woensdag 17 mei 2023

De Knobbelzwaan op de rioolwaterzuivering

In Hapert op de Rioolwaterzuivering zijn enkele waterbassins ingericht waar het gereinigde rioolwater passeert voordat het schoongenoeg is om in de Groote Beerze te lozen. De waterkwaliteit is daar al zo goed dat er veel watervogels zich daar hebben gevestigd en zelfs nesten met jongen groot brengen. Maar ook vogels die geen koppel vormen en als eenling op de vijvers verblijven. Zo zijn er twee knobbelzwaan mannen die als vrijgezel op de vijvers foerageren.


Een van de twee vrijgezelle Knobbelzwaan mannen op de waterzuivering in Hapert.

De knobbelzwaan (Cygnus olor) is een van de grote zwanen. De knobbelzwaan kan een spanwijdte van 2,40 meter bereiken en is daarmee de grootste watervogel. Hij is 140 tot 160 cm groot. Met zijn lange nek kan hij ver onder water reiken. Met 10 tot 12 kg behoort de knobbelzwaan tot de zwaarste vliegende dieren. Hij is ongeveer even groot als de wilde zwaan, maar veel groter dan de kleine zwaan. De knobbelzwaan is wit en heeft een oranjerode snavel. De kop en hals hebben een lichtgele schijn. De onbevederde huid aan de snavelwortel en om het oog, onder de voorhoofdsknobbel, is zwart. Die voorhoofdsknobbel is bij mannetjes heel opvallend. Ook de poten zijn zwart. De ruglijn is sterk gebogen. De hals wordt bijna altijd in een sierlijke S-vorm gehouden. Die hals heeft het grootste aantal van 26 halswervels van alle vogels. De kop wordt altijd iets omlaag gebogen. De snavel is relatief breed. Er is weinig maar duidelijke seksuele dimorfie (het mannetje en het vrouwtje zien er bijna hetzelfde uit). Het mannetje is groter, hij heeft ook een zwaardere nek. Zoals reeds gezegd heeft het mannetje een knobbel boven de snavel. In de lente zwelt die knobbel aan en de snavel wordt roder.

Knobbelzwanen zijn ook een symbool van trouw en monogamie. De meeste Knobbelzwanen kiezen hun parner voor het leven. Dat klopt maar ten dele, trouw zijn ze inderdaad, maar niet aan hun partner. Uit ringenonderzoek blijkt dat die monogamie eigenlijk een fabeltje is. Die monogamie is van jaar op jaar. Dus na een aantal jaren is nog maar een fractie van alle paren bij elkaar. We willen zo’n grote statige witte vogel graag als voorbeeld nemen, maar daar valt dus nog wel wat op af te dingen. Je zou natuurlijk kunnen zeggen dat de knobbelzwaan serieel monogaam is. Maar er blijkt iets anders te zijn waar zwanen wel degelijk vaak hun leven leven trouw aan zijn. Men denkt dat de vogels trouwer zijn aan een bepaald territorium. Als je partner ook trouw is aan dat territorium, dan blijf je bij elkaar. Dus de knobbelzwanen zijn veel meer verknocht aan hun omgeving dan aan hun partner.


De rioolwaterzuivering in Hapert zuivert het afvalwater van gemeenten Bladel en Mierden-de Reusel. Dagelijks stroomt er zo’n 12.200 m³ water vanuit onze zuivering naar het waterpark. De vijvers met waterplanten, riet en het moeras in dit waterpark helpen de zuivering op natuurlijke wijze bij zuiveren van het water. Dit waterpark helpt mee met het doel voor de Groote Beerze: een ecologische verbinding tussen de natuurgebieden in het dal van de Beerze, van de Belgische grens tot aan Halder bij Sint-Michielsgestel. De Groote Beerze is een Natura 2000 gebied en maakt daarmee deel uit van een Europees netwerk van natuurgebieden. Waterpark Groote Beerze is een unieke combinatie van vijvers, sloten, open water met waterplanten en moerasbos dat het schone water uit de zuivering omzet naar natuurlijk beekwater.

De Bonte vliegenvanger waakt voor het nest

De Bonte vliegenvanger zit stevig te broeden. Vanuit de auto kan ik ongestoord foto's maken. Zo liet de man zich goed van voren fotograferen. Eerder zat hij vaak met zijn rug naar mij toe, of met zijn zijkant. Met enige regelmaat komt hij met rupsjes of insecten aanvliegen, die hij aan het broedende vrouwtje geeft. Als hij weer uit de nestkast komt heeft hij nog geen poepzakjes bij. Dat wil zeggen dat er nog geen jonge uit het ei zijn gekomen. Ik wil ze niet verstoren, dus maak ik de kast niet open. Ik wacht wel af tot ze veel op een af vliegen om de jongen te voeren en met poepzakjes weg vliegen.


De Bonte vliegenvanger brengt weer een vliegje voor het broedend vrouwtje.

Een broedend vrouwtje verlaat ongeveer per half uur het nest om voedsel te zoeken, doorgaans binnen enkele tientallen meters van nest. Een mannetje voert soms zijn broedend vrouwtje op het nest. Ze doen één broedsel per jaar, met meestal 6-7 eieren. De broedperiode duurt 12-17 dagen. De Bonte vliegenvanger eet een breed scala aan insecten, zoals vliegen, muggen, vlinders en libellen, maar ook oorwurmen en sprinkhanen. Vanaf een zitpost maken bonte vliegenvangers korte vluchten achter vliegende insecten aan, en vangen deze in volle vlucht.

Bonte vliegenvangermannen hebben regelmatig twee vrouwtjes. Ze krijgen dit voor elkaar door nadat ze gepaard zijn geraakt, vaak enkele honderden meters verderop weer te gaan zingen om een tweede vrouw aan te trekken. Voor deze zogenaamde ‘bijvrouwtjes’ is dit nadelig, want die krijgen zo’n 20% minder uitgevlogen jongen dan de eerste vrouwtjes. Dit fenomeen staat bekend als polygynie en is afkomstig van de Griekse woorden poly (= veel) en gune (= vrouwen). De Nederlandse term luidt veelwijverij.


Een structuurrijke tuin met enkele loofbomen, voorzien van nestkasten, maakt reële kans op een paartje bonte vliegenvanger. Bonte vliegenvangers gebruiken hetzelfde nestkasttype als koolmezen. De vliegenvanger heeft echter een concurrentieel nadeel: op het ogenblik dat hij terugkeert uit de Afrikaanse overwinteringsgebieden, zijn al heel wat nestkasten bezet door koolmezen. Je kan de Bonte vliegenvanger helpen door de invliegopening van de nestkast tot half april dicht te houden (= het moment waarop de soort in ons land aankomt).

dinsdag 16 mei 2023

Meerkoet met 7 kuikens op de waterzuivering

In Hapert op de rioolwaterzuivering heeft de Meerkoet zeven opgroeiende kuikens. De kuikentjes zullen nu ongeveer twee weken oud zijn. De kuikens hebben de eerste weken een rood kopje, daarna verdwijnt het rood en maakte het plaats voor een grauw grijs-wit verenkleed. De meerkoet duikt veel, zoekend naar waterplanten. Hij vliegt niet graag, maar hij verplaatst zich liever rennend over het water. De meerkoet is een omnivoor, die zich hoofdzakelijk voedt met waterplanten, weekdiertjes en waterinsecten. Ook worden zaden, gras en bessen gegeten. De meerkoet is monogaam.


De meerkoet komt op veel plaatsen voor in Nederland. Iedereen kent de strijdlustige watervogel. Een volwassen meerkoet kan 40 centimeter groot worden. Hij is gemakkelijk te herkennen aan de typische rode ogen, de witte snavel en de opvallende witte voorhoofdsplaat. Vanwege deze plaat worden meerkoeten in sommige streken ook wel bleshoenders genoemd. De meerkoet kan 15 seconden lang onder water blijven bij het zoeken naar voedsel. Het nest van de meerkoet is 20 centimeter groot. Het is gemaakt van riet, takjes en bladeren en drijft dicht bij de oever, waaraan het met halmen vastgemaakt is. Aan de kant van het water heeft het nest vaak een soort ‘opritje’. Het vrouwtje broedt 22 dagen op de vier tot twaalf eieren die ze in april legt.

Als de jongen uit het ei gekomen zijn neemt het vrouwtje de zorg op zich om de jongen op het nest warm te houden terwijl het mannetje voor het hele gezin op zoek gaat naar voedsel. Meerkoeten zijn zorgzame ouders die hun kinderen zeker nog wel een week of vier blijven voeren. De kuikens worden 40 tot 60 dagen na de geboorte door hun moeder verzorgd. Zij bedelen dan constant met piepende geluidjes om voer en zijn al vanaf een grote afstand te horen. Het groote aantal eieren en jongen per nest heeft te maken met het grote sterftecijfer. Overleeft van een nest slechts een enkel jong of zelfs geen (omdat de jongen een gewilde prooi zijn voor reigers, meeuwen en snoeken), dan doen de ouders een volgende poging. Tachtig procent van de meerkoetkuikens sterft in het eerste jaar na de geboorte. Van de jongen die het wel redden, overleeft slechts de helft het daaropvolgende jaar.


De Meerkoet is een zeer bekende en zeer talrijke broedvogel in Nederland, die vrijwel overal waar voedselrijk water voorhanden is, kan worden gezien. De Atlas van de Nederlandse broedvogels schat het aantal broedparen op 170.000, tegen 50.000 tot 80.000 paren in 1973-1977. Samen met Polen en Hongarije is de broeddichtheid in Nederland de hoogste in Europa. In de winter verzamelen vogels zich soms in enorme groepen. Op het Veluwemeer kunnen vele 1000en vogels worden waargenomen. In de vroege winter wordt gefoerageerd op waterplanten, later in de winter wordt vaak gefoerageerd op grasland. De meeste Nederlandse Meerkoeten blijven het hele jaar in ons land.

De Winterkoning zorgt voor de jonge in het nest

Zoals ik dinsdag 2 mei j.l melden heeft de Winterkoning een nest onder de voortent van mijn fotohut. Goed nieuws over de Winterkoning. Vanmorgen had het kleine vogeltje z'n snavel vol met vliegjes en andere insecten. Die moeten voor de jonge kuikentjes zijn. En dat aantal kan oplopen tot 7 kuikentjes.


Een snavel vol met kleine insecten, rupsen, spinnetjes en larven.

De winterkoning broedt van half april tot in juli. Vooral in de bosrijke streken van de hogere zandgronden komt de soort veel voor, maar ook in boomrijke woonwijken en in moerassen en duinen met veel struweel. Als er voldoende groen aanwezig is, komt de winterkoning voor tot in de centra van grote steden. Winterkoningen zoeken hun voedsel in en nabij struikgewas, meestal op of laag boven de grond. Met hun fijne snavel zijn ze gespecialiseerd in het eten van kleine insecten, rupsen, spinnetjes, larven en zaadjes. Ook uit kleine spleten in bijvoorbeeld schors kunnen zij allerlei eiwitrijk gedierte peuteren.

De Winterkoning is een klein gedrongen, zandbruin vogeltje van bijna tien centimeter met een opgewipt staartje. De lichaamslengte bedraagt 9 tot 10 cm. Winterkoninkjes eten voornamelijk insecten en spinnen. De winterkoning heeft zich aangepast aan zowel bosrijke als open gebieden zoals boomloze eilanden. Verder broedt de vogel in parken en tuinen. Belangrijk is dat zich ergens dichte struwelen bevinden zoals heggen, braamstruiken of dichte vegetaties bij water.


De Winterkoning heeft twee legsels per jaar, die bestaan uit 5-7 eieren. De broedduur is 13-15 dagen. De jongen zitten 15-19 dagen op het nest en worden tot 18 dagen na uitvliegen nog gevoerd door beide ouders. Nest is bolvormig met veel mos, en een opening aan de zijkant. Het mannetje maakt meerdere nesten, waarna het vrouwtje uiteindelijk één nest uitkiest om in te broeden. Als het vrouwtje op de eieren zit, probeert het mannetje een ander vrouwtje te lokken in één van de andere nesten.