maandag 11 januari 2016

Volgroeide jonge Knobbelzwaan II

Vandaag zat er op het Beleven in Reusel weer een volgroeide jonge Knobbelzwaan. Ik was met de fiets, maar natuurlijk had ik mijn Nikon Coolpix S9900 compact camera bij.

De zwaan zat op ongeveer 30 meter afstand. Om de grote vogel toch beeldvullend in beeld te krijgen heb ik de foto's met maximaal tele genomen, wat overeen komt met een brandpuntafstand van 750mm t.v.m. een Full frame camera (36 mm fotofilm).

De volgroeide jonge Knobbelzwaan (Gefotografeerd met een Nikon Coolpix S9900 compact camera)

Omstandigheden: Zwaar bewolkt, tussen de regenbuien door. Genomen op een monopod fotostatief (die ik in het fietsframe heb geklemd).

zondag 10 januari 2016

Volgroeide jonge Knobbelzwaan I

Vanmorgen zat er op het Beleven in Reusel een volgroeide jonge Knobbelzwaan. De knobbelzwaan (Cygnus olor) is een vertrouwde verschijning in op meren en vennen. Hij leeft voornamelijk van waterplanten waar hij met zijn lange hals naar grondelt, maar eet ook gras.

Deze vogels kunnen een spanwijdte van 2,40 meter bereiken en zijn daarmee de grootste watervogels. Zelf zijn ze 140 tot 160 cm groot. Met hun lange nek kunnen ze ver onder water reiken. Ze kunnen tot 10 tot 12 kg wegen. Daarmee behoren ze ook tot de zwaarste vliegende dieren. De volwassen vogels zijn wit en ze hebben een oranjerode snavel. Hun kop en hals hebben een licht gele schijn. De onbevederde huid aan de snavelwortel en om het oog, onder de voorhoofdsknobbel, zijn zwart.

Die voorhoofdsknobbel is bij mannetjes heel opvallend. Ook hun poten zijn zwart. Hun ruglijn is sterk gebogen. Ze houden hun hals bijna altijd in een sierlijke S-vorm. Die hals heeft het grootste aantal halswervels van alle vogels. Ze houden hun kop altijd iets omlaag gebogen. Hun snavel is relatief breed. Mannetje en vrouwtje zijn volledig gelijk, alleen hebben de mannetjes in de lente een veel meer gezwollen knobbel en hun snavel is dan ook veel roder. Mannetjes hebben ook een zwaardere nek.

De volgroeide jonge Knobbelzwaan

Jonge Knobbelzwanen hebben een lichtbruin kleed dat langzamerhand wit wordt. Ze missen nog de knobbel en de snavel is nog grijsbruin.

maandag 4 januari 2016

Flaes en Goorven

Een fietstocht naar de Flaes en Goor, gelegen in Landgoed de Utrecht. Het landgoed ligt midden op het samenkomen van de huidige gemeente Bladel, Reusel de Mierde, Hilvarenbeek en Oirschot. Voor de gemeentelijke herindeling waren het vijf gemeenten. Het gaat om de gemeenten Hilvarenbeek, Diessen, Hooge en Lage-Mierde, Oost-, West- en Middelbeers, Bladel en Netersel. De grenssteen, waar de vijf gemeenten bij elkaar kwamen lag een stuk verwijderd van het fietspad dar vanaf Westelbeers door de Utrecht naar de Flaestoren en herberg den Bockenreijder voert. Omdat het niet toegankelijk was is een kunstwerk geplaatst die de oorspronkelijke grenssteen moet vervangen. Het kunstwerk staat daarom uit toeristisch oogpunt vlakbij het fietspad.

Het vijf gemeenten kunstwerk ligt langs het fietspad

Uitkijktoren "De Flaes"
Op 11 november 2011 is de uitkijktoren D’n Flaestoren geopend, naar een ontwerp van LuijtenISmeuldersIArchitecten uit Tilburg. Door 8 bomen van het landgoed zelf, elk zo’n 25 meter lang en 3000 kg zwaar, te combineren met slanke stalen kolommen is een open structuur gecreëerd waarin, door een afwisseling van trappen en bordessen, een makkelijk te belopen route naar het uitzichtbalkon op 22 m hoogte leidt. Vandaar en vanaf elke traptrede er naar toe, heb je een prachtig uitzicht over het niet toegankelijke deel van het natuurgebied De Flaes en het Goorven en de bossen er rondom heen.

D’n Flaestoren, langs het fietspad, bij de Flaes (entree met € 1,00 munt)

Cultuurhistorie
De Utrecht is een ontginningslandgoed dat is ontstaan door het ontginnen van heide grond. Het doel hiervan was het tot stand brengen van akkergronden en productiebossen. Rond 1850 bestond het gebied uit uitgestrekte heidevelden, in feite gedegradeerd bos met name als gevolg van houtkap en overbeweiding. Uit de Topografische en Militaire Kaart van circa 1850 blijkt dat het gedeeltelijk om natte heide ging; in het gebied liggen verschillende vennen en vennetjes. Na de uitvinding van de kunstmest aan het eind van de negentiende eeuw werden schapen overbodig als leverancier van dierlijke mest, en daarmee de heide als graasgrond. Grootschaliger dan voorheen werden de heidevelden ontgonnen. De droge heide werd bebost en de vochtige heide omgezet in cultuurgrond: dit zijnde zogenaamde ‘jonge heideontginningen’. Binnen het gebied lagen de oude, middeleeuwse ontginningen Dun, Tulder en Lange Gracht. Vooral de geschiedenis van Tulder of Teulder gaat ver terug: rond 1400 waren hier al percelen in cultuur gebracht en ontstond er een pleisterplaats met een bierbrouwerij en jeneverstokerij. Bij de ontginning van het landgoed zijn deze buurtschappen met hun akkercomplexen grotendeels bebost.

Flora en Fauna
Landgoed De Utrecht heeft een rijke plantenvariatie en bijzondere levensgemeenschappen van dieren door haar uitgestrektheid en de verschillende landschappen daarbinnen. In grote lijnen bestaat het landgoed uit productiebos van voornamelijk naaldhout. De vennen Flaes en Goor met heidegebied, het beekdal van de Reusel en het gagelmoeras. De Broekeling met Hoogeindsche Beek (de laatste drie vormen samen een Natte Natuur Parel), oude ontginningen Dun en Tulder met akkerenclaves, open omsloten landbouwgebieden verpacht aan hoevepachters, golfbaan van Golf- en Countryclub Midden-Brabant en landschapsparken bij Rustoord en het Arnoldspark. De bossen en landbouwgebieden worden tot één geheel gemaakt door een aaneengesloten netwerk van robuuste lanen en de vele zandpaden die het landgoed rijk is.

Het Landgoed heeft als voornaamste inkomstenbron de bosbouw, pachtopbrengst van de landbouwgrond en boerderijen en de erfpachtopbrengst van de ondergrond van de woningen.

Het Landgoed heeft; 1600 ha bos, 600 ha landbouwgrond, 200 ha natuurterrein, 100 ha erven/wegen en water en golfbaan

De foto in dit album zijn genomen met een Nikon Coolpix S9900

zaterdag 2 januari 2016

Wilde zwaan op het Beleven

Vanmiddag kwam de zon door, dus met de spiegelreflex, met telelens en de Coolpix terug. Daar heb ik geen spijt van. De Wilde zwaanen waren weer terug. De vorige keer zaten ze heel ver weg, maar nu kwamen ze langzaam iets dichter bij.

De Wilde zwaan

Let ook op de kleinere watervogels die tussen de zwanen zitten. Ik moet zelf nog even goed kijken, maar zal straks wel wat extra namen bij de foto's zetten.

Het Beleven, 300 meter vanaf de steiger, daar zitten de Wilde zwanen

Wilde zwaan

De wilde zwaan (Cygnus cygnus) is een ongeveer 1,5 meter grote, witte zwaan die voorkomt in Noord-Europa en Azië. De lengte varieert van 140 tot 165 centimeter; de spanwijdte bedraagt 205 tot 275 cm. Het onderscheid met de even grote en ook in Noordwest-Europa voorkomende knobbelzwaan is dat de wilde zwaan een zwarte snavel heeft met een grote gele vlek aan de basis. De gele vlek loopt naar voren uit in een punt, een verschil met de afgeronde en minder ver naar voren doorlopende gele vlek bij de kleinere maar in uiterlijk verder sterk gelijkende kleine zwaan (Cygnus bewickii). De bovenkant van de snavel verloopt recht, zonder de knobbel die de knobbelzwaan heeft. Wilde zwanen zijn schuwer dan de knobbelzwaan, en geven de voorkeur aan een rustige nestelgelegenheid. Ze zijn luidruchtig, zowel tijdens het vliegen als bij de verdediging van hun territorium.

Sinds 2005 broeden er Wilde Zwanen in Nederland. Het gaat tot nu toe om een enkel paar in Zuidwest-Drenthe, in soms wisselende samenstelling, dat verschillende jongen grootbracht. Mogelijke broedpogingen elders in Noordoost-Nederland bleven zonder succes. De vestiging in Nederland past in de toename van de Noord-Europese broedpopulatie (tot meer dan 10.000 paren) en de uitbreiding van het verspreidingsgebied in zuidelijke richting, onder andere in Duitsland.

Als echte wintergast wordt de Wilde Zwaan bijna uitsluitend tussen november en maart gezien. Ons land ligt aan de zuidwestrand van het overwinteringsgebied en is in Europees opzicht van betrekkelijk geringe betekenis voor deze soort. Het aantal Wilde Zwanen dat Nederland bezoekt is gewoonlijk klein (minder dan 2500 ex.) , maar neemt snel toe bij strenge vorst en zware sneeuwval ten noordoosten van ons land.. Tijdens een influx verblijven er tot 7000 Wilde Zwanen in ons land. Groepen zoeken zowel open agrarische gebieden op (Veenkoloniën, Noordoostpolder, Wieringermeer) als grote open wateren (Veluwemeer). Ze blijven gewoonlijk vooral in het noorden en oosten van het land hangen. Bij verplaatsingen vanwege het winterweer, of na overstromingen langs de Grote Rivieren, zijn Wilde Zwanen ook in de zuidhelft van het land wat algemener.