maandag 5 december 2016

De waterhoen en de jonge fuut

Op de terugweg naar huis was ik langs de visvijver gefietst. Daar zaten,behalve wat eenden en meerkoeten, Waterhoentjes en een jonge volwassen fuut.

Het waterhoen mannetje heeft een fel gekleurde snavel.

Op de foto rechts-onder is het verschil met de iets grotere meerkoet goed te zien.

Waterhoentjes zijn algemene vogels in Nederland. Opvallend is zijn rode snavel met gele punt. Tijdens het zwemmen of lopen is zijn staart omhoog gericht. De witte onderstaartdekveren zijn dan goed zichtbaar. Jonge waterhoentjes volgen deze witte signaalveren. Het waterhoen broedt langs allerlei zoet water, als kleine sloten en vijvers, ook in dorpen en steden. Het zwarte verenkleed, met witte vlekken langs de flanken zijn in contrast met de snavel. Opvallende witte onderstaartdekveren met zwarte middenstreep. Rode snavel met gele punt. Heeft een rode bles. Met hun typische (groengele) moerasvogelpoten kunnen ze over drijvende watervegetatie lopen zonder al te diep weg te zakken. Tijdens het zwemmen of lopen is zijn staart omhoog gericht. Juveniel is donkerbruin zonder de opvallende vooral rode snavel.

De waterhoen is een algemene broedvogel van meren, plassen, rivieren, vijvers en sloten met een dichte oevervegetatie, hierbij hebben ze een lichte voorkeur voor voedselrijke wateren. Het voedsel van het waterhoen bestaat uit waterplanten, grassen, insecten, spinnen, kikkervisjes, maar soms ook eieren van andere vogels.

Opvallend was de jonge fuut. een volwassen jong van deze zomer. Waarschijnlijk een vrouwtje, maar dat is in het voorjaar pas goed te zien.

zondag 4 december 2016

De winter kondigt zich aan

Krijgen we een zachte winter, of wordt zacht winterweer weer afgewisseld met strenge vorst, zoals de afgelopen winter. Er zijn tekenen die wijzen in de richting van strengere winters de komende paar jaren, voor wat dat waard is. Vannacht koelt het nog weer af tot -4 °C en is de wind zwak, windkracht 2. Morgenochtend begint de dag zonnig en is de temperatuur ongeveer -1 °C. De weerberichten op lange termijn geven zachter weer, de komende dagen neemt de bewolking toe en blijft het droog. De temperatuur stijgt overdag tot 8 °C en 's nachts 2 °C. De wind draait geleidelijk naar het zuidwesten en is zwak, windkracht 2. Vanaf donderdag neemt de kans op zon af en stijgt de temperatuur tot 10 °C overdag en 8 °C 's nachts. Nog geen streng weer in Nederland, voorlopig dan toch.

Ook het water is vandaag niet toegankelijk voor vogels. Zij zullen over het ijs moeten lopen.

De mountainbikers krijgen een warm kopje soep bij de pauze plaats. De Ganzen niet, die eten bevroren gras.

De meesten Wilde eenden zitten op het ijs, maar houden wel lang de wakken open. De meeste mountainbikers zijn na hun kopje soep weer verder gereden.

Een witte kerst is waar velen jaarlijks van dromen. We zingen dan ook niet voor niets: "I'm dreaming of a White Christmas". Of de kerstdagen van 2016 ook daadwerkelijk in het wit gehuld zullen zijn is moeilijk niet te voorspellen. Toch zijn er diverse meteorologen en deskundigen die graag hun voorspellingen voor de winter van 2016-2017 met zekere stelligheid bekend maken. Volgens de weersvoorspelling in de Enkhuizer Almanak krijgen we in de week voor de kerst (17 - 23 december 2016) vooral te maken met rustig winterweer. Vanaf 24 december 2016 zouden we dan te maken krijgen met wisselvalligheid en winterse buien, maar over echte sneeuw wordt niet gesproken.

De Tjiftjaf zingt zijn lied in de zon.

De Grote zilverreiger heeft het wel koud.

zaterdag 3 december 2016

Goudhaantje, tjiftjaf en de roodborst

Vandaag scheen de zon weer eens. het is al een tijd geleden dat de zon zo uitbundig scheen. Tijd om er op uit te trekken. Langs het Beleven in Reusel zag ik gisteren het Vuurgoudhaantje. Ik had alleen mijn verrekijker bij, dus ging ik vandaag op pad met de fotocamera. Om op zeker te spelen had ik de 200-500 mm telelens op de camera, zonder de teleconverter, die het telebereik zou uitbreiden tot 700 mm. Dit omwille van een snelle autofocus.

Vandaag geen Vuurgoudhaantje, maar het Goudhaantje. Het Vuurgoudhaantje heeft een zwarte streep over de oogstreek en is feller gekleurd.

Het vuurgoudhaantje lijkt op een goudhaan, maar met nog fellere kleuren. De kruin- en zijkruinstrepen zijn ongeveer gelijk, maar de vuurgoudhaan heeft een contrasterende witte wenkbrauwstreep en daaronder een gitzwarte oogstreep door het oog heen. Dit geeft aan de kop van dit bijzonder kleine vogeltje een vurig uiterlijk. Het mannetje heeft in plaats van geel een geheel fel oranje kruinstreep. Maar naast het verschil in uiterlijk maken zang, biotoop, trekgedrag en leefwijze hem eigenlijk tot een totaal andere vogel.


Het goudhaantje is Europa’s kleinste vogel. Van snavel tot staartpunt meet hij slechts 8,5 cm, en ze wegen vaak niet meer dan 5 gram! Het is een zangvogel die vooral te vinden is in naaldbossen met lariksen en sparren. Ook al komen er grote aantallen goudhaantjes voor in ons land, ze worden in de broedtijd niet vaak gezien. Ze leven namelijk vooral in de toppen van naaldbomen. Hun aanwezigheid wordt meestal verraden door hun liedje of roepjes van hoge tonen; ‘zrie-zrie-zrie’. Door de hoge tonen zijn ze helaas minder goed te horen voor oudere mensen waarbij het gehoor wat achteruit is gegaan. Ze leven in groepjes en trekken vaak op met mezen. Goudhaantjes kunnen ontzettend tam zijn en vooral in de trektijd als er duizenden in ons land neerstrijken zijn ze zo met voedsel zoeken bezig dat je ze soms bijna aan kunt raken.

Het goudhaantje zoek je bij voorkeur in naaldbos, in het bijzonder sparrenbos. Echter in de trektijd en in de winter zijn goudhaantjes minder kieskeurig en kunnen ze opduiken in elk willekeurig bosje, zeker als ze moe zijn. De vogel heeft een tere snavel met een neusopening die bedekt is met veerborstels. Het bruingrijsgroene verenkleed is heel dicht met een zwart omzoomde kruinstreep, die bij het mannetje meer oranje en bij het wijfje geel is. Ze eeten o.a. springstaarten (Collembola), bladluizen (Aphidoidea), kleine motten (Lepidoptera) en kleine spinnetjes (Araneae).

Nog zo'n klein vogeltje, de tjiftjaf. Qua uiterlijk lijkt hij sterk op de fitis, maar bevindt zich vaker in hoger bos. De tjiftjaf heeft donkere poten en kortere vleugels. Hij vliegt rusteloos door de vegetatie en slaat tijdens het voedsel zoeken langzaam met zijn staart. Een fitis doet dit nooit.

De tjiftjaf is een kleine, onopvallend bruingeelgroen gekleurde vogel. In het voorjaar en de vroege zomer bijna overal horen. De tjiftjaf is (vooral) een bosvogel die houdt van een rijke ondergroei; veel struikgewas en lage bomen. Wordt in uiterlijk vaak verward met de fitis, maar door het herhaald roepen van zijn eigen 'tjif-tjaf' is snel duidelijk welke van de twee het is. De tjiftjaf is vooral te herkennen aan zijn zang. Hij roept zijn eigen naam. Qua uiterlijk lijkt hij sterk op de fitis, maar bevindt zich vaker in hoger bos. De tjiftjaf heeft donkere poten en kortere vleugels. Hij vliegt rusteloos door de vegetatie en slaat tijdens het voedsel zoeken langzaam met zijn staart. Een fitis doet dit nooit.


Trekt grotendeels weg van begin augustus tot medio oktober naar het zuiden om in Spanje en Portugal of Noord-Afrika, vooral Marokko, te overwinteren. Trekt vooral 's nachts. In Europa trekt het vrouwtje verder zuidwaarts dan het mannetje. Gaat tussen april en half mei weer terug naar het broedgebied.

Roodborst.

Roodborsten zijn vaak erg nieuwsgierig en goed van vertrouwen. Tegen soortgenoten zijn zowel mannetje als vrouwtje daarentegen heel agressief en verdedigen zomers en 's winter fel hun territorium. Ze tonen daarbij de rode borstveren. Meestal maken ze hun nesten goed verborgen op de grond. De jongen hebben overigens nog geen rode borst. Het kleine bruine vogeltje met kenmerkende oranjerode borst en gezicht en een lichte onderbuik. Leeft buiten de broedperiode solitair. Jonge vogels zijn lichtbruin gevlekt.

De roodborst leeft in niet al te jonge bossen, tuinen, parken en kleinschalige landschappen en in stads- en dorpstuinen.

vrijdag 2 december 2016

Open brief aan Brabants Landschap

Beste bestuurders Brabants Landschap,

Ik begrijp er niets meer van.
Het Brabants Landschap kapt zowat alle bomen, die in Reusel langs de zandweg aan de noordzijde van het Beleven staat.

Hier is de zaag al in gezet. Een breed pad met nog een enkele boom omdat de groenstrook hier nog breed is.
Het rooien zou als reden hebben - zo wordt er over gesproken - om een open doorkijk te creƫren, helemaal tot aan de Belevensche loop. Alle bomen, karakteristieken eiken, berken boom en grote struiken, zijn met kleurcodes gesmet om gekapt te worden. Het zijn allemaal gezonde bomen. Is dat natuurbehoud? Waar blijft dan de schuilgelegenheid van vogels die in slootkanten broeden en waar moeten die vogels hun lied verkondigen om zo zijn territorium af te bakenen?

Hier is het nog maar zwaar uitgedund, Verder op staan de bomen in een enkele rij. Als je daar bomen weg zaagt staan er geen meer.

Het zagen is uitbesteed aan o.a. gepensioneerde privƩ personen, die dan wel gebruik maken van de benodigde veiligheids- zaagbroek en helm met gelaatsbescherming, maar geen enkele bosbouw achtergrond hebben. Een van hen is een gepensioneerde, die gymnastiek / sportleraar aan het middelbaar onderwijs is geweest. Dat hij de gevaren van het werken met een motorzaag niet goed onderkent blijkt wel uit het fijt dat hij alleen aan het zagen was, zonder de aanwezigheid van een tweede persoon. Als hij een kick-back met het zaagblad krijgt en zich daarbij mogelijk zwaar verwond, kan dat slecht voor hem aflopen als er niemand in de buurt is om eerste hulp te verlenen. Ik vindt dat onverantwoord. Of Brabants Landschap weet dit niet, of neemt een onverantwoord risico, door het rooien uit handen te geven aan partijen die daar niet voor getraind zijn. Ik hoop dat er geen ongelukken gebeuren.

Al deze bomen zijn met rood gesmet, binnenkort zullen ze allemaal gecremeerd worden in een of andere houtkachel...

Alle met de rode kleur gesmette bomen zijn bedankt voor al die mooie jaren. De achterzijde van het Beleven is open landschap. Het hoeft toch niet overal open te worden?

Nog meer onbegrip.
Een zelfde vraag stelde ik mij afgelopen zomer, toen maaimachines de paden zo breed uitmaaiden, dat de planten waar nog diverse rupsen zich in ophielden - waaronder de rups van de koninginnenpage - in een keer verdwenen waren. Ik hoorde van andere natuurliefhebbers dat het maaien als doel had om wandelaars meer ruimte te geven. Naar menig een zou volstaan zijn geweest met een meter weeszijde, langs het uitgelopen spoor waar wandelaars de bodem plantvrij hebben gelopen. Daarvoor is drie meter of meer toch niet nodig. Die extra breedte is er nou net te veel aan. Daarbij werd de rups ook weggemaaid.

Er zijn stroken met wilde bloemen gerealiseerd die insecten van nectar voorzien. Prima! Het ruikt er naar honing als je er op een zonnige zomerochtend langs wandelt. Maar als de rupsen het niet halen, hoe moeten de vlinders dan overleven? De boeren maaien ook nog bijna alles plat, daar hoeft de vlinder ook niet op te rekenen.

Misschien is de chauffeur op de tractor wat overdreven geweest met maaien. Ik neem toch aan dat mensen uit uw organisatie tijdens de maaiwerkzaamheden toezicht houden. Die vinden het zo wel goed wat er gebeurd, lijkt mij, daar er niet ingegrepen wordt. Ik ben lid geworden van Brabants Landschap om de natuur te steunen, niet om een racebaan aan te laten leggen voor illegale off the road crossers. Dat is overigens een overlast probleem waar geen enkele instantie wat aan doet.

Ik ben benieuwd naar uw verklaring...


Met vriendelijke groet,

Jozef van der Heijden. Hulsel