woensdag 23 november 2016

Waarom weinig vogels in de tuin?

Een rijkelijk gevulde voederplank, de eerste vriesnachten maar toch nog geen of nauwelijks vogels in je tuin te bespeuren. Wat is er aan de hand? Ook die vraag stelt natuurpunt.be zich.

Het is nog vroeg op het seizoen en de echte winter is nog niet begonnen, maar het lijkt erop dat twee factoren de opvallende afwezigheid van tuinvogels op dit moment kunnen verklaren: het grote noten- en zadenaanbod en een rot slecht broedseizoen.

De vink zoekt voedsel op de grond.

Vooral zaadeters zoals mezen en vinken laten zich voorlopig maar moeilijk verleiden tot een tuinbezoek. Logisch: met een ongezien topjaar voor beukennootjes en een ruim aanbod van bessen is er relatief veel voedsel te vinden in de natuur. Vogels besparen zich dan de risicovolle onderneming om zich in de buurt van mensen, ramen en huiskatten te laten zien. Ze zijn daarnaast ook veel meer vertrouwd met natuurlijk voedsel. Vandaag ben ik gaan zoeken naar b.v. Lijsterbes struiken die nog bessen dragen. Die bessen lijken intussen opgegeten. Natuurlijk ben ik nog niet overal geweest, maar nergens in bosranden waar de lijsterbes voorkomt kleurt nog rood. Ook in onze tuin, waar de Kardinaalsmuts veel voorkomt, zijn de meeste bessen opgegeten.

Daarnaast beleefden veel typische tuinvogelsoorten een bar slecht broedseizoen als gevolg van het koude en natte voorjaar. Dat sommige Koolmezen twee weken geleden nog een broedpoging ondernamen, toont aan dat ze tot op het laatste moment hebben geprobeerd om de slechte resultaten nog enigszins recht te zetten. Vogels laten zich dus niet alleen minder zien: dit jaar zijn er wellicht ook minder ten gevolgen van een slecht broedseizoen.

Dan blijft het nog afwachten wat de, uit het noorden afkomstige wintergasten gaan doen. Wordt het koud, zakken er dan alsnog grote aantallen Kepen en Sijzen af? Kunnen we nog meer Pestvogels of lijsters verwachten als de bessen ten noorden van ons op raken? De bessen zijn hier immers ook bijna op. Dat zijn vragen waar alleen de winter een antwoord op kan brengen.

Deze merel heeft nog Kardinaalsmuts op de menukaart.

Wat dan met het voeren? Vogels voeren is iets wat je niet tijdelijk doet, maar de hele winter door. Als je op regelmatige basis voedsel aanbiedt, krijgen vogels zekerheid. Het is een stok achter de deur als de natuurlijke voedselbronnen om één of andere reden niet meer voldoen of plotseling onbereikbaar worden, bijvoorbeeld door sneeuw.

Bovendien kan de kou snel toeslaan. In koude periodes verliezen vogels tot 10% van hun lichaamsgewicht; ze moeten immers hun lichaamstemperatuur van 40° Celsius behouden. Kleine vogels verliezen meer energie omdat hun contactoppervlak met de koude omgeving verhoudingsgewijs groter is in vergelijking met hun volume.

Zeker wanneer de dagen kort zijn, zoals nu, moeten ze snel en efficiënt aan hun voedsel geraken. Een garantie op regelmaat is dan mooi meegenomen. Vogels die weten waar ze terecht kunnen, moeten minder lang zoeken naar voedsel. Dat spaart energie en zo maken ze een grotere kans om het te halen wanneer de koude plots aanbreekt. Voer niet meer als ze dagelijks opnemen, anders trekt het muizen en ratten aan.

Op sommige voederplaatsen neemt het aantal vogels al wel toe, maar vergeet niet dat bepaalde factoren daar een belangrijke invloed kunnen hebben: voldoende variatie in het aanbod, de afwezigheid van katten, een voldoende veilige en rustige tuin, vegetatie als schuilplaats.

Voederen blijft dus belangrijk, al zijn er wel een paar extra aandachtspunten nu het gefladder nog op zich laat wachten. Voeder in deze aanloopfase met mondjesmaat en regelmatig - en houd nauwlettend in de gaten wanneer de voorraad slinkt. Bijvoeren met gepelde pinda's en zonnebloem pitten is goed voor de opbouw van de vetvoorraad en het aanvullen van de nodige vitamine's. Voedsel dat niet opgegeten wordt kan gaan ontkiemen of beschimmelen. Haal de overgebleven voedsel regelmatig weg. Maak de gehele omgeving rond de voerplaats regelmatig schoon en vervang het voer, vooral na een regenperiode.

zondag 20 november 2016

De Grote zilverreiger

De Grote zilverreiger (Ardea alba) is van oorsprong een vogel uit het oostelijke, mediterrane gebied. Door het beschikbaar komen van geschikte leefgebieden heeft deze hagelwitte reiger zijn verspreiding inmiddels uitgebreid tot in heel Nederland. Om de grote zilverreiger te kunnen zien hoeft u niet naar de Oostvaardersplassen, op het Beleven is Reusel zit er immers genoeg. In de winter is hij in Nederland op veel meer plekken te zien, als de vogels uit zuid- en Oost-Europa hier komen overwinteren. Dan gebruiken ze voedselrijke watergebieden, weilanden en sloten om te foerageren.


De witte reiger, die voor weinig vergissing kan zorgen. Met zijn lengte van 85 tot 100 cm is de zilverreiger zelfs nog iets groter dan de blauwe reiger. De spanwijdte is 1,45 tot 1,70 m, zijn gewicht 1 tot 1,5 kg. Lange gele snavel en doorgaans zwarte poten. In de broedtijd worden een korte periode de poten rood en wordt de gele snavel tijdelijk enigszins zwart. Geen verschil tussen mannetje en vrouwtje. Bij weersveranderingen in de winter (vorst/sneeuw) trekken ze vaak verder naar het zuiden.


Hij leeft van vis, amfibieën, kleine zoogdieren en soms ook reptielen en vogels. Hij foerageert meestal in ondiep water, maar ook op het land. Zijn jachttechniek is eenvoudig: langdurig roerloos staan tot een prooidier in de buurt komt, of heel rustig wadend zijn prooi achtervolgen. Eenmaal dichtbij, spiest ("rijgt") hij zijn prooi aan zijn dolkvormige snavel.

Storm, donkere wolken en de zon

Wie tijdens een najaarsstorm wel eens een wandeling maakt, heeft het wel eens gezien. Als de donkere wolken even openbreken schijnt de zon er met een gouden gloed doorheen. TU Delft heeft er een aparte vakgroep voor. Wolken zijn namelijk van groot belang in ons leven. Zonder wolken geen regen en zonder regen geen boer die zijn land voedsel kan verbouwen. Tijdens een storm kan een saai landschap plots veranderen in een beeldschoon landschap. Dat ontstaat als het even opklaart en de zon doorbreekt. En dat effect is het mooist bij een laagstaande zon, tijdens een najaarsstorm dus.

De gouden gloed van de zon in sterk contrast met de donkere wolken op de achtergrond.

De herfstkleuren op de bomen in de achtergrond gloeien helemaal op.

Door het warme weer in oktober staan veel bomen nu nog steeds in blad. De krachtige windstoten hebben daardoor meer grip op de takken, waardoor de kans op afbrekende takken en omvallende bomen tijdens een najaarsstorm erg groot is. U bent gewaarschuwd. Parkeer uw auto bij voorkeur op een open plek, niet onder bomen als u een wandeling gaat maken tijdens een stormachtige dag. Het fijne gevoel van de mooie wandeling zou zich, als bij de auto terug komt, zomaar om kunnen slaan in een diepe teleurstelling als er een flinke tak op is gevallen.



Het blijft vandaag bewolkt, maar het wordt geleidelijk droger. Vanmiddag stijgt de temperatuur tot 12 °C en is de wind hard, windkracht 7. Vannacht is het bewolkt met kans op motregen en koelt het af tot ongeveer 9 °C, meldt Weerplaza. De komende dagen wordt het geleidelijk minder bewolkt en neemt de kans op regen af. Overdag wordt het ongeveer 12 °C en 's nachts blijft de temperatuur rond 10 °C. De wind draait geleidelijk naar het zuiden en is matig, windkracht 4. Vanaf woensdag neemt de kans op neerslag af en daalt de temperatuur tot 7 °C overdag en 4 °C 's nachts.

Weerplaza voorspelden voor het einde van de week en voor volgende week, zonnige dagen. Die verwachting is sinds gisteren als weer bijgesteld. Het blijft wisselvallig.

De foto's zijn gemaakt met de smartfone.

zaterdag 19 november 2016

De sociale Kauw

Kauwen zijn zwarte gedrongen vogels met zilvergrijze kopzijden. Deze intelligente soort leeft in groepen. Binnen groepen kauwen bestaat een uitgebreide sociale structuur met een pikorde, intriges en altijd zijn er 'verliefde' stelletjes te onderscheiden als ze aan het foerageren zijn. De paarband tussen kauwen duurt een leven lang en de vogels zijn bijna altijd onafscheidelijk.

Kauwen groeperen zich in de herfst en winter in de toppen van de bomen. Soms zitten er zo veel dat de boom zwart kleurt.

De kleine kraaiachtige vogel heeft een zwartgrijs verenkleed, een lichtgrijze nek en achterhoofd. Kauwen hebben een opvallende lichte iris. Heeft verder een stevige, relatief korte donkere snavel en een vrij lange staart. Vliegt met snellere vleugelslagen dan zwarte kraaien en roeken in doorgaans iets dichtere groepen.

Li; de Kauw verzorgt verenkleed - re; de kauwen zich verzamelen voor de nacht.

De kauw broedt (schaars) in bossen met grote holen, in open duinen op de Waddeneilanden, maar vooral in bebouwde omgeving, waar de schoorstenen als snel bewoond zijn als ze niet voorzien zijn van een afscherming van b.v. gaas. In het voetspoor van mensen weet de kauw zich goed te redden.Verder zijn ze te vinden in het kleinschalig cultuurlandschap, op akkers en kleinschalige weiden en in kleinere bossen. 's Winters in grote groepen op het platteland te zien. Kauwen zijn alleseters: van insecten, slakken, wormen, knoppen, zaden, bessen tot patatresten en kadavers. Wordt vooral op de grond gezocht. Kauwen passen zich makkelijk aan en doen zich tegoed aan allerlei soorten voedsel. De soort is zeer vindingrijk. Zolang ze voldoende nestgelegenheid en voedsel blijven vinden, zal het goed blijven gaan met de kauw.

Nederlandse broedvogels zijn het gehele jaar hier ter plaatse. Groepen Scandinavische en Oost-Europese kauwen overwinteren onder andere in Nederland en komen vanaf de tweede helft van oktober naar Nederland; als trekvogel overigens sterk afgenomen. Daartussen bevinden zich soms ook de ondersoorten Noordse en Russische kauwen. In maart/april vertrekken ze weer. Dagtrekker, maakt gebruik van thermiek en trekt vaak met roeken.