woensdag 15 juni 2016

Padden op 't Goorken, Arendonk

't Goorken is een moerasgebied ten oosten van het Belgische Arendonk. Het gebied sluit aan met de Nederlandse Reuselse Moeren. Door de regen van de afgelopen dagen is het natte gebied nog natter. Om het gebied in te gaan zijn laarzen aan te bevelen. De padden, met name de jonge Gewone pad (Bufo bufo) vloed zich daar nu erg op z'n gemak.


Het Goorken in het Belgische Arendonk is een groene diamant aan de Kempense kroon en ligt in de vallei van de riviertje Wamp. In dit moerassig gebied vind je zowel laagveen, heide en rietlanden als open water en langs sloten, wilgen- en gagelstruiken, en grote hoeveelheden springbalsemien. Verschillende dieren vinden er een veilig nest, zoals de zeldzame en prachtige vlinder heideblauwtje. Het bruist er van leven! De ideale plek om van de rust te genieten als wandelaar en vogels te spotten. Samen met de Lokkerse Dammen en de Rode Del maakte het Goorken ooit deel uit van een grensoverschrijdend moerasgebied in de Vallei van de Wamp. De naam is dan ook heel toepasselijk: ‘goor’ betekent ‘moerassig beekdal’.


Padden lijken uiterlijk erg veel op kikkers. Meestal echter zijn ze wat lomper gebouwd. Hun achterpoten zijn lang niet zo sterk als die van kikkers en echt springen kunnen ze niet. Hun huid is altijd ruw, vaak bezet met grote wratten, en veel droger dan die van kikkers. Padden zijn bovendien vaak nachtdieren, waar kikkers vooral overdag actief zijn. De huid van de padden houdt vocht veel beter vast dan de huid van kikkers. Ze kunnen dan ook veel beter droge omstandigheden verdragen en leven vaak kilometers van het dichstbijzijnde water af. Zelfs op droge heidevelden kom je padden tegen. Sommige padden hebben klieren waarmee ze een stinkend vocht produceren om zich tegen vijanden te verdedigen. In het gebied van 't Goorke trof ik vandaag één soort aan, een jonge Gewone pad.

zondag 5 juni 2016

De Meerkoet met jonge kuikens

Waar voldoende water is, daar leven meerkoeten. Op het Beleven in Reusel is daar geen gebrek aan. De Meerkoetjes hebben nu nakomelingen. Met veel zorg en liefde worden de kuikens (op)gevoed.


Wie meerkoeten een tijdje gadeslaat, zal opmerken dat ze vaak duiken naar voedsel. Door de grote hoeveelheid lucht in hun verenkleed moeten ze echter nogal wat moeite doen om onder water te komen; ze maken dan ook een sprongetje bij het duiken en zetten zich met hun poten flink af. Kort daarop komen ze als een grote dobber weer naar boven.

Meerkoeten eten vooral waterplanten, maar zeker wanneer er jongen zijn worden ook allerlei waterdieren gevoerd en gegeten, die beter voorzien in de energiebehoefte van dat moment. Van oorsprong zijn meerkoeten echte moerasvogels, met poten die bijzonder geschikt zijn om te lopen op drijvende vegetatie (kraggen) en wortels van riet- en lismoerassen.

O, ja. Ik had de beeldsensor laten reinigen, en daar heb ik geen spijt van.

De Blauwgele ara en zijn trainer

Tegen de middag fietste ik over 'De Lusthoven' in het buitengebied van Arendonk, waar ik een man met een Blauwgele Ara ontmoeten. Hij was op de fiets zijn mooie papegaai aan het uitlaten. Ik vroeg hem of ik een foto van hem en zijn ara mocht maken. Hij stemde daar direct mee in. Dus haalde ik snel mijn Coolpix camera uit mijn achterzak. Of ik ook een filmpje kon maken, vroeg de man. Ik moest een stuk doorrijden en van daaruit de video starten, waarop hij de vogel de vrije vlucht gaf en er zelf met de fiets achteraan kwam. Uiteraard gaf ik de man mijn visitekaartje van mijn fotoblog, waar ik de Youtube-video zou posten.


De Blauwgele Ara (Ara ararauna) is een papegaaiachtige uit de familie van de papegaaien van het noodelijke midden Amerikaanse gebied. Deze ara wordt ongeveer 80-90 centimeter lang en wegen tot 900-1300 gram. Kenmerkend is hun kleurrijke verenkleed met blauw en olijfgele vleugels en staart en een groene tip op de kop van de ara. De keel en borst is olijfgeel gekleurd. Hun snavel is zwart en zeer krachtig en in staat om grote noten te kraken. De irissen van de ogen zijn lichtgeel. De huid rondom de ogen en de snavel is naakt en wit van kleur. Bij opgewonden of gestreste vogels kan dit echter rossig van kleur zijn. Op de naakte huid zijn kleine donkere lijntjes te zien die worden veroorzaakt door korte stoppelige zwarte veertjes. Deze veerlijntjes komen samen bij de neus en keel. De krachtige poten zijn donkergrijs. Tussen het mannetje en het vrouwtje, ook pop genoemd, bestaat nauwelijks seksuele dimorfie. Het mannetje is vaak iets forser in zijn bouw en heeft meestal een iets bredere snavel.

Deze ara soort komt voor in Bolivia, Colombia, Brazilië, Ecuador, Frans Guyana, Guyana, Panama, Paraguay, Peru, Suriname en Venezuela. Voorheen kwam de vogel ook voor op het eiland Trinidad. Hier is hij nu echter uitgestorven. Op het eiland Puerto Rico is het dier uitgezet. Het leefgebied bestaat uit zowel droge als vochtige tropische en subtropische wouden. Ook wordt hij aangetroffen op de savannes. Het eenvoudigst zijn de dieren te vinden in de nabijheid van water. Van zeeniveau tot op hoogtes van ongeveer 500 m boven de zeespiegel. Hij houdt zich voornamelijk op in de boomtoppen.

Het is een moeilijk te houden vogel door zijn gedrag, grootte en ouderdom. Ze vereisen veel meer aandacht en kennis van hun eigenaar dan bijvoorbeeld honden of katten. Ze tonen een grote intelligentie in hun gedrag en vereisen constante intellectuele stimulatie om hun nieuwsgierigheid te bevredigen. Blauwgele ara's genieten van veel aandacht; te weinig aandacht kan leiden tot gedragsproblemen en maakt de papegaai erg ongelukkig.

Ook de best verzorgde Blauwgele ara zal "schreeuwen" en andere zeer luide geluiden maken. Luide geluiden en het afknagen van velerlei objecten zijn een natuurlijk onderdeel van hun gedrag en moeten worden geaccepteerd door hun eigenaar. Ze vereisen een zeer gevarieerd dieet en alleen zaad of pellets zal leiden tot gezondheidsproblemen zoals vitaminetekort of, in het geval van pellets, problemen met de krop. Een voorbeeld van een goede basisvoeding voor de ara papegaai is bijvoorbeeld een mixvoer speciaal voor ara-papegaaien, in combinatie met goede pellets en daarnaast vers fruit, groente en noten. Papegaaien zijn van oudsher herbivoren en mogen vrijwel alle groenten, fruit en noten eten die de mens ook eet, behalve avocado. Hele walnoten zijn een gezonde aanvulling op het voer, zodat de papegaai iets te slopen heeft. Papegaaien vinden palmnoten vaak erg lekker en eten deze ook in hun natuurlijke leefomgeving zodat hiervan 1 of 2 toegevoegd kunnen worden aan het dagelijkse voer. Indien de papegaai dit niet eet is er ook palmolie beschikbaar, waarvan enkele druppels aan het voer toegevoegd kunnen worden. Het is zeer goed voor een papegaai en zorgt ervoor dat de veren een mooie glanzende kleur behouden.

Het komt vaak voor dat de blauwgele ara met hun eigenaar mee-eet. Het is belangrijk om de papegaai niet van te vet voer te voorzien, zoals voer waarin veel zonnebloempitten of pinda's zijn verwerkt. Overigens vinden papegaaien dit erg lekker en het kan zelfs leiden tot een eetverslaving van zonnebloempitten.

Bosbeekjuffer (of beekjuffer)

Door de vlinderachtige vlucht is de bosbeekjuffer (Calopteryx virgo) een opvallende verschijning bij veel beken. Bedreigingscategorie op de Rode Lijst: Bedreigd.


De bosbeekjuffer (Calopteryx virgo) is een 45 tot 49 mm grote Juffer die in vrijwel heel Europa voorkomt. Door het verdwijnen van zijn biotoop, langzaam stromende (bos)beken met een heel goede kwaliteit van het water, is de soort in Nederland sterk achteruitgegaan en staat dan ook op de Nederlandse Rode lijst (libellen) als bedreigd.

De bosbeekjuffer is te verwarren met de weidebeekjuffer, waarmee hij samen voor kan komen. De vleugels van mannetjes bosbeekjuffer zijn helemaal donker en die van de weidebeekjuffer aan de basis en de top doorschijnend. De vleugels van de vrouwtjes zijn bruinig respectievelijk meer groen doorschijnend van kleur.

De bosbeekjuffer vliegt van mei tot begin augustus. Vanaf zitposten verdedigen de mannetjes hun territorium. Hij laat indringers de binnenkant van zijn vleugels zien en wint meestal het daaropvolgende (schijn)gevecht.

Vóór de balts laat het mannetje de rode stip aan de onderkant van zijn achterlijf aan een passerend vrouwtje zien. De balts verschilt per soort van de familie Beekjuffers. Het vrouwtje zet na de paring, die zo'n vijftien minuten duurt, de eitjes met haar ovipositor (legbuis) af in waterplanten. Ze begeeft zich daarbij soms helemaal onder water.

De ontwikkeling van larve tot imago duurt minimaal twee jaar.

Bosbeekjuffers die ziek worden, vliegen weg van hun territorium. Dit is gebleken uit onderzoek in Finland, waar deze dieren bewust ziek werden gemaakt. De zieke exemplaren vlogen tot vier keer zo ver weg als de gezonde. Onduidelijk is nog wat de verklaring voor dit fenomeen is.