Kwartels zie je bijna nooit omdat ze een verborgen leven leiden in ruige graslanden, graanakkers, maar ook in bietenakkers e.d. Soms vliegt er één op, vlak voor je voeten. Het mannetje kan 's zomers in de ochtend- en avondschemering minutenlang roepen.
De kwartel is een schaarse broedvogel in Nederland met sterk wisselende populaties. De aantallen fluctueren enorm per jaar; in topjaren kunnen er tienmaal zoveel zijn als in andere jaren. Het aantal broedparen in Nederland wordt geschat op 1500 tot 3500.
De Kwartel is erg klein: ongeveer ter grootte van een spreeuw. Ze hebben een onopvallend kleed, donkerbruin met geelbruine strepen. korte dikke poten en een kort snaveltje. Het mannetje heeft een zwarte keel. Kwartels zijn vooral in de schemering te horen met hun zeer kenmerkend geluid: een zwepend "kwik…kwik-kwik" geluid, vaak vooraf gegaan door een zacht, raspend hees "ieu-wie".
Het is een opportunist met betrekking tot zijn voedsel. Ze eten voornamelijk graszaden, onkruid en granen. Ook pikken ze soms insecten van de grond zoals kevers, mieren, spinnen, sprinkhanen en wormen. Ze scharrelen naar voedsel zoals kippen dat doen, al lopend over de grond.
