maandag 9 maart 2020

De Supermaan verscholen achter de wolken

Vanavond was de Supermaan weer te zien. Wie naar de oostelijke horizon keek, en geen of weinig last had van de bewolking, kon een grote maan zien. De maan leek maandagavond tussen 18:15 uur en 20:15 uur ongeveer 14% groter en 30% helderder dan normaal, waren het niet dat van helderheid geen spraken was. Zware bewolking trok voor de maan door, waardoor de maan slechts bij momenten goed zichtbaar was. De maan lijkt groter doordat de maan dichter bij de aarde staat dan bij een gemiddelde volle maan.

Even was de dikke bewolking weg. Daarna kwam er weer een veld met dikke zwarte wolken voorbij.

De supermaan komt een paar keer per jaar voor. Supermanen volgen elkaar altijd op, omdat de maan de ene helft van het jaar dichtbij de aarde staat en de andere helft van het jaar veraf. De volgende supermaan is op 8 april.


De Vlaamse Gaai bij de fotohut

Vanmorgen ben ik weer eens de fotohut in gedoken. De afgelopen twee weken heb ik afgewaaide takken, en oude takken die bij het snoeien zijn blijven liggen, opgeruimd. Die takken zijn verwerkt in een takkenwal om de fotohut. Daardoor is de fotohut uit het zicht onttrokken en hebben de vogels een grote beschermde ruimte gekregen. Mogelijk gaan er zelfs vogels hun nesten in bouwen. Een van de vogels die ik voor de lens kreeg was de Vlaamse gaai. De gaai, die tot de familie van de Kraaien behoord, is een opportunist die het goed doet in een door de mens beïnvloede omgeving.

De Vlaamse gaai in de Gewone vlierbes (Sambucus nigra), die net achter de takkenwal staat.

De gaai is een luidruchtige, bont gekleurde vogel met een opvallend witte stuit. Hij legt een wintervoorraad aan van eikels en beukennootjes. In het broedseizoen is de gaai een waakzame en schuwe vogel die je best zoekt in het bos. Vooral zijn opvallende roep verraadt zijn aanwezigheid. De wetenschappelijke naam van de gaai Garullus glandarius betekent letterlijk babbelzieke eikelzoeker. Vroeger had men het niet over de gaai maar over de Vlaamse gaai. Een zoektocht naar de oorsprong van het Vlaamse karakter van de gaai leverde twee verklaringen op.

Gaaien kunnen in sommige jaren ons land met tienduizenden overspoelen. Van waar al die vogels plots komen, is niet altijd duidelijk. Het 'Vlaamse' van de gaai zou zijn oorsprong hebben gevonden in Nederland omdat onze noorderburen dachten dat al die invasiegaaien uit Vlaanderen afkomstig waren. Een tweede verklaring voor de oude soortnaam is dat de gaai wordt gekenmerkt door een fraai verenkleed dat deed denken aan de kledij van de gegoede burgerij uit het rijke Vlaanderen.


De gaai broedt vooral in loofbossen (vooral in eiken- en beukenbossen). Ook in grote parken en tuinen kan je de soort aantreffen. Beide partners staan in voor de nestbouw. Het mannetje zorgt voor de afwerking. De nestbouw neemt zes tot negen dagen in beslag. Een legsel telt doorgaans vier tot zeven eieren. Het wijfje broedt ca. 16 dagen. Elke drie dagen verlaat ze het nest voor 5 tot 15 minuten. Heel wat legsels gaan verloren door predatie van eksters en kraaien. De volwassen vogels vallen vaak ten prooi aan sperwer en havik.

De Gewone vlier (Sambucus nigra) is een plant uit de muskuskruidfamilie (Adoxaceae). De bloei is van mei tot juli. De bestuiving vindt plaats door insecten. De vruchten zijn in september en oktober rijp. De plant vermeerdert zich door zaad, dat met name door spreeuwen, die dol op de bessen zijn, wordt verspreid. Botanisch gezien zijn de bessen steenvruchten. De gaai voedt zich in het voorjaar en de zomer vooral met insecten, kevers, rupsen en menselijke voedselrestjes. Ook kleine of jonge zangvogels en eieren behoren tot het dieet. In de herfst schakelt hij over op vruchten (bramen, kersen, frambozen, lijsterbessen) en noten (beukennootjes en hazelnoten). Eikels vormen in het najaar de favoriete voedselbron.

zondag 8 maart 2020

Maandag 9 maart is er weer een supermaan

Wie maandag naar de maan kijkt kan iets bijzonders zien. Maandag is namelijk sprake van een supermaan en daardoor lijkt de maan groter en feller dan normaal. De maan lijkt het grootst aan het begin van de avond, net wanneer de zon onder gaat. Op dat moment zijn er opklaringen, maar neemt vanuit het westen de bewolking toe.


De maan lijkt maandag ongeveer 14% groter en 30% helderder dan normaal. Dat komt doordat de maan dichter bij de aarde staat dan een gemiddelde volle maan. Het ‘hoogtepunt’ van de supermaan vindt tussen 18:15 uur en 20:15 uur plaats. Dat is het moment waarop de maan opkomt en het grootst lijkt. Om de maan te zien moet je naar het oosten kijken.

De supermaan komt een paar keer per jaar voor. Supermanen volgen elkaar altijd op, omdat de maan de ene helft van het jaar dichtbij de aarde staat en de andere helft van het jaar veraf. De volgende supermaan is op 8 april.

Is de supermaan goed te zien?
Goed nieuws voor wie de supermaan wil zien: precies tijdens het opkomen van de maan zijn er in grote delen van het land opklaringen, meld Weer-online. Wel neemt de bewolking vanuit het westen toe. Daarbij zorgt sluierbewolking ervoor dat een kring om de maan te zien is. Later wordt de bewolking zo dik dat de maan helemaal niet meer zichtbaar is. Het is ’s avonds een graad of 7, maar de vrij krachtige zuidwestenwind maakt het voor het gevoel een paar graden kouder.

Hoogwater op het Beleven

Het water in het Beleven stond sinds de herinrichting van het natuurgebied in 2007 nog nooit zo hoog. Met dank aan de grote hoeveelheden regen die deze winter is gevallen, en niet alleen in de omgeving van Reusel, maar in het gehele land.


Dat een ven eens in de zo veel jaar droog valt is geen probleem. Maar als zoiets enkele jaren achter elkaar gebeurt, wordt dat wel een probleem. Veel plantensoorten en kleine organismen zullen dan het loodje leggen. Natuurlijk verdwijnen er ook een aantal exoten, zoals de zonnevis, maar zo’n droogte is geen grote schoonmaak. Je ziet nu al dat bij vennen het riet en de grassen de overhand krijgen. De kwetsbare planten zijn in de verdrukking gekomen.

Maar hebben we in de zomer van 2020 ook nog profijt van het water die nu de vennen, sloten en beken vult. Dat het water nu zo hoog staat is geen garantie voor het uitblijven van een beregeningsverbod later dit jaar. De stuwen in de sloten en beken staan nu nog hoog, maar in het voorjaar moeten de boeren de akkers weer op om aardappelen te poten, de mails en ander gewassen te zaaien, en dan moet het water dat de akkers nu nog blank zet wel weggevoerd worden.


Een goede balans tussen water vast houden en akkers geschikt maken om er met de trekkers op te kunnen zal de volgende uitdaging van het Waterschap worden.