vrijdag 24 mei 2019

De vogel-fotohut en nestkasten

Afgelopen woensdag heb ik het vijvertje voor de fotohut schoongemaakt en gevuld met schoon water uit de regenton. Echter, de bodemzand woelt makkelijk op als met een schepnetje door het water ga om ingewaaid boomblad weg te halen. Het water vertroebeld dan. Als dat weer is neergedaald is de gehele bodem weer grauw van de rode zandstof. Dus heb ik een laagje zilverzand op de vijverbodem aangebracht.

Met het zilverzand is het water helder tot op de bodem.

Tijdens dat aanbrengen werd het water weer troebel. Nu van de lichte fijne delen die in het zilverzand vrij gekomen zijn. Maar die lichte fijne deeltjes bleven in het water zweven, dus bleef het water troebel. Daarom heb ik het water weer weggepompt. Met het wegpompen verdwenen ook de lichte deeltjes die in het water zweefden. Na het weer opnieuw vullen met water uit de regenton, was het water brandschoon. Veel werk, maar het eindresultaat was bevredigend.

De fotohut met luifel en het vijvertje, waar je nu de Alpenwatersalemanders goed ziet als ze zich niet verstopt hebben.

Het luifel voor de hut zorgt voor schaduw, waardoor mijn aanwezigheid in de fotohut minder opvalt. De cameralens steekt door een opening in schaduwdoek (gaasvormig). De meeste vogels merken mij in de donkere ruimte niet op. Zelf kan ik wel naar buiten kijken. Vanuit een donker ruimte naar een veel lichtere buiten, is de doorkijk goed, Andersom is het moeilijk naar binnen kijken.

Nu het water en de bodem schoon zijn, kun je de Alpenwatersalemanders goed ziet als ze zich niet verstopt hebben. Voor de salamanders is troebel water geen probleem. Als er maar voldoende zuurstof in zit en het biologisch maar schoon is. Voedsel vinden ze zelf wel. De salamander is dan vooral op regenachtige dagen actief. Alpenwatersalamanders blijven veel op de bodem. Ze zijn schemer- en nachtactief en verstoppen zich overdag onder stenen en houtstronken, alleen na een regenbui komen de salamanders soms overdag tevoorschijn.

Kikkers en salamanders zijn voor mij de inspecteurs voor de waterkwaliteit. Hun aanwezigheid zegt alles over de staat van de reinheid, en de zuurstofgehalte van het water.

De fotohut aan de achter- en zij kanten. De rietmatten vormen een beschutte afscheiding.

Het luifel voor de hut zorgt voor schaduw, waardoor mijn aanwezigheid in de fotohut minder opvalt. De cameralens steekt door een opening in schaduwdoek (gaasvormig). De meeste vogels merken mij in de donkere ruimte niet op. Zelf kan ik wel naar buiten kijken. Vanuit een donker ruimte naar een veel lichtere buiten, is de doorkijk goed, Andersom is het moeilijk naar binnen kijken.

Aan weerszijde van de fotohut zijn watercontainers geplaatst. Het water wordt tijdens regenbuien opgevangen via de dakgoot en de regenton bij de schuur. Door een dikke verbindingsslang komt het water in de containers, die aan de bovenkant waterpas zijn opgesteld. Als alle containers gevuld zijn, is er 2.250 liter water beschikbaar om de vijver te vullen, of aan te vullen na periode van droogte.

Nestkasten voor Meesjes, Grauwe vliegenvangers (half open kast) en Bonte vliegenvangers.

Als je vogels bij de vogelhut wilt hebben, zijn nestkasten een extra middel om vogels te binden aan de omgeving. Met een nestkast lokt u vogels naar uw tuin, wat veel leuke bedrijvigheid met zich meebrengt. En met een groene, vogelvriendelijke tuin, helpt u de vogels om hun jongen groot te brengen. Onze tuin, waar de schuur en vogel fotohut staan, is al 40 jaar oud. Veel grote bomen, struiken en bodembegroeiing maken van een tuin een park, al dan niet groot of kleiner. Voor de vogels een goede omgeving met veel veilige plekken om te wonen of naar voedsel te zoeken.

Er zijn veel soorten nestkasten: voor mezen, voor Spreeuwen, voor Zwaluwen en Steenuilen etc. Als u de nestkast goed ophangt, heeft u meer kans op bewoners. Veel vogelsoorten maken hun nest in boomholtes. Deze zogeheten holenbroeders kunnen gebruik maken oude spechten holtes, maar ook van nestkasten. Dus als u in een bosrijke omgeving woont kunt U ook verschillende nestkasten ophangen: kasten geschikt voor Mezen, Winterkoninkjes, Boomkruiper, Boomklevers de Bonte vliegenvanger, de Grote bonte specht en de bosuil. De vlieggaten zijn over het algemeen rond. Kleine vogeltjes hebben een klein vlieggat, grotere vogels een groter gat. Het gat moet afgestemd zijn op de vogels die de kast gaat bewonen. ze willen er zelf maar net door kunnen, zodat grotere vogels of andere rovers er niet in kunnen. Een Boomklever verkiest vaak een nestkast met een te groot gat. Met een mengsel van speeksel en modder metselen ze de ingang zo ver dicht dat zij er alleen nog door kunnen.

Naast de holenbroeders zijn er soorten die soms gebruik maken van een halfopen nestkast. Roodborst, Winterkoning, Zwarte roodstaart, Grauwe vliegenvanger en Kwikstaart maken normaliter een nest in dicht struikgewas, maar in tuinen met alleen jonge klimplanten en zonder oudere gebouwen in de buurt is het lastig voor deze soorten om een geschikte nestplek te vinden. Een halfopen nestkast kan uitkomst bieden.

donderdag 23 mei 2019

Alpenwatersalamanders in schoon vijvertje

Het water in het vijvertje bij de fotohut is zo schoon, dat je de drie salemanders overal in het water kunt zien. Foto gemaakt met de telefoon

Alpenwatersalamander

De Alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris) is een salamander uit de familie echte salamanders (Salamandridae). De alpenwatersalamander is een middelgrote soort en één van de kleurrijkste watersalamanders, een typisch kenmerk is de helder oranje gekleurde, ongevlekte buik. De salamander komt voor in Europa en voornamelijk in Centraal-Europa inclusief Nederland en België. In deze landen is de soort echter niet algemeen.

De alpenwatersalamander heeft een brede, platte kop zonder lengtegroeven, de paratoïden zijn niet ontwikkeld en ook dorsolaterale lijsten aan weerszijden van de flanken komen niet voor. Het lichaam is iets langer dan de staart. De buik is altijd oranje van kleur en ongevlekt, de keel is soms bij de basis licht gevlekt met kleine, zwarte vlekjes. De goed zichtbare keelplooi markeert de grens tussen keel en romp. De alpenwatersalamander wordt ongeveer 10 centimeter lang, mannetjes blijven kleiner tot 9 centimeter, vrouwtjes kunnen een lengte van 12 centimeter bereiken.

woensdag 22 mei 2019

De merel komt baden in het fotohut vijvertje

Merels zijn niet bang als ze in je tuin zitten. Vaak zitten ze dichtbij, maar die zijn vertrouwd met de aanwezigheid van de mens. Ander gaat het bij merels die in de vrije natuur of in grote tuinen of parken leven. Die maken dat ze wegkomen als de mens te dicht bij komt. Omdat mijn fotohut in een grote tuin met veel grote bomen ligt, zijn de merels daar op hun hoede als de mens te dicht bij komt. Ook bij mijn fotohut zijn ze op hun hoede. Maar vanmorgen was de drang on in vers schoon water de baden groot genoeg om daar rustig foto's van te maken.

Een jonge merel kwam baden, de andere alleen drinken.

Als talrijkste broedvogel in Nederland ontbreekt de Merel alleen in landschappen zonder bomen of struiken. De hoogste dichtheden per vierkante kilometer zitten in stedelijk gebied met veel groen, in agrarisch cultuurland met veel heggen en in randen van gevarieerde loofbossen. Van schuwe bosvogel is de Merel in de afgelopen twee eeuwen veranderd in een succesvolle cultuurvolger. De aantallen namen ook in de afgelopen tientallen jaren nog toe, deels door het bezetten van nieuwe gebieden zoals in uitbreidingswijken of bosaanplant, vooral in Laag-Nederland.

Sinds ongeveer 2005 stagneren de aantallen of nemen ze licht af. Dit zou een gevolg kunnen zijn van enkele droge voorjaren, die ongunstig zijn voor de vooral van regenwormen levende Merel. Hoewel vaak waarneembaar, zijn er geen bewijzen dat predatie van nesten en jongen door Eksters van betekenis is voor de populatie Merels.


De Nederlandse Merels zijn grotendeels standvogel en vertonen steeds minder neiging om weg te trekken. Met aanvulling uit Noord-Europa zijn Merels in trektijd en winter dan ook door heel Nederland te vinden. Wel worden voedselarme gebieden als schrale bossen of grootschalig cultuurland soms tijdelijk verlaten en wellicht voor bijvoorbeeld nabijgelegen bebouwing verruild. Doortrek vindt in het voorjaar vooral tussen half maart en eind april plaats, in het najaar van half september tot half november. Verplaatsingen, al dan niet na vorst en sneeuw, kunnen echter tot diep in de winter aanhouden.

De Groenling profiteert van schoon water

Gisteren heb ik het vijvertje voor de fotohut schoon gemaakt en gevuld met schoon opgevangen regenwater. Daar maken de vogels dankbaar gebruik van. Zo kwamen onder meer de mezen, merels, en ook de Groenlingen op af. In dit artikel de Groenling.

De Groenling kwam aanvliegen om te eten en te drinken.

Groenlingen doen hun naam eer aan: ze laten zich herkennen aan allerlei tinten groen in hun verenkleed. De groenling is oorspronkelijk een bewoner van bosranden en halfopen zoomvegetatie. Nu dat natuurlijke habitat zeldzaam is, bewoont de groenling vooral cultuurlandschappen: als er maar genoeg dichte struiken zijn. Groenlingen eten zaden. In hun stevige snavel trillen ze daarvan al ronddraaiend de vrucht uit de schil en wordt deze opgegeten.

Het mannetje is helder groen gekleurd met opvallende gele randen van de handpennen en gele buitenste staartpennen. In de vlucht goed zichtbaar. Vrouwtje grijzig groen van kleur. Stevige kegelvormige snavel. Heeft een wat dikkere kop en lichaam dan verwante vinkachtigen. Juveniel grijzer dan vrouwtje en meer gestreept.


Broedt in halfopen landschappen, veel in de bebouwde omgeving waar grote tuinen zijn met gevarieerd bomen en struiken, maar ook bij bosranden of in bos met veel open plekken. Buiten het broedseizoen ook op akkers en braakliggende terreinen met veel voedsel. Groenlingen eten veel soorten zaden en bessen. In de nazomer vaak terug te vinden op hondsroos, waar groenlingen de rozenbottels eten.

Ze broeden van eind maart tot in augustus. Heeft meestal 2 legsels, met meestal 4 of 5 eieren. Broedduur 11-14 dagen. Maakt een mooi komvormig nest in dicht (stekel)struikgewas of bomen (coniferen). Na het uitvliegen blijven ze nog 2-3 weken bijeen. Groenlingen zijn niet erg territoriaal en broeden soms in een los kolonieverband, waarbij ze wel hun nest verdedigen.