zaterdag 3 december 2022

IJsvogel mooiste vogel van Nederland

De IJsvogels op deze foto's die ik 16 april 2016 fotografeerde op Landgoed Wellenseind is mogelijk de mooiste vogel van Nederland. Strenge winters zijn fataal voor deze visetende vogel. De IJsvogel houdt niet van ijs. Als het water dichtgevroren is kan de IJsvogel niet bij de visjes, die het enige voedsel van deze vogel. Een korte menulijst dus voor deze Kingfisher, zoals die in het Engels wordt genoemd. Kingfisher is eigenlijk een betere naam voor de IJsvogel, die ijs maar niets vindt.


Achter de mooiste foto- en videomomenten zit altijd een verhaal. Zo ook bij deze. Daarom zijn ze ook zo mooi. Het zijn de opwindende momenten die een natuurfotograaf mee maakt, op zoek naar iets wat niet alledaags is. Ik ontdekte eind maart 2016 de aanwezigheid van de IJsvogel toen ik op een zondagmorgen met de fiets in de buurt van een nabij gelegen bosgebied op verkenning was naar een mooi fotomoment. Ik zag de IJsvogel langs de oever van een beekje uit het bosgebied vliegen. Een dag later heb ik contact opgenomen met de beheerder van het betreffende privé landgoed. Toen ik hem vertelde dat ik graag op zoek wou gaan naar de plek waar de vogel zich op zou kunnen ophouden en toestemming voor kwam vragen om deze vogel te fotograferen, was de toestemming snel verleend. Ik mocht het terrein betreden en zo veel foto's maken als ik maar wou. De beheerder wist zelfs de vermoedelijke nestplaats, die hij ook met mij deelden.

Na twee verkenningsweken heb ik een observatietent geplaatst op korte afstand van het nest. Op een strategische plek heb ik ook een stok over de beek gelegd. De stok diende als tussenstop voor de IJsvogel, tussen zijn aanvliegroute en het nest. En dat werkte. De vogel maakte met grote regelmaat gebruikt van de zitplaats, zowel bij het aanvliegen, als bij het verlaten van het nest. De observatietent was zo opgesteld dat de vogel, zittend op de stok, beeldvullend konden worden gefotografeerd. Zeven weken heeft de observatietent daar onafgebroken gestaan, mede om de tent voor de vogels, één te laten worden met de omgeving. Honderden foto's en twee video's heb ik kunnen maken, voornamelijk in de weekeinde.


Op korte afstand van mij thuis stromen twee kleine beekjes: de Reusel en de Raamsloop. In het najaar van 2015 raasde een storm over het bosgebied tussen Lage Mierde en Hilvarenbeek. Een bosgebied, bestaande uit Landgoed 'De Utrecht' van ca. 2500 hectare en Landgoed 'Wellenseind' van nog eens 162 ha is puur natuur, waarbij Wellenseind de meest ongerepte van de twee. Aan het beekje de Reusel stond een grote eikenboom die bij die storm omwaaide. De boom waaide om, met de stam van de beek af, het bos in. Het gevolg; aan de waterkant van de beek richten zich een wand op met aarde die bijeen gehouden werd door de wortels van de omgewaaide boom. Een ideale plaats voor de IJsvogel om er een nestgang in uit te graven. Meerdere gangen werden gegraven. Bij de eerste pogingen stuiten de vogel op de wortels van de boom, waarna er een nieuwe gang gegraven werd. Het beekje voorziet weliswaar niet in de benodigde vis, maar niet ver daar vandaan zijn twee grote vijvers waar wel veel vis op zit. Op ongeveer 800 meter vliegen is er nog een natuurven met ondiep water. De condities zijn dus prima voor deze vogel: helder water in de buurt en volop vis.


De baarstjes met de kop naar voren in de snavel van de IJsvogel zegt dat de eitjes uitgekomen zijn. Hoe groter het visje hoe groter de kuikens.

Tussen het aan en afvliegen van de IJsvogel zat vaak zo'n twintig minuten tot een half uur. Soms, als alle jonge vogels in het nest een visje hadden gekregen, duurde het vaak een uur voordat een van de ouders weer naar het nest terugkeerde. De ene keer kwam het mannetje, dan weer het vrouwtje. Ze wisselde elkaar af met het aanvoeren van kleine visjes die met de kop uit de snavel gedragen werden. Daar kun je ook aan zien dat er jonge uit de eitjes gekomen zijn. De kleine baarsjes hebben stekeltjes, en moeten met de kop naar binnen gewerkt worden. Zo haken de stekels zich niet vast in de keeltjes en slokdarm van de vogels. De eerste dagen krijgen de jonge kuikentjes erg kleine visjes, later als ze groter worden neemt ook het formaat van de visjes toe.

Als dank heb ik de terreineigenaar en zijn beheerder een aantal mooie foto's (digitaal) en een paar fotovergrotingen gegeven. Dit als blijk van dank, voor zowel de toestemming om daar op elk moment dat ik dat wou te mogen fotograferen en als dank voor de spontane gastvrijheid.


De IJsvogel op het Beekje de Reusel

Hoe vreemd het misschien ook mag klinken: De naam IJsvogel doet zijn naam geen eer aan. Een IJsvogel kan niet tegen langdurig strenge winters met wekenlange vorst en sneeuw. Dan leggen ze massaal het loodje omdat ze dagelijks vis moeten vangen om is leven te blijven. Vis is het enige op de menukaart van de IJsvogel. De Engelse naam is meer toepasselijk; 'Kingfisher', of te wel 'Koningsvisser'.

IJs- zou dan van het Oudhoogduitse (8ste eeuw) isarn afgeleid zijn. Isa is ‘ijs’ en Arnarend’ dus dat zou dan op ijsarend uitkomen. En de manier waarop de IJsvogel al stootduikend zijn vis vangt, lijkt op hoe bijvoorbeeld de visarend dat doet. Arn zou heel vroeger ook gewoon ‘vogel’ zijn geweest, waardoor Isarn letterlijk op IJsvogel uitkomt. Maar het kan ook zijn dat de naam IJsvogel niks met ijs te maken heeft. Isarn betekent namelijk als geheel ook ‘ijzer’. En de felblauwe kleur van de IJsvogel zou dan gelinkt zijn aan de blauwglanzende kleur van ijzer. Het Duitse woord voor ijzer is ook Eisen.

In de 11de eeuw bestond in het Oudhoogduits isanuogal waarin het woord vogel voorkomt. In de verklaring met ijzer zou dit dan ‘ijzervogel’ betekenen. Het grappige is dat het in de verklaring met ijs een tautologische samenstelling wordt. Het woord vogel komt er twee keer in voor: Is+arn+uogal => IJs+arend+vogel.

Laat de naam IJsvogel in een willekeurig gezelschap van vogelaars vallen, en ze beginnen te glimmen en enthousiast over hun waarnemingen te vertellen. Een beetje natuurfotograaf heeft de mooie vogel boven aan op zijn wensenlijstje staan. Met zijn afstekende blauwe en oranje kleuren is het een van de mooiste, zo niet dé vogels van Nederland, maar ook een van de schuwste en dus moeilijk te spotten. Een waarneming begint vaak met het waarnemen van de roep van de IJsvogel, een hoge piep, ‘tsie-ti tsie-ti’ waarmee hij zijn komst aankondigt. Even later vliegt hij voorbij, pijlsnel en laag over het water. IJsvogels horen bij stromend en liefst kronkelend beekjes. Zo’n beek of rivier biedt een IJsvogel twee cruciale zaken; voedsel en onderdak. Voedsel in de vorm van waterleven, onderdak in de vorm van gaten in de rechte uitgesleten oevers waar hij graag zijn nestgang en nestholte in graaft. Soms maakt de IJsvogel handig gebruik van een omgewaaide boomstam, die aan de waterkant van zijn fundamenten is losgescheurd bij een flinke najaar- of voorjaarstorm.

donderdag 1 december 2022

Citroenstrookzwam op afgezaagde dennenstam

Een maand geleden zag ik tijdens een fietstocht door de Kempische Boswachterij ten noorden van de Postelseweg tussen Eersel en Postel een achtergebleven stuk van een afgezaagde dennenstam die bijna in z'n geheel begroeit was door de Citroenstrookzwam. Deze zwam is vrij zeldzaam. Volgens de Verspreidingsatlas zijn er tussen 1990 en heden slechts 157 vindplaatsen bekend (atlasblokken).

Een achtergebleven stuk van een afgezaagde dennenstam is bijna in z'n geheel begroeit door de Citroenstrookzwam.

De Citroenstrookzwam (Antrodia xantha) vormt vaak kleine, korstvormige (resupinate) vruchtlichamen (van enkele cm) maar kan op stronken en andere verticaal georiënteerde oppervlakken grotere vruchtlichamen vormen met knobbels (schijnhoeden). Kenmerkend zijn de heldergele kleur die bij oudere vruchtlichamen verbleekt tot grauwwit en de kleine, met het oog nauwelijks zichtbare, gaatjes (5-7/ mm). Bij twijfel zijn de amyloïde reactie en de bittere smaak aanvullende kenmerken.

De soort veroorzaakt bruinrot, hetgeen soms goed aan het roodbruin, in blokjes verrotte hout is te zien. Er is voorgesteld deze soort met andere amyloïde Antrodia-soorten (zoals de Kussenvormige strookzwam A. carbonica) in het geslacht Amyloporia te plaatsen, maar dat wordt onvoldoende ondersteund door moleculair onderzoek. Wel is een nauwe verwantschap tussen A. carbonica en A. xantha naar voren gekomen.


De Citroenstrookzwam (Antrodia xantha) in detailweergave.

Ecologie verspreiding
De Citroenstrookzwam (Antrodia xantha) is een vrij zeldzame soort die saprotroof voorkomt op dood naaldhout, vooralvan larix (36%), grove den (30%), douglasspar (24%) en in mindere mate spar(6%) (n = 33). Er iséén vondst bekend van loofhout, nl. amerikaanse eik. De groeiwijze is resupinaat met knobbelige verdikkingen op verticale vlakken. Stronken kunnen geheel worden overgroeid maar de soort groeit ook op liggende stammen en op bewerkt hout.

Het hout waarop de soort voorkomt, is meestal al enigszins verrot (bruinrot). De landelijke verspreiding is nagenoeg beperkt tot de hogere zandgronden en het Limburgse heuvelland hetgeen zal samenhangen met de beschikbaarheid van geschikt substraat in de vorm van stronken en stammen van naaldhout. Vondsten van vruchtlichamen, die niet snel vergaan (maar wel wit worden), kunnen het gehele jaar door worden gevonden.

De Citroenstrookzwam is in Nederland voor het eerst vastgesteld in 1966 en stond in het Overzicht van 1995 nog te boek als “zeer zeldzaam”. Sindsdien is er sprake van een sterke toename van het aantal waarnemingen en duidelijke uitbreiding van het voorkomen. De soort is wijdverbreid op het noordelijk halfrond maar is ook bekend uit Australië.

woensdag 30 november 2022

De Flaes als pleisterplaats voor Lepelaars

Wie in het najaar langs de Flaes wandelt of fietst kan genieten van de watervogels die daar verblijven. Op de video die ik daar opgenomen heb is een groep van zo'n 50 tot 75 Lepelaars te zien. Ze foerageren al een aantal dagen in het kniehoog water. Op de achtergrond zijn zo'n 13 Zwarte ooievaars te zien, net als de Aalscholvers die regelmatig onder water duiken.


De Flaes als pleisterplaats voor Lepelaars

De Lepelaar (Platalea leucorodia) is een vogel uit de familie der ibissen en lepelaars. De lepelaar heeft een lengte van ongeveer 80 tot 93 cm. De lepelaar is onmiddellijk herkenbaar aan de aan het uiteinde spatelvormig verbrede zwarte snavel, die aan de voorzijde geel is. De vogel is wit met gele/lichtoranje plekken. De verlengde kopveren vormen een bossige kuif. De vogel komt voor in vennen, bij sloten, op slikken en wadden. Het voedsel bestaat uit vis, waterdieren, slakken, insecten en wormen, ook weleens plantendelen. De Lepelaars die wij gedurende de vogeltrek zien, overwinteren vooral langs de West-Afrikaanse kust, zoals in het tropische waddengebied Banc d'Arguin voor de Mauritaanse kust.

In het najaar vliegen de vogels via Noord- en Zuid-Spanje. In deze gebieden blijven ze een week of twee om krachten op te doen om verder te kunnen trekken. In totaal kan de trektocht wel twee maanden duren.

De ene keer zitten ze op de Flaes, dan weer op het Goor. Twee vennen die slechts 1 Km van elkaar liggen. Beide vennen liggen in het zuiden van Landgoed De Utrecht, op grondgebied van Lage Mierde. Het overgrote deel van het landgoed ligt op grondgebied van Esbeek. Het Goorven, dat met 5,6 ha het grootste ven in de omgeving is. Landgoed De Utrecht kent drie grote vennen als de Flaes, de Kleine Flaes en het Goorven. De Flaes heeft een oppervlakte van 4,9 ha, de Kleine Flaes is 1,8 ha groot en het Goorven 5,6 ha.

De natuurreservaten het Goor en de Flaes vormen een kern van het vogel eldorado op het landgoed. Gelegen tussen uitgestrekte boscomplexen, omringd door de natte Neterselse- en Mispeleindse heide, roepen deze oeroude vennen herinneringen op aan lang vervlogen tijden, toen alleen een oude turfsteker op de hoogte was van het bestaan van deze sompige moerassen. Momenteel telt het landgoed in totaal meer dan 130 soorten broedvogels met beroemde soorten als de genoemde ijsvogel, nachtzwaluw, zwarte specht, bonte specht, kerkuil, bosuil, wulp. Zelfs een kolonie Aalscholvers broeden in bomen midden in de Flaes, die vanaf het 22 meter hoge balkon van de Flaestoren goed waren te zien gedurende de vroege broedperiode.

zondag 27 november 2022

De IJsvogel op het Beekje de Reusel

'De IJsvogel op het Beekje de Reusel' is een video die ik met een camcorder heb opgenomen. Deze camera heeft een kleine sensor, die goede 4K beelden maakt, maar toch niet kan evenaarde met mijn GoPro 9 en mijn Nikon D500. Echter deze beelden zijn al in 2016 opgenomen en opnieuw met de orgionele beelden op een andere wijze gemonteerd als de video die ik destijds publiceerde.


De IJsvogel op het Beekje de Reusel

De ijsvogel is een opvallende verschijning door zijn contrasterende blauwe bovendelen en oranje onderdelen, maar ook een zeer schuwe soort die zich weinig laat zien. Deze soort is de enige ijsvogelsoort die tot in noordelijk Europa voorkomt, inclusief Nederland en België. De meeste ijsvogels leven in de tropen. De ijsvogel is aan de bovenzijde overwegend blauw, waarbij de veren van de kop en vleugels iriserend blauwgroen zijn, en op het midden van de rug lichter tot kobaltblauw. De staartveren zijn wat donkerder. De veren aan de borst en buikzijde zijn warm oranje, en steken hiermee duidelijk af. Van de snavel tot achter het oog is op de wang een oranje oogstreep aanwezig, die abrupt overgaat in een helder witte streep. Ook de keel is wit. De poten van een volwassen ijsvogel zijn oranje tot rood van kleur.

De mannetjes zijn enkel van de vrouwtjes te onderscheiden aan de kleur van de basis van de ondersnavel, die bij het vrouwtje voor het grootste deel tot volledig oranje is. Ook kan er bij het vrouwtje in de basis van de bovensnavel oranje voorkomen. De ondersnavel van het mannetje kan tot een derde van de lengte, gezien vanaf de basis, oranje zijn. Juvenielen onderscheiden zich van volwassen exemplaren door het valere verenkleed met donkergrijs gerande borstveren, een kortere snavel met een bleke snavelpunt, en donkerbruine poten.

De ijsvogel is een typische viseter en is dus sterk aan water gebonden. Vanwege zijn voorkeur voor steile wanden om in te broeden, komen ze vaak voor bij stromend water, omdat daar van nature door erosie steile oevers ontstaan. Ook stilstaande visrijke wateren met begroeiing vormen een prima leefomgeving. In het grootste deel van het verspreidingsgebied is de soort algemeen, maar in sommige gebieden wordt de ijsvogel met uitsterven bedreigd.

Het ijsvogelpaar had een nest op Landgoed Wellenseind. De ouders vlogen om het anderhalve uur op en neer met kleine visjes in de snavel voor de jonge in het nest.