maandag 19 december 2016

Duizenden Giebels op het Beleven

In de verbindingsduiker onder de verharde weg aan het Beleven en sloot tussen de verharde weg en de bezoekersvlonder zitten honderden, zoniet duizenden Giebel karper visjes. De vissen lijken gevangen tussen de grote waterplassen, weeszijde van de weg. Brabants Landschap heeft al geprobeerd om ze over te zetten in het grote water.

Honderden, zoniet duizenden Giebel karpers hebben zich bijeen geschoold in deze uitgebaggerde, diepe sloot.

Met een groot schepnet zijn er twee kruiwagens vol met vissen over gezet maar de oostzijde in de grote waterplas, maar ze wisten al snel de weg naar de sloot terug te vinden. Die vissen die overgezet zijn, hebben waarschijnlijk de weg terug wel gevonden omdat ze de andere hoorden en op het geluid terug gezwommen zijn. In ieder geval zitten ze in de diepe sloot veiliger beschermd tegen de reiger, als in het ondiepen groter water waar ook de eenden en ganzen zitten. Veldwerkers van Brabants Landschap weten niet of ze daar bewust blijven zitten, of dat ze de weg onder de duikers niet weten te vinden.


De giebel karper (Carassius gibelio) is de oorspronkelijke goudvis. De soort komt oorspronkelijk uit Azië, maar leeft als exoot ook in het zoete water van onder andere de Benelux. De giebel karper wordt ook wel "wilde goudvis" of "witte goudvis" genoemd. Inmiddels wordt de giebel algemeen als een aparte soort gezien met de wetenschappelijke naam Carassius gibelio. Giebels worden maximaal ongeveer 45 cm lang.

De meeste giebel karpers die in Nederland worden gevangen hebben een grijsgroene kleur. Ook hebben ze een vrij puntige wat naar boven geknikte kop. Ook exemplaren zonder deze typische kenmerken worden gevangen. Giebel karpers zijn goed te onderscheiden van kroeskarpers door het kleinere aantal schubben op de zijlijn (28-31 tegen 33-36). Ook hebben kroeskarpers bolle vinnen en een ronde bek. Bij kleine exemplaren is het onderscheid ook makkelijk doordat alleen kroeskarpertjes een zwarte vlek bij de staartbasis hebben. De algemene lichaamsvorm is ook meer spoelvormig dan schijfvormig zoals bij kroeskarper. Ze zijn goed te onderscheiden van karpers door het ontbreken van baarddraden. Dit is echter niet altijd makkelijk te zien bij kleine exemplaren. Karpers hebben ook veel meer schubben langs de zijlijn (33-40).

Links: 's morgens vroeg is het Beleven nog in mist gehuld, rechts: 's middags is de mist opgetrokken (hier aan de oostzijde).


vrijdag 16 december 2016

Het kleine vlugge Goudhaantje

Vaak liep op het Beleven in Reusel langs de Dennenbomen waar ik de Goudhaantjes al eens had gezien en er al eens een paar foto's van maakten. Je moet erg goed opletten om het kleinste vogeltje van Europa op te merken. Als het Goudhaantje toevallig achter een klein takje of een dennenappel verscholen zit merk je hem niet op. Vanmiddag was het weer zover. Omdat de zon weer scheen ben ik met de fotocamera op pad gegaan in de hoop op succes. Je wilt natuurlijk altijd 'de' mooiste foto te maken, maar je moet al tevreden zijn als je het vogeltje in de lens krijgt, en dan nog eens van voren ook.

Het Goudhaantje, hoog in een dennenboom.

Het Goudhaantje is Europa’s kleinste vogel. Van snavel tot staartpunt meet hij slechts 8,5 cm, en ze wegen vaak niet meer dan 5 gram! Het is een zangvogel die vooral te vinden is in naaldbossen met lariksen en dennen. Ook al komen er grote aantallen goudhaantjes voor in ons land, ze worden in de broedtijd niet vaak gezien. Ze leven namelijk vooral in de toppen van naaldbomen.

Hun aanwezigheid wordt meestal verraden door hun liedje of roepjes van hoge tonen; ‘zrie-zrie-zrie’. Door de hoge tonen zijn ze helaas minder goed te horen voor oudere mensen waarbij het gehoor wat achteruit is gegaan. Ze leven in groepjes en trekken vaak op met mezen. Goudhaantjes kunnen ontzettend tam zijn en vooral in de trektijd als er duizenden in ons land neerstrijken zijn ze zo met voedsel zoeken bezig dat je ze soms bijna aan kunt raken.


Het is een klein, mosgroen vogeltje met een opvallende gele kruinstreep met zwarte zijbanen. Wat ook opvalt is het zwarte kraaloog in een witgrijs gezicht. Ze vliegen vaak rusteloos door het (naald)bos, af en toe stil hangend. Het mannetje kenmerkt zich door een duidelijke felle oranje veeg in de gele kruinstreep.

Het leefgebied is het naaldbos, in dennenbomen en in het bijzonder sparrenbos. Echter in de trektijd en in de winter zijn goudhaantjes minder kieskeurig en kunnen ze opduiken in elk willekeurig bosje, zeker als ze moe zijn. Druk heen en weer springend en fladderend zijn ze op zoek naar geleedpotigen. Over het algemeen aangepast aan kleine soorten zoals springstaarten (Collembola), bladluizen (Aphidoidea), kleine motten (Lepidoptera) en kleine spinnetjes (Araneae).

zondag 11 december 2016

Mooiste fotomomenten 1: Grote bonte specht

Achter mooiste foto- en videomomenten zit altijd een verhaal. Zo ook bij deze, de eerste uit een serie van twee foto en video momenten van de afgelopen twee jaar. Deze keer mijn nummer twee op mijn lijstje, de Grote bonte specht.

De jonge specht staat op uitvliegen. De ouder Grote bonte specht voert het jong dat al uit het nestgat hangt.

Het was 2e Pinksterdag 2015, toen ik met de mountainbike op verkenningstocht was in het bosgebied tussen Esbeek / Hilvarenbeek en het Belgische Poppel. Ik had al ruim drie uur kris-kras door het 1200 ha grote 'Landgoed Gorp & Roovert' gefietst toen ik op de weg huiswaarts plotseling een opvallend vogelgepiep hoorde. Het was voor mij, een nog onbekend geluid, dus kneep ik direct in de remmen. Voorzichtig wandelde ik met de fiets aan de hand enkele tientallen meters terug om te zien waar het geluid vandaan kwam. Al snel viel mijn oog, geleid door de herkomst van het geluid, op een spechten nestgat hoog in een dode berkenboom.

Opvallend was ook de plaats waar de Grote bonte specht de boom had uitgekozen om daar zijn nest in uit te hakken. De boom stond direct aan een brede zandpad waar veel wandelaars, mountainbikers en ruiters te paard langs kwamen. Het deerde de vogel blijkbaar niet. De plaats van de boom en de drukte vlak voor de deur waren geen enkel gevaar voor het voortbestaan van het nest. Een veilige omgeving is immers de eerste vereiste voor elke vogel om een nestplaats uit te zoeken. Omdat ik op de fiets geen foto- en filmapparatuur mee kon nemen ben ik snel naar huis gereden en voorzien van de benodigde apparatuur met de auto terug naar een parkeerplaats gereden, waarna ik nog ongeveer 1 km te voet verder het bos in ging.


'De Grote bonte specht op de Rovertse Heide', is de titel van de video die ik maakte.

Weer bij de nestplaats aangekomen maakte ik de eerste foto's met de telelens op zo'n 40 tot 50 meter van de berkenboom waar het nest zich in bevond. Eerst even uitproberen of de ouderlijke spechten zich niet lieten afschrikken door de aanwezigheid van mensen in de buurt, die ook nog eens een camera naar het nest gericht hielden. De eerste keer dat de ouder specht de jongen kwamen voeren verliep vlekkeloos, dus zocht ik een plek wat dichter bij het nest. Ik stelde mijn videocamera op tussen de struiken, naast het zandpad tegenover het nest. Zelf ging ik een stukje verderop tussen de struiken zitten om niet op te vallen, maar wel zo dat ik de film- en de geluidsopname apparatuur in de gaten kon houden. Je bent toch altijd waakzaam en wil niet dat wandelaars de op het eerste oog verlaten apparatuur mee nemen.

De videocamera draaide tot het volgende bezoek van de specht bij het nest voorbij was. Later werd uit de opgenomen scenes het gewenste deel uitgeknipt. Na elk nestbezoek van de specht verplaatste ik de camera om zo vanuit een ander hoek een volgende opname te maken, of zoomde ik verder in op het nest, om zo een close-up te maken en zo meer gedetailleerde opnames te maken. Na enkele video opname waagde ik het om ook met de fotocamera foto's te maken. Daarvoor moest ik zelf wat dichter bij het nest zien te komen zonder dat de specht mij zou zien. Ook was ik bevreesd dat het klikken van de camera de vogel zou opschrikken. Maar het deerde de vogel niet. Ik moest het echter wel ontberen dat ik belaagt werd door de niets aflatende drang van de muggen die mij dan ook diverse malen wisten te steken. Maar dat moet je er soms voor over hebben.

Na anderhalf uur in de bosjes gezeten te hebben, heb ik mijn spullen ingepakt en ben weer huiswaarts gekeerd. Thuis aangekomen ben ik eerst de foto's op de computer gaan bekijken. Die waren goed. Dat was de eerste voldoening van een goed verlopen ochtend. Daarna ben ik de video beelden gaan bewerken. De juiste scenes werden geselecteerd en gemonteerd. Na de videomontage een aantal keren te hebben bekeken en nogmaals gecorrigeerd, kon de video op mijn YouTube-kanaal worden geüpload. De reacties waren overweldigend. Vrienden en collega's op het werk waren enthousiast. De opname's werden gemaakt met een Panasonic 4K videocamera. De hoge 4K resolutie en de erg goede geluidskwaliteit van de Sennheiser smalfilm microfoons maakte het mogelijk om scherpe beelden met heldere geluidsopname te maken.

Het was mijn eerste mooie foto en video moment waar ik al lang op wachten, maar staat als tweede op mijn lijstje met Mooiste fotomomenten. De nummer 1 is nog altijd de IJsvogel.

vrijdag 9 december 2016

Winterse tjiftjaffen, maar blijven ze?

De tjiftjaf is niet uitsluitend een zomergast. Iedere winter wagen er zeker honderden tjiftjaffen de gok om in ons land te overwinteren. De komende PTT-telling is een mooi middel om hun overwinteren te volgen, maar ook de voorlopige kaart van de Vogelatlas geeft een mooi inzicht.

De tjiftjaf is niet schuw, gewoon uit je ogen kijken.

De zachte winters van de afgelopen jaren boden prima omstandigheden voor de winterse tjiftjaf. De temperaturen bleven redelijk hoog en voor een insecteneter als de tjiftjaf is dat gunstig. Uit de voorlopige winterkaart van de Vogelatlas blijkt dan ook dat de soort lokaal een redelijk algemene overwinteraar kan zijn. Vooral in loofbos op kleigrond worden weleens tjiftjaffen gezien of gehoord.

De gok wagen
Uit een interessante analyse van Boele & Bergkamp (2005) blijkt dat Nederlandse tjijffen bij koud weer in november nog kunnen beslissen om naar het zuiden te trekken. Maar de tjiftjaffen die je in december nog hoort, zullen hier waarschijnlijk blijven hangen. Ze wagen de gok, op hoop van een zachte winter.

Geluidjes uit de struiken
Winterse tjiffen kunnen behoorlijk stiekem zijn. Ze scharrelen bij voorkeur rusteloos in de kruidlaag of laag in de struiken rond. Soms volgen ze een groepje mezen. Hun roep is de belangrijkste aandachtstrekker. Vooral bij zonnig winterweer kunnen ze hun heldere 'tjwiet' veelvuldig laten horen.

Let op: er zijn ook tjiftjaffen die van ver oostelijk komen: Siberische tjijftjaffen, die egaal grijs gekleurd zijn en een weemoedig, eentonig 'ieep' laten horen. Wees daar bij overwinterende vogels extra alert op.

Aantallen gevolgd
Naast het Vogelatlasproject bestaat er al bijna 40 jaar een telproject om de aantalsontwikkeling van wintervogels te volgen: PTT. Op verschillende punten langs een route worden alle vogels geteld. Met dit 'fietsrondje voor de wetenschap' komen we ook meer te weten over het wintervoorkomen van bijvoorbeeld de tjiftjaf.

Tekst: Albert de Jong, Sovon Vogelonderzoek Nederland