Het landschap in Beekdal Groote Beerze heeft door de nieuwe meandering een gedaanteverandering ondergaan. Als je het gebied niet goed kent zijn de locaties waar oude foto's gemaakt zijn niet meer terug in het landschap te plaatsen. Andersom, nieuwe foto's langs oude foto's leggen en daarbij de zekerheid hebben dat ze op de zelfde plaatsen gemaakt zijn wordt ook een opgave.
Vanaf 8 september van dit jaar is het landschap in Beekdal de Groote Beerze compleet veranderd. Geen meter is het zelfde. De brede beek is nu een smalle en meanderende beek aan het worden. Aan het worden, omdat er nog een deel gedaan moet worden. En dan zijn we er nog niet. Als de nieuwe meander in z'n geheel uitgegraven is moet er nog veel gedaan worden. Zo komen er op drie plaatsen voetgangersbruggen. Een van die bruggen wordt een bredere brug, geschikt voor wandelaars, rolstoel en fietsers. Dan kan men met de fiets vanaf de Schipstaarten over de brug naar de overkant, naar de Biezengoren aan de Casterse kant. Naast die brug komt een voorde. Dat is een plaats die geschikt is om met een paart - bereden of aangespannen- naar de overkant te
komen. Deze route wordt opgenomen in de ruiterroute in de Kempen.
Vanaf de brug met naastgelegen voorde wordt een wandelpad aangelegd die langs de Groote Beerze naar de volgende brug leidt. Daar kan men weer naar de overkant, waar de wandelroute weer terug leidt naar het vertrekpunt, de eerste brug. Ook wordt deze route gekoppeld aan de wandelroutes in de omgeving, zoals die van de Neterselse Heide of die van de Grijze Steen. Vanaf de tweede brug tot aan de derde brug is het niet mogelijk om aan de Groote Beerze te wandelen. Dat deel wordt een afgesloten natuurgebied. Wandelen kan vanaf daar over de opengestelde paden die verder van de beek lopen. Met een omweg kun je weer bij de derde brug komen, waar je dan aan de overkant, weer over normale opengestelde paden een kleine omweg maakt naar de eerder genoemde bruggen, of waar je de route ook wilt vervolgen.
Wordt vervolgd. Stay tuned, blijf kijken.
Meer ook op mijn YouTube kanaal www.youtube.com/jozefvanderheijden
donderdag 14 oktober 2021
woensdag 13 oktober 2021
Groote Beerze aangetakt op oude meander
Vanmorgen was ik bij de Groote Beerze waar de Herinrichting gestaag vordert. Ze zijn aan het punt aangekomen waar vroeger, voor de kanalisering uit begin zeventiger jaren van de vorige eeuw, de oorspronkelijke meander-lus lag, die meander is nooit gedempt. Alles wat nu gedaan moet worden is de bagger uit de oude meander scheppen. in de jaren dat deze lus afgesloten was is er boomblad en andere materie in gevallen. Na al die jaren is dat tot bagger vergaan. Die bagger werd op de kant uitgesmeerd.
De oude meander loopt door, wat nu natuurgebied Grijze Steen is. Dit deel van de Grijze Steen bestaat voornamelijk uit rabatten met populieren. De watergangen in de rabatten dijn afgedamd om zo het water in het gebied te houden. Het hele gebied zal door de herinrichting vernatten. Dat zal er tevens voor zorgen dat er veel andere bomen en planten zullen gaan groeien, voor zover ze in dit plan al niet worden aangepland.
De natuur zal zich aan gaan passen en meer naar het moerasachtige gaan nijgen. Ook hier wordt de oude beekloop gedempt. En ok hier zijn velen vrachten zand nodig. Bij het storten en het opschuiven van het zand wordt het slip dat op de bodem van de beek ligt opgestuwd. De hoeveelheid slip in dit deel is vele malen groter als in het deel waar de aannemer met de demping begon. Hoe verder stroomafwaarts, hoe meer zwevend materiaal de tijd krijgt om naar de bodem te zakken. Die zwevende delen bestaat uit materiaal dat via de slotjes vanuit de akkers in de beek stroomt, maar ook het restmateriaal dat na zuivering uit de rioolwaterzuivering in de beek geloosd wordt.
De oude meander loopt door, wat nu natuurgebied Grijze Steen is. Dit deel van de Grijze Steen bestaat voornamelijk uit rabatten met populieren. De watergangen in de rabatten dijn afgedamd om zo het water in het gebied te houden. Het hele gebied zal door de herinrichting vernatten. Dat zal er tevens voor zorgen dat er veel andere bomen en planten zullen gaan groeien, voor zover ze in dit plan al niet worden aangepland.
De natuur zal zich aan gaan passen en meer naar het moerasachtige gaan nijgen. Ook hier wordt de oude beekloop gedempt. En ok hier zijn velen vrachten zand nodig. Bij het storten en het opschuiven van het zand wordt het slip dat op de bodem van de beek ligt opgestuwd. De hoeveelheid slip in dit deel is vele malen groter als in het deel waar de aannemer met de demping begon. Hoe verder stroomafwaarts, hoe meer zwevend materiaal de tijd krijgt om naar de bodem te zakken. Die zwevende delen bestaat uit materiaal dat via de slotjes vanuit de akkers in de beek stroomt, maar ook het restmateriaal dat na zuivering uit de rioolwaterzuivering in de beek geloosd wordt.
zondag 10 oktober 2021
Grote parasolzwam in Beekdal Groote Beerze
Vanmorgen was ik aan het verkennen waar ik de komende week nieuwe video opnames zou kunnen maken. Tijdens de rondgang zag ik enkele mooie Grote parasolzwammen in een van de graslanden staan. Mooi om in de mist enkele foto's te maken.
De grote parasolzwam (Macrolepiota procera) is een schimmel met een lange steel en grote hoed en heeft gelijkenis met een parasol, vandaar ook de naam. Het is een veelvoorkomende soort die groeit op matig vochtige grasgebieden. Deze zwam wordt vaak gevonden in groepen of alleen en staat ook vaak in heksenkringen. De parasolzwam is wijdverbreid in landen met een gematigd klimaat.
Jonge vruchtlichamen met een gesloten, bolvormige hoed hebben een drumstickachtige vorm. Na het verschijnen bereikt de hoed een breedte van 12–30 (–44) cm. In het midden blijft een stompe, getrapte bult over. Als de hoed in de breedte gaat groeien scheurt het velum open, waardoor middelgrote, los en concentrisch verdeelde schubben ontstaan. Door hun donkere kleur onderscheiden ze zich duidelijk van de overwegend witachtige hoedhuid. In het midden scheurt het velum nauwelijks, zodat het daar glad en donkerbruin blijft. De lamellen zijn aanvankelijk wit, later crèmekleurig. Ze zijn niet verbonden met de steel en kunnen eenvoudig van de hoed worden losgemaakt. Het sporenpoeder is wit tot bleek. De holle stengel wordt 15–40 cm lang en 1–2,5 cm dik. Aan de basis is hij bolvormig verdikt en daar tot 4 à 5 cm breed. Na uitrekking vertoont het oppervlak over de gehele lengte een bruine zigzagpatroon op een lichte achtergrond. De ring (annulus) heeft een brede rand en is bij oudere exemplaren beweegbaar langs de steel. De bovenkant is bleek, de onderkant is bruin vezelig. Het witte vlees van de paddenstoel verkleurt niet bij beschadiging. Het ruikt vaag naar paddenstoelen en smaakt een beetje nootachtig.
Afbakening van soorten
De kleinere en oneetbare spitsschubbige parasolzwam (Lepiota aspera) lijkt enigszins op de grote parasolzwam en groeit op vergelijkbare locaties. Hij heeft een duidelijke, onaangename gasachtge geur en een hangende, niet-beweegbare ring. De zeer zeldzame giftige knolparasolzwam (Chlorophyllum venenatum) heeft een niet-opgezadelde stengel en kleurt rood bij beschadiging. De groenspoorparasolzwam (Chlorophyllum molybdites), die inheems in Noord-Amerika, maar ook af en toe in Europa voorkomt, veroorzaakt net als de vorige ernstige gastro-intestinale klachten. De laatste soort wordt verondersteld verantwoordelijk te zijn voor de meeste paddenstoelenvergiftiging in de Verenigde Staten.
Het is bijzonder moeilijk onderscheid te maken tussen naaste familieleden. De tepelparasolzwam (M. mastoidea), die volgens sommige opvattingen hoorde onder M. procera var. Konradii, onderscheidt zich door fijnere vruchtlichamen, een ring zonder groef en een zwak gemarmerde steel. M. rhodosperma vormt meestal kleinere vruchtlichamen. Hij heeft alleen losjes liggende, gemakkelijk afneembare schubben, waarvan de randen vaak iets omhoog steken. De lamellen hebben soms een roze gloed. De stengel is meestal zwakker dan die van de grote parasolzwam. De groen gevlekte reuzenparasolzwam (M. olivascens) en zijn f. pseudoolivascens hebben een groenachtig verkleurende hoed. De Noordse reuzenparasolzwam (M. nordica) heeft kleinere hoedschubben. De lamellen zijn witachtig tot roze van kleur en hebben vaak een grijszwarte rand. De stengel is bijna kaal of slechts iets grover aan de basis dan bij de grote parasolzwam. De ring is dubbel of complex. M. prominens heeft een duidelijk voorovergebogen hoed met meestal kleinere, okerkleurige schubben. Bij deze soort is ook het midden van de hoed geschubd. De stengel heeft een fijner, minder opvallend zigzagpatroon. De ring is eenvoudig of niet erg complex.
Vanwege de vaak voorkomende onduidelijkheden in de soortafbakening in het geslacht van de parasolzwammen, kan de informatie onnauwkeurigheden bevatten. De grote parasolzwam komt voor van Australië tot in het boreale gebied. De soort is gevonden in Amerika, Europa, Afrika, Azië en Australië. In Amerika strekt het gebied zich uit van Canada tot Chili. In Afrika komt hij voor in Kenia en Madagaskar, maar ook in Noord-Afrika. In Azië is de soort wijdverbreid van Siberië en Oost-Rusland tot Japan en India. In Europa is hij, behalve in de arctische streken, overal te vinden. In Duitsland is de schimmel wijdverbreid en nergens zeldzaam.
De grote parasolzwam (Macrolepiota procera) is een schimmel met een lange steel en grote hoed en heeft gelijkenis met een parasol, vandaar ook de naam. Het is een veelvoorkomende soort die groeit op matig vochtige grasgebieden. Deze zwam wordt vaak gevonden in groepen of alleen en staat ook vaak in heksenkringen. De parasolzwam is wijdverbreid in landen met een gematigd klimaat.
Jonge vruchtlichamen met een gesloten, bolvormige hoed hebben een drumstickachtige vorm. Na het verschijnen bereikt de hoed een breedte van 12–30 (–44) cm. In het midden blijft een stompe, getrapte bult over. Als de hoed in de breedte gaat groeien scheurt het velum open, waardoor middelgrote, los en concentrisch verdeelde schubben ontstaan. Door hun donkere kleur onderscheiden ze zich duidelijk van de overwegend witachtige hoedhuid. In het midden scheurt het velum nauwelijks, zodat het daar glad en donkerbruin blijft. De lamellen zijn aanvankelijk wit, later crèmekleurig. Ze zijn niet verbonden met de steel en kunnen eenvoudig van de hoed worden losgemaakt. Het sporenpoeder is wit tot bleek. De holle stengel wordt 15–40 cm lang en 1–2,5 cm dik. Aan de basis is hij bolvormig verdikt en daar tot 4 à 5 cm breed. Na uitrekking vertoont het oppervlak over de gehele lengte een bruine zigzagpatroon op een lichte achtergrond. De ring (annulus) heeft een brede rand en is bij oudere exemplaren beweegbaar langs de steel. De bovenkant is bleek, de onderkant is bruin vezelig. Het witte vlees van de paddenstoel verkleurt niet bij beschadiging. Het ruikt vaag naar paddenstoelen en smaakt een beetje nootachtig.
Afbakening van soorten
De kleinere en oneetbare spitsschubbige parasolzwam (Lepiota aspera) lijkt enigszins op de grote parasolzwam en groeit op vergelijkbare locaties. Hij heeft een duidelijke, onaangename gasachtge geur en een hangende, niet-beweegbare ring. De zeer zeldzame giftige knolparasolzwam (Chlorophyllum venenatum) heeft een niet-opgezadelde stengel en kleurt rood bij beschadiging. De groenspoorparasolzwam (Chlorophyllum molybdites), die inheems in Noord-Amerika, maar ook af en toe in Europa voorkomt, veroorzaakt net als de vorige ernstige gastro-intestinale klachten. De laatste soort wordt verondersteld verantwoordelijk te zijn voor de meeste paddenstoelenvergiftiging in de Verenigde Staten.
Het is bijzonder moeilijk onderscheid te maken tussen naaste familieleden. De tepelparasolzwam (M. mastoidea), die volgens sommige opvattingen hoorde onder M. procera var. Konradii, onderscheidt zich door fijnere vruchtlichamen, een ring zonder groef en een zwak gemarmerde steel. M. rhodosperma vormt meestal kleinere vruchtlichamen. Hij heeft alleen losjes liggende, gemakkelijk afneembare schubben, waarvan de randen vaak iets omhoog steken. De lamellen hebben soms een roze gloed. De stengel is meestal zwakker dan die van de grote parasolzwam. De groen gevlekte reuzenparasolzwam (M. olivascens) en zijn f. pseudoolivascens hebben een groenachtig verkleurende hoed. De Noordse reuzenparasolzwam (M. nordica) heeft kleinere hoedschubben. De lamellen zijn witachtig tot roze van kleur en hebben vaak een grijszwarte rand. De stengel is bijna kaal of slechts iets grover aan de basis dan bij de grote parasolzwam. De ring is dubbel of complex. M. prominens heeft een duidelijk voorovergebogen hoed met meestal kleinere, okerkleurige schubben. Bij deze soort is ook het midden van de hoed geschubd. De stengel heeft een fijner, minder opvallend zigzagpatroon. De ring is eenvoudig of niet erg complex.
Vanwege de vaak voorkomende onduidelijkheden in de soortafbakening in het geslacht van de parasolzwammen, kan de informatie onnauwkeurigheden bevatten. De grote parasolzwam komt voor van Australië tot in het boreale gebied. De soort is gevonden in Amerika, Europa, Afrika, Azië en Australië. In Amerika strekt het gebied zich uit van Canada tot Chili. In Afrika komt hij voor in Kenia en Madagaskar, maar ook in Noord-Afrika. In Azië is de soort wijdverbreid van Siberië en Oost-Rusland tot Japan en India. In Europa is hij, behalve in de arctische streken, overal te vinden. In Duitsland is de schimmel wijdverbreid en nergens zeldzaam.
dinsdag 5 oktober 2021
Versmalling en verondieping beekdal Groote Beerze
In deze video is te zien dat de Groote Beerze eerst gedempt werd, waarna de verondiepte en smallere nieuwe beekloop is uitgegraven. Omdat de aanpassing plaats vindt in de oude beek was het nodig om de beek eerst af te dammen, en vervolgens in z'n geheel te dempen. De versmalling en verondieping maakt deel uit van het project 'Herinrichting beekdal Groote Beerze'.
Time Lapse video - Versmalling en verondieping beekdal Groote Beerze
Gaandeweg steeg het water voor het afgedamde deel zover dat het tegen het middagpauze op het punt stond om buiten de oevers te treden. Daarom werd de afdamming weggehaald, waarop het water als een stortgolf de nieuwe geul in stroomde. Na de pauze was het merendeel van het water weggelopen en kon het werk weer worden voortgezet.
Time Lapse video - Versmalling en verondieping beekdal Groote Beerze
Gaandeweg steeg het water voor het afgedamde deel zover dat het tegen het middagpauze op het punt stond om buiten de oevers te treden. Daarom werd de afdamming weggehaald, waarop het water als een stortgolf de nieuwe geul in stroomde. Na de pauze was het merendeel van het water weggelopen en kon het werk weer worden voortgezet.
Abonneren op:
Posts (Atom)