Kwartels zie je bijna nooit omdat ze een verborgen leven leiden in ruige graslanden, graanakkers, maar ook in bietenakkers e.d. Soms vliegt er één op, vlak voor je voeten. Het mannetje kan 's zomers in de ochtend- en avondschemering minutenlang roepen.
De kwartel is een schaarse broedvogel in Nederland met sterk wisselende populaties. De aantallen fluctueren enorm per jaar; in topjaren kunnen er tienmaal zoveel zijn als in andere jaren. Het aantal broedparen in Nederland wordt geschat op 1500 tot 3500.
De Kwartel is erg klein: ongeveer ter grootte van een spreeuw. Ze hebben een onopvallend kleed, donkerbruin met geelbruine strepen. korte dikke poten en een kort snaveltje. Het mannetje heeft een zwarte keel. Kwartels zijn vooral in de schemering te horen met hun zeer kenmerkend geluid: een zwepend "kwik…kwik-kwik" geluid, vaak vooraf gegaan door een zacht, raspend hees "ieu-wie".
Het is een opportunist met betrekking tot zijn voedsel. Ze eten voornamelijk graszaden, onkruid en granen. Ook pikken ze soms insecten van de grond zoals kevers, mieren, spinnen, sprinkhanen en wormen. Ze scharrelen naar voedsel zoals kippen dat doen, al lopend over de grond.
vrijdag 31 juli 2026
vrijdag 10 juli 2026
Nieuwe vogel habitat op waterberging Schotelven
De Waterbergingplas aan het Schotelven in Netersel is een broedplaats voor veel watervogels. De plas maakt onderdeel uit van het natuurherstel "Natte Natuurparel De Utrecht", een natuurherstel project in samenwerking met provincie Noord Brabant, Waterschap De Dommel, Brabants Landschap en diverse grondeigenaren.
De Grote Canadese ganzen hadden al vroeg jonge kuikens, variërend van een paar weken tot nog ouder. De Grote Canadese gans is een exoot die als kooivogel naar Europa is gehaald. Nijlganzen zijn ook exoten. Van Nijlganzen is bekend dat ze al vroeg jonge kuikens voort brengen. Ze hebben hun broedperiode aangehouden die ze ook in het oorspronkelijke Nijlgebied hadden. Ook de Wilde eenden hadden jonge kuikens. Meestal wordt het nest in de buurt van water gemaakt, onder struiken en tussen planten, als in boomholtes. De Waterberging is ook een habitat voor diverse libellen. Zo zien we hier de Platbuik, de Bruine heidelibel, de Gewone oeverlibel, en de Azuurwaterjuffer. Natuurlijk weten ook de groene kikkers de plas te vinden.
De Meerkoet bouwden een drijvend nest waar ze al eieren hadden uitgebroed. Als het water tijdens een regenbui stijgt beweegt het drijvende nest mee met het waterpeil, zodat de eieren en jonge kuikens droog blijven. Vooral gebieden met een flinke oeverbegroeiing zijn populair, hoewel de soort zich ook kan redden in vaarten met een beschoeiing en nauwelijks waterplanten.
Tijdens het filmen was ik getuigen van een paring van de Kuifeend. Kuifeenden broeden vanaf de maand mei. Het vrouwtje legt 8 tot 11 eieren, die zij zelf uit broed. De kuifeend is geen koloniebroeder, maar op een geschikte locatie kunnen zich wel meerdere nesten bevinden op een tiental meters van elkaar. Het meest waardevolle is dat de Dodaars er broedt en jonge kuikens hebben voortgebracht. Op de video is dan ook te zien dat de Dodaars er zit te broeden. Zowel het mannetje als het vrouwtje nemen de broedtaken voor hun rekening. De dodaars is onze kleinste futensoort. Deze schuwe watervogel is zelfs nog een slag kleiner dan het waterhoen. Als je goed kijkt zie ook dat de eieren gedraaid worden bij de aflossing van de broedbeurt. De dodaars jaagt naar kleine visjes en larven in ondiepe en beschutte wateren. Moerasgebieden bijvoorbeeld, maar ook vennen en meren.
De Wintertaling zwom naar de achterkant van de plas, om zich om te keren, en met een aanloop weg te vliegen. Met de kop onder water verzamelen ze kleine waterdieren en plantaardig materiaal. Broedt op de grond, goed verscholen in de vegetatie. Verder kreeg ik de Kleine plevier voor de telelens. De Kleine plevier is een pionier. Je hoort de contactroep van de Kleine plevier. Hij vestigt zich rap op plekken die tijdelijk geschikt zijn om te broeden, zoals afgravingen en nieuw aangelegde waterbergingplassen. Ze eten vooral insecten, waaronder kevers, vliegen, mieren, haften, libellenlarven en sprinkhanen.
Langs de waterberging loopt een nieuwe waterloop die voedselrijk water uit agrarisch gebied rechtstreeks naar de Groote Beerze afvoert. Daar filmde ik de Gele kwikstaart. Voor de herinrichting stroomde dat voedselrijke water nog door natuurgebied Neterselse Heide. Het oorspronkelijke habitat van de Gele kwikstaart bestaat uit rivierbegeleidend grasland. Tegenwoordig broeden de meeste gele kwikstaarten in boerenland.
Om de IJsvogel te filmen moest ik vroeg opstaan. De blauwe vogel met de roestbruine borst was aan het vissen. Met een plons in het water had hij een visje beet en vloog weg. Intussen zwommen de jonge Dodaarskuikens achter een van de ouders aan. Beide ouders nemen enkele kuikens apart mee om naar voedsel te zoeken. Eén ouder met slechts twee kuikens wil dus niet direct zeggen dat de broed mislukt is.
Planten zoals het Moerasvergeetmijnietje, de Grote wederik, Haagwinde, en de Grote egelskop vinden we er. Later werd ik nog verrast door de verschijning van een Vos, maar die vormde geen bedreiging voor de eenden op het water. De eenden leken zich daar ook niet door bedreigd. Aan de overkant van de plas waren enkele Scholeksters de grond aan het afspeuren naar wormen. De Zwart-witte vogel met zijn oranje snavel is een waadvogel die in de zachte bodem naar voedsel zoekt.
De Lepelaar struinde het water af naar voedsel. De lepelaar gebruikt zijn uiterst gevoelige, lepelvormige snavel om op de tast voedsel te vinden in troebel water. Door zenuwbundels in de snavelpunt voelt de vogel prooien zoals kleine vissen direct, waarna de snavel met een zeefmembraan als een pollepel werkt. Het voedsel bestaat in het voorjaar vooral uit zoetwaterprooien (onder meer stekelbaars en amfibieën, grotere aquatische insecten zoals libellenlarven en andere ongewervelden). Er wordt dan vooral gefoerageerd in ondiepe poldersloten, oeverzones en moerassen.
Of het Waterhoen er ook gebroed heeft weet ik niet. De donker gekleurde vogel met een rode snavel en een rood blesje op het voorhoofd nestelen tussen het riet, of andere dichte oevervegetatie.
De Grote Canadese ganzen hadden al vroeg jonge kuikens, variërend van een paar weken tot nog ouder. De Grote Canadese gans is een exoot die als kooivogel naar Europa is gehaald. Nijlganzen zijn ook exoten. Van Nijlganzen is bekend dat ze al vroeg jonge kuikens voort brengen. Ze hebben hun broedperiode aangehouden die ze ook in het oorspronkelijke Nijlgebied hadden. Ook de Wilde eenden hadden jonge kuikens. Meestal wordt het nest in de buurt van water gemaakt, onder struiken en tussen planten, als in boomholtes. De Waterberging is ook een habitat voor diverse libellen. Zo zien we hier de Platbuik, de Bruine heidelibel, de Gewone oeverlibel, en de Azuurwaterjuffer. Natuurlijk weten ook de groene kikkers de plas te vinden.
De Meerkoet bouwden een drijvend nest waar ze al eieren hadden uitgebroed. Als het water tijdens een regenbui stijgt beweegt het drijvende nest mee met het waterpeil, zodat de eieren en jonge kuikens droog blijven. Vooral gebieden met een flinke oeverbegroeiing zijn populair, hoewel de soort zich ook kan redden in vaarten met een beschoeiing en nauwelijks waterplanten.
Tijdens het filmen was ik getuigen van een paring van de Kuifeend. Kuifeenden broeden vanaf de maand mei. Het vrouwtje legt 8 tot 11 eieren, die zij zelf uit broed. De kuifeend is geen koloniebroeder, maar op een geschikte locatie kunnen zich wel meerdere nesten bevinden op een tiental meters van elkaar. Het meest waardevolle is dat de Dodaars er broedt en jonge kuikens hebben voortgebracht. Op de video is dan ook te zien dat de Dodaars er zit te broeden. Zowel het mannetje als het vrouwtje nemen de broedtaken voor hun rekening. De dodaars is onze kleinste futensoort. Deze schuwe watervogel is zelfs nog een slag kleiner dan het waterhoen. Als je goed kijkt zie ook dat de eieren gedraaid worden bij de aflossing van de broedbeurt. De dodaars jaagt naar kleine visjes en larven in ondiepe en beschutte wateren. Moerasgebieden bijvoorbeeld, maar ook vennen en meren.
De Wintertaling zwom naar de achterkant van de plas, om zich om te keren, en met een aanloop weg te vliegen. Met de kop onder water verzamelen ze kleine waterdieren en plantaardig materiaal. Broedt op de grond, goed verscholen in de vegetatie. Verder kreeg ik de Kleine plevier voor de telelens. De Kleine plevier is een pionier. Je hoort de contactroep van de Kleine plevier. Hij vestigt zich rap op plekken die tijdelijk geschikt zijn om te broeden, zoals afgravingen en nieuw aangelegde waterbergingplassen. Ze eten vooral insecten, waaronder kevers, vliegen, mieren, haften, libellenlarven en sprinkhanen.
Langs de waterberging loopt een nieuwe waterloop die voedselrijk water uit agrarisch gebied rechtstreeks naar de Groote Beerze afvoert. Daar filmde ik de Gele kwikstaart. Voor de herinrichting stroomde dat voedselrijke water nog door natuurgebied Neterselse Heide. Het oorspronkelijke habitat van de Gele kwikstaart bestaat uit rivierbegeleidend grasland. Tegenwoordig broeden de meeste gele kwikstaarten in boerenland.
Om de IJsvogel te filmen moest ik vroeg opstaan. De blauwe vogel met de roestbruine borst was aan het vissen. Met een plons in het water had hij een visje beet en vloog weg. Intussen zwommen de jonge Dodaarskuikens achter een van de ouders aan. Beide ouders nemen enkele kuikens apart mee om naar voedsel te zoeken. Eén ouder met slechts twee kuikens wil dus niet direct zeggen dat de broed mislukt is.
Planten zoals het Moerasvergeetmijnietje, de Grote wederik, Haagwinde, en de Grote egelskop vinden we er. Later werd ik nog verrast door de verschijning van een Vos, maar die vormde geen bedreiging voor de eenden op het water. De eenden leken zich daar ook niet door bedreigd. Aan de overkant van de plas waren enkele Scholeksters de grond aan het afspeuren naar wormen. De Zwart-witte vogel met zijn oranje snavel is een waadvogel die in de zachte bodem naar voedsel zoekt.
De Lepelaar struinde het water af naar voedsel. De lepelaar gebruikt zijn uiterst gevoelige, lepelvormige snavel om op de tast voedsel te vinden in troebel water. Door zenuwbundels in de snavelpunt voelt de vogel prooien zoals kleine vissen direct, waarna de snavel met een zeefmembraan als een pollepel werkt. Het voedsel bestaat in het voorjaar vooral uit zoetwaterprooien (onder meer stekelbaars en amfibieën, grotere aquatische insecten zoals libellenlarven en andere ongewervelden). Er wordt dan vooral gefoerageerd in ondiepe poldersloten, oeverzones en moerassen.
Of het Waterhoen er ook gebroed heeft weet ik niet. De donker gekleurde vogel met een rode snavel en een rood blesje op het voorhoofd nestelen tussen het riet, of andere dichte oevervegetatie.
vrijdag 26 juni 2026
Vogelkijkwand Goorvijver - Dessel
Aan de Zanddijk, even buiten het Belgische Dessel-Heide, bevinden zich twee van de zes voormalige visvijvers, "Het Goor". Ten oosten van de Zanddijk loopt de Goorstraat, een gravelpad die twee van de Goorvijvers doorsnijdt. Wandel het gravelpad op. Na 135 meter van het gravelpad vindt u aan de linker kant de "Goorvijver Kijkwand", die aan de noordelijke vijver staat.
Gemeente Dessel ligt zo'n 15 km ten zuidoosten van Turnhout. Ten zuiden van Dessel loopt het Kanaal Bocholt-Herentals. Gemeente Dessel omvat het dorp Dessel en de gehuchten Witgoor, Brasel, en Heide. Het Goor, vroeger een 100 hectaren groot moerasgebied, werd tijdens de Eerste Wereldoorlog in bouw- en weilanden omgezet. Tussen 1934 en 1938 werden er door de gemeente visvijvers aangelegd. Eén vijver werd aan het Campina Strand verhuurd en deed al snel dienst als zwem- en roeivijver.
Met een portie geduld en geluk kunt u aan de Goorvijver de IJsvogel waarnemen. Als u nu goed kijkt ziet u die ook van rechts naar links voorbij vliegen en in het water plonsen. De kingfisher, zoals hij in het Engels heet, leeft in de omgeving van water. Deze vogel heeft zich gespecialiseerd in het vangen van visjes die hij vanaf een zitpost vlak boven het water, vaak een overhangende tak, op zicht lokaliseert.
Het natuurgebied kent een harmonische afwisseling van open plassen met rietgordel en broekbossen, populierbossen en akkers. Behalve de IJsvogel leven er ook blauwborsten, bosrietzangers, geelgorzen, boomkruipers en braamsluipers. Op het water zie je de tafeleend, wilde eend en dodaars. Bij lage waterstand van de grote vijver kunnen er kokmeeuwen broeden. Onderweg passeer je een vistrap, prachtige dreven en wandel je een stukje langs het kanaal.
De 5,6 km lange Vijverpad wandelroute door de mooie natuur en stilte begint bij Visvijver ‘t Goor, nabij Campina Strand. De route is echter moeilijk toegankelijk voor rolstoelgebruikers. Hou honden aan de leiband, ook reeën hebben behoefte aan rust.
Gemeente Dessel ligt zo'n 15 km ten zuidoosten van Turnhout. Ten zuiden van Dessel loopt het Kanaal Bocholt-Herentals. Gemeente Dessel omvat het dorp Dessel en de gehuchten Witgoor, Brasel, en Heide. Het Goor, vroeger een 100 hectaren groot moerasgebied, werd tijdens de Eerste Wereldoorlog in bouw- en weilanden omgezet. Tussen 1934 en 1938 werden er door de gemeente visvijvers aangelegd. Eén vijver werd aan het Campina Strand verhuurd en deed al snel dienst als zwem- en roeivijver.
Met een portie geduld en geluk kunt u aan de Goorvijver de IJsvogel waarnemen. Als u nu goed kijkt ziet u die ook van rechts naar links voorbij vliegen en in het water plonsen. De kingfisher, zoals hij in het Engels heet, leeft in de omgeving van water. Deze vogel heeft zich gespecialiseerd in het vangen van visjes die hij vanaf een zitpost vlak boven het water, vaak een overhangende tak, op zicht lokaliseert.
Het natuurgebied kent een harmonische afwisseling van open plassen met rietgordel en broekbossen, populierbossen en akkers. Behalve de IJsvogel leven er ook blauwborsten, bosrietzangers, geelgorzen, boomkruipers en braamsluipers. Op het water zie je de tafeleend, wilde eend en dodaars. Bij lage waterstand van de grote vijver kunnen er kokmeeuwen broeden. Onderweg passeer je een vistrap, prachtige dreven en wandel je een stukje langs het kanaal.
De 5,6 km lange Vijverpad wandelroute door de mooie natuur en stilte begint bij Visvijver ‘t Goor, nabij Campina Strand. De route is echter moeilijk toegankelijk voor rolstoelgebruikers. Hou honden aan de leiband, ook reeën hebben behoefte aan rust.
dinsdag 23 juni 2026
De pyjamafuutjes zitten veilig bij de ouders op de rug
Hoewel de jonge fuutjes al meteen uitstekend kunnen zwemmen, zitten jonge futen - ook wel pyjamafuutjes genoemd - vaak op de rug van hun ouders om warm te blijven en om veilig te schuilen voor roofdieren. Vanuit de lucht dreigt gevaar van reigers en meeuwen. Op het water zijn ze ook beschermd tegen vissen, zoals karpers. Ze zijn herkenbaar aan hun opvallende zwart-wit gestreepte kop en rode snaveltjes. De jonge kuikentjes klimmen eerst op de rug van de ouder, om onder de vleugel door omhoog te klimmen. Dit gedrag is een iconisch fenomeen in de Nederlandse natuur.
Omdat de fuut maar drie of vier eieren legt, zijn ze dus extra zuinig op hun kuikens. Een groot verschil met de wilde eend. Die begint vaak met zo’n twaalf jongen, een aantal dat zo hoog is omdat er veel van verloren gaan. Vaak worden er ook maar één of twee van die eendjes volwassen.
Ouders voeren de kleintjes direct vanaf de rug, waardoor ze veilig eten krijgen. Ouders voeren zelfs hun eigen veren aan de jongen, zodat er een soort beschermend kussentje in de maag ontstaat tegen scherpe visgraten. Zelfs als de oudervogel onder water duikt om vis te vangen, blijven de kleintjes stevig op de rug zitten.
De meeste futen broeden van mei tot in juni, met gemiddeld 3 tot 4 eieren. Meestal doen ze maar één broedsel. Ze bouwen een drijvend nest, die aan de oeverbegroeiing of een tak gefixeerd zijn. De jongen worden na het verlaten van het nest nog zo'n 10 tot 11 weken door de ouders gevoerd.
Omdat de fuut maar drie of vier eieren legt, zijn ze dus extra zuinig op hun kuikens. Een groot verschil met de wilde eend. Die begint vaak met zo’n twaalf jongen, een aantal dat zo hoog is omdat er veel van verloren gaan. Vaak worden er ook maar één of twee van die eendjes volwassen.
Ouders voeren de kleintjes direct vanaf de rug, waardoor ze veilig eten krijgen. Ouders voeren zelfs hun eigen veren aan de jongen, zodat er een soort beschermend kussentje in de maag ontstaat tegen scherpe visgraten. Zelfs als de oudervogel onder water duikt om vis te vangen, blijven de kleintjes stevig op de rug zitten.
De meeste futen broeden van mei tot in juni, met gemiddeld 3 tot 4 eieren. Meestal doen ze maar één broedsel. Ze bouwen een drijvend nest, die aan de oeverbegroeiing of een tak gefixeerd zijn. De jongen worden na het verlaten van het nest nog zo'n 10 tot 11 weken door de ouders gevoerd.
Abonneren op:
Posts (Atom)



