woensdag 3 juni 2020

Succesvolle broed Middelste bonte specht

De Middelste bonte specht begon 9 april 2020 met het uithakken van een nestholte in een dode tak van een wilg. Het nest werd op ongeveer 10 meter hoogte uitgehakt aan de afhangende zijde van de tak, hoog en veilig tegen predatoren. Na een periode van 16 dagen broeden kwamen de jongen uit het ei. Nog eens 25 dagen vlogen de juveniele uit.


Gedurende de broed en verzorgingsperiode was goed te zien dat de vogels het zwaar hebben. Hun verenkleed toonde steeds meer slijtage. Vooral bij het vrouwtje had de hoofdbedekking het flink te verduren gehad. Op de dag dat de jongen uitvlogen leek het voor een van de jonge vogeltjes nog slecht af te lopen. Er was er een die bij het uitvliegen in het water van de naastgelegen beekje de Reusel gekomen was. Op de ochtend van het uitvliegen hoorde ik gespetter in het water. Aanvankelijk dacht ik dat het een eend was, maar tot mijn verbazing bleek dat een van de uitgevlogen Middelste bonte spechten in het water terecht gekomen was. Dus snelde ik mij in het water en redden het drijfnatte vogeltje van een verdrinkingsdood.

Ik heb de natte drenkeling in de zon tegen een boomstam gezet. Zo kon z'n lichaam opwarmen en opdrogen. Het jonge vogeltje moet al in het water gelegen hebben voordat ik daar arriveerde. Tijdens mijn reddingsactie bleek dat ook de laatste jonge specht het nest verlaten had. Een gemiste kans om het uitvliegen vast te leggen. Zonder mijn aanwezigheid zou het gestorven zijn. Was het niet door verdrinking, dan zou het wel aan onderkoeling zijn bezweken. Het natte vogeltje bibberde een tijdje van de kou en bleef wel een half uur bewegingsloos tegen de boom hangen.

De zonneschijn had een goede uitwerking. Het vogeltje werd wat beweeglijker en klom zowaar langzaam iets omhoog. Toen het ook luid om z'n ouders begon te roepen geloofde ik in een goede afloop. Na een tijdje kwamen beide ouders bij het jong en kreeg weer te eten. Daar knapte het duidelijk van op. Het klom steeds verder omhoog en begon zelfs het verenkleed te verzorgen. Toen het zo'n meter of zeven hoog in de boom was geraakt heb ik mijn apparatuur opgepakt en ben met een goed gevoel naar huis gereden.

Het komt wel goed met de bijna verdronken jonge Middelste bonte specht. Het was goed bekomen van de kou en werd net als z'n broertjes en zusjes door de ouders gevoed. Doordat ik wel de voedingsmomenten vast kon leggen, ben ik uiteindelijk rijkelijk gecompenseerd voor het missen van missen van de uitvliegmomenten. Het vogeltje heeft nu een nieuwe kans om op te groeien tot een volwassen vogel en kan zo volgend jaar voor nageslacht zorgen.

maandag 1 juni 2020

Kleine bonte specht communiceert roffelend

Het leek wel of de Kleine bonte specht graag op de foto wou. Ik zat een tijdje de omgeving af te turen op zoek naar mooie vogels toen snel geroffel tegen een boom mijn aandacht trok. Aan het tempo van het geroffel kun je de specht herkennen. Dit was de kleine bonte specht, dat wist ik meteen. Aanvankelijk zag ik de kleinste specht dat ons land rijk is niet. Even later verscheen het vrouwtje vanachter de boomstam waar het geroffel vandaan kwam.

Het geroffel kwam vanaf een hoog punt in een dode eikenboom, op ongeveer 20 meter van mij vandaan.

De Kleine bonte specht is het kleinduimpje onder de spechten. Ze zijn niet groter dan een flinke mus of een vink. Het is een onopvallend vogeltje dat je maar zelden te zien krijgt. Slechts zijn zang - een valkachtig 'kikiki'- verraadt hem. De Kleine bonte specht heeft veel zwarte en witte strepen op zijn vleugels en rug, maar geen rode onderstaart dekveren. Het mannetje heeft een rode, het vrouwtje een zwartwitte kopkap. Verder onderscheidt de Kleine bonte specht zich van zijn grotere broer door het ontbreken van de witte schoudervlekken.

De keelholte van spechten is zo gevormd dat hun lange oprolbare tong ver naar buiten kan worden geschoven. Die oprolbare tong steken ze na het weghakken van dood boomschors in de openingen en spleetjes om zo de larven naar binnen te werken. Door de vorm van de keelholte is communiceren met zang of klank van ondergeschikt belang. Dat doen ze dan door te roffelen. De roffel van de Kleine bonte specht is zachter en sneller als die van de Middelste- en Grote Bonte Specht. De Kleine bonte specht heeft een langere roffel dan de Grote bonte specht en klinkt meer als een naaimachine. Doordat ze op dunnere takken roffelen is hun geroffel wat zwakker en hoger van toon dan het geroffel van andere spechten, maar ze doen het langer achter elkaar en met kortere tussenpozen.

De Middelste bonte specht is de meest zeldzame van de spechten, al is hij hard op weg om de Zwarte specht in aantal broedparen in te halen. Roffelen doet de Middelste bonte specht eigenlijk zelden. Het bekendste geluid is een 'Buizerd-achtig' gekrijs. De bekendste en veruit de meest voorkomende specht is de Grote bonte specht. Zijn roffel is kort en krachtig, vaak minder dan een seconde lang. De toonhoogte verschilt al naar gelang de klankkast die de vogel uitkiest. Soms is dat zelfs een lantaarnpaal.


De spechtensoort in opmars in Nederland is de Middelste bonte specht. Maar het is nog steeds de zeldzaamste in vergelijking tot de grote en kleine bonte specht. Hij is vooral in Oost- en Zuid-Nederland te zien. De middelste bonte specht houdt van oud eikenbos.

Boompieper op zoek naar voedsel

Vanmorgen kreeg ik de kans oom de Boompieper van redelijk dichtbij te fotograferen. Ik zat te wachten op de Gekraagde roodstaart toen ik in mijn ooghoek een vogel over het zag lopen. Vaak zit je te wachten op een vogel die zich niet- of nauwelijks laat zien. En dan verschijnt er plots een andere soort.

Op zoek naar voedsel kwam de Boompieper dicht genoeg in mijn buurt om er een paar foto's van te maken.

De boompieper leeft graag aan de rand van bossen en open plekken. Moerassen zijn zeer geliefd, maar ook kaalgekapte bospercelen en heideterreinen worden volop bewoond door boompiepers. In tegenstelling tot graspiepers gaan boompiepers vaak in een boom zitten. Vooral de zangvlucht van een boompieper, net als die van de graspieper, is erg karakteristiek. Vanuit een boom begint de vogel omhoog te vliegen om vervolgens als een parachute of een badmintonshuttle met stijve vleugels en hangende poten weer in een boom te landen. Midden op de dag op een zinderende hete heide, als alle andere vogelsoorten hun snavels op elkaar houden, kan de melodieuze zang van boompiepers nog gehoord worden.

Op de zandgronden is de boompieper een karakteristieke broedvogel van heidevelden en duinen met enige opslag. Voorts nestelt hij (ten dele ook buiten de zandgronden) op kaalslagen, in jonge aanplant en soms ook bosjes en wegbeplanting in boerenland. Ook populierenbossen en verdrogende en verbossende laagveenmoerassen worden bezet.


Als broedvogel bewoont de Boompieper grote delen van Euraziƫ tot diep in Oost- Siberiƫ. In Europa is het een wijd verbreide soort, met uitzondering van het uiterste noorden, westen en zuiden. De Nederlandse broedvogels overwinteren vermoedelijk in de savannen zuidelijk van de Sahara. Kenmerkend voor de broedhabitat is de combinatie van open ruimte en bomen of struiken. Aan de habitateisen wordt voldaan in een verscheidenheid aan landschappen, van natuurterreinen (heide, hoogveen, duinen) tot bossen (kaalkappen, jonge aanplant, zeer open bos) en cultuurlandschap (wegbeplanting, ruilverkavelingsbosjes). Het nest wordt op de grond tussen de begroeiing verstopt. De soort leeft vooral van insecten die op de grond worden bemachtigd.

Gekraagde Roodstaart in de volle zon

Vanmorgen zat de Gekraagde Roodstaart op een takje in de volle brandende zon. Die felle zon is niet ideaal om een goede foto te maken. De foto's waren wel wat overbelicht, en met fotobewerking was dat niet helemaal goed te krijgen. Ik ga zo lang door tot ik hem heb zoals ik dat wil.

De houding is goed, maar de zon branden de lichte delen te veel weg.

Volwassen mannetjes hebben een oranjerode borst, zwarte keel, wit voorhoofd en grijze kruin en mantel. Vrouwtjes zijn minder opvallend getekend en hebben een grijsbruine rug en een beige onderzijde. Beide geslachten hebben een roestrode staart. De Gekraagde roodstaart is vaak in een rechtopstaande positie zittend te zien op een zitpost, waarbij de staart voortdurend trilt. Vanaf deze zitpost jaagt de vogel op insecten die op de grond gevangen worden.


De gekraagde roodstaart is een vogelsoort van oude, parkachtige bossen met weinig ondergroei. Vooral te vinden op de hogere zandgronden en duinen die begraasd worden. Open plekken, oude bomen, graslanden of heiden moeten elkaar afwisselen. Ook in kleinschalig boerenland met oude, lommerrijke erven. Gekraagde roodstaarten zijn holenbroeders, die ook wel van nestkasten gebruikmaken. De gekraagde roodstaart is tegenwoordig niet meer zo algemeen als enkele decennia geleden. Ze broeden in mei en is zeer plaatsgetrouw. Vaak keren ze terug naar de broedplaats van het jaar ervoor.