woensdag 14 augustus 2019

Wandeling door natuurgebied Grijze Steen

Vanmorgen bedacht ik mij om eens in Casteren door de Grijze Steen te wandelen. De  heide staat daar ook mooi te bloeien, en de koeien in de cultuurweide waar geen mest wordt uitgereden en zeker geen kunstmest wordt gebruikt. Verder zijn de Roodbruine heidelibelle en de bladwespen nog erg actief.

Koeien grazen in de cultuurlandschappelijke weide

Koeien grazen in de cultuurlandschappelijke weide waar geen mest wordt uitgereden en zeker geen kunstmest wordt gebruikt. Een cultuurlandschap is een landschap dat onder invloed van de mens is gevormd, maar dit gebied is weer teruggegeven aan de natuur.

In Nederland behoort zo goed als elke vierkante meter tot het cultuurlandschap. De huidige agrarische cultuurlandschappen zijn meestal ontwaterd, geperceleerd en ontsloten. Cultuurlandschappen zijn niet alleen in gebruik voor landbouw maar ook voor stedenbouw en voor industrie, hoewel men dan vaak van stedelijke of industriële landschappen spreekt. Sommige oude cultuurlandschappen zijn rijk aan biodiversiteit, vermoedelijk door de beperkte en constante mate van menselijk ingrijpen. Door verlies van de economische functie zijn sommige van deze landschappen lange tijd bedreigd geweest, zoals bij het heidelandschap en beeklandschappen.

Natuur in de betekenis van wildernis is vrijwel nergens meer te vinden. In feite kunnen we zelfs zeggen dat de ontwikkeling van nieuwe natuur een cultuurfenomeen vertegenwoordigt ('terug naar de oernatuur') en dat deze "natuurgebieden" dus feitelijk cultuurlandschappen zijn, gevormd onder invloed van het menselijk denken en handelen.

De Grijze steen is een mengelmoes van bos, heide en rietvelden.

De Grijze steen ligt in het Dal van de Groote Beerze. Dal van de Groote Beerze is de naam van een beheerseenheid van het Brabants Landschap die 298 ha groot is en bestaat uit een aantal terreinen in het dal van de Grote Beerze tussen Bladel en Westelbeers.

Het omvat de gebieden Beersbroek en Steenselaarbeemden aan de westkant van het riviertje, en het gebied Grijze Steen aan de oostkant. De eerste twee gebieden zijn kleinschalige cultuurlandschappen met wat stukjes bos en weiland, en houtwallen. Het Beersbroek kent ook schraalgraslandjes met Dotterbloem, Poelruit, Moerasviooltje, Klein glidkruid, Kleine valeriaan, Brede orchis, Blauwe knoop en Spaanse ruiter. De Grijze Steen bevat nog een heideveldje, waar ook Klein warkruid, Moeraswolfsklauw, Zonnedauw en Klokjesgentiaan valt aan te treffen.

Men vindt in dit gebied ook leemputten, overblijfsel van delfstofwinning van de mens voor de vervaardiging van blauwgrijze stenen, vanwaar de naam afkomstig is. Men is sinds 2005 bezig om de Grote Beerze weer haar oorspronkelijke meanderende loop terug te geven. Overstromingsgebiedjes zijn daarbij aangelegd maar het water is nog te voedselrijk om regelmatig de schraalgraslandjes te overstromen. Daarom zijn deze van een kade voorzien, terwijl door Waterschap De Dommel een zuiveringsmoeras is aangelegd.

 Tenthredo omissa is een bladwesp

Tenthredo omissa is een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae). De Bladwesp zoekt op de Gewone Engelwortel naar nectar.

De echte bladwespen (Tenthredinidae) vormen de grootste familie van de onderorde bladwespen (Symphyta). De groep telt ruim 5000 soorten. Deze solitaire insecten hebben geen 'wespentaille' en steken niet. Het borststuk is vergroeid met het achterlijf. Het vrouwtje bezit een legboor. Bladwespen kunnen hun vleugels niet vouwen en leggen deze recht naar achteren op de rug wat gewone wespen niet doen. De lichaamslengte varieert van 0,3 tot 2,2 cm.

Een van de 10 mm kleinere gele en zwarte bladwespen soorten is de Tenthredo omissa. De flagellae van de antenne zijn volledig zwart evenals de tegulae. De achterste tarsus en de top van de achterste tibia zijn bij beide geslachten roodbruin. Gele banden op de tergieten verbreden niet zijdelings. Larven voeden zich met plantains en mogelijk andere kruidachtige planten.

De Roodbruine Heidelibel was veelvuldig te zien.

De Bloedrode heidelibel (Sympetrum sanguineum) is veruit de algemeenste ‘rode’ heidelibel met geheel zwarte poten. De zeer zeldzame Kempense heidelibel heeft ook zwarte poten, maar een anders gevormd achterlijf, met druppelvormige vlekjes. Vrouwtjes zwarte heidelibel kunnen op het eerste gezicht lijken op vrouwtjes of jonge mannetjes bloedrode heidelibel, maar zijn altijd herkenbaar aan de tekening op de zijkant van het borststuk: een brede zwarte band met drie gele vlekjes. Bruinrode en steenrode heidelibellen zijn iets groter, hebben gele strepen op de poten en een andere achterlijfsvorm (mannetjes). Mannetjes vuurlibel kunnen op uitgekleurde mannetjes bloedrode heidelibel lijken, maar hebben een breed en afgeplat achterlijf, rode poten, deels rode vleugeladers, blauwgrijze onderkant van de ogen en grotere gele vlekken in de achtervleugels.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten