maandag 7 december 2015

Test 200-500 telelens en converter

Vanmiddag heb ik de nieuwe Nikon 200-500 telelens en teleconverter voor het eerst echt getest. Thuis maakte ik foto's van de Meesjes en wat Mussen, bij het Beleven in Reusel zeten ik de Ganzen op de foto, waaronder de Nijlgans.

Afstand: ongeveer 6 meter

Zowel dichtbij als ver weg, maar het scheidend vermogen van de lens tot uiting komt, voldeed de lens erg goed. Alle opname zijn gemaakt met een 1.4 teleconverter tussen de lans en de camera. Dat geeft een maximale brandpuntafstand van 700 mm. De automatische scherpstelling deed het nog uitstekend in combinatie met de teleconverter.

Afstand: ongeveer 75 meter

Afstand: links ongeveer 5 meter - rechts ongeveer 6 meter

Afstand: links ongeveer 6 meter - rechts ongeveer 5 meter

Afstand: links ongeveer 5 meter - rechts ongeveer 5 meter

Afstand: links ongeveer 5 meter - rechts ongeveer 5 meter

Afstand: links ongeveer 5 meter - rechts ongeveer 5 meter

Afstand: links ongeveer 6 meter - rechts ongeveer 250 meter

Afstand: links ongeveer 150 meter - rechts ongeveer 150 meter

Afstand: links ongeveer 180 meter - rechts ongeveer 150 meter

Afstand: links ongeveer 150 meter - rechts ongeveer 75 meter

Afstand: links ongeveer 75 meter - rechts ongeveer 75 meter (beelduitsnede)

zaterdag 5 december 2015

Natuurbeschermingswet in 2016

Op 1 juli 2015 is het voorstel voor de Wet natuurbescherming aangenomen door de Tweede Kamer. Naar verwachting buigt de Eerste Kamer zich hier medio september over. De geplande datum van inwerkingtreding is 1 maart 2016. De Wet natuurbescherming verenigt de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw), de Flora- en faunawet (Ffw) en de Boswet in één nieuwe natuurwet.


Op 1 juli 2015 is het voorstel voor de Wet natuurbescherming aangenomen door de Tweede Kamer. Naar verwachting buigt de Eerste Kamer zich hier medio september over. De geplande datum van inwerkingtreding is 1 maart 2016. De Wet natuurbescherming verenigt de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw), de Flora- en faunawet (Ffw) en de Boswet in één nieuwe natuurwet. Deze nieuwe wet is echter meer omvattend dan een samenvoeging en integratie van de bestaande wettelijke kaders in het natuurbeschermingsrecht. Ook inhoudelijk wijzigt er het één en ander, met onder meer aangepaste beschermingsniveaus van diersoorten. Daarnaast verandert er ook in de sfeer van het bevoegd gezag het nodige en komt er meer op het bordje van de provincies te liggen.

De samenvoeging van de bestaande wettelijke kaders op het gebied van het natuurbeschermingsrecht wordt aangegrepen om ook inhoudelijk de nodige aanpassingen door te voeren. Zo wordt er nauw aangesloten bij de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, hetgeen op diverse fronten een ‘versoepeling’ van de regels met zich brengt. Bij meerdere verbodsomschrijvingen wordt bijvoorbeeld het criterium van opzet toegevoegd, hetgeen ertoe leidt dat niet-opzettelijk uitgevoerde handelingen niet langer een overtreding van de wet betekenen. Ook is bijvoorbeeld het opzettelijk verstoren van vogels niet altijd meer verboden. De nauwere aansluiting bij de Europese regelgeving betekent ook dat er meerdere beschermingsregimes van kracht worden: voor vogels, soorten die vallen onder Bijlage IV van de Habitatrichtlijn en voor overige beschermde soorten.

De Wet natuur regelt ook dat Gedeputeerde Staten van de provincies het bevoegde gezag worden voor de ontheffingverlening voor de ruimtelijke ingrepen en voor overlastbestrijding. Op dit moment gebeurt dat onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Economische Zaken door de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). Gedeputeerde Staten zijn al het bevoegd gezag voor de ontheffingverlening voor schadebestrijding en populatiebeheer en deze wetswijziging zorgt ervoor dat vrijwel alle huidige Ffw-taken straks bij de provincies komen te liggen.

Conform het uitgangspunt ‘decentraal wat kan’ krijgen de provincies nog meer taken toebedeeld. De regels rondom jacht, populatiebeheer en schadebestrijding zullen meer dan in de huidige situatie bepaald gaan worden door de provincies. Ook de aanpak van exoten (dier- en plantensoorten die niet van nature voorkomen in de Nederlandse natuur) wordt met het wetsvoorstel meer voortvarend. De provincies krijgen de verplichting opgelegd om bepaalde exoten, welke worden aangewezen door de minister, zoveel mogelijk uit de vrije natuur weg te nemen en/of uit te roeien.

Door de integratie van Nbw, Ffw en Boswet is er straks in veel gevallen nog maar één ‘natuurvergunning’ nodig van één bevoegd gezag. Qua aantallen procedures is dat winst. Ook de beslistermijn voor aanvragen om vergunning of ontheffing wordt aangepast en gelijkgetrokken. De termijn om te beslissen op een aanvraag wordt 13 weken. Deze termijn is door het bevoegd gezag eenmalig te verlengen met 7 weken.

woensdag 25 november 2015

De Zwarte mees in de tuin

De zwarte mees werd meegelokt door de koolmezen en de pimpelmezen, die net als vorig jaar, in grote getale in de tuin op voer af komen. De Zwarte mees lijkt een kleine, bleke koolmees met witte vlek op het achterhoofd en is net iets kleiner als de Pimpelmees. Slechts 10 - 11,5 cm.

Zwarte mezen hebben een klein kuifje, dat ze opzetten wanneer ze zich ergens druk om maken. Het zijn naaldboombewoners, die vooral spinnen en insecten eten die ze in de bovenste lagen van de bomen zoeken. In de winter eten zwarte mezen vooral zaden, waardoor ze ook vaak in tuinen zijn waar te nemen op voedertafels en aan vetbollen.

De Zwarte mees heeft witte vlekken op de vleugels en heeft een witte streep over het achterhoofd.

Links de zwarte mees, rechts een wat vale koolmees.

Opmerkelijk is dat Engelsen de zwarte mees 'koolmees' noemen. Dat is op zich ook wel logisch, want onze koolmees is veel minder vaal en grauw gekleurd dan de Engelse 'Coal Tit'. In Nederland komen zwarte mezen vooral voor op de zandgronden. Naaldbossen vormen de belangrijkste leefgebieden. Soms verschijnt de Zwarte Mees, gelokt door de andere meesjes, in de tuinen op de voertafel.

De zwarte mees kwam s'morgens van de zonnebloempitten proeven.

De Zwarte mees komt 's winter ook op vetbollen en voedertafels af. In sommige jaren spectaculaire doortrek van noordelijke vogels. Het vogeltje heeft een vrij grote zwarte kop en witte wangen en een dikker achterhoofd dan de koolmees met een ovale witte vlek. Onderdelen grauw bruinwit zonder zwarte middenstreep. Mantel blauwgrijs en twee witte strepen op de vleugels. De snavel is kort, vrij dun en spits.

Het zwarte mezenbestand in Nederland lijkt behoorlijk stabiel te zijn. Dat is echter geen bijzonder gunstig teken, want de beschikbaarheid van geschikte leefgebieden is sterk toegenomen. Het ouder worden van bossen in Flevoland en elders in het land maken dat juist een toename van het aantal zwarte mezen verwacht zou mogen worden. Uit lokale inventarisaties blijkt deze ongunstige trend veel duidelijker. In Midden-Limburg werd een afname van 30% geconstateerd. Het opruimen van kleine naaldhoutbosjes in het landelijk gebied speelt de zwarte mees parten. Ook de omvorming van productiebos (meestal naaldhoutplantages) naar een veel meer natuurlijk beheerd bos is voor de zwarte mees ongunstig, al profiteren veel vogelsoorten hiervan sterk.

Bij tellingen tussen 1998-2000 bleken er tussen de 30.000 en 40.000 zwarte mezen in Nederland voor te komen.

zaterdag 31 oktober 2015

Herfstwandeling Diessen, Esbeek en Oostelbeers

Vanmorgen heb ik een wandeling gemaakt bij de Annanina's Rust in Diessen. In het voornamelijk loofbos, Eik en beuk, zijn veel mooie paddenstoelen en zwammen te vinden.

Mooie lanen en wandelpaden in Annanina's Rust in Diessen

Daarna ben ik naar landgoed 'de Utrecht 'gereden. Achter de herberg "In den Bockenreijder" stroomt het beekje De Reusel. In het gebied daar omheen ging de tweede wandeling. Daarna kwam er nog een derde wandeling. De herfstwandeling nabij de Bockenreijder op het grondgebied van Esbeek, bied veel mogelijkheden. Achter de herberg "In den Bockenreijder" stroomt het beekje De Reusel. In het gebied daar omheel ging de tweede wandeling. Ook een wandelijng richting de Flaes is een aanrader. Deze foto's zijn genomen achter de herberg, die op een mooie herfstdag als vandaag overladen vol zat.

Daarna kwam er nog een derde wandeling. In Oostelbeers, Landgoed de Baest. Een landgoed van Dr. Jan Hein van de Mortel, een voormalig ambassadeur voor Nederland in Zwiterland. Het landgoed strekt zich uit van Oostelbeers tot aan het bedevaardsoord 'de Heilige Eijk' in Spoordonk - Oirschot.

Zonnestralen in landgoed 'de Baest'\