vrijdag 18 november 2022

De Kuifmees pulkt zaadjes uit een dennenappel

Deze Kuifmees was zaadjes uit een dennenappel aan het pulken. Hun voedsel bestaat in de zomer uit insecten, insectenlarven, spinnen en andere kleine diertjes, maar in het najaar en de winter eet hij vooral zaden van naaldbomen. De kuifmees zoekt vooral naar dode berkenbomen, waarin het vrouwtje een nestholte uithakt. Daarmee is de Kuifmees de enige mees die niet aangewezen is op oude spechtenholtes of holtes die ontstaan zijn door uitrotting van takoksels.


De kuifmees (Lophophanes cristatus, vroeger Parus cristatus) is een zangvogel uit de familie van echte mezen (Paridae). De kuifmees is 10,5 tot 12 cm lang, even lang als de pimpelmees. Hij heeft een opvallende kuif die fijn zwart-wit getekend is en een zwart-witte tekening op het gezicht. De kuif kan plat over de kruin gelegd worden. Het verenkleed is aan de bovenzijde grijsbruin en de onderzijde is vuilwit en wat geelachtig aan de flanken. De voorkop is wit met een gebogen zwarte oogstreep. Verder heeft het dier een zwarte halsband, een donkere snavel en donkerbruine poten.

De kuifmees zoekt vooral naar dode berkenbomen, waarin het vrouwtje een nestholte uithakt. Daarvoor moet het hout wel zacht genoeg zijn, in tegenstelling tot spechten heeft de kuifmees geen ingebouwde schokdempers in de kop die de hakschokken kunnen opvangen. Het nest bestaat uit mos en korstmos en de binnenbekleding wordt afgewerkt met haren, wol en soms ook veren en spinrag. Het wordt enkel door het vrouwtje gemaakt.


Kuifmezen zijn nogal territoriale vogels die het gehele jaar in hun broedgebied verblijven. Alleen jonge vogels vormen in de winter zwervende groepjes. In het voorjaar zoeken ze alsnog een eigen territorium, waar ze de rest van hun leven blijven. De kuifmees heeft misschien wat onverwachte vijanden: spechten zijn dol op mezeneieren en schromen niet een nestje kuifmezen op te eten.

woensdag 16 november 2022

De Boomklever metselt de nestingang op maat

Deze video heb ik samengesteld van niet eerder gebruikte opnames. De tijd die ik nodig heb om te revalideren van mijn heupoperatie gebruik ik onder meer om mijn archief door te spitten en als het materiaal zich daar voor leent nieuwe video's van te monteren. Deze opnames zijn gemaakt in april. Ik hoop dat jullie er plezier aan kunnen beleven.


De Boomklever metselt de nestingang op maat

Boomklevers zijn holenbroeders. Ze kunnen zelf geen holte in een boom uithakken, dus gebruiken ze oude spechten nestholtes. Om te voorkomen dat predatoren het nest binnen kunnen dringen metselt de nestingang zo op maat dat zij er zelf nog net door kunnen. Groter vogels of marters kunnen niet door de opening, tenzij ze de opening verder open breken. Maar dat kost tijd. In die tijd kan de Boomklever de aanvallers verjagen.

De boomklever is een metselaar die de doorgang van het vlieggat aanpast met een mengsel van modder en zaagsel dat nog in het nest is achtergebleven tijdens het hakwerk van de specht, die de holte een jaar eerder heeft uitgehakt. Het metselwerk wordt enkel door het vrouwtje uitgevoerd, een taak die enkele dagen in beslag neemt.

Soms gaat de metseldrang zo ver dat ze openingen van bijna 10 cm dicht metselen tot een opening van ongeveer 4 cm. Boomklevers die in nestkasten broeden, maken soms een versterkt dakoverstek boven de vliegopening. De bodem van het nest wordt bedekt met schilfers dennenschors en dode blaadjes. Ze leggen één of twee keer eieren vanaf april met per legsel meestal 6-9 eieren. Boomklevers broeden vaak meermaals in hetzelfde nest.

Soortenrijke oudere bossen met loofbomen met veel stamoppervlakte en enkele open plekken zijn uitstekend geschikt voor de boomklever. Ook in parken en tuinen te zien. Het voedsel van de boomklever wordt gezocht door nauwkeurig de schors van bomen te inspecteren op insecten. Ook zaden en noten worden gegeten; boomklevers kunnen dan ook gezien worden terwijl ze verwoed inhakken op een met de poten vastgehouden vrucht.

zaterdag 12 november 2022

De Middelste bonte specht, hoog in de Boom

Een van mijn mooiste video-opnames die ik maakte was die van de Middelste bonte specht. De Middelste bonte specht kon ik volgen vanaf het uithakken van het nest, tot en met het uitvliegen van de jonge vogeltjes. Van de orgionele opnames heb ik nu - met beter montage hard- en software - een geremasterde versie [1] gepubliceerd waarbij de broedcyclus deze mooie specht mooi te zien is. Ik hoop dat jullie er plezier aan kunnen beleven.


De Middelste bonte specht, hoog in de Boom

De laatste jaren herpakten de Middelste bonte spechten zich weer. Landelijk zijn middels meldingen aan Waarneming.nl en aan Sovon een kleine 300 territoria in kaart gebracht, waarvan liefst 140 in de omgeving van het Twentse Losser. Zo'n jaar of tien kwamen ze in heel Nederland voor, en toen waren we al euforisch over dat aantal. Daarna is het aantal afgenomen, maar de laatste jaren zijn de aantallen en het verspreidingsgebied weer toegenomen. Twente telt nog altijd de meeste Middelste bonte spechten, maar in zuid- en zuidoost Brabant, en Limburg (vooral zuid Limburg) worden ze ook meer gezien. In de stilte van het bos hoor je het luidruchtige 'biek-biek-biek', de roep van de Middelste Bonte Specht. Het klinkt net wat scheller en ketsender dan vergelijkbare agitatie-roepjes van de Grote Bonte Specht.

In de Brabantse Kempen is er een natuurgebied waar ik deze opnames maakte. De landgoederen Wellenseind in Lage Mierde, en het aansluitende Landgoed De Utrecht, zijn een mooie habitat voor de Middelste bonte specht. Daar komen veel oudere loofbomen voor, waar de Middelste bonte specht zich graag ophoudt. Vooral wilgen, berken en populieren zijn geschikte boomsoorten om een nest in uit te hakken. Het zijn wat zachtere houtsoorten, waar het uithakken wat makkelijker maakt dan b.v. de den, beuk en de eik, waar de nestholtes van de Groene specht vaak in te vinden zijn.

vrijdag 11 november 2022

Archieffoto's tijdens revalideren na heupoperatie

Van afgelopen woensdagmorgen tot donderdagmiddag heb ik in het ziekenhuis doorgebracht voor een heupoperatie. Ik heb een volledige heupprothese gekregen. Gedurende het laatste jaar kreeg ik steeds meer last van mijn heup, waarbij de pijn en de immobiliteit mij veel beperkingen oplegde. Van wandelen door de natuur om foto's en video's te maken verplaatste ik mij op een e-bike. Apparatuur nam ik mee in een foto-fietstas en het statief achter op de bagagedrager. Daarbij moest ik mij ook steeds meer beperken tot wat er langs een weg of zandpad te zien was omdat verder dan enkele tientallen meters van de fiets, de kant in lopen ook niet meer te doen was. Nu verwacht ik dat ik na 6 weken revalideren langzaam de draad weer langzaam op kan pakken. Tijdens mijn revalidatieperiode zal ik hier enkele foto's uit mijn archief publiceren.


De Koperwiek bij mijn fotohut, verscholen in de bessenstruik.

De Koperwiek is een lijster met koperrode 'oksels' die in vlucht opvallend zijn. Het zijn karakteristieke broedvogels van de naaldbossen van Scandinavië. Koperwieken zijn alleen in september tot mei in Nederland te zien, vooral op besdragende struiken in parken en tuinen en op weilanden grenzend aan hagen en bosjes. Koperwieken hoor je in oktober overtrekken. Met een scherp en lang psriiiihhhh houden de vogels contact met elkaar. Ze trekken met miljoenen over Nederland, soms in enkele dagen of zelfs één dag. Bovendelen bruin en onderdelen wit met sterke donkere streping. De flanken en ondervleugel dekveren zijn koperrood gekleurd en vallen in de vlucht goed op. De kop is opvallend getekend met een roomwitte wenkbrauwstreep en een witte mondstreep.

Koperwieken zijn in de winter regelmatig (in groepjes) aan te treffen in weilanden, boomgaarden, bossen, parken en tuinen. Ze foerageren op besdragende struiken: duindoorn is populair, maar ook de bessen van hulst, lijsterbes en kardinaalsmuts worden graag gegeten. In zijn Scandinavische broedgebied broedt de koperwiek in dicht struikgewas en in bomen. Leeft vooral in naaldbossen, maar ook in berkenbossen en op bergvlaktes en zelfs in wilgenbos.

In de winter voornamelijk wormen, bessen en zaden, in broedtijd insecten, wormen en slakken. Koperwieken trekken in zuidwestelijke tot zuidoostelijke richting weg vanuit hun Fenno-Scandinavische broedgebieden. Er zijn terugmeldingen van geringde koperwieken uit Frankrijk en het Iberisch Schiereiland, Italië en landen tot aan de Zwarte Zee en Syrië. Koperwieken overwinteren in Midden- en Zuid-Europa. Nederland vormt ruwweg de noordgrens van het overwinteringsgebied. Ze trekken 's nachts en overdag in soms grote groepen. In september en vooral oktober zijn ze met noordenwind soms massaal in Nederland aan te treffen. De voorjaarstrek valt minder op en vindt vooral in Oost-Nederland plaats in maart en april.