto zat op zo'n 80 meter van mij vandaan. De grutto (Limosa limosa) is een weidevogel uit de familie strandlopers en snippen (Scolopacidae) van de orde steltloperachtigen (Charadriiformes).

De grutto broedt in weidegebieden en drassige natuurgraslanden. Oorspronkelijk broedde de grutto in open moerassen en in hoogveen. Nesten worden vooral gemaakt op grasland, in een ondiep kuiltje. Als het gras lang genoeg is, buigt hij de halmen over het nest, dat daardoor moeilijk te zien is. Halflang gras biedt ook bescherming voor uitgekomen kuikens; in langer gras blijken ze zich slecht te kunnen voortbewegen. De broedtijd van de grutto loopt van eind maart tot juni.

De baltsroep van de grutto klinkt met wat fantasie als utto utto utto, dat hij snel achter elkaar roept. Aan deze roep dankt de grutto zijn naam. In de zomer heeft het mannetje van de grutto een oranjebruine kop, nek en borst. Ook de snavel is aan de kopzijde oranje. De flanken en de buik zijn gevlekt. Hij heeft een lange vrijwel rechte snavel.

Grote Canadese gans maakt avances

De Grote Canadese gans deed vanmorgen zijn uiterste best om de vrouwtjes te imponeren. Helemaal achter het westelijke deel van het Beleven, bijna tegen de Belgische grens, zaten enkele Canadese ganzen, waarvan een mannetje zich druk zat te maken richting een vrouwelijke soortgenoot. Paringsdrift, heet dat. Hoewel er al jonge Canadese ganzen rond zwommen, is het broedseizoen nog in volle gang.

Bovenste foto: De Grote Canadese gans maakt avances naar het vrouwtje.

Achter op het westelijke deel van het Beleven, 350 meter van de weg, hebben de Grote Canadese ganzen hun plekje gevonden. De Grote Canadese gans is een exoot in Europa. In Nederland waren er al in 1951 broedgevallen in het wild van Canadese ganzen. De grote Canadese gans is een gans uit Noord-Amerika en Canada, maar in Nederland doen ze het ook goed. Ooit zijn ze meegebracht als kooivogels. Nadat er veel ontsnapt en losgelaten zijn is de populatie in het wild erg toegenomen. Mogelijk zijn er ook een aantal via Groenland en IJsland naar Europa gekomen.

Een koppel Grote Canadese ganzen met viif kuikens. Het vrouwtje legt 4 tot 8 witte eieren, die ongeveer 30 dagen worden bebroed.

Vanaf de jaren 1975 is de grote Canadese gans als broedvogel in Nederland te vinden. De grote Canadese gans is geregeld te vinden op vennen in Brabant en in de lage delen van West-Nederland. Volgens schattingen van SOVON is het aantal broedparen in 2012 (in Nederland) gestegen tot 7300 paar.

zondag 21 april 2019

Het Beleven schittert in het ochtendlicht

Vanmorgen was het Beleven erg mooi licht gehuld. Mooie vogels, in het beste ochtend licht. Dat is wat de natuur 's morgens vaak ook zo mooi maakt. Jammer dat de Watersnip zo ver weg zat. Het is een goed gecamoufleerde vogel, en dat maakt het lastig om er van ver weg een duidelijke foto van te maken. Geen excuus, daarom maakt de snip ook deel uit van dit album.

De eerste die mij op viel, de Zomertaling.

Het voedsel van de zomertaling bestaat uit water- en moerasplanten. Op het Beleven is daar genoeg van. Momenteel is het Beleven niet de plaats waar het uitpuilt van de vogels. Het mannetje heeft als belangrijkste kenmerk een roomwitte streep boven het oog tot aan de hals. In vlucht heeft het mannetje een blauwgrijze voorvleugel en een witte buik. Het vrouwtje is zoals bij veel eendensoorten moeilijker te onderscheiden. Zij heeft een enigszins grijs gekleurde vleugels dan het vrouwtje van de wintertaling en mist haar groene spiegel.

Zomertalingen zijn prachtige eenden die broeden in open moerassen en agrarisch gebied met voedselrijke sloten en ondiepe plassen, voorzien van rijke, niet al te hoge en dichte water- en oevervegetatie. Het nest bevindt zich in dichte kruidenvegetatie of in een graspol. Het voedsel bestaat uit allerlei plantaardig en dierlijk materiaal, en wordt op of net onder de waterspiegel verzameld. Zomertalingen zijn lange-afstandstrekkers die ten zuiden van de Sahara overwinteren, onder meer in de Sahel.

Deze Wulp kwam aanvliegen. De afstand, ruim 200 meter.

De wulp (Numenius arquata) is een vogel uit de familie van de strandlopers en snippen (Scolopacidae). Het is een grote steltloper (50 tot 60 cm lang, 450 tot 1500 gram zwaar) met een 9 tot 15 cm lange, kromme naar beneden gebogen snavel. Vrouwtje met nog langere snavel dan mannetje. Weinig verschil in kleed tussen geslachten en leeftijden.

Het verenkleed is licht van kleur met donkerbruine verticale strepen over het gehele lichaam. In tegenstelling tot de regenwulp (lijkt veel op de wulp) heeft de wulp een vrij egale kop; een donkere oogstreep ontbreekt. In de vlucht is de witte stuit en onderrug goed zichtbaar. Hij is onmiskenbaar, verwarring is alleen mogelijk met de regenwulp die 10 cm kleiner is met een snavel van 6 tot 9 cm. De wulp heeft weinig tekening op de kop, alleen een vage lichte oogstreep. De regenwulp heeft een donkere oogstreep en een kruinstreep. Het geluid van de wulp is zeer kenmerkend en wie het eenmaal kent zal het niet snel vergeten. Het is een mysterieus aanzwellend geluid, dat vooral in de ochtend- en avondstilte bijzonder ver kan dragen.

Twee Watersnippen bij elkaar. Vermoedelijk een koppel. Deze Watersnip zat op ongeveer 80 meter.

De watersnip is een zeldzame weidevogel. Het is een typische snip met zeer lange snavel. Opvallende strepen op kop en rug. Gebandeerde flanken. Verwante bokje heeft korte snavel en strepen op flanken. Vliegt bij verstoring vaak ver weg in zigzaggende vlucht; laat daarbij een schorre roep horen. Broedt vooral in vochtig tot nat, zeer extensief gebruikt en kruidenrijk, rijk gestructureerd grasland op veen; ook in gemaaid rietland, trilvenen, vroeger ook natte heide. Graag met wat modderige plekken. Buiten Nederland ook in struiktoendra en open taiga en hoogvenen. Heeft een zachte bodem nodig. Buiten de broedtijd vooral natte graslanden, slootkanten, lage moerasvegetaties e.d. Niet op wad, wel in kwelders. Ook rijstvelden en natte akkers.

Gevarieerd menu van kleine ongewervelde dieren, zoals insecten en hun larven (o.a. emelten), wormen, kleine kreeftachtigen, slakjes, spinnen. Soms plantaardig materiaal (vooral zaden). Zoekt voedsel op de tast met de snavel in de bovenste laag van vochtige of natte bodem. Hierbij wordt de snavel in een snel ritme verticaal de bodem ingestoken. Foerageert meestal in kleine groepjes.

De Slobeend man. Met zijn brede snavel slobbert hij over het wateroppervlak om daar voedsel op te slobberen.

De slobeend is de trotse bezitter van een vreemd ogend maar uiterst effectief stuk gereedschap: de snavel heeft een lepelvorm die het slobberen van kroos en waterdiertjes een stuk efficiënter maakt. De slobeend behoort tot de (secundaire) weidevogels. Slobeenden leven in de laagelegen, natte gebieden in het gematigde klimaatgebied. In geen ander Europees land broeden zoveel slobeenden als in Nederland.