Het is niet helemaal zeker, maar is deze Empire MK. 1 en de Empire MK. 2 (6,5" x 40") draaibank zou voor het eerst vervaardigd zijn door Mondial, toen nog gevestigt in Nederland. Maar de 6,5" x 40" Empire draaibank kan ook gebouwd zijn in de Cardiff-draaibankfabriek van Elliott. De productiedata lijken te lopen van de late jaren 1930 tot 1949 met het vroegst bekende serienummer 53692 / 22 uit 1943 en de laatste 108852 / 27 vanaf 1949. Alle versies werden in het Verenigd Koninkrijk gedistribueerd als "Empire" door de bekende B. Elliott & Co. Ltd. Group uit Londen. De draaibank is vrijwel onbekend en wordt zelden gezien, ondanks het feit dat het in die tijd een goed uitgeruste, redelijk geprijsde machine was die zich ontwikkelde via twee versies, de Mk. 1 en Mk. 2. Het was goed gespecificeerd voor zijn capaciteit, gepromoot door een van de grootste gereedschapswerktuiggroepen in Groot-Brittannië en gebouwd in wat werd beschreven als "grote partijen". Als de laatste bewering waar is, dan moeten ze in een oplage van meerdere honderden zijn verkocht, maar weinigen hebben het overleefd.

De vaste- en losse kop zijn op het bed gemonteerd, die aan de voorkant voorzien
is van twee V-vormige langsgeleidingen. Aan de achterkant zijn de bedpatronen
van de langssleden en de losse kop vlak. Beide langsgeleidingen zijn verbonden
met stevige dwarsverbanden. De capaciteit tussen de centers bedraagt 40 inch.
Met het uitneembare "schort" (standaard gemonteerd) wordt ter hoogte van de
klauwkop een opening in het bed gecreëerd. Met de meegeleverde 12,5" voorplaat
kan een schijf van 5,25" breed en 20 inch in diameter worden opgenomen. Het bed
werd ondersteund door zware gietijzeren kolommen onder de vaste- en losse kop.
Onder de vaste kop is een volledig zelfstandig aandrijfsysteem opgenomen. In de
kolom onder de losse kop bevind zich een klein opbergvak.
Elk van de vier hoeken op de langssupport hebben een T-groef om het
snijgereedschap de voorplaat te laten bereiken wanneer het schortstuk is
verwijderd. Het langssupport, met een handwiel voor handmatige verplaatsing is
uitgerust met het gebruikelijke soort aangedreven wormwiel mechanisme, door een
spiebaan in een afzonderlijke aandrijfas. De draadschroef werd alleen gebruikt
voor het schroefdraad snijden. Met slechts een enkele kwadranthendel kunnen drie
posities worden geselecteerd om de langs- of dwarsvoeding te selecteren. Bij het
oude ontwerp was het uitschakelen van de voeding moeilijk, waardoor bij hoge
verspaningsnelheden de hendel moeilijk in de neutrale vrijstand te krijgen was.
Dat resulteerde dan vaak in het doorschieten en "vangen" van de hendel van
langsvoeding naar de dwarsvoeding positie. Bij de Empire kon dit echter niet
gebeuren omdat bij de opstelling een veerbelaste plunjer werd gebruikt om de
hendel in een van de drie standen te houden. Een slim ontwerp waarbij de handel
180 graden moet worden verdraaid om vanuit de langsvoeding naar de dwarsvoeding
om te schakelen, en omgekeerd. Daardoor kon men niet onbedoeld door de middelste
(neutrale) positie heen schieten.
De motor en de kogelgelagerde tussenas op een scharnierend zijn samen binnen de
kopse sokkel gemonteerd en werden met een 1425 t/pm motor van 1 pk aandrijving
met dubbele V-riemen naar de tussenas. De laatste aandrijving naar de hoofdas
gebeurt met een platte riem. Bij de Mk. 1 is een 4-traps poelie gemonteerd,
terwijl de Mk. 2 met een 3-traps poelie is uitgerust voor het wisselen van de
hoofdas snelheden. Om de hoeveelheid vermogen die bij de Mk. 1 kon worden
overgedragen te beperken werden de makers gedwongen om een meer conservatief
ontwerp aan te nemen. De plaatdragende motor en de tussenas werden opgetild en
neergelaten door een grote externe hefboom waardoor de platte riem van de
eindaandrijving kon worden ontspannen voor snelheidsveranderingen. Inclusief het
gebruik van vertragingstandwiel, werden 8 spindelsnelheden van 47,5 tot 530 t/pm
(MK. 1) en 6 van 50 tot 550 t/pm (MK. 2) voorzien. Op de Mk. 1, met een 1 5/16 "
boring hoofdas was gehard en geslepen en liep in verstelbare fosforbrons lagers
terwijl op de Mk. 2 de gehele hoofdas opnieuw ontworpen was met een stijver
gegoten lagerkussen (dat reikte tot de middellijn van het lager) en Timken
conische rollenlagers. Helaas hebben de makers tegelijkertijd niet geprofiteerd
om bij deze ontwikkelingen de topsnelheid te verhogen tot 1000 t/pm die de
draaibank veel nuttiger zou hebben gemaakt. De spindelneus op beide draaibanken
is voorzien van een morseconus 5 en kan worden geleverd met een set van
snelspanhulzen met een maximale capaciteit van 1 1/8 ", of door het gebruik van
een geharde adapter, uitgerust met een morseconus 2 adapterhuls.
Vanaf de hoofdspindel ging de aandrijving naar de draadschroef eerst door een
subversnellingsbak met een H-patroon selectiehendel, en vervolgens door
wisselwielen of een Norton-type snelwissel schroevendraaier die in staat was om
35-inch toonhoogtes van 2 tot 56 gangen per inch te genereren evenals 24
metrisch van 0,25 tot 7,5 mm (met behulp van een 127 tands tussentandwiel).
Met de opname van een morseconus 3, werd de losse kopspil vastgeklemd door een
juiste compressiefitting en kon de bovenkant van de losse kop op de grondplaat
worden verplaatst voor het draaien van een lichte tapse as. Om de losse kop weer
in het midden van de hartlijn terug te stellen wordt de losse kop met behulp van
een gecenterde rechte as weer terug gesteld. De uitlijning wordt gecontroleerd
met een micromeetklok en een magneetstatief. Met een centrale bout wordt de
losse kop aan het bed vast geklemd.
Ongebruikelijk voor een draaibank van deze klasse was de "Empire" goed uitgerust
en werd hij standaard geleverd met een vaste stabiele bril, een meereizende
stabiele bril, een onafhankelijke 4-klauw, een voorplaat, een vangplaat, een
draadkeuze tabel, een set schroefdraad wisseltandwielen, een vast en een
meedraaiend center, de benodigde spanners en schroefdraadschema's.
Foto's van de Empire MK. 2 - 6,5 x 40" Draaibank uit 1947 die in Netersel staat.
De draaibank is een zeer oude machine die al gebruikt werd in Assyrie en het
klassieke Griekenland. De oorsprong van het draaien vinden we rond 1300 v.Chr.
toen de Grieken een tweepersoonshoutdraaibank ontwikkelden. Een persoon draaide
het werkstuk met een touw terwijl een andere persoon een scherp voorwerp
gebruikte om vormen in het hout te snijden. In het Romeinse rijk werd een
draaiboog (soort strijkstok) toegevoegd. In de middeleeuwen werd het handdraaien
vervangen door een pedaal zodat de handen vrijkwamen om de verschillende beitels
vast te kunnen houden. Dit type draaibank is tot in het begin van de 20e eeuw
veel gebruikt en nog in gebruik in diverse ontwikkelingslanden.

De eerste industriële metaaldraaibank werd door de Nederlander Jan Verbruggen,
meestergieter in de zware geschutgieterij in Den Haag, in 1757 ontworpen en in
gebruik genomen. In 1770 werd hij benoemd tot meestergieter in de
geschutgieterij in het Royal Arsenal in Woolwich. Hier installeerde hij
eenzelfde horizontale, door paarden aangedreven draaibank waarvan een set van 50
gedetailleerde camera-obscura-tekeningen bewaard zijn gebleven (zie bijgevoegd
voorbeeld). Henry Maudslay, die later onder andere het automatisch draaien van
schroefdraden op de draaibank uitvond, werkte ook in de werkplaats van Jan
Verbruggen in Woolwich.
Kenmerkend voor een draaibank is dat bij een draaibank het snijgereedschap
(draaibeitel) stilstaat. Meestal wordt een te bewerken onderdeel ingeklemd in
een klauwplaat die bevestigd is aan een horizontale as die het werkstuk
ronddraait. De draaibank bestaat veelal uit een gietijzeren constructie, het
deel dat op de grond staat heet de voet en daarbovenop staat het draaibankbed.
Bij grotere draaibanken zijn voet en bed uit twee delen gemaakt, bij
bijvoorbeeld een tafeldraaibank bestaan de voet en het bed uit een enkel stuk
gietijzer. De aandrijving gebeurt meestal met een elektromotor via een
overbrengingssysteem bestaande uit V-riemen of platte riemen en/of tandwielen
met een keuze uit verschillende toerentallen. Een modernere aandrijving kan ook
uitgevoerd zijn met een een frequentieregelaar die zorgt voor verschillende
aandrijfsnelheden van de elektromotor.

Deze Empire MK.2 komt van uit de werkplaats inventaris van de oude
Ambachtsschool uit Bladel. Toen de Lagere Technische School in 1968 een geheel
nieuw gebouw kreeg, werden de machines uit de oude school door inschrijving te
koop aangeboden. Onze vader was een hobby houtdraaier. Een draaibank aanschaffen
zou veel geld hebben gekost, waren het niet dat de meeste leerlingen op de LTS
niet zo veel op hadden met deze Empire uit de begin jaren '40. Ik zei tegen mijn
vader dat hij niet veel moest bieden voor deze draaibank, daar alle leerlingen
van de school het hun vaders zouden afraden om deze draaibank te kopen. Het plan
kwam uit. Wij waren een draaibank rijker en mochten de draaibank voor een
schijntje ophalen.
De schroefdraad spindel en de automatische voeding zijn verwijderd. Dat is
gedaan omdat deze een kleine 50 jaar geleden blokkeerde en voor het hout draaien
niet nodig was. Zoals het toen ging, zijn de onderdelen zoek geraakt en is
herstellen nu niet meer mogelijk. Op internet koop je ook geen onderdelen meer.
De meeste Empire draaibanken zijn in handen gekomen van verzamelaars die ook
alle donor draaibanken hebben opgekocht. Maar handmatig doet de draaibank het
nog uitstekend. Onlangs heb ik nog een nieuw meedraaiend center en enkele
draaibeitels aangeschaft.

De beitelwagen, of langs-support genoemd, kan over het bed verplaatst worden.
Dit support kan zowel handmatig alsook automatisch door middel van een
nauwkeurige schroefdraadstang worden voortbewogen, afhankelijk van de grootte
van de draaibank kan dit trapeziumdraad of zaagtanddraad zijn, beide geschikt
voor het opnemen van zware axiale belastingen op deze as. Hierbij moet er op
gelet worden dat bij het gebruik van automatische voeding men de slede niet
heeft vastgezet met de blokkeerschroeven, dit kan zware schade veroorzaken aan
het bed.

De dwarsslede, of dwars-support is de tweede van een combinatie van drie sleden,
haaks ten opzichte van elkaar opgesteld. Ook deze kan meestal met automatische
voeding worden bewogen. Hierop staat dan nog een beitelslede waarop een
beitelhouder geplaatst is waarin men, afhankelijk van het model, één of meerdere
beitels kan plaatsen. Hoe deze beitels worden vastgehouden in de beitelhouder
verschilt, het belangrijkste is dat de beitelpunt op centerhoogte staat in
verband met snijkrachten en afwerking van het stuk. Oud draaibanken zijn
uitgevoerd met beitelhouders, waarin de beitels doormiddel van spanbouten worden
vastgezet. Modernere beitelhouders maken het mogelijk of de beitels snel te
wisselen voor verschillende toepassingen. Een voorbeeld is meerdere beitels in
een houder. Deze systemen zijn in hoogte verstelbaar waardoor centerhoogte
gehaald kan worden.

In de losse kop kan een vast of meedraaiend center worden geplaatst, zodat het
werkstuk aan beide uiteinden ondersteund wordt. Ook bestaat de mogelijkheid om
er een boorkop of een grotere boor rechtstreeks in te zetten. De losse kop kan
verplaatst worden langs het bed. Het bed bestaat uit twee geleiders die heel
zuiver zijn geslepen. In het bed is een trapeziumvormige rand geslepen, zodat
bij slijtage op het bed er geen zijdelingse speling ontstaat maar enkel de
support naar onder toe zakt (een zeer kleine verplaatsing overigens).
Tabel met schakelstanden voor voeding en draadsnijden in Metrich en Whitworth
(BSW) dus ook UNC.
Wat is het verschil tussen UNC en BSW?
Beide draadtypen worden gebruikt voor Engelse schroefdraad. BSF en BSW zijn
Britse meetsystemen, terwijl UNF en UNC Amerikaanse meetsystemen zijn. BSF en
UNF zijn de fijne draadsystemen, terwijl BSW en UNC de grove draadsystemen zijn.
De BSF / BSW hebben een golfvormig draadprofiel.
Onze draaibank heeft het serienummer: BEC /104122 /24
Waar BEC voor staat weet ik niet. Mogelijk was het destijds een afkorting die
verwees naar een machine serienummer code. In 1943 is men begonnen met het
inslaan van serienummers. De laats geproduceerde Empire MK. 2 uit 1949 heeft het
serienummer 108852 /27. Serienummer 104122 /24 zit daar kort voor.
Waarschijnlijk stamt onze draaibank uit ± 1947.
De boorbeitel met de beitelhuls voor minder trillingen.
Voor de boorkop is een nieuwe conus reduceerhuls aangeschaft.
De opening boven het schort is met een plaat afgedicht. Zo is schoonmaken een
stuk eenvoudiger.
Ook bij de losse kop is de opening in het bed met een plaat afgedicht. De spanen
die daar in terecht kwamen moesten er uitgezogen worden.
De nonius van het dwarssupport.